Maandag 05/12/2022

In The Homestead spookt haar brein nog

Paul Demets ging op reis naar Amherst, waar het geboortehuis staat van de enigmatische dichteres Emily Dickinson en ontdekte er een plek met een ziel.

Toen de uitgever Thomas Wentworth Higginson aan de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson in juli 1862 een portret vroeg, schreef ze hem dat ze er geen bezat. In plaats daarvan beschreef ze zichzelf: "Klein, als een winterkoninkje en mijn haar is krachtig, als de bolster van een kastanje - en mijn ogen, als de sherry in het glas dat de gast achterlaat." Toch is er een foto van haar overgeleverd, een daguerreotype uit haar adolescentie. En die bevestigt haar beschrijving. We zien een frêle, maar ook krachtige figuur. Enigmatisch, zoals haar gedichten, zoals blijkt uit de monumentale uitgave van haar Verzamelde gedichten, in een erg degelijke vertaling van Peter Verstegen.

Universiteitsstadje

April. In New York wacht ik in de Port Authority Bus Terminal mijn beurt af. Mijn ticket wordt nagekeken door een man in een pak en met een pet die je eerder met een vliegtuigcommandant associeert. Na een busreis van meer dan vier uur kom ik Amherst aan. Een merkwaardig geval: de befaamde University of Massachusetts is er gevestigd en trekt duizenden studenten van de hele Oostkust en verder aan. Maar voor de rest is Amherst een provinciestadje, met groene gazons, omzoomd door witte omheiningen. De villa's rekken zich tot in de hoofdstraat uit. Wanneer ik op zondag tegen de middag aankom, zie ik wat mensen uit de kerk naar buiten druppelen. Bijna alleen grijze hoofden, niet anders dan bij ons.

In het leven van Emily Dickinson, een van de meest intrigerende dichters die ik ken, speelde de religie een bepalende rol. Dickinson werd op 10 december 1830 in Amherst geboren. Het puriteinse gezin had het breed voor die tijd, want haar vader was advocaat, net zoals diens vader. Beiden speelden een belangrijke rol in de ontplooiing van Amherst. Amherst was bij het begin van de negentiende eeuw een dorp dat nauwelijks meer dan vierduizend zielen telde. Emily's vader wilde dat het dorp groeide en besefte dat daarvoor een intellectuele basis nodig was. Daarom betaalde hij grotendeels zelf de stichting van Amherst College. Hij liet in 1813 het eerste bakstenen huis van Amherst bouwen, nu bekend als The Homestead. Het statige huis zou de woon- en werkplek van Emily worden, de plaats waar ze al haar werk schreef en die ze maar heel weinig verliet.

Veel schrijvershuizen zijn een soort doorgangsplekken, waar auteurs maar een deel van hun leven doorgebracht hebben. De culturele commercie speelt daar dan handig op in, om een schrijver te claimen voor eigen stad of streek. Je vindt er een schrijftafel met een bril en een pen en tuurt even uit het raam waar de schrijver naar buiten moet hebben gestaard, maar het doet je niets.

Maar The Homestead en Emily Dickinson, dat is iets anders. Emily leefde er als een kluizenaar. Daardoor stond ze tijdens haar leven al als een zonderlinge figuur bekend. Een zekere Mabel Loomis Todd, die zich in Amherst had gevestigd, schreef naar haar ouders: "Niemand die haar moeder of zus bezoekt, krijgt haar ooit te zien. Maar ze laat af en toe wel kleine kinderen binnen. En die geeft ze dan een koek of snoep, want ze is dol op kleintjes. Maar vaker nog laat ze de zoetigheden aan een touwtje uit haar raam naar beneden. Haar zus heeft mij gevraagd om eens voor haar moeder te komen zingen. De mensen zeggen dat de mythe elke noot zal horen. Ze zal vlakbij, maar onzichtbaar zijn."

Kluizenaarswoning

Al meer dan een eeuw breekt men zich het hoofd over de vraag waarom Emily haar woonplaats maar zelden verlaten heeft en zelfs voornamelijk schriftelijk contact hield met haar geliefde schoonzus, die naast de deur met haar broer Austin, ook al een advocaat, en hun kinderen in The Evergreens woonde. De gemeenschap van het dorp Amherst, waarin Emily opgroeide, was toen nog een geloofsgemeenschap. Het puriteinse New England was calvinistisch. Het was de tijd van de Great Awakenings, de bekeringen. Alleen als je je bekeerde, kon je op een gereserveerd plaatsje in de hemel rekenen. Als enige in haar familie weigerde zij op haar achttiende om zich tijdens een publieke geloofsbelijdenis tot de Heer te wenden. Dat moet niet minder dan een heel moedige daad geweest zijn, zeker omdat de familie Dickinson een heel degelijke reputatie had en haar vader de eerste notabele van zijn dorp was en leiding gaf aan lokale festiviteiten. Daarnaast was haar moeder bedlegerig geworden, na een beroerte. En bovendien zijn er speculaties dat Emily aan een nierziekte zou hebben geleden. Emily en haar zus Vinnie verpleegden hun moeder, zoals dat hoorde. En iedereen had zijn rol, zoals Vinnie dat op latere leeftijd beschreef: "Emily moest denken - ze was de enige van ons die dat moest. Vader geloofde, en moeder had lief, Austin had Amherst." Dat de vergankelijkheid en de dood zo'n belangrijke rol spelen in Emily's werk, hoeft ons niet te verwonderen. Er bestonden nog geen afdoende middelen tegen tuberculose en zelfs niet tegen griep. Emily's vader Edward brouwde zijn eigen kruidendranken. De deuren moesten zo snel mogelijk dicht, want tocht was een boosdoener, buiten spelen tijdens de winter mocht niet. En regelmatig liet vader The Homestead met zwavel ontsmetten.

Passie voor tuinieren

Dat betekent niet dat Emily letterlijk niet buiten kwam. Voor ik The Homestead, waar het Dickinsonmuseum gevestigd is, binnenga, wandel ik rond in de ruime, parkachtige tuin, waar al wat voorjaarsbloemen en struiken het mooiste van zichzelf ontvouwen. Emily nam de passie voor het tuinieren van haar moeder over. Haar vader zag het graag gebeuren. Dat had hij liever dan dat ze gedichten schreef. Zoiets hoorde niet voor een jonge vrouw in die tijd. Hij sprak lovender over de brieven van haar broer dan over haar gedichten. Dit alles zou tot een heel eenzijdig beeld van Emily Dickinson kunnen leiden: een schuchtere huismus die zich bezighield met tuinieren en enigmatische gedichten schreef. Hier moeten we evenwel een belangrijke kanttekening bij maken: haar strenge vader zorgde wel voor een rijke voedingsbron: Emily kon de boeken lezen die ze wou. Hierover merkte Emily op: "Hij koopt veel Boeken voor me - maar dringt erop aan dat ik ze niet lees - uit vrees dat ze het Verstand door elkaar klutsen." Brontë's Jane Eyre beïnvloedde haar, maar nog meer viel ze voor de gedichten van Ralph Waldo Emerson, die met de traditionele kerk brak en het sacrale in de natuur zocht, en Elizabeth Brownings Aurora Leigh. In deze roman in versvorm zet Browning een vrouw neer die niets ander wil dan een grote dichter zijn. Ook Dickinsons leven was volledig aan de poëzie gewijd. Dat was haar bekering. Vanaf haar twintigste droeg ze altijd witte jurken in Victoriaanse stijl. Een exemplaar straalt je op de bovenverdieping van The Homestead hagelwit tegemoet. Zo werd Emily een bewaarengel van de poëzie. De verbeelding was voor haar het hoogste, omdat ze daarmee haar twijfels aan religie en haar verlangens naar onmogelijke liefde kon overstijgen. In 'Het Brein - is wijder dan de Lucht' blijkt dat het brein (de verbeelding) alles omvat en hoger staat dan de natuur, ook al zijn bloemen, planten en vogels zo cruciaal in haar werk: 'Het Brein - is Wijder dan de Lucht-/ Want - zet ze zij aan zij -/ Het een omvat het ander met/ Gemak - en Jou - erbij'.

Mysterieuze brieven

Wie zou verwachten dat Emily, door haar devotie voor de poëzie, het leven van een soort kloosterzuster leidde, heeft het mis. De liefde was haar niet vreemd. Toch alleszins het verlangen niet. Ze beschouwde de charismatische predikant Charles Wadsworth minstens als een zielsverwant. Er zijn drie mysterieuze brieven aan een 'Meester' bewaard, die misschien aan Wadsworth gericht zijn. Daarin zegt ze dat ze de 'Meester' gevraagd had om 'Verlossing', maar dat hij haar 'iets anders' gaf. Misschien zijn die brieven niet gericht aan Wadsworth, maar aan Samuel Bowles, een vriend van haar broer Austin en hoofdredacteur van de Springfield Republican. Emily correspondeerde uitgebreid met hem. En haar brieven gingen niet alleen over de gedichten die ze graag wou laten publiceren. Bowles drukte er amper twee af van de eenenvijftig die ze hem bezorgde. En dan nog paste hij de hoofdletters, de structuur en het rijm aan. Dickinsons poëzie was gebaseerd op de structuur van de hymnen waarmee ze opgroeide, maar ze sprong er vrij mee om, onder andere door halfrijm te gebruiken. Voor uitgevers in die tijd was dat vloeken in de kerk. De verzelfstandiging van substantieven, die Dickinson benadrukte door hoofdletters te gebruiken, het veelvuldig gebruik van gedachtestrepen, de eigenzinnige humor en de intrigerende paradoxen waren er te veel aan. Ze was er haar tijd mee vooruit en paste niet in het klimaat van toen. In 1862, toen Bowles naar Londen trok en Wadsworth naar de Westkust, kende haar werk een ongeziene bloei. Ze schreef meer dan driehonderdzestig gedichten in een jaar tijd. En ze richtte zich tot Thomas Higginson, de literaire hoofdredacteur van The Atlantic Monthly en vroeg haar of haar gedichten 'alive' waren. Hij noemde ze 'spastisch'. Niets is minder waar. In The Homestead spookt haar 'Brein' nog. En de levendigheid van haar werk spat van de bladzijden in de Verzamelde gedichten.

INFO:
Emily Dickinson
Verzamelde gedichten
Vertaald door Peter Verstegen
Van Oorschot, Amsterdam, 29,90 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234