Woensdag 29/06/2022

ReportagePenitentiair Landbouwcentrum Ruiselede

In Ruiselede zie je een glimp van de Belgische gevangenis van de toekomst

Het Penitentiair Landbouwcentrum van Ruiselede herbergt naast gevangenen ook meer dan tweehonderd koeien. 
 Beeld Eric de Mildt
Het Penitentiair Landbouwcentrum van Ruiselede herbergt naast gevangenen ook meer dan tweehonderd koeien.Beeld Eric de Mildt

Feestjes (zonder alcohol), lessen over mannelijkheid en gevangenen die met hun eigen sleutelbos mogen rondlopen. Hoewel het Penitentiair Landbouwcentrum (PLC) van Ruiselede vandaag een uitzondering is, dient het als model voor ons gevangeniswezen van de toekomst. ‘Hier leren gedetineerden hun ziel blootgeven.’

Jorn Lelong

Geen prikkeldraad noch hoge muren. Geen metalen deuren aan de ingang, noch cellen met tralies. Geen streng bewaakte binnenkoer om een luchtje te scheppen, maar een uitgestrekt domein van 140 hectare dat tevens meer dan tweehonderd melkkoeien herbergt. De eerste aanblik van het penitentiair landbouwcentrum in Ruiselede doet eerder denken aan een landelijke kostschool dan aan een gevangenis. “En toch zou ik niet durven zeggen dat gedetineerden het hier zoveel makkelijker hebben”, zegt Chris De Vidts, gevangenisdirecteur van Ruiselede. “In andere gevangenissen doen gedetineerden soms niet veel meer dan een hele dag op bed zitten. Dat kunnen ze hier niet. Hier moeten ze leren om hun ziel bloot te geven.”

Het penitentiair landbouwcentrum van Ruiselede is een van de twee open gevangenisinstellingen en de enige ‘gevangenisboerderij’ die Vlaanderen rijk is. Dat betekent niet dat de gevangenis alleen daders met lichte straffen herbergt. De gevangenispopulatie is een mengelmoes van gedetineerden met vooral gevangenisstraffen van vijf tot vijftien jaar. Sommigen van hen pleegden geweld of zedenfeiten, anderen zitten er omdat ze in de drugscriminaliteit beland waren. Eén iets hebben ze sowieso gemeen: ze zitten allen in de laatste twee jaar op weg naar de vrijheid. Al is dat niet het enige criterium waaraan gedetineerden moeten voldoen. Wie naar Ruiselede wil komen, moet vanuit een gesloten instelling een motivatiebrief sturen. Nadien volgt er een grondige screening, waarbij onder andere gekeken wordt of de gedetineerde een verblijfsvergunning voor België heeft, voldoende Nederlands spreekt en niet vluchtgevaarlijk is.

Dat laatste is niet onbelangrijk. Nog opvallender dan het gebrek aan omheining is dat je in Ruiselede gedetineerden doodleuk met hun persoonlijke sleutelbos ziet rondlopen. Zelfs voor de gedetineerden is zoveel vrijheid wel even aanpassen. “De eerste keer dat ik de vuilnis moest buitenzetten, besefte ik opeens dat ik gewoon aan de openbare weg stond.” Het brengt gelijk een ongemakkelijke glimlach op het gezicht van Jorik (50), die al anderhalf jaar in Ruiselede zit. “Als je jarenlang gewend bent om voor het minste toiletbezoek of wandeling streng gecontroleerd te worden, dan is dat toch even wennen.” Volgens directeur Chris De Vidts moet je al ‘een kluns zijn om er niet weg te geraken’. Maar ondanks die vrijheid zijn er weinig ontsnappingspogingen. “Alle gedetineerden zijn hier op een zucht van de vrijheid”, zegt De Vidts. “Ze zijn ook fier op het traject dat ze afgelegd hebben. Dat willen ze niet zomaar opgeven, want ze weten ook dat ze na een ontsnappingspoging onverbiddelijk terug naar een gesloten centrum gestuurd worden.”

Leren in groep leven

Wie in Ruiselede zit, moet ook in groepsverband kunnen leven. Gedetineerden verblijven er niet in individuele cellen, maar in een grote gezamenlijke slaapzaal die onderverdeeld is in ‘chambrettes’ waar iedereen kan in- en uitlopen. De wekker gaat er elke dag om kwart over zeven, waarna alle gedetineerden samen ontbijten. Dan begint het werk van de dag. Voor sommigen is dat meehelpen in het melkveebedrijf, anderen wassen de kleren van de overige gedetineerden. Enkele routiniers ontfermen zich over de nieuwkomers in de groep en houden de sfeer erin met groepsactiviteiten zoals yoga, filmavonden of karaoke.

