Maandag 20/01/2020

In Outreau zijn de wonden van het pedofilieproces nog niet geheeld

Over enkele dagen is de parlementaire commissie, die de zaak-Outreau onderzoekt, klaar met de verhoren. Frankrijk hoopt dan voorgoed een punt te zetten achter de meest beschamende periode uit de Franse rechtsgeschiedenis, waarbij veertien mensen werden opgepakt voor pedofilie en vier jaar later vrijgesproken. Maar Outreau blijft achter met diepe littekens. Zelfmoorden, trauma's en kinderen die bij pleeggezinnen geplaatst werden. 'Ik heb onschuldig in de cel gezeten, maar waarom moet mijn zoon daarvoor boeten?'

Ayfer Erkul

In het krappe flatje in het stadje Outreau, bij Boulogne-sur-Mer, tellen Thierry Dausque (33) en zijn moeder Nadine de dagen. Nog tien en ze mogen Giovanni weer zien. De negenjarige zoon van Thierry zit al bijna vijf jaar in een pleeggezin. Iedere twee weken mag hij enkele uren bij zijn vader zijn, van elf tot vijf uur. Dat besliste de rechter toen Dausque in december vorig jaar werd vrijgesproken. Hij had toen meer dan vier jaar onschuldig in de cel gezeten op beschuldiging van pedofilie. "Maar mijn onschuld was niet genoeg reden om mijn zoon terug te geven", zegt Dausque.

Dausque moest begrijpen, verklaarden de maatschappelijk werkers op irritant geduldige toon. De jongen had zich in al die jaren gehecht aan zijn pleegouders. Hem nu losrukken uit die omgeving zou niet verantwoord zijn. Zeker niet omdat hij alleenstaand was. Of wilde Thierry Dausque dat zijn zoon ongelukkig werd? "Hij zegt wel papa tegen mij en mémé tegen mijn moeder maar ik weet zeker dat hij die mensen ook maman en papa noemt", vertelt Dausque. Zijn stem klinkt neutraal rustig, maar zijn handen plukken voortdurend zenuwachtig aan zijn pullover. "Ik heb aan de pleegfamilie gevraagd of ik zijn schoolrapport mag inzien. Dat mocht niet. Ik heb gesmeekt of ik hem ieder weekend kon zien. Ging niet, zeiden ze. In de week dan? Absoluut niet."

Thierry Dausque heeft geen werk, geen inkomen en geen huis. Maar een ding weet hij zeker. "Ik wil Giovanni terug en zo snel mogelijk. Maar het kan nog een tijdje duren, zei mijn advocaat. Ik snap niet waarom. Ik heb onschuldig in de cel gezeten, maar waarom moet mijn zoon onder heel die affaire lijden?"

Wanneer de affaire in Outreau losbarst, eind 2000, woont Thierry Dausque samen met zijn vriendin in la Tour du Renard. Hij dronk en had amper geld om rond te komen. Af en toe kreeg hij enkele francs zakgeld toegestopt door zijn moeder. Dausque was er een van de vele dronkaards die tot 's morgens vroeg in een portiek hun roes uitsliepen. In La Tour du Renard struikel je over zijn soort sociale gevallen. De buurt is al jaren de beruchtste in het stadje Outreau. In deze sociale woonwijk, die in de jaren vijftig werd opgetrokken, zijn de gebouwen grauw en heeft de armoede zich in de muren gevreten. Liften zijn er niet, ook al zijn de appartementsgebouwen vijf hoog. Toen de hele buurt enkele jaren geleden een beetje werd gerenoveerd, vond de overheid liften een onnodige luxe.

In de trappenhal van Dausque, in het appartementsgebouw met de veel te mooie naam Les Merles (de merels), wonen ook Myriam Badaoui en Thierry Delay samen met hun vier kinderen. Een koppel dat leeft van een uitkering en het kindergeld. In maart 2001 worden ze opgepakt voor het verwaarlozen en misbruiken van hun kinderen. Myriam Badaoui geeft toe, maar doet haar best om alles goed te praten. Ze zegt dat ze zelf werd mishandeld door haar man. Ze trekt haar mouwen op en laat de littekens zien: daar heeft hij zijn sigarettenpeuken uitgeduwd. Wanneer de kinderen worden ondervraagd, spreken ze over kleine seksfeestjes waarbij ook de buren, Aurélie Grenon en David Delplanque, lustig aan meededen. Ook dat koppel bekent schuld aan de politie.

En dan beseft Myriam Badaoui in de cel dat het menens is en ze naar de gevangenis zal moeten. Ik moet u even spreken, zegt ze enkele dagen na haar arrestatie tegen onderzoeksrechter Fabrice Burgaud. Ze was niet de enige die de kinderen had misbruikt; de hele 'trappenhal' had meegedaan. In ruil voor een goed woordje tijdens haar proces vertelt Badaoui haar verhaal aan de onderzoeksrechter. Het gaat om een echt netwerk, fluistert ze. Kinderen uit de hele buurt werden uitgeleend voor sekspartijtjes.

Onderzoeksrechter Burgaud, 28 jaar jong en onervaren in zware dossiers, slikt alles als koek. Oppakken die bende, beveelt hij. In La Tour du Renard worden tussen februari en april 2001 in totaal elf mensen opgepakt. Op 8 maart wordt op de deur van de familie Dausque gebonsd. Het is zes uur 's morgens. Moeder Nadine, nauwelijks wakker en nog in nachtpon, doet open. De agenten zoeken Thierry Dausque. Waarvoor zeggen ze niet. Ze sleuren de jongeman uit bed en doen hem de boeien om. Het hele flatje wordt overhoop gehaald. Lades opengerukt en kleren uit kasten gegraaid. De enkele videocassettes op het rekje worden meegenomen. Kinderporno, meesmuilt een agent. "Maar wij hadden helemaal geen kinderporno", roept Nadine Dausque in haar woonkamer. "We hadden zelfs geen seksvideo's."

Gevangenisfoto, vingerafdrukken, riem en veters afgeven. Thierry Dausque begrijpt er in het politiecommissariaat nog steeds niets van. "Ze vertelden me dat ik drie kinderen had verkracht", zegt hij. "Meerdere keren, van 1996 tot 2000, in La Tour du Renard. Maar meneer, zei ik, ik woon nog maar twee jaar in dat appartement. Ze luisterden niet en gooiden me in een smerige cel."

Dausque, die een dag later voor onderzoeksrechter Burgaud verschijnt, denkt nog steeds dat het om een of andere grap gaat. Ja, natuurlijk kende hij de drie kinderen, maar hij had ze nooit iets misdaan. Maar dan begint Burgaud te dreigen. Twintig jaar cel zit er voor hem in als hij niet spreekt. "Natuurlijk sprak ik niet, ik had hem helemaal niets te vertellen. Hij werd woedend en liet me terugbrengen naar mijn cel. Ik heb hem daarna maanden niet gezien."

Op dezelfde dag als Thierry Dausque wordt Jean-Marc Couvelard opgepakt in zijn huis, op een steenworp van La Tour du Renard. Om zes uur 's ochtends bonzen ook bij hem vier agenten op de voordeur. Net als bij Dausque doet ook hier de moeder van de gezochte met slaperige ogen open. Jeannine Couvelard is verbijsterd. Haar Jean-Marc een pedofiel? Mais messieurs, probeert ze de agenten duidelijk te maken, u bent aan het verkeerde adres. Haar Jean-Marc is een brave, mentaal gehandicapte man die nooit iemand pijn zou doen. Hij kan niet eens zichzelf kan aankleden. "Ze luisterden zelfs niet, maar zeiden dat ik hem onmiddellijk moest gaan halen", vertelt Jeannine Couvelard (70) in de woonkamer van haar huisje. Ze is alleen thuis, haar zoon Jean-Marc (48) zit overdag in een instelling voor mentaal gehandicapten. "Toen hij en ik samen de trap afkwamen, werden de agenten bleek. Een van hen ging zitten. Mon dieu, c'est pas possible, mompelde hij. Maar Jean-Marc moest toch mee. Bevel is bevel, mevrouw, zeiden ze, ik ben verplicht om hem op te pakken."

Jean-Marc ziet er duidelijk mentaal gehandicapt uit. Hij werd geboren met een waterhoofd. Door de atrofie die zijn rechterhersenhelft trof, kan hij niet praten. Lopen gaat moeizaam, met de benen wijd uit elkaar om zijn evenwicht te bewaren. Iedere dag opnieuw wast moeder Jeannine hem geduldig, scheert hem en kleedt hem aan. Iedere avond kleedt ze hem uit en trekt hem zijn pyjama aan. Ook op wc kan hij niet alleen. "De enige fout van Jean-Marc is dat hij van kinderen houdt", zegt Jeannine Couvelard met verstikte stem. "Hij ging vaak met de buurtkinderen spelen in het speeltuin van La Tour du Renard. Dat wist Myriam Badaoui heel goed. Ze vertelde de politie dat mijn zoon niet alleen haar kinderen maar ook haar had verkracht. Maar die jongen kan niet eens zijn eigen broek afdoen."

Jean-Marc Couvelard is te gehandicapt voor de gevangenis en wordt in een instelling onder gerechtelijk toezicht geplaatst. Daar zal hij de volgende jaren blijven, zonder ook maar een keer de onderzoeksrechter te zien. "Ik zal u zeggen waarom", roept moeder Jeannine boos. Ze priemt met een vinger naar het raam, richting speeltuin. "Jean-Marc was de storende factor in het geheel. Hij was het steentje dat de hele machinerie van de onderzoeksrechter kon doen ontsporen. Niemand die hem zag geloofde ook maar een minuut dat hij kinderen zou hebben misbruikt. Onderzoeksrechter Burgaud heeft hem daarom nooit willen zien."

De fantasie van Myriam Badaoui kent geen grenzen. Na de beschuldigingen, die voor de eerste golf arrestaties zorgden, gaat ze verder. In haar hoofd heeft ze een heel pedofilienetwerk uitgedokterd waarbij niet alleen de simpele zielen die al in de bak zaten lid van waren, maar ook enkele bekenden in het stadje. De deurwaarder bijvoorbeeld. En de taxichauffeur, die vaak in La Tour du Renard te zien was, voerde kinderen af en aan. Het netwerk reikte tot in België. De pastoor deed het in zijn kerk. De bakkerin kwam iedere dag langs met brood en eten: dat waren dan betalingen in natura. Hoe meer kinderen misbruikt, hoe meer brood er geleverd moest worden, vertelt Badaoui huilerig aan de onderzoeksrechter. Die knikt, zoals heel vaak bij haar ondervragingen, vol begrip.

In november 2001 worden zes nieuwe arrestaties verricht. Een veertigtal kinderen wordt bij de familie weggehaald en geplaatst in een pleeggezin. Dat gebeurt ook met de zoon van Thierry Dausque, de vierjarige Giovanni.

Badaoui's beschuldigingen worden daarna steeds grotesker. Tijdens de feestjes werden bestialiteiten bedreven, vertelt ze. Varkens, schapen, kippen, een kat. Thierry Dausque lacht bitter. "Ik zou een koe hebben proberen te sodomiseren, had ze verteld. Maar dat bleek een beetje moeilijk. Die koe was veel te hoog voor mij en ze wilde telkens weglopen. Dat stond letterlijk in die woorden in mijn dossier." Hij lacht nog eens, dit keer geamuseerd. "Ik moet er wel om lachen. Anders zal ik deze hele affaire nooit kunnen verwerken."

Dausque zou de kinderen altijd naakt hebben verkracht. "Maar nooit hebben die kinderen iets gezegd over mijn tatoeages." Hij stroopt zijn mouwen en zijn broekspijpen op. Overal prijken vervaagde groene tekeningen, van scheepsroeren tot naakte vrouwen. "Zie je, je kunt er niet langs kijken. Maar die kinderen hebben er nooit over gesproken."

In de cel trekt Dausque streepjes tegen de muur. Het eerste jaar van zijn hechtenis heeft hij geen advocaat. Tijdens confrontaties met kinderen mag hij niets zeggen. "Als madame Badaoui er bij zat, was de onderzoeksrechter heel bezorgd om haar. Kan ik nog iets voor u doen, madame? U moet niet huilen, madame. Hier, een zakdoek, madame. En dan mocht ze weer haar verhaal vertellen."

Badaoui vertelt ook dat haar echtgenoot, Thierry Delay, een jong Algerijns meisje uit België had gedood en begraven in een tuintje van La Tour du Renard. Er volgen opgravingen, die niets opleveren.

In Outreau is de massahysterie op haar hoogtepunt. Kranten en televisie hebben zich gestort op deze nieuwe 'Dutrouxaffaire'. La Tour du Renard is plots niet meer een sociale woonwijk met problemen, maar le quartier le plus pourri in Frankrijk. Inwoners vertellen dat ze 'het allemaal al heel lang vermoedden' dat er 'iets met de kinderen gebeurde'. Plots heeft iedereen wel iets verdacht gezien. Een jongetje dat alleen staat te wenen in een hoekje, een twaalfjarig meisje met een veel te sexy topje, mannen in Les Merles die schichtig hun gezicht verborgen voor de andere bewoners.

Nadine Dausque hoort de roddels over haar zoon Thierry ook wel, maar liet zich niet doen. Ze recht haar schouders, kamt haar haar en gaat met opgeheven hoofd de plaatselijke supermarkt binnen. "Nooit heb ik ook maar een seconde gedacht dat Thierry schuldig was", zegt ze strijdlustig. "Dat zei ik ook tegen iedereen die mij erover aansprak. Maar de meesten stapten snel een andere winkelgang in als ze mij zagen."

Het onderzoek duurt meer dan drie jaar en in mei 2004 gaat het assisenproces in Saint-Omer van start. De zeventien beschuldigden kennen elkaar niet allemaal. De onschuldigen weten van zichzelf dat ze niets hebben gedaan, maar verdenken de anderen van de gruwelijke beschuldigingen. De eerste dag van het proces al wordt duidelijk dat iets niet klopt als Jean-Marc Couvelard de gerechtszaal komt binnengeschuifeld. Er vallen monden open, de voorzitter tuurt verbijsterd naar de gehandicapte man. "Dat was het begin van het einde", zegt Jeannine Couvelard. "Plots zag de hele wereld dat Jean-Marc niemand kwaad zou kunnen doen."

De tweede kink in de kabel van onderzoeksrechter Brugaud is Myriam Badaoui zelf. Tijdens het proces trekt ze haar verklaringen over veertien beschuldigden in, om enkele dagen later opnieuw iedereen te beschuldigen. Onbetrouwbare hoofdverdachte, koppen Franse kranten de volgende dag. Vrouwe Justitia van haar voetstuk gevallen, schrijft Le Monde. Waarom Badaoui alles heeft verzonnen en haar kinderen daar ook in heeft betrokken, zal nooit duidelijk worden. "Maar eindelijk hoorde iedereen dat die vrouw loog", zegt Thierry Dausque. "We haalden opgelucht adem."

Niet voor lang. Begrijpe wie kan, maar de uitspraak was geen volledige vrijspraak voor de veertien. Behalve Badaoui, Delay, en het bevriende koppel dat schuldig had gepleit, worden zes anderen schuldig bevonden en veroordeeld tot een celstraf. Thierry Dausque is een van hen.

Pedofielen en pedofilieverdachten worden niet zelden in elkaar getimmerd in de gevangenis. Daarom worden ze meestal in speciale afdelingen geplaatst. Niet zo Thierry Dausque. "Ik durfde eerst niet buiten mijn cel gaan. Maar toen belandden enkele vrienden van mij in de cel naast de mijne. Telkens als ik ging douchen, liepen zij mee. Als ik die bodyguards niet had gehad, was ik minstens een keer per week in de ziekenboeg terechtgekomen."

Alle beklaagden die al die jaren hun onschuld volhielden, gaan in beroep. De volgende maanden wordt duidelijk hoe fantastisch de verklaringen van Myriam Badaoui zijn. Onderzoeksrechter Burgaud wordt onkunde aangewreven. In december 2006 worden iedereen vrijgesproken. De dag van de uitspraak verontschuldigt president Jacques Chirac zich voor heel Frankrijk voor de blunders in de zaak-Outreau. Sinds een week probeert een parlementaire commissie te ontrafelen hoe het ooit zo ver kon komen. Die zal nog tot volgende week duren.

De processen zijn achter de rug, de schuldigen veroordeeld, de onschuldigen na al die jaren dan eindelijk vrijgesproken. Maar de 'affaire-Outreau' heeft diepe littekens achtergelaten in het stadje. Inwoners buigen zich beschaamd het hoofd als iemand hen naar het verzonnen pedofilienetwerk vraagt. La Tour du Renard zal zijn reputatie van pedofielenoord nooit kwijt geraken. En dan zijn er nog de slachtoffers. François Mourmand blijft dood. De vader van zeven kinderen pleegde, na zeventien maanden gevangenis, zelfmoord in zijn cel. Deurwaarder Alain Marécaux heeft al drie zelfmoordpogingen achter de rug. De derde gebeurde vorige week.

Thierry Dausque woont opnieuw bij zijn moeder. Hij is nog altijd verbijsterd als iemand op straat zijn hand grijpt en op en neer pompt. "Ik heb altijd wel gedacht dat u onschuldig was, zeggen ze dan", haalt hij zijn schouders op. "Supergentils zijn ze nu tegen mij. Dat waren ze beter vier jaar geleden ook geweest over mij tegen de journalisten en politie."

Thierry Dausque is geen spraakzaam man. Hij straalt een tristesse uit die naar onverschilligheid neigt. Maar binnenin heeft de hele zaak hem gehard. "Nooit heb ik iemand zo diep gehaat als Myriam Badaoui en onderzoeksrechter Burgaud", zegt hij. "Meer dan vier jaar onschuldig in de cel zitten, dat zal ik nooit verwerken. Dat heeft een blijvende angst veroorzaakt. Stel je eens voor: in een land als Frankrijk kun je worden opgepakt en vier jaar onschuldig in de cel zitten."

Voor Jeannine Couvelard is de schade geleden. Herstellen wat zij en haar zoon hebben meegemaakt, is onmogelijk. "Vier jaar lang heeft Jean-Marc onder toezicht in een instelling gezeten. Ik ben geen enkele keer door de onderzoeksrechter ontvangen." Ze barst in tranen uit. "Ik wil niet huilen, altijd heb ik mij heel stoïcijns gedragen. Maar nu kan ik niet meer. Ik zal nooit vergeven dat ze mijn zoon dit hebben aangedaan. "

De hele affaire zal uiteindelijk vergeten worden in Outreau, zucht ze. "Maar Outreau zal voor iedereen de plaats blijven waar de Franse justitie de grootste blunder in de eenentwintigste eeuw heeft gemaakt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234