Dinsdag 20/10/2020

In Tanger zijn nog vele blikken gericht op Spanje

In de haven van Tanger in Marokko dolen tientallen jongeren rond, bereid hun leven te wagen voor een onzeker bestaan aan de andere kant van de Middellandse Zee. Vroeger probeerden ze met gammele bootjes Spanje te bereiken, tegenwoordig gespen ze zich vast aan de onderkant van een vrachtwagen. Als ze de rit overleven, zijn de meesten de volgende dag al terug in Marokko. En proberen ze het opnieuw, net zoals Abdullah en Mohammed.

Door Janine Meijer in Tanger

Tanger. Abdullah (19) hoest onophoudelijk. Hij draagt een zwart mutsje, een dikke donkerblauwe trui, gescheurde jeans en tot op de draad versleten schoenen. Elke keer als hij wegrent, klakken de losse zolen tegen het asfalt. En wegrennen moet Abdullah de hele dag. Zijn oren zijn gespitst. Zodra hij het geluid van een naderende politiecombi hoort, schiet de jongen snel achter een geparkeerde auto. Zijn vriend Mohammed (19) heeft duidelijk minder last van zijn longen. Die vlucht vliegensvlug de steile weg op die de haven van Tanger scheidt van de achterliggende woonwijk.

Abdullah en Mohammed zijn onafscheidelijk. Na elke politiecontrole weten ze elkaar weer feilloos te vinden in de warrige straatjes van de havenbuurt. Ver weg van familie hebben ze niemand anders dan elkaar en de hoop op een beter leven in Europa. Al anderhalf jaar wachten ze op die ene vrachtwagen waarmee ze hun droom kunnen waarmaken.

"Het is mij al vier keer gelukt om verborgen in een vrachtwagen Spanje te bereiken", vertelt Abdullah niet zonder trots. "Alles draait om de juiste timing. Sommige chauffeurs moeten uren wachten voor hun papieren in orde zijn. Ze worden moe en vallen in slaap of gaan een rondje wandelen. Dat is het moment waarop je in actie moet komen."

De jongens kruipen onder de vrachtwagen en snoeren zich vast aan het chassis. Zo liggen ze urenlang verkrampt te wachten, tot het voertuig zich in beweging zet. "Een gelukzalig moment", weet Abdullah. Maar tegelijk ook levensgevaarlijk. "Hoe sneller de vrachtwagen rijdt, hoe moeilijker het is om nog te ademen. Ik heb jongens zien vertrekken die onderweg gestikt zijn. Zij die het niet overleven, worden op zee overboord gegooid."

Eenmaal op de boot is het een kwestie van heel stil te blijven liggen en de uren te tellen. Helaas zijn de controles van de douane in Spanje opnieuw verstrengd. Abdullah: "Ik ben telkens gepakt en nog dezelfde dag weer naar Marokko gestuurd."

Het weerhoudt de jongen er niet van het te blijven proberen. Hij gelooft er rotsvast in dat er een dag komt dat hij in Spanje een nieuw leven kan beginnen. Op de vraag wat hij daar hoopt te vinden, haalt Abdullah nonchalant zijn schouders op. "Werk. Het maakt niet uit wat voor soort werk en in welke sector. Alles is beter dan in Marokko blijven." "Wij weten ook wel dat Europa niet het paradijs is", vult Mohammed aan. "Maar het slechtste baantje daar is altijd nog veel beter dan wat we hier kunnen krijgen."

Abdullah en Mohammed zijn niet de enigen. In de haven van Tanger lopen tientallen jongeren rond die bereid zijn hun leven te wagen in ruil voor een onzeker bestaan aan de andere kant van de Middellandse Zee. Volgens verschillende mensenrechtenorganisaties proberen iedere maand honderden jongeren de oversteek van Tanger naar het Spaanse Tarifa te maken.

De verhalen over discriminatie en uitbuiting op de Europese arbeidsmarkt hebben Mohammed en Abdullah inmiddels ook bereikt. Maar ze laten zich er niet door afschrikken. Of ze willen het niet geloven.

Elke zomer zien ze hun leeftijdgenoten terugkeren met de boot waar zij zo wanhopig proberen op te geraken. De teruggekeerde Marokkanen rijden in een glimmende Mercedes of een gloednieuwe BMW, dragen de hipste zonnebrillen en drinken de duurste drankjes op de terrasjes aan de boulevard van Tanger. Dat die auto's vaak geleend of gehuurd zijn en er een jaar lang gespaard moet worden voor drie weken zomervakantie in Marokko, willen de meeste jongens in de haven niet zien.

Ruim 90 procent van alle Marokkanen in ons land komt uit het Rifgebergte. Het is een arme streek in het noorden van Marokko waar nauwelijks economische ontwikkeling is. In Tanger - de hoofdstad van de Rifprovincie - wordt het werkloosheidspercentage geschat op 20 tot 30 procent. Officiële cijfers ontbreken, maar verschillende bronnen bevestigen dat het percentage in de oostelijke Rifstreek, in steden zoals Tétouan, Al Hoceima en Nador, kan oplopen tot 50 of 60 procent.

De meeste inwoners proberen te overleven van de landbouw, maar de grond is droog en de opbrengst van de gewassen mager. Steeds meer mensen zijn daarom overgeschakeld op het verbouwen van drugs, wat een stuk lucratiever is. De handel in hasj is de belangrijkste inkomstenbron van de streek geworden en Marokko een van de grootste exporteurs ter wereld.

Vele gezinnen leven in een uitzichtloze situatie. Ze voelen zich door het ruige gebergte afgesneden van de rest van Marokko, waar de modernisering zich in sneltempo voltrekt, en hebben maar één doel: een zoon of dochter in Europa krijgen die de rest van de familie in Marokko kan onderhouden. Sommigen rijden met de hele familie tot vlak bij de Spaanse enclaves Melilla of Ceuta en zetten daar hun minderjarig kind uit de auto met de boodschap te voet naar een van de opvangcentra te lopen. Wie daar binnengeraakt, kan als minderjarige niet zomaar teruggestuurd worden.

Zonen worden vaak aangespoord naar Tanger te gaan, in de hoop dat ze van daar Europa kunnen bereiken. Dochters worden uitgehuwelijkt aan een Marokkaan die in Spanje, Frankrijk of België woont en over een verblijfsvergunning beschikt.

De plattelandsvlucht naar de havenstad is enorm. Maar Tanger gebruiken als springplank naar Europa lukt lang niet altijd. De meeste Riffijnen slagen er nooit in de oversteek te maken en vestigen zich in een van de sloppenwijken rond de havenstad.

Koning Mohammed VI, die sinds 1999 aan de macht is, doet er alles aan om de Rifstreek te ontwikkelen. Omdat de regio weinig natuurlijke rijkdommen bezit, heeft Mohammed VI al zijn hoop gezet op het uitbouwen van de toeristische sector. In 2010 wil hij jaarlijks tien miljoen toeristen naar Marokko lokken.

In Tanger zijn alle huisjes langs de boulevard Le Corniche afgebroken om plaats te maken voor torenhoge luxeflats met zicht op zee. Opvallend is dat vele van die flats leeg staan. Ze zijn opgekocht door Marokkaanse zakenlui, die er een handige manier in zien om hun zwart geld wit te wassen met zogenaamde huurinkomsten.

Ten zuiden van de stad verrijst uit het niets het glamoureuze Star Hill Tanger, een wooncomplex van 35 hectare dat midden in een beschermd natuurgebied is gebouwd. De meeste villa's hebben een eigen zwembad in de tuin. Star Hill Tanger telt meer dan 400 villa's, die gemiddeld 400.000 euro per stuk kosten. Het complex is volledig ommuurd. Er zijn een sporthal, een winkelcentrum en verschillende cafés en restaurants. Zo'n 40 procent van de huizen wordt gekocht door Spanjaarden, Britten en Fransen, die het als vakantieverblijf gaan gebruiken. De overige villa's zullen worden bewoond door rijke Marokkanen. De vraag is of die prestigieuze projecten inderdaad voor meer welvaart in de streek zullen zorgen of de kloof tussen arm en rijk alleen maar zullen verdiepen.

Volgens Mohammed El Bakkali, directeur van de Association de Développement Local Méditerranéen (Adelma), moet meer verwacht worden van de investeringen in onderwijs en tewerkstelling. Adelma is een ngo en is verantwoordelijk voor tal van ontwikkelingsprojecten in de Rif van Tanger tot Oujda aan de Algerijnse grens. "Het belangrijkste is dat mensen weer een perspectief krijgen. Dat kun je alleen bereiken door hun werk en een inkomen te geven", weet El Bakkali. "Er groeit nu een verloren generatie op. Zij hebben geen vertrouwen meer in de toekomst van Marokko en doen dus ook geen enkele moeite om een diploma te halen. Ze willen alleen naar Europa vertrekken. Als dat mislukt, zijn ze gedoemd om hun leven in armoede te slijten."

Maar Abdullah en Mohammed hebben niet het geduld om te wachten op de ontwikkeling van de streek. Ze willen vooruit. Aan de andere kant van de Middellandse Zee gebeurt het allemaal. Op een heldere dag kunnen ze hun beloofde land zien liggen. Mohammed komt uit de streek van Oujda. Abdullah groeide op in een bergdorpje tussen Kenitra en Fès. "Mijn ouders vonden het geen goed idee om naar Europa te gaan", geeft Mohammed toe. Ook bij Abdullah waren ze niet enthousiast. "Er was daar helemaal niets te doen. We wachten al jaren op verandering, maar er gebeurt niets." De jongens vertrokken tegen de wil van hun familie en deden er weken over om al liftend en te voet de honderden kilometers naar Tanger af te leggen.

Inmiddels is de middag voorbij. De politie maakt opnieuw een ronde door de haven en doet een laatste poging om de rondhangende jongeren weg te jagen. Mohammed en Abdullah vluchten voor de zoveelste keer weg. Een andere jongen is niet snel genoeg. Hij wordt vastgegrepen en met veel geweld in de politiecombi gegooid. "Die brengen ze naar de buitenwijken van Tanger om hem daar langs de weg te droppen", voorspelt Mohammed. "Veel zin heeft dat niet. Vanavond is hij weer terug."

Deze reportage kwam tot stand met hulp van de Koning Boudewijnstichting.

Er groeit een verloren generatie op. Al wat hen interesseert, is naar Europa vertrekken. Als dat mislukt, zijn ze gedoemd om hun leven in armoede te slijten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234