Vrijdag 26/02/2021

AchtergrondSpanje

In Spanje sta je er nooit alleen voor: correspondente Maartje Bakker neemt afscheid

Gezellige drukte in een Madrileense pasteleria, 2016. Spanjaarden zien het als hun verantwoordelijkheid om de bars open te houden en bestellen wat ze kunnen. Beeld Getty Images
Gezellige drukte in een Madrileense pasteleria, 2016. Spanjaarden zien het als hun verantwoordelijkheid om de bars open te houden en bestellen wat ze kunnen.Beeld Getty Images

Corruptie, werkloosheid, corona: in haar jaren als correspondent zag Maartje Bakker weinig reden tot optimisme voor de Spanjaarden. Toch is er ook veel om trots op te zijn, al lijken ze dat zelf vaak te vergeten.

Het was de avond ervoor lawaaiig geweest op het pleintje voor mijn huis. Schreeuwende mensen, roffels op djembés, een uitgelaten menigte. De volgende ochtend kwam ik erachter dat het gebouw schuin tegenover mij was gekraakt. Ik wist niet goed wat ik ervan moest denken: een kraakpand in de buurt, zou dat overlast geven?

Ruim een jaar woonde ik op dat moment – het was voorjaar 2017 – in Madrid, in een klein appartement in het oude centrum. Het gebouw dat nu was gekraakt, was me nooit speciaal opgevallen. Het stond leeg, de deur was op slot. En toch zou juist dit gebouw, met zijn rode bakstenen en zijn witte raamomlijstingen, me een aantal belangrijke lessen over Spanje leren.

In de eerste plaats kwam ik erachter dat je nooit lang hoeft te zoeken om op datgene te stuiten wat veel Spanjaarden zo verfoeien aan hun eigen land: de corruptie en het politieke amateurisme.

Het gebouw bleek door een voormalige burgemeester, de rechtse Ana Botella, te zijn toegespeeld aan een bevriende ondernemer. Hij zou er een museum voor kunst, architectuur, design en urbanisme van maken (in de lezing van de krakers: daar had de buurt dus niks meer aan). Tot overmaat van ramp had Botella in de laatste weken van haar termijn geregeld dat de beschermde status van het gebouw werd ingetrokken, zodat het kon worden gesloopt en herbouwd.

De ergernis, haast wanhoop, over dit soort praktijken wordt in Spanje breed gedeeld. Ze maken dat vooral jonge, hoogopgeleide stedelingen een gitzwart beeld hebben van hun eigen land. Vaak maakte ik mee dat mensen automatisch veronderstelden dat de dingen in het noorden van Europa er beter voor stonden: van de belezenheid tot het onderwijs in vreemde talen, van het openbaar vervoer tot de fietspaden (oké, dat laatste klopt, maar het overige ligt genuanceerder).

Hallo knapperd!

Het is alsof de overtuiging dat Spanje een ziek, ‘ongewerveld’ land is – een idee dat vooral aan het einde van de 19de eeuw volop werd verkondigd door Spaanse intellectuelen – nooit helemaal is verdwenen. Toen al werd er geschamperd dat Spanje de aansluiting bij Europa had gemist. Hetzelfde gevoel heerst bij de Spanjaarden van nu. Ze spreken over Europa als over een continent waar ze zelf niet bij horen. Het gebrek aan zelfvertrouwen is er nog steeds.

Of misschien is het weer terug. Vaak is gezegd dat Spanje na de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona een opleving kende. De economie groeide, de infrastructuur werd (ook met behulp van Europees geld) verbeterd, de bouw beleefde gouden tijden. Maar aan de euforie kwam in één klap een einde toen in 2008 de economische crisis toesloeg, met haar verlammende werkloosheid en ingrijpende bezuinigingen. Tegelijkertijd kwam het ene na het andere corruptieschandaal aan het licht.

Ikzelf verhuisde begin 2016 naar Spanje, en in de jaren erna gebeurde er weinig dat aanleiding tot optimisme gaf. Spanje kende eigenlijk nooit een stabiele regering. Altijd wankelde het van de ene naar de andere veelkoppige gelegenheidscoalitie. Slechts twee keer werd er een nieuwe begroting aangenomen, voor 2018 en 2021. De werkloosheid daalde weliswaar licht, maar zelfs hoogopgeleiden gingen van het ene naar het andere tijdelijke, slechtbetaalde baantje. Tot overmaat van ramp bleek Spanje totaal niet opgewassen tegen de coronapandemie.

Maartje Bakker aan het werk. 'De afstand tot de ander is klein in Spanje. Mensen helpen elkaar hier ongevraagd.' Beeld CÉSAR DEZFULI
Maartje Bakker aan het werk. 'De afstand tot de ander is klein in Spanje. Mensen helpen elkaar hier ongevraagd.'Beeld CÉSAR DEZFULI

En toch denk ik dat het negatieve zelfbeeld van Spanje niet helemaal terecht is. Ook dat zou het kraakpand laten zien.

Ik denk dat veel buurtgenoten aanvankelijk hun aarzelingen hadden bij het kraakpand, net als ik. Toch waagden de meesten van ons zich na verloop van tijd over de drempel. Voor mij begon dat met twee vriendinnen die film- en debatavonden over kunst organiseerden. In het Centro Social La Ingobernable (‘Sociaal Centrum De Onregeerbare’), zoals het pand was gedoopt, waren gratis zaaltjes beschikbaar. Zo zaten we op een avond ineens met wildvreemden over het vrouwelijk naakt te praten.

Later zag ik er een aangrijpende documentaire over de misdaden tijdens de Franco-dictatuur, met de slachtoffers van toen op de eerste rij.

Toen een reggae-minnende vriendin langskwam, gingen we erheen om te dansen. Het feestje was stipt om twaalf uur ’s nachts afgelopen, herinner ik me nog. De krakers deden hun uiterste best geen overlast te veroorzaken. Ze wilden absoluut niet bij de buurt in ongenade valen.

Toen de dag van de ontruiming naderde, werd het bewijs geleverd dat ze daarin waren geslaagd. Zelfs mijn bovenburen kwamen bij de vele protestacties tegen de sluiting van La Ingobernable opdagen: keurige en rustige vijftigers, zeker niet de types die je op de barricaden zou verwachten.

Het kraakpand bleek ongemerkt een van de vele plekken in de buurt te zijn geworden waar de bewoners elkaar tegenkwamen. Net zoals bij de speeltuin, in de bar van Fernando, bij de kiosk van Alicia, in de wijnhandel van Cristina en José.

Kleine winkeliers

Typisch Spanje. Als één ding me is opgevallen na bijna vijf jaar in Spanje, dan is het wel dat er – ook in de steden – zoveel gemeenschappelijkheid bestaat. In feite is Spanje een collectivistisch land.

Dat komt deels door de manier waarop de economie is ingericht. Spanje is nog altijd een land van kleine winkeliers. Inefficiënt, maar voor het levensgeluk van wezenlijk belang. Stap je een winkel binnen, dan worden de mannen begroet met ‘amigo!’ (vriend!) en de vrouwen met ‘hola guapa’ (hallo knapperd). Je gaat er vanzelf iets meer recht- op van staan. Vervolgens kun je overal terecht voor een vriendelijk advies of voor het laatste buurtnieuws.

En dan is er natuurlijk de Spaanse bar, die openbare huiskamer. Ik leerde onlangs dat er haast geen Europeanen zijn die zo’n groot deel van hun inkomen uitgeven in bars en restaurants als Spanjaarden. Dat verklaarde ineens veel. Het is waar: de Spanjaarden zijn op elk moment van de dag in de bar te vinden, voor een café cortado in de ochtend, een menú del día tussen de middag en de cañas en tapas in de avond. ‘Todo lo que pasa en la vida pasa en los bares’, riep laatst iemand uit in het café van Fernando. Alles wat er in het leven gebeurt, gebeurt in de bars. Zo is het maar net.

De bars vormen het bindweefsel van de samenleving – en de meeste Spanjaarden beseffen dat ze niet zonder kunnen, of willen. Toen ik onlangs in een buitenwijk van Madrid op reportage ging, vroeg ik een café-uitbater of er door corona al veel zaken failliet waren gegaan. Niet één, zei hij. Dat komt doordat veel buurtgenoten het als hun verantwoordelijkheid zien om de bars en restaurants in leven te houden. Ze bestellen wat ze kunnen, niet vanwege een onstilbare dorst, maar uit solidariteit met de mensen die er werken. Alleen de zaken die van de toeristen leven, staan nu op omvallen. Op het Plaza Mayor bijvoorbeeld, het grote plein in het centrum van Madrid.

Barcelona is in lockdown, eind maart 2020. Buren groeten elkaar vanaf hun balkon. Beeld AP
Barcelona is in lockdown, eind maart 2020. Buren groeten elkaar vanaf hun balkon.Beeld AP

Wat ook helpt voor dat gevoel van gezamenlijkheid, is het klimaat, waardoor Spanjaarden veel tijd buitenshuis kunnen doorbrengen. Dat begint al bij jonge kinderen, die samen opgroeien in de parken, op de pleinen en in de speeltuinen. Toen ik onlangs even in Nederland was, zag ik hoe een vader zijn peuter terechtwees omdat ze het stepje van een ander kind gebruikte. “Van andermans spullen blijf je af”, beet hij haar toe. Dat was ik niet gewend: Spaanse ouders leren hun kinderen dat ze hun speelgoed altijd met anderen moeten delen.

Het lijkt zijn vruchten af te werpen. De afstand tot de ander is in Spanje gering. Dat kun je zien aan de kleinste dingen. Bij mij in de buurt zijn de straten smal, en ook nog eens met venijnige kniehoge paaltjes afgezet. Maar automobilisten die moeite hebben de bocht te nemen, krijgen hulp zonder erom te moeten vragen. In Nederland getuigt het van goed fatsoen om ons vooral niet met de ander te bemoeien – maar we kijken wel stiekem over onze schouder hoe de chauffeur in kwestie het ervan afbrengt.

Ander voorbeeld: de omgang met zwervers. Waar bij ons in een grote boog om daklozen heen wordt gelopen, zie ik hoe de mannen die bij mij om de hoek in dozen wonen voortdurend praatjes maken met voorbijgangers. Ze krijgen altijd genoeg toegestopt om te overleven. Het besef lijkt bij iedereen aanwezig dat dit ook gewone mensen zijn, die alleen wat meer pech hebben gehad in het leven.

Veel Spaanse burgemeesters weten instinctief dat ze aansluiting moeten zoeken bij dat ons-kent-onsgevoel van de buurten. In Barcelona zag ik hoe Ada Colau zich iedere twee weken naar een andere wijk begaf om vragen van burgers te beantwoorden. Urenlang stond ze de mensen te woord – óók wanneer er door de microfoon hele betogen klonken over particuliere problemen. Een gekozen burgemeester kan het zich immers niet veroorloven de kiezers te minachten.

De linkse burgemeester Manuela Carmena, tussen 2015 en 2019 aan de macht in Madrid, ging er prat op dat ze altijd gewapend met een notitieblok de straat op ging. Als ze werd aangeklampt, noteerde ze de klacht en schakelde de desbetreffende afdeling in voor een oplossing.

Het redde haar niet. Uiteindelijk ging Carmena ten onder in het gekissebis van de linkse en nog linksere partijen in haar coalitie, en werd ze afgelost door de rechtse politicus José Luis Martínez-Almeida.

Eeuwig protest

Daarmee begon ook het volgende hoofdstuk in het verhaal van La Ingobernable. Als conservatief had Almeida weinig op met de kraakbeweging en maakte hij meteen werk van de ontruiming. Op een dag kwam de politie, deed een inval en verzegelde het gebouw.

Die avond waren er, hoe kan het anders, opnieuw protesten bij mij voor de deur. Deze keer waren er volop beroepsdemonstranten bij: de yayoflautas bijvoorbeeld, een groep ouderen die zich had gevormd tijdens de 15M-protesten van de financiële crisis (toen activisten wekenlang kampeerden op het centrale plein van Madrid, de Puerta del Sol). Zij hadden in Almeida een nieuwe, gezamenlijke vijand gevonden.

Ook dat is typisch Spanje: de eeuwige straatprotesten. Alle grote nieuwsgebeurtenissen die ik hier meemaakte, gingen gepaard met luidkeels en massaal demonstreren. De linkse protesten tijdens de financiële crisis zijn misschien het bekendst, maar ook rechts demonstreert erop los. De Spaanse conservatieven hingen bijvoorbeeld massaal nationale vlaggen aan hun balkons toen Catalonië zich in 2017 met een referendum dreigde af te scheiden.

Uiteindelijk blijft Spanje een land waarin twee kampen voortdurend fel tegenover elkaar staan. Die polarisatie lijkt op het eerste gezicht slecht samen te gaan met het gevoel van gemeenschappelijkheid waarover ik het had. En toch heeft het een alles met het ander te maken. Een collectivistisch ingesteld volk, dat bovendien graag verkeert in grote, luidruchtige groepen, vormt immers gemakkelijk een krachtige politieke beweging.

Het is precies wat er is gebeurd bij de onafhankelijkheidsbeweging in Catalonië. Het referendum in 2017 was een van de ingrijpendste gebeurtenissen die ik als correspondent heb meegemaakt, met stembussen die in beslag werden genomen en kiezers die hardhandig door de politie werden verdreven.

Madrid. Beeld Getty Images
Madrid.Beeld Getty Images

Maar hoe was de Catalaanse afscheidingsbeweging gegroeid? Voor een groot deel door de straatprotesten, die ieder jaar bij een aangenaam septemberzonnetje werden georganiseerd door catalanistische bewegingen. Dat waren de momenten waarop de Catalanen het besef kregen dat ze een volk waren, dat ze samen misschien iets konden bereiken.

Een demonstratie is in Spanje, meer dan wat ook, een sociaal fenomeen. Je gaat ernaartoe met je vrienden, er wordt gekletst, gelachen en na afloop gedronken. Onttrek je er als jongere maar eens aan, terwijl je op school louter bent onderwezen in het Catalaans en in de geschiedenisles voortdurend over het heerszuchtige en intolerante Spanje hebt gehoord. Dan mis je een hoop gezelligheid, en bovendien het heroïsche gevoel van vastberaden verzet tegen een machtige onderdrukker.

Ik maakte het zelf ook mee, toen de Spaanse vrouwen massaal de straat op gingen. Het protest vlamde op door de halfslachtige gerechtelijke veroordeling van La Manada, een troep jonge mannen die tijdens de stierenfeesten in Pamplona met z’n allen een meisje van 18 tot seks hadden gedwongen. Later, op Internationale Vrouwendag 2018, trokken nog eens 170.000 mensen (voornamelijk vrouwen) in een lange, paarse stoet door het centrum van Madrid om gelijke behandeling af te dwingen.

Ik liep er ook tussen, meegesleept door vrienden, aangestoken door de feestelijke sfeer. Van de weeromstuit werd ik steeds een beetje feministischer. In Spanje komt bijvoorbeeld elke vrouw die door haar man wordt vermoord uitgebreid in het nieuws, terwijl bij ons femicide nog vaak als ‘huiselijk geweld’ wordt afgedaan.

Dat vond ik steeds onbegrijpelijker worden. Net als de neiging om vrouwelijke vormen te bannen uit het taalgebruik; in Spanje floreert het apenstaartje als leesteken, waarmee zowel mannen als vrouwen worden aangeduid, zelfs in de overheidscommunicatie. Dus: ‘ciudadan@s’ voor mannelijke en vrouwelijke burgers, ‘niñ@s’ voor jongens en meisjes en zelfs ‘perr@s’ voor reuen en teven.

Het laat zien hoe aanstekelijk politieke bewegingen kunnen zijn, wanneer je ze samen beleeft. Waarmee ik niet wil zeggen dat dit een van de mooie kanten van Spanje is. Want enerzijds versterken die protestbewegingen het politiek en maatschappelijk bewustzijn, maar anderzijds is het moeilijker om van mening te veranderen als je zit vastgeklonken in een beweging, en bestaat het gevaar te radicaliseren.

Overlijden van arts

Toen kwam corona, de laatste grote gebeurtenis waardoor Spanje in mijn tijd als correspondent werd getroffen. En wat deden de Spanjaarden? Ze gingen allemaal hun balkons op, dag na dag en week na week, en klapten voor de zorg. Naarmate de avonden lengden, bleven ze langer staan en maakten ze praatjes met hun buren. Er waren zelfs balkonfeesten. Toen andere landen het applaudisseren allang hadden opgegeven, stonden de Spanjaarden er nog.

Ik weet niet hoe het in de andere buurten was, maar in de mijne werd nog tot diep in het najaar geklapt, elke donderdagavond. Een groepje buurtbewoners verzamelde zich dan bij het gezondheidscentrum bij mij in de straat, waar ze hun dank aan het zorgpersoneel betuigden.

Op een avond in oktober verplaatste iedereen zich ineens naar het gebouw van La Ingobernable. Bleek dat de buurt wil dat daar een nieuw gezondheidscentrum wordt ingericht.

Het was een actie die werd ingegeven door het tragische overlijden van een van de artsen uit ons gezondheidscentrum. Hij heette Manuel Garrido, was pas 47 jaar, en toch werd corona hem fataal. In het enige raam van de dokterspost werd daarna een soort altaar voor hem ingericht. Zijn witte jas werd opgehangen als een eerbetoon en altijd waren er verse bloemen tussen de tralies gestoken.

Maartje Bakker (blauwe jas) aan het werk. Beeld CÉSAR DEZFULI
Maartje Bakker (blauwe jas) aan het werk.Beeld CÉSAR DEZFULI

Het nieuwe gezondheidscentrum moet naar hem gaan heten, Manuel Garrido. Een van zijn collega’s hield, op die donderdag op de stoep van La Ingobernable, een kort toespraakje. Ze zei dat het gebouw van het huidige gezondheidscentrum niet geschikt was, zonder ramen en zonder lift. Ze zei ook dat het verschrikkelijk was dat dat besef nu pas kwam, nu – mede dóór die gebrekkige ventilatie – een van haar collega’s was overleden. Een paar zinnen sprak ze maar, toen brak haar stem.

We zwegen en toen klapten we weer.

Het was tragisch en prachtig tegelijk, zoals we daar stonden, bij elkaar, ondanks alles.

Net zoals Spanje zelf tragisch en prachtig tegelijk is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234