Zaterdag 31/07/2021

In Noord-Libanon houden de Palestijnen de adem in

Het moet zijn dat Libanon nog niet genoeg problemen had. Amper hersteld van de bombardementen door Israël vorige zomer, en midden in een aanslepende politieke crisis met de sjiitische verzetsbeweging Hezbollah in het zuiden, kreeg het land er deze week nog een probleem bij: een schimmige, Al Qaida-achtige groepering genaamd Fatah al-Islam in het noorden, die bereid is om tot de dood te vechten.

DOOR GERT VAN LANGENDONCK

'Opgericht in 1955, 165 kilometer van Palestina", staat op het bord bij de ingang van het Beddawikamp. Het Palestijnse vluchtelingenkamp ten noorden van de Libanese havenstad Tripoli telde tot zondag zo'n 18.000 inwoners. Sinds afgelopen zondag is de bevolking zowat verdubbeld door de komst van duizenden Palestijnen die de hel van Nahr el-Berid zijn ontvlucht, het kamp zo'n vijf kilometer verderop waar het Libanese leger slag levert met de radicale Islamitische groepering Fatah al-Islam. Het lot van de Palestijnen uit Nahr el-Berid is weinig benijdenswaardig: gevlucht uit een vluchtelingenkamp zijn ze nu de gasten van andere Palestijnse vluchtelingen. De solidariteit speelt: scholen zijn omgeturnd tot opvangcentra, en winkels doen 's nachts hun deuren open voor de families uit Nahr el-Berid.

Toch slapen er 's nachts ook mensen op straat in het Beddawikamp. Dat ze uitgerekend hier zijn beland, is ironisch. Want het was in het Beddawikamp dat Fatah al-Islam eind vorig jaar voor het eerst van zich liet horen. De naam zelf bestond toen nog niet. Het ging toen om de radicale islamitische vleugel van Fatah al-Intifada, zelf een splinterbeweging die zich tijdens de Libanese burgeroorlog afsplitste van de Fatahpartij van wijlen Yasser Arafat. Fatah al-Intifada is nu een minderheidsbeweging in de Palestijnse kampen die de pro-Syrische stroming vertegenwoordigt.

"We hadden het eerst niet door", zegt een militant in het armtierige kantoortje van Fatah al-Intifada in het Beddawikamp. "Die mensen waren ons gestuurd door de Syriërs. In het begin hebben we hen zonder morren aanvaard. Maar ze wilden zich niet schikken naar de regels van het veiligheidscomité, en op 24 november kwam het tot een confrontatie."

"Zodra we hun lokalen binnenvielen, begonnen ze 'Allahu Akbar' te roepen, en hebben ze zich verschanst", zegt een lid van het veiligheidscomité dat erbij was. "Iemand heeft een granaat gegooid, die twee mensen verwondde." Een ander lid van het veiligheidscomité verloor het leven in de confrontatie met de islamisten. Voor de gematigde Palestijnse fracties was de maat vol. "We hebben ze een paar uur de tijd gegeven om op te krassen", zegt de militant van Fatah al-Intifada. "Van die paar uur hebben ze geprofiteerd om zichzelf uit te roepen tot Fatah al-Islam."

Ali Barakeh herinnert het zich nog goed. Het hoofd politieke relaties van Hamas in Libanon zit in een kantoortje in het Hamashoofdkwartier in het Beddawikamp. Buiten op straat klinkt geroep: het is een betoging van vluchtelingen uit Nahr al-Berid die een einde eisen aan het beleg door het Libanese leger. "Fatah al-Islam, dat is Al Qaida", zegt Barakeh. "Dat wil zeggen: ze hangen dezelfde ideologie aan als Al Qaida. Ik weet dat omdat ik uitvoerige gesprekken met hen heb gevoerd. De wereld moet weten dat deze mensen geen uitstaans hebben met het Palestijnse volk. Het zijn voor het overgrote deel ook geen Palestijnen, maar Arabieren van een beetje overal van wie enkelen in Irak hebben gevochten tegen de Amerikanen. Men mag het Palestijnse volk hier niet verantwoordelijk voor houden."

