Zondag 19/05/2019

Reportage

"In Sint-Niklaas heeft elke familie een asbestdode"

De uitgegraven stortplaats in Sint-Niklaas. Middenin een woonwijk. Beeld ID/photo agency

Iedereen wist het, iedereen keek ervan weg. De nonkels, de opa's die stikten in langzaam verhardende longblaasjes. Tot dat ene hoofdstuk in het boek van fotograaf Johan de Vos was er niemand die het ooit had benoemd: "Sint-Niklaas is dé asbeststad. En de grote golf van doden, die komt nu op ons af."

Johan de Vos (75) schreef alles bij elkaar om en nabij de duizend kunstrecensies voor deze krant. Nu stilt de auteur-fotograaf zijn passies enkel nog voor eigen plezier. Zijn laatste boek, Het boek van Sint-Niklaas, begint zo:

‘Deze stad werkt op mijn zenuwen. Haar voorkomen, haar lucht, haar geluiden en geuren veroorzaken gevoelens van afkeer. En dan is er nog die mentaliteit. Maar ik woon er en blijf er wonen. Ik ervaar Sint-Niklaas als een inwonende tante: ze is ambetant, maar ik heb haar nodig, voor het geld en omdat ze op het huis let als ik er niet ben.’

Het boek gaat over liefde, over onbeholpenheid, over rare plekken. Het is zeker een onbezonnen liefdesverklaring – De Vos is trouwens een geboren Bruggeling. Het boek, waar hij twee jaar aan werkte, was een poging om de stad te begrijpen, te helpen begrijpen. “Het allerlaatste wat ik beoogde”, zegt hij, “was een milieuprobleem op de politieke agenda zetten”.

Maar dat is dus wel wat er is gebeurd.

Na ons gesprek rijden we op aanwijzing van Johan naar de Langhalsbeekstraat. Want je wilt toch altijd graag zien, alvorens te geloven. Daar staat tussen de rijhuizen en net voor de hondenschool een hoog metalen hek dat uitgeeft op een grinten pad dat ergens naar nergens lijkt te leiden. Een wit bord zegt: ‘Stortplaats voor het storten van asbesthoudende bouwmaterialen waarbij asbestvezels in gebonden vorm aanwezig zijn. Vergund tot 26/01/2026.’

Een asbeststort. Middenin een woonwijk.

Asbest, het gif waarvoor overheidscampagnes ons intussen al meer dan 30 jaar lang waarschuwen. Dat je, als je er zelfs maar een streepje van in het plafond van je kelder opmerkt, een gespecialiseerde firma moet laten komen. Dat alles dan eerst hermetisch dient afgeplakt en luchtzuigers moeten worden opgesteld, voor de mannen in witte pakken aan de slag kunnen. Dat inademing van één enkele vezel al kan volstaan om je op te zadelen met keel- of longvlieskanker. Dat de artsen daarna weinig of niks meer voor je kunnen betekenen, buiten voorrekenen dat je in het beste geval nog twee jaar hebt.

Johan de Vos met zijn boek dat deze week aanleiding gaf tot een spoeddebat in
de gemeenteraad van Sint-Niklaas.
Beeld Pieter Bogaerts

We lopen rond het terrein en ontdekken het enige zwakke punt in de kilometerslange omheining. De parkeergarage achter elektrozaak Rexel. Van daaruit kom je na wat klimmen langs struikgewas en hoog opgeschoten riet tot aan een afvalwaterkanaal, dat lijkt te moeten fungeren als een slotgracht rondom een middeleeuws kasteel. Je mag hier niet komen, zoveel is wel duidelijk.

We klimmen over een betonnen paal, en wat aan het zicht dient onttrokken, opent zich voor ons.

Een gigantische uitgegraven stortplaats met een witgrijze tot lichtblauwe substantie op de bodem. Het ziet er niet bepaald ‘in gebonden vorm’ uit, het ziet er eerder uit als klompen bij afbraakwerken verwijderde asbest, maar misschien moet er eens een expert naar komen kijken.

Asbest vervliegt met de wind, zegt men. Gelukkig waait het niet erg hard, vandaag.

Taboeonderwerp

Asbest is de ziekte van Sint-Niklaas, schrijft Johan de Vos. De verzwegen ziekte. Volgens zijn berekening zijn in enkele jaren tijd meer stadsgenoten aan asbest overleden dan er mensen zijn omgekomen tijdens de aanslagen in Parijs, Zaventem en Brussel samen.

“In deze stad heeft elke familie op z’n minst één asbestdode”, zegt hij. “En iedereen weet dat. Als ik erover spreek met Sint-Niklazenaren worden ze ernstig en stil. Ze kennen de namen, ze kennen de details van de ellende die de slachtoffers hebben meegemaakt, de angst. Het is ook een verschrikkelijke dood. Je longblaasjes verharden en doen je tergend langzaam stikken.”

Toch vond hij niemand bereid om in zijn boek open en bloot te getuigen. Hij had één iemand die z’n verhaal wilde vertellen. Een dag later belde die met de smeekbede om hem toch maar niet te vermelden. Na er eens over te hebben nagedacht, en erover te hebben gesproken met andere mensen in zijn familie.

“Asbest is een taboeonderwerp in Sint-Niklaas. Ook na de grote Eternit-processen in Italië of dat ene geval van Eric Jonckheere, die individuele David die in 2007 Goliath versloeg. De man had zijn vader, moeder en twee broers verloren aan longvlieskanker en bekwam na jarenlang procederen tegen Eternit een schadevergoeding van 250.000 euro. De rechter sprak in z’n vonnis van ‘een ongelooflijk cynisme’ van Eternit, dat ‘uit winstbejag de wetenschap opzijgeschoven heeft’. De feiten zijn voor al wie zich ervoor interesseert duidelijk genoeg, toch?”

Kapelle-op-den-Bos wordt vanwege Eternit al jaren in één adem genoemd met asbest. Sint-Niklaas niet. Niemand benoemde het, tot Johan de Vos dat deed. Nu is het ook niet zo dat eens de naaktheid van de keizer was benoemd, zoals in dat sprookje, iedereen dat plots deed.

Een wit bord aan de stortplaats zegt: '‘Stortplaats voor het storten van asbesthoudende bouwmaterialen waarbij asbestvezels in gebonden vorm aanwezig zijn. Vergund tot 26/01/2026.' Beeld Pieter Bogaerts

Johan de Vos: “De mensen in Sint-Niklaas zijn nog altijd bang, al kunnen ze zelf niet verklaren waarvan. Het is niet dat de fabriek gemene mensen de straat op stuurt of zo, nee. Het is een gedachte die ergens in de hoofden hangt. Na de voorstelling van mijn boek was er een item op de regionale televisie. Een dag later belde de journalist me: ‘Klopt het dat u doodsbedreigingen hebt ontvangen?’ Natuurlijk heb ik die niet ontvangen, maar het feit dat zo’n gerucht vanzelf ontstaat, zegt heel veel over Sint-Niklaas.”

Dé fabriek

Pas achteraf, thuis, nadat je wat hebt zitten meten en vergelijken op Google Earth, valt het op. De bedrijfsterreinen van de nv Scheerders van Kerchove’s Verenigde Fabrieken (SVK), dé fabriek dus, nemen met bufferzones en stortterreinen erbij bijna net zoveel oppervlakte in als het stadscentrum van Sint-Niklaas zelf.

Het is een stad naast de stad, ook al werken er tegenwoordig nog slechts 250 mensen.

Het verhaal van de fabrieken begint in 1923 en schiet in een stroomversnelling na de Tweede Wereldoorlog, als elke Belg een baksteen in de maag krijgt. Daar horen golfplaten bij voor de achterbouw, bloembakken, binnenmuren, buizen, isolatie. In het boek vertelt Patrick De Rudder, geboren in 1954, hoe hij zoals zoveel jongens in die tijd op z’n vijftiende aan de slag ging bij SVK. Het ruwe asbest werd via een aparte spooraftakking in juten zakken naar het firmaterrein gebracht en van de treinwagons gegooid.

Dat leek Patrick wel stoer, met die zakken gooien, maar hij mocht niet.

Johan de Vos: “Je moest daar minstens 18 jaar voor zijn, vertelde hij me. En na het afladen van die zakken kreeg elke arbeider van de mijnheren van de fabriek een glas melk. Dat men niet blijft volhouden dat men de gezondheidsrisico’s niet kende. Men kende die wél, ze zijn al beschreven door Plinius de Oudere in de eerste eeuw na Christus. Hij schreef over de schade aan de longen bij slaven die asbestkleding moesten weven. En toch, een kleine tweeduizend jaar later, werd de Belg verzot op asbest. Jarenlang waren wij, gerekend per kilo per inwoner, de grootste verbruiker ter wereld.

“Ik krijg het niet vaak genoeg herhaald: ik vertel in mijn boek, in dat ene hoofdstuk, niks nieuws. Heel Sint-Niklaas weet het. Het is alleen nooit hardop gezegd.”

De cijfers

Met 21 tot 30 asbestslachtoffers per 10.000 inwoners zit Sint-Niklaas in de statistieken van het federale Asbestfonds in de allerhoogste categorie, naast Kapelle-op-den-Bos, waar de Eternit-fabriek gevestigd was. In Belsele, niet zo ver verwijderd van de SVK-fabriek, zijn er 5 tot 10 gevallen per 10.000 inwoners. In het iets verderop gelegen Sinaai is het nul.

“Het verschil is extreem”, moest ook burgemeester Lieven Dehandschutter (N-VA) deze week erkennen. “Vraag is hoe het aantal asbestslachtoffers zal evolueren, maar verwacht wordt dat dit niet meer zal stijgen.”

Arbeiders van vezelcementproducent SVK. ‘SVK is asbesthoudende materialen blijven verwerken tot in 1998’, zegt Johan de Vos. Beeld SVK

Dat is wat een burgervader graag wil hopen, en veronderstellen. Veel meer dan dat valt er tegenover een trage en stille moordenaar als asbest helaas niet te beginnen. Wetend dat de incubatietijd bij aan asbest gerelateerde ziekten tussen de 30 en de 40 jaar schommelt en de massale blootstellingen van arbeiders in fabrieken en op bouwwerven ergens midden jaren 80 moet zijn geëindigd, zou je kunnen verwachten dat de neerwaartse knik in de curve er nu zo ongeveer eindelijk zit of zat aan te komen.

Maar dat is helemaal niet zo.

In 2016 registreerde het Asbestfonds 292 slachtoffers, het hoogste in z’n negenjarige bestaan.

Johan de Vos: “De grote golf van asbestdoden, in Sint-Niklaas dan toch, die komt nú op ons af. Je hoeft geen groot wiskundige te zijn om het te zien.”

Blootstelling

1979: Duitsland verbiedt spuitasbest.

1986: Bij Belgisch koninklijk besluit wordt bepaald dat “indien de technische mogelijkheid bestaat, asbest moet vervangen worden door vervangingsproducten die minder schadelijk zijn voor de gezondheid van de werknemers”.

1991: Na de ontdekking van asbest in het Berlaymontgebouw, hoofdzetel van de Europese Commissie in Brussel, worden 3.000 Europese ambtenaren geëvacueerd. Het gebouw zal helemaal worden gestript. Het idee alleen dat mensen zouden kunnen zijn blootgesteld aan asbest wordt zonder meer als ondraaglijk gepercipieerd.

1993: Nederland verbiedt de toepassing en de verkoop van asbest in alle mogelijke vormen. In België krijgen alle bedrijven een verplichte asbest­inventaris opgelegd, die ook moet aangeven “welke maatregelen genomen zullen worden om blootstelling van werknemers te voorkomen”.

Johan de Vos: “SVK is asbesthoudende materialen blijven verwerken tot in 1998. Echt waar, ik stootte tijdens de voorbereiding van m’n boek op een verslag van een Sint-Niklase gemeenteraadszitting uit 1997. Een lid van het toenmalige Agalev toonde toen een stapel folders waarmee SVK reclame maakt voor haar asbestproducten. De man werd weggelachen, afgesnauwd. Er werkten toen nog 650 mensen bij SVK. Hoe haalde die stomme groene het in zijn hoofd om dingen te zeggen die de tewerkstelling van die mensen in het gedrang kon brengen?

“Dat leefde in die periode heel sterk. Er was het faillissement geweest van bouwbedrijf Nobels-Peelman, het nakende einde voor de scheepswerf van Boel in Temse. En dus is de lokale politiek in Sint-Niklaas tot op het allerlaatst, tot het helemaal niet meer mocht, vergunningen blijven afleveren voor SVK. Je kunt niet één partij met de vinger wijzen, het was iets collectiefs. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we de grote golf, gelet op de incubatietijd, nu pas gaan krijgen. Vooral in de wijken rond dat asbeststort schieten de sterftecijfers omhoog. Tenminste, dat is wat ik hoor van de mensen daar. Men fezelt het, men zegt het nooit hardop. Maar mij valt het heel erg op.”

Een ‘hype’

Vanuit het perspectief van de federale overheid is asbest een vanzelf uitdovend probleem. Een – letterlijk – uitstervend probleem, misschien eerder.

Beeld ID/photo agency

Eens voorbij de erkenning als slachtoffer, keert het Asbestfonds een maandelijkse vergoeding van 1.800 euro uit, en aan het eind nog eens eenmalig 35.000 euro voor de achtergebleven partner en 30.000 euro per kind. De erkenning verloopt over het algemeen snel, zo schrijft het Asbestfonds zelf: ‘Dat onze procedure niet te lang moet duren, is een understatement. De meeste mensen met longvlieskanker leven nog zes maanden tot twee jaar nadat de diagnose werd gesteld.’

Bij SVK stond directeur Walther Verhaert deze week een journalist van de regionale editie van Het Laatste Nieuws te woord. Hij zei: “Vroeger zweefden de asbestvezels overal rond, met hogere concentraties in de stad dan in de fabriek zelf. De asbestslachtoffers van vandaag dateren uit de jaren 70 en 80, omdat er nadien meer bescherming kwam. Nadien, tot 1998, verliep dat heel anders, met een streng gecontroleerd gebruik. Vandaag wordt het probleem ook gehypet. Er zijn veel andere, meer schadelijke stoffen in de lucht.”

Het hoogst aantal asbestdoden van het land, dat is een hype.

Johan de Vos is tegen wil en dank woordvoerder geworden van die doden, van zij die nog moeten sterven – een rol die hij zegt nooit te hebben geambieerd. Hij trekt een jasje aan, besluit ten behoeve van onze fotograaf nors en dreigend naar de camera te kijken, als een volleerd actievoerder, terwijl hedendaagse kunst toch eerder zijn ding is. “Ik ben helemaal geen expert op het gebied van asbest. Maar als ik dit allemaal hoor, als ik iemand dit soort dingen hoor zeggen, ben ik weinig gerust op dat asbeststort.”

Volgzaam

Het boek was deze week aanleiding tot een spoeddebat in de gemeenteraad van Sint-Niklaas. Achteraf kwam de coalitie van N-VA en sp.a-groen met deze tekst. ‘De laatste dagen is het thema asbest weer actueler dan ooit. Op zich is dat goed: de asbestproblematiek is te belangrijk voor de gezondheid van de bevolking om niet tot in detail te onderzoeken en voortdurend onder de aandacht te brengen. Ook in Sint-Niklaas.’

Je vraagt je af hoeveel mensen zich hebben omgedraaid in hun graf. En de tekst gaat verder: ‘Het toezicht op het asbeststort van SVK gebeurt door de Vlaamse milieu-inspectie, tweemaal per jaar en onaangekondigd. Er zouden daarbij geen onregelmatigheden zijn vastgesteld. Het stadsbestuur heeft geen reden om te twijfelen aan deze inspectie, maar dringt er toch op aan dat de minister deze verslagen ter beschikking stelt.’

Een werkgroep, zo staat er ook nog, zal ‘in detail nagaan welke activiteiten er momenteel plaatsvinden op de terreinen van SVK en of deze volgens de regels van de kunst en de milieuvergunning worden uitgevoerd’.

Commentaar van SVK-directeur Verhaert: “Tja, voor alles wordt er tegenwoordig een werkgroep opgericht.”

Waren er niet zoveel doden, je zou erom kunnen lachen.

“Mijn boek gaat over zoveel meer”, merkt Johan op. “Wij zijn een tussenstad, geprangd tussen Gent, Antwerpen en Brussel. Alles is dichtbij, maar Sint-Niklaas betekent op zich weinig. Hier om de hoek woont Alex Callier, om dezelfde reden als ik, veronderstel ik. Mensen gaan hier geen speciaal pak aantrekken of een speciale handtas uit de kast halen om iets te gaan drinken op de Grote Markt. Het is daar lelijk, en het zal altijd zo blijven. Zo’n man als Patrick De Rudder, vuilnisman geworden, oogst respect door zijn job. In Sint-Niklaas beteken je wat, als vuilnisman. Werkmens. En daar trek ik de parallel.

“Het overheersende kenmerk van de Sint-Niklazenaar is volgzaamheid. Ook als je daaraan sterft.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.