Klaas* (30) is deel van dat activiteitenteam. “Je leert hier echt in groep leven”, zegt hij. “In de gesloten gevangenissen waar ik eerder zat, kon je – als je dat wou – de hele dag in je cel blijven. De weinige gesprekken die je had, gingen dan over hoe vervelend het er was, of over wat iemand anders van feiten had gepleegd. Er heerst een enorme machocultuur waarbij niemand zwak wil overkomen.” In Ruiselede kreeg hij naar eigen zeggen weer het gevoel dat hij een mens was. Ook omdat de cipiers hem niet als een nummer beschouwen, maar met zijn voornaam aanspreken. “En ook onder gedetineerden is het anders. Hier krijg je echt te zien wat er onder iemands stoere voorkomen schuilt. Je leert mensen echt kennen.”

Voorbeeld

Hoewel het landbouwcentrum van Ruiselede al sinds 1991 in zijn huidige vorm bestaat, komt het de laatste tijd meer en meer onder de aandacht, omdat het als voorbeeld dient voor waar ons gevangeniswezen naartoe moet. Want dat is tot op het bot verouderd en kampt al jaren met ernstige problemen: overbevolking, schimmel op de muren, amper psychologische begeleiding of hersteltrajecten. “Van oudsher zijn onze gevangenissen erop gericht om gevaarlijke mensen uit de maatschappij te halen en hen te straffen voor hun gedrag”, zegt criminoloog Tom Vander Beken (UGent). “Men dacht lange tijd dat die aanpak ook automatisch tot gedragsverandering zou kunnen leiden, maar dat blijkt niet te kloppen.” Hoewel de recidivecijfers in ons land niet voldoende opgevolgd worden, blijkt dat zo’n 70 procent van de gevangenen die vrijgelaten worden, ooit weer voor de rechter verschijnt.

null Beeld Eric de Mildt
Beeld Eric de Mildt

Hans Claus, die met vzw De Huizen al jaren pleit voor meer kleinschalige detentie, noemde onze gevangenissen om die reden al de ‘universiteiten van criminaliteit’. “Als je allemaal mensen met verscheidene achtergronden en complexe problematieken samen in een gebouw zet en allemaal hun plan laat trekken, hoe verwacht je dan dat ze er als betere mensen gaan uitkomen?” Heel wat internationale studies wijzen erop dat een soepeler regime in de gevangenis net tot minder ongewenst gedrag leidt. In Nederland bijvoorbeeld volgden onderzoekers drie jaar lang de gevangenis van Nieuwegein op de voet. Daar beslisten ze na jarenlange problemen met agressie in de gevangenis om het over een andere boeg te gooien. In plaats van één telefoon voor 15 kregen de gedetineerden plots elk een telefoon op hun cel. Daarnaast werd de bezoekerszaal opnieuw ingericht, moesten de gedetineerden zelf koken en hun boodschappen bestellen en kregen ze een pasje waarmee ze tijdens bepaalde uren zelf naar de sport- en werkactiviteiten in de gevangenis konden gaan. Wat bleek? Bij de groep die het nieuwe regime genoot, waren er maar liefst 60 procent minder gevallen van agressie.

Spiraal doorbreken

Dat lijkt nu ook doorgedrongen bij de politiek. Onder voormalig minister van Justitie Koen Geens (CD&V) werden in Mechelen en Edingen de eerste transitiehuizen van ons land opgericht. Daarin worden zo’n vijftiental gedetineerden die, net als in Ruiselede, op het einde van hun gevangenistraject zitten, voorbereid op de terugkeer naar het normale leven. De bewoners koken er samen, kunnen hobby’s uitoefenen, maar leren ook er solliciteren. Geens’ opvolger Vincent Van Quickenborne is overtuigd van het recept, en wil dit jaar nog vier nieuwe transitiehuizen openen.

Daarnaast wil Van Quickenborne voor het einde van de legislatuur vijftien detentiecentra openen voor ongeveer 720 gedetineerden. Uit noodzaak, want door een verandering in de wet zullen voortaan alle gevangenisstraffen onder de drie jaar uitgevoerd moeten worden. Vandaag worden die ofwel niet uitgevoerd of omgezet in elektronisch toezicht met een enkelband. “En zolang die straffen onder drie jaar niet worden uitgevoerd, worden rechters aangespoord om meer straffen van drie jaar of meer te geven”, zegt Van Quickenborne. “Dat leidt tot een inflatie van buitensporige straffen. Het is tijd om die spiraal te doorbreken.” Op korte termijn zal daardoor de gevangenispopulatie gevoelig stijgen, maar Van Quickenborne hoopt dat op die manier dat de overbevolking in gevangenissen over tien of vijftien jaar verleden tijd is.

“In zekere zin is Ruiselede een voorloper van die nieuwe detentiecentra”, zegt Van Quickenborne. “Net als in Ruiselede willen we in de detentiecentra werken aan kleinschalige detentie, met lagere beveiliging, gedetineerden die samenleven in gemeenschap en huishoudelijke taken delen, maar zich ook actief bezighouden met opleidingen en de voorbereiding op het werkleven.”

Machocultuur

Bij aankomst in het PLC Ruiselede moeten gedetineerden in samenspraak met de directie een gepersonaliseerd traject opstellen. Zo kunnen gedetineerden een cursus krijgen om hun theoretisch rijbewijs te halen, of een VDAB-opleiding volgen om een diploma te halen in een knelpuntberoep, zoals heftruckchauffeur. Dat heeft een dubbel voordeel: er worden leemtes in de arbeidsmarkt opgevuld en gedetineerden kunnen meteen aan het werk op het moment dat ze vrijkomen, waardoor ze minder kans hebben om opnieuw op het verkeerde pad te geraken.

Ook de specifieke behandelingen die gedetineerden moeten volgen, zullen overgenomen en zelfs uitgebreid worden in de detentiecentra. Met Project M krijgen gedetineerden bijvoorbeeld tien weken lang lessen over thema’s als gender, identiteit en discriminatie maar evengoed relaties, zorg en seksualiteit, om de machocultuur die eigen is aan het gevangenisleven te doorbreken. Bekender nog is B.Leave, een programma van acht maanden voor gedetineerden die door drugsproblemen in de gevangenis belandden. In B.Leave worden de gedetineerden onderwezen over de kenmerken van verslaving, krijgen ze gesprekstherapie en werken ze samen met een sportleraar aan hun conditie. Ook worden op regelmatige basis drugtests afgenomen. Op het einde van het programma ronden de gedetineerden het traject af met een halve marathon.



© Eric de Mildt - All rights reserved / +32496869356 eric.demildt@skynet.be Beeld Eric de Mildt
© Eric de Mildt - All rights reserved / +32496869356 eric.demildt@skynet.beBeeld Eric de Mildt

Van de deelnemers blijkt 49 procent na het programma terug te grijpen naar drugs. Dat is nog steeds aanzienlijk, maar bij gedetineerden die geen programma als B.Leave genoten raken bijna acht op de tien opnieuw verslaafd. Het overkwam ook Klaas na zijn eerste gevangenisverblijf. “In de gevangenis heb ik nooit iets van therapie gekregen om me van mijn drugsverslaving af te helpen. Bij elke wandeling worden onder gedetineerden joints of andere middelen uitgewisseld, dus de verleiding blijft.” Kort na zijn vrijlating begon hij dan ook onmiddellijk weer te gebruiken. Dat wil hij niet meer, zeker nu hij een dochtertje heeft. “Hier in Ruiselede geldt absolute nultolerantie. En via B.Leave leren we over wat verslaving inhoudt en wat voor schade dat met zich meebrengt, ook voor je omgeving. Voor het eerst sinds lang heb ik al maanden niks meer aangeraakt. Het zegt me niks meer.”

‘Onbekend is onbemind’

Het is geen toeval dat Petra Colpaert, die samen met Chris De Vidts aan het hoofd staat van het PLC Ruiselede, straks het eerste detentiecentrum in Kortrijk gaat leiden. Al zijn er ook verschillen met de detentiecentra. Waar in Ruiselede ook zwaardere profielen zitten met gevangenisstraffen tot vijftien jaar, zullen de detentiecentra aanvankelijk alleen veroordeelden met een straf tot drie jaar en jonge first offenders met een straf van maximaal vijf jaar herbergen. Ook komen de detentiecentra niet afgelegen op het platteland te liggen, maar net pal in de stad, om de terugkeer naar het normale leven en de arbeidsmarkt soepeler te laten verlopen.

Niet elk gemeentebestuur zit te wachten op de komst van zo’n detentiecentrum, werd deze week al duidelijk. In de gemeente Meise, waar een detentiecentrum zou komen in een voormalig viersterrenhotel, liet burgemeester Gerda Van den Brande (N-VA) al weten dat ze er alles aan zal doen om de plannen voor het detentiecentrum tegen te houden. “Eerlijk: ik verwacht weinig anders”, zegt Van Quickenborne. “Mensen hebben de onterechte schrik dat gedetineerden gaan vluchten of de buurt onveilig maken. Het zijn geen maatregelen waarmee je je populair maakt.” Toch is de evolutie wat hem betreft onomkeerbaar. Tegen 2050 moet 80 procent van de gedetineerden in kleinschalige detentiecentra zitten. “Ik ben ervan overtuigd dat onbekend onbemind is”, zegt Van Quickenborne. “Het is zaak om een draagvlak te creëren, dan zal dat vertrouwen wel komen. Zo was er heel wat protest bij de opening van het transitiehuis in Edingen. Maar toen overwogen werd om het transitiehuis te sluiten, sprongen heel wat mensen in de bres om het open te houden. Zo snel kan het gaan.”

Ook Chris De Vidts is optimistisch. “Veel meer gedetineerden zouden in een open regime kunnen zitten, want ook de maatschappij heeft daarbij te winnen. Als je gedetineerden aan hun lot overlaat en niet inzet op begeleiding, dan geeft dat alleen kosten aan de maatschappij. Maar als je investeert in gedetineerden, kunnen ze weer werk vinden en de maatschappij iets teruggeven. We hebben er dus allemaal baat bij.”

*Jorik en Klaas zijn schuilnamen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234