Je weet dat je een probleem hebt als Hamas, de huidige regeringspartij in de Palestijnse gebieden maar zelf een terroristische beweging gespecialiseerd in zelfmoordbomaanslagen, de rol van gematigde gesprekspartner op zich neemt. Het veiligheidscomité van het Beddawikamp vond Fatah al-Islam eind november blijkbaar gevaarlijk genoeg om twee militanten uit te leveren aan de Libanese inlichtingendiensten. De rest van Fatah al-Islam verkaste naar het Nahr el-Beridkamp, waar ze het gezelschap kregen van gelijkdenkenden uit de rest van Libanon en elders.

In principe, zegt de militant van Fatah al-Intifada, had men in Nahr el-Berid hetzelfde moeten doen als in Beddawi: de islamisten het kamp uit schoppen. Maar Nahr el-Berid is Beddawi niet: het heeft het dubbel van de bevolking op een veel kleinere oppervlakte. Met dertig- à veertigduizend inwoners op drie vierkante kilometer heeft het een grotere bevolkingsdichtheid dan Manhattan. "Je kunt in Nahr el-Berid geen geweer afschieten zonder iemand te raken", zegt Ahmad Said, een schoenenverkoper uit Nahr el-Berid.

Said kon pas woensdagnacht uit het kamp vluchten en is nu een van de duizenden vluchtelingen uit Nahr el-Berid die hun toevlucht hebben gezocht in het Beddawikamp. Said herinnert zich de dag waarop men ook in Nahr el-Berid besefte dat Fatah al-Islam een probleem was. "Een jongen op een motorfiets was per ongeluk op iemand van Fatah al-Islam gebotst. Er ontstond een ruzie en omdat in een kamp iedereen gewapend is, kwam het al snel tot een schietpartij." Het plaatselijke veiligheidscomité kwam tussenbeide en het eindigde met een inval in het kantoor van Fatah al-Islam, het vroegere kantoor van Fatah al-Intifada. De radicale islamisten hadden hun vroegere bondgenoten het kamp uit gejaagd na een schietpartij op 19 maart die het Libanese leger deed beslissen het kamp te omsingelen. Fatah al-Islam was intussen veel beter bewapend dan destijds in het Beddawikamp, en het veiligheidscomité stond voor een keuze, zegt Said. "Een gewapende confrontatie die veel onschuldige doden zou eisen, of onderhandelingen. Men heeft voor het tweede gekozen. De onderhandelingen waren nog bezig toen afgelopen zondag de hel losbarstte."

Het is een goeie negentig kilometer van het Beddawikamp naar Beiroet, maar het is een andere wereld. In een salon in de Grand Serail, de imposante uit het Ottomaans tijdperk daterende kazerne waar de Libanese regering zitting heeft, zit Ahmed Fatfat, een minister van de regering. Fatfat heeft momenteel de nogal onbelangrijke post van sport- en jeugdzaken, maar tot eind vorig jaar was hij minister van Binnenlandse Zaken. In die positie waarschuwde hij al lang voor het gevaar van Al Qaida-infiltratie in Libanon en in het bijzonder in de regio rond de noordelijke havenstad Tripoli, vanwaar Fatfat afkomstig is.

Fatfat is het niet fundamenteel oneens met de analyse die de Palestijnen in de kampen van Fatah al-Islam maken, met één verschil. Fatah al-Islam, zegt Fatfat, is een uitvinding van het regime in Damascus. "Syrië heeft Fatah al-Islam gecreëerd, met als enige doel Libanon te destabiliseren." Nu is het zo dat de pro-westerse regering van Libanon voor zowat alles wat in het land foutgaat de schuld aan Syrië geeft, het buurland dat Libanon bezette van 1976 tot 2005. Maar Fatfat reikt bewijzen aan. Er is het feit dat Fatah al-Islamleider Shaker Abssi door Syrië werd vrijgelaten. Abssi zat sinds 2003 in de cel, nadat hij door een Jordaanse rechtbank in absentia was veroordeeld voor de moord op VS-diplomaat Laurence Foley in Amman in 2002. Voor diezelfde moord werd ook Abu Musab al-Zarqawi veroordeeld, die later de leider van Al Qaida in Irak zou worden. Na zijn vrijlating in 2005 ging Abssi in Irak vechten om zich in 2006 in Libanon te vestigen.

En dan was er de aanslag van Ain Alaq op 13 februari van dit jaar. Die dag vielen er drie doden en tal van gewonden bij een dubbele bomaanslag op twee busjes die christelijke pendelaars uit de bergen naar Beiroet brachten. De Libanese veiligheidsdiensten arresteerden vier leden van Fatah al-Islam in verband met de aanslag. Ze gaven hun betrokkenheid toe, alsook het feit dat ze training hadden gekregen in Syrië. Damascus, dat spreekt voor zich, ontkent elke betrokkenheid. Maar als Fatah al-Islam een sinister complot uit Damascus is, dan wil dat nog niet zeggen dat de militanten in Nahr el-Berid niet in hun zaak geloven. "Een aantal van die militanten gelooft vast dat zij een heilige oorlog aan het vechten zijn", zegt Fatfat. "Het ene sluit het andere niet uit."

Voor minister Fatfat is het dan ook duidelijk wat er moet gebeuren. "Onze positie is duidelijk: wanneer dit allemaal voorbij is - en dat is een kwestie van dagen, niet weken - zal er geen sprake meer zijn van Fatah al-Islam. Niet in Nahr el-Berid en niet elders in Libanon." Dat er zich wellicht nog zo'n tienduizend burgers in het kamp bevinden, is een probleem, geeft Fatfat toe. "We zouden liever hebben dat er geen burgers meer in het kamp waren. Maar er zijn mensen die niet willen vertrekken, en het is zeer de vraag of Fatah al-Islam iedereen zou laten vertrekken. Zij hebben die mensen nodig als menselijk schild. In een oorlog vallen slachtoffers, dat is onvermijdelijk. We kunnen toch moeilijk wachten tot de laatste Palestijnse burger uit het kamp vertrokken is."

In het Beddawikamp komen dergelijke woorden hard aan. Op vrijdag zijn vele Palestijnse vluchtelingen verontwaardigd over een communiqué van het Libanese leger dat stelt dat "mediaberichten over burgerslachtoffers schromelijk overdreven zijn". Volgens het leger is slechts één dode burger door de hulpdiensten geëvacueerd. Dat mag dan waar zijn, zeggen de vluchtelingen in een internetcafé in het Beddawikamp, volgens hen zijn de nauwe straatjes van Nahr el-Berid bezaaid met lijken van burgers die door niemand zijn opgehaald. Eén man - hij wil zoals de meesten hier zijn naam niet geven - zegt weet te hebben van vijftien burgerslachtoffers. Hij heeft hun namen op roze post-its geschreven. "Ik ken die mensen; ik kan u vertellen hoe oud ze zijn en wat ze doen. Deze is zeventig jaar oud. Deze is buschauffeur; hij werd door een sluipschutter neergeschoten terwijl hij mensen probeerde te evacueren."

Het internetcafé is ook een verzamelpunt voor mensen die filmpjes en foto's hebben gemaakt van de schade in het kamp. Ze worden allemaal verzameld op een van de computers van de zaak. Een ding staat vast: op de foto's staan veel meer doden dan de ene waarover het legercommuniqué het had. Hier wordt duidelijk wat het gevaar is van een inval door het Libanese leger, ook al heeft Beiroet de toestemming van de Palestijnse partijen om het 38 jaar oude akkoord te doorbreken dat het Libanese leger geen voet mag zetten in de Palestijnse kampen. Want vele vluchtelingen in het Beddawikamp leggen de schuld voor de burgerdoden juist bij het willekeurig optreden van het Libanese leger. En ook de complottheorieën nemen toe.

"Dit gaat niet over Fatah al-Islam", zegt schoenverkoper Said. "Dit is een complot tegen alle Palestijnen in Libanon. Men wil de Palestijnen in Libanon ontwapenen en ons voor de keuze stellen: de Libanese nationaliteit aannemen en ons recht op terugkeer naar Palestina opgeven, of oprotten. Dit is 'het nieuwe Midden-Oosten' dat de Verenigde Staten aan Libanon willen opleggen."

Hamasleider Ali Barakeh gaat niet zover. Hij hoopt nog op een oplossing van de crisis zonder een inval door het Libanese leger. "De regering heeft ons beloofd dat het leger geen voet in het kamp gaat zetten. Dat zou heel gevaarlijk zijn, want het is niet uitgesloten dat de Palestijnse bevolking zich dan in zijn geheel tegen het Libanese leger zou keren. Als deze situatie niet snel een oplossing krijgt, kan het uitdