Vrijdag 27/11/2020

'In rivieren vind ik troost'

'Leaving pieces behind, everywhere I go', zingt ze en in Saxtons River en Bellows Falls vind je stukjes Trixie Whitley (26). Hier kwam ze als kind en hier neemt ze ons mee. Naar het dorp van 'granddad'. Naar de stilte. Naar de rivier. 'Het is zoals in Gent en in New York: ik heb het water nodig.'

"Hey, ik ben jammer genoeg vandaag niet kunnen vertrekken. Ik zal morgen in de vroege avond aankomen. Grts, Trixie."

Het is avond en donker in Bellows Falls, het sms'je valt wat zwaar na de Gorilla Cheeseburger uit de Pizza Palace, de lange rit via de Interstate 91 zit nog in de benen. Terwijl je in Boston nog reclameborden met 'Try God' en 'Cavalia' zag, viel het leven onderweg stil. Door bossen gereden, steeds donkerder, het Rodeway Inn motel als lichtgevend ruimteschip en doel. Plots zit je in een film: een Indiase hoteluitbater en zijn gezin in een TL-verlichte lobby, de Ladies Room die out of service is, het waffle machine veelbelovend voor het ontbijt, het zware Amerikaanse meubilair in kamer 103. 's Morgens hangt er mist in de bomen en boven het dak van de overburen in de Faith Christian Church. De spreuk voor zondagochtend: 'Mistakes are the portals of discovery. Learn from them'.

's Avonds stapt Trixie Whitley voor de deur van Shona Grill in Bellows Falls uit de auto van haar nonkel Dan. Ze geeft een kus op de wang, draait zoals het hondje aan haar leiband een beetje rond, als om haar eigen staartje. En ze excuseert zich voor de plek. "Ik hoop maar dat jullie het de moeite zullen vinden, maar dit is waar ik al mijn jeugdvakanties heb doorgebracht." Trixie Whitley dus, als u het allemaal miste: zangeres met Gents-Amerikaanse roots en wortels, dit jaar gedebuteerd met de bijzondere cd Fourth Corner, gevierd op Couleur Café in Brussel, Gent Jazz en M-IDZOMER in Leuven.

We zijn een nacht verder en zitten op de front porch van de Saxtons River Inn, het hotel van het dorpje dat langs de rivier en in de rug van Bellows Falls ligt. "Fellows Balls noemden we het als kind altijd", glimlacht Trixie. Saxtons River is waar haar grootvader nog altijd woont, hij bouwt er zelfs een nieuw huis, het is een dorp van één straat. Met houten huizen, een volle supermarkt, een oude kerk die nu dient als tweedehandswinkel ('Worn Again'), een gemeentelijk mededelingenbord waar een 'Used Cat(has a lot of miles on him)' wordt aangeboden en een prachtig kerkhof waar heel eenvoudig familienamen in gebeiteld staan: French, Barnes, Eddy, Forgette. Soms gewoon: MotherofFatherofInfant. En bij zo'n kindergrafje een aandoenlijk bordje: 'Still plays with tractors'.

Het is een tijd geleden. "Als kind heb ik hier veel tijd doorgebracht, maar toen mijn vader stierf, ontstond er binnen de familie nogal wat afstand", vertelt ze. "De laatste drie jaar zijn we weer beginnen samenkomen. Nog voor de plaat uitkwam, ben ik een deel van de familie in New Mexico gaan opzoeken, dat was een beetje een reünie. Mijn nonkel Dan woont dan weer in New Jersey, hij werd vader en zijn vrouw is nu opnieuw zwanger. (glimlacht) Twee nieuwe edities van de Whitleys, zeg maar, alleen dat al zorgde ervoor dat de familie weer wat closer werd."

Conflictfamilie

"De Whitleys zijn nogal een conflictfamilie. Mijn tante Bridget heeft zich altijd wat weggetrokken en gekozen voor een vrij normaal bestaan, hier. Maar mijn vader en mijn grootmoeder gingen altijd complexloos voor hun leven als artiest, net als mijn grootvader. Die was fotograaf, maakte straffe dingen, maar stilaan begon hij als graphic designer te werken en dat werd meer commercieel. Tussen mijn vader en mijn grootvader waren er altijd conflicten, ze waren uit elkaar gegroeid en na zijn dood was ik eigenlijk gedegouteerd over de manier waarop de familie ermee omging. Maar uiteindelijk heb ik wel initiatief genomen. Een beetje mijn eigen pride opzijgezet en geprobeerd de maturiteit te hebben om die oude resentments te vergeten. En het feit dat mijn nonkel een baby'tje had, hielp."

Dit gesprek moet niet over haar vader Chris Whitley gaan. Maar de singer-songwriter, die in 2005 overleed na longkanker, zit gewoon mee aan tafel. In enkele eenvoudig getatoëerde zinnetjes op haar lichaam, door eentje ervan zelfs letterlijk: 'I'm on your side'. Altijd bij haar. Wat armbanden verbergen een andere tattoo. Dat wil ze wel zo.

Hij is hier dus. Zoals hij hier ooit, met zijn dochtertje aan de hand, rondliep. De Whitleys streken in Vermont neer, maar ze kwamen uit Texas (Chris werd in Houston geboren), na omzwervingen in Mexico en Connecticut. Later ging opa Whitley met zonen Chris en Dan naar New York. Oma bleef, met dochter Bridget. "Mijn grootmoeder was een beeldhouwster en kon het zich veroorloven in Vermont te blijven. Als vrouw, stay in the woods, hier werken: daarvoor is deze streek liberaal genoeg. Mijn grootouders hadden hier altijd The Blue Moon Farm en toen ik gisteravond aankwam, had ik heel veel déjà vu's. Alle zomers en winters, alle Halloweens en Kerstmissen, kwamen we naar deze streek. Dat traditionele familiegebeuren heb ik in België, toen ik tussen mijn achtste en mijn zeventiende in Gent woonde, nooit meegemaakt. En dat kwam gisteren terug in het huis van mijn tante Bridget en uncle Bob. Alles in hun huis hebben ze zelf gemaakt, zoals mijn grootvader allemaal kleine maquettes in huis staan had. Ook zij hebben gekozen voor een zeer sustainable leven, waarin handwerk en ambacht van groot belang zijn. Dat geeft ook plaats aan waarom ik ben wie ik ben."

Pennen en potloden

Dat legt ze uit: "Ik ben heel dubbel. Aan de ene kant een stadsmens, heel urban, ik heb bijvoorbeeld geen rijbewijs. Dat komt absoluut door mijn kinderjaren die ik in New York doorbracht. Tegelijk heb ik het heel moeilijk met de snelheid van de moderne tijd. Dat zit in mijn familie. Ik ben niet gemaakt om met computerschermen te werken, maar wel met pennen en potloden, met hout en steen. Zelfs in ons huis in New York zaten de laden vol met dikke grafietpotloden, die je met een mesje moest scherpen.

"Het huis van Bridge en Bob dateert van 1700, in de living hangen takken tegen het plafond waar ze in de winter de was aan drogen omdat het de enige plaats in het hele huis is die met een houtkachel verwarmd wordt. The Blue Moon Farm is ondertussen verkocht, maar gisteravond in bed zag ik dezelfde tapijten, dezelfde pillow cases, dezelfde rag dolls als toen."

Het zijn Trixies eigen madeleines van Proust: de geur die een reis naar de kindertijd is. "Toen we hier waren, ging ik met mijn vader mee houthakken, zo'n hout zag ik gisteravond op de back porch liggen..."

Het is even stil en ze zegt: "Er is iets met mijn familie. Er zit een soort van rusteloosheid in, maar iedereen vindt ook comfort in huiselijkheid en gezelligheid. En daarbinnen zit een creativiteit die je in iedere ruimte van het huis vindt. Geld was er nooit veel, alles was zelf gemaakt en zelf verworven. Het zijn intellectuelen, maar dan non academic. Ik herinner me in alle ruimtes wanden vol boeken en in elke kamer, zelfs de werkkamer, stond een bureau waarop dan weer potloden lagen. Hier gisteravond aankomen voelde als thuiskomen."

Ook al is Saxtons River dus far away van New York, waar ze geboren werd en waar ze woonde tot haar ouders op haar achtste scheidden. En waar ze nu weer woont. Saxtons River is zelfs niet te vergelijken met Gent, waar haar moeder vandaan kwam en waar ze met Trixie naar terugkeerde uit Amerika. Wat New York voor Saxtons River is, was Gent misschien voor Evergem. "Mijn jeugd was urban, maar de connectie met de natuur was er. Gaan zwemmen was niet aan mij besteed, maar naar rivieren trok ik wel en ze duiken metaforisch op in mijn lyrics. Net als hout, vuur en aarde.

"Hier gingen we beaver dams opzoeken, de rivier maakte me ook altijd wegwijs. Zelfs als ik in de bossen verloren liep, wist ik dat ik gewoon de rivier moest opzoeken en volgen om weer thuis te komen. Ook daar zit dat in: ik was rusteloos, als kind hing ik rond in de stad, ik trok mijn plan in New York en in Gent, maar als ik hier ben, ben ik weer aangetrokken door de natuur. Vermont zit vol weirdos en loners, jongeren trekken weg, maar je vindt er toch veel gewone mensen. Alleen zijn die niet zo materialistisch. Er heerst een enorme we don't give a shit-mentaliteit, vrouwen gaan gewoon mee houthakken en mijn nichten zijn wulpse vrouwen met knalrood haar. They don't give a shit. Dat is heel erg van hier. En dat heb ik ook."

Even terug in de tijd, een half etmaal maar: op de planken van de boek- en platenwinkel in Bellows Falls staan biografieën van Mick Jagger en Carly Simon, The John Lennon Letters, een Beat Atlas (A State to State Guide to the Beat Generation in America) en een mooi verzorgd liedjesboek van Paul Simon. Er speelt muziek die eerder doet denken aan het genre dat gisteravond ook geklonken moet hebben op het Purly Gates Family Concert in Saxtons River. Chris Whitley vind je niet. Trixie Whitley ook niet. Zelfs de cd van Black Dub, de groep waarin ze met Daniel Lanois, Daryl Johnson en de geweldige drummer Brian Blade mocht zingen: onvindbaar. "Tune-Yards is van Bellows Falls", zegt ze en fotograaf Diego kent die groep: "Super."

De New Yorker, deze morgen aan het ontbijt, die de Belgen nieuwsgierig vroeg waarom we hier zijn, schrikt als hij 'Trixie Whitley' via de YouTube-app op zijn iPhone intikt. "Zoveel hits!", zegt hij en bedoelt het aantal keren dat Trixies video's bekeken werden. Dat Fourth Corner in Amerika nog geen hit is, dat is tot daar aan toe: het Lincoln Center in New York waar ze vorige week speelde, kent hij wel.

Altijd zingt ze. Gisteravond al in de auto naar de brug over de Connecticut River, voor foto's bij avondlicht en de falls als een fenomenaal theater achter de zangeres. Ook nu, bij een kleine pauze, net voor een hap uit een bagel met spek en ei: het zijn geneuriede zinnen, nieuwe inspiratie, misschien de echo van een oud liedje. Voor invallen, zinnen en strofen, gedachten en ook tips van anderen zit in de handtas een MoMa-Moleskine-schriftje. Aardig vol, de tip van fotograaf Diego (Levels of Life van Julian Barnes) schrijft ze erbij. In die tas zit Four Novels van Marguerite Duras, waarvan ze 10:30 on a Summer Night leest. Dat is vakantielectuur. "Ik ben eigenlijk een immense Rilkefan", zegt ze. "Niet alleen omdat het poëtisch is, maar ook omwille van het filosofische en het psychologische. Ik ben niet zo politiek en activistisch ingesteld, maar wil als mens wel sociaal geëngageerd zijn. De psychologie van de mens fascineert me en hoe onze cultuur gevormd is door sociale gebeurtenissen. Dat vind ik terug in The Sonnets to Orpheus van Rilke, maar ook in zijn Letters to a Young Poet."

Maar terug naar dat neuriën en zingen: toeval is het niet. Er was Chris, maar muziek doordesemt haar hele persoonlijke geschiedenis. "De moeder van mijn moeder was ook een zangeres. Die zul je niet kennen, maar ze zong in een commune in Latem, ze was de schone die door iedereen geprezen werd. Maar al was ze heel erg bohemien, er zat ook een element van de pure Belgische bourgeoisie in. Grootvader Gevaert was contrabassist.

"Saxtons River is een klein dorpje, inderdaad misschien een beetje zoals Evergem. Maar ik ben altijd bewust voorzichtig geweest met Vermont en Texas, omdat ik juist die familiegeschiedenis heb. Als ik in Gent ben, kom ik altijd mensen tegen die zeggen (ze haalt haar pittigste accent boven): 'Ik heb mee ui pa nog pinten zitten drinken.' Dat zou ik hier ook kunnen meemaken en dat wil ik niet. In november speel ik Vermont, maar dan in Burlington: bewust op minstens twee uur rijden van Bellows Falls. Ik wil van mijn vader geen gebruik maken. Ik vind het niet wijs om op basis van mijn familienaam carrière te maken."

Eén keer speelde ze er, met nonkel Dan, mee in een tribute. Toch liever niet. "Ik ben geen Sean Lennon of Jacob Dylan. Ik ben a different story."

Choquerend

Of het daarom is dat ze, net als de rest van haar familie, niet wilde meewerken aan Dust Radio, een toch ontluisterende documentaire over haar vader Chris, die in mei op het Leuvense Docvillefestival werd getoond?

Ze valt uit de lucht. "Wat?", zegt ze. "Is die film al getoond? Daar wist ik helemaal niks van. En zat er footage van mij in?"

Heel kort, jawel. In een fragmentje zie je het meisje Trixie met haar vader meezingen: 'Automatic Love Is All I Want'. Ze kijkt ernstig, ze is misschien elf, maar dan al: wat een stem. Het compliment helpt niet, ze is ontzet dat die film er is en getoond werd. Ook al was het een niet volledig afgewerkte en dus gemonteerde versie. "De kerel die dat maakte, was gewoon een fan van mijn vader", zegt ze dan. "Hij heeft dat gedraaid toen mijn vader al aan het einde van zijn leven was. Dat hij hem nu al verkocht, kan alleen maar zijn omdat hij geld nodig had om hem af te werken. Drie jaar heb ik gevochten om dat tegen te houden. Omdat ik vind dat een dergelijke documentaire alleen kan als het volledige verhaal wordt geschetst. Een diehard-fan toont enkel zijn verhaal. De stukken die ik ervan zag, choqueerden me. Zeker de beelden op het einde, toen mijn vader echt op was. Als hij nu nog zou leven, zou hij niet willen dat die film getoond werd. Het is zo intiem. Zo onze geschiedenis die wordt blootgelegd zonder dat wij dat willen."

Het was februari toen Trixie Whitley Fourth Corner op de wereld losliet. Haar eerste eigen plaat. Elf intense nummers, van 'Irene' tot 'Oh, The Joy'. Elke dag hoor je 'Need Your Love' wel ergens. 'Pieces' staat al langer op repeat, het is een plaat die scoort en er kwam alleen lof bij de Belgische concerten. Bij haar op het podium twee Amerikanen en dEUS-bassist Alan Gevaert, ook al een nonkel.

Toch: de meegebrachte krant met een verslag van de eerste dag op Pukkelpop, toch haar business, kan haar maar matig interesseren. Dat komt zo: "Sinds kort ben ik erachter waarom mijn verhouding met België zo conflicted is. De eerste keer dat ik er terugkwam, was in volle scheidingsperiode van mijn ouders. Mijn kindertijd en mijn herinneringen aan New York toen zijn allemaal positief, ik was van daar, de verhuizing naar Gent, het gemis en de dingen die ik ginder moest achterlaten, zorgden voor dat gevoel. Lange tijd kon ik dat niet plaatsen. Nu wel: ik heb nooit echt kunnen aarden in België. Daarom ook dat ik weinig voeling heb met iets als Pukkelpop of de Belgische muziekscene. Ik heb mijn Amerikaanse roots nooit losgelaten. Het gevolg is nu ook dat ik me minder bewust ben van die eventuele successen in België. Dat is wel positief. Ik had me voorgenomen om geen recensies te lezen van mijn plaat. Geen goede en geen slechte en daar heb ik me redelijk goed aan gehouden."

Ze was negen toen ze met haar moeder in Gent aankwam. "Ik sprak geen woord Nederlands en ik moest naar het Institut de Gand naar school. Waar ik sowieso al als een weirdo en een bizar meisje werd bekeken door al die andere meisjes met hun kousen en rokjes en hun hairdos. (lacht) Ik kleurde mijn haar blauw! Die kinderen die op de speelplaats Frans spraken, bekeken me alsof ik van een andere planeet kwam. Nadien ging het wel beter, toen ik naar de freinetscholen De Harp en De Wingerd ging.

"In New York was ik het meisje dat met rollerblades achterwaarts van de trappen afkwam, dat hadden ze in Gent en in het Institut de Gand nog niet gezien hoor. Maar ik vond het ook wel wijs om op Halloween met zakken vol Tootsie Rolls te verschijnen. Ik was exotisch en dat vervreemdde me van veel anderen. Maar het heeft me gevormd en bepaalt ook vandaag mijn houding tegenover de Belgische muziekindustrie. I don't feel I'm part of it and I never really did. Al heb ik ermee geworsteld en vaak eenzaamheid gevoeld. Ook daarom helpt terugkeren naar Saxtons River. Het geeft alles een plaats."

Het zorgde, zegt ze, allemaal voor een survival instinct: Trixie hecht zich niet. Niet aan een land, niet aan een stad, niet snel aan mensen. "Het stelt me verder in staat me overal makkelijk aan te passen. En in relaties met mensen zoek ik, voorbij de oppervlakkige connecties, naar authenticiteit. Dat is me wel veel waard, dan kan ik me hechten. Dat had ik als kind al. Natuurlijk is het bij concerten in België gebeurd dat mensen me aanspraken met: 'Hé, wij waren schoolvriendinnetjes.' Die herken ik dan wel van op school, maar vriendinnen waren we meestal niet."

Uit diezelfde handtas van daarnet komt een pakje Tigra-roltabak. Grinnikend en rollend vertelt ze over wat Fourth Corner met haar deed: "Het was een lange weg om er te geraken, maar het was ook therapeutisch. Die plaat heeft geholpen dingen te plaatsen. Ik voel me goed en optimistisch. Dat is trouwens de relatie die ik met mijn werk heb. Het is mee gegroeid uit positiviteit, niet alleen uit gekweldheid. Authentiek zijn kan alleen als je pijnlijke zaken een plaats kunt geven. Ik voel me bevrijd."

Vanuit die bevrijding komt vrijheid: "Daarom bewonder ik mensen zoals bijvoorbeeld Thelonious Monk. In zijn werk zit een enorme vrijheid, een puurheid die iedereen die zich (met twee wijsvingers vormt ze de aanhalingstekens) 'artiest' wil noemen - een vreselijk woord trouwens - zou moeten nastreven. Ongeconditioneerd en in complete freedom werken.

"Muziek is voor mij een facilitator. Alsof ik een kraan ben. De muziek is er, ik moet me maar openzetten en ze communiceren aan wie wil. En dat kan in volledige vrijheid nu. Ik ben opgegroeid met heel veel zwarte muziek en bijvoorbeeld niet met klassieke muziek. Wel met Satie, maar op gebied van stem en harmonieën kende ik niks. Vandaag luister ik daarom heel veel naar gregoriaanse gezangen, voor dat concept van harmonie. Bij Black Dub ontdekte ik dat al wat door met Daryl Johnson te zingen, dat kwam dicht bij gospel. Maar ik wil meer."

Leie en Hudson

We rijden terug naar Bridget en Bob, het is zoeken, de Herring Hill Road laat zich niet makkelijk vinden. Een beetje naïef stapt ze af en toe zelf uit, de weg vragend: of ze Bridget en Bob kennen? Dit is een kleine gemeenschap.

Om dan te vertellen wat haar, bij alle tegenslagen in het leven, troostte. "Muziek sowieso, maar verder vooral water. Dat keert terug in Gent, in New York en in Saxtons River en Bellows Falls. Op school in Gent broste ik vaak en dan ging ik naar de Leie. In New York woon ik vlak bij de Hudson River en hier heb je de Connecticut. Rivieren zijn troost omdat ze leven zijn: ze stromen altijd verder. Alles gaat verder, niks is voor altijd. En ze hebben landschappen gevormd. Die kracht van veranderlijkheid vind ik een prachtige metafoor. Helaas heeft de maatschappij dat in de mens vaak onderdrukt, maar met Fourth Corner was dat toch een boodschap die ik wilde meegeven. Dat de veranderlijkheid die zo overduidelijk in de natuur aanwezig is, ook in ons moet blijven. Het verstand probeert dat weg te nemen, maar ik vind het magisch."

Zij laat het toe. En vindt dat iedereen keuzes kan maken. In België, in Amerika. "Politiek en cultureel is het hier ook best fucked up. Maar dan heb je nog altijd keuzes. Mijn tante is in de vijftig en betaalt nog altijd af voor de lening die ze moest aangaan om naar school te gaan. Zo duur is college hier. Mijn nicht beslist dat ze dat niet wil, zolang ze niet weet wat ze met die college-opleiding eventueel kan doen. Dat is goed. Als je beslist om in Saxtons River of in Evergem te blijven, dan kan dat. Zoals je de vrijheid hebt om geen keuzes te maken. Maar probeer niet te vitten of gefrustreerd te worden bij het lezen van de krant. Doe zelf iets. Mijn ouders hebben mij dát vooral meegegeven: ik móét niet. Zelfs binnen de muziek, waar veel artiesten nog altijd gevangenzitten. Ik moet niet."

We rijden Herring Hill Road af, nu in de zon, tijdens de wintermaanden in de sneeuw en ver onder nul. Een dag later post Trixie wat foto's uit Vermont op Instagram. En nog een dag later eentje van een pas geleverde piano in New York. Hashtag: letthisnewchapterbegin.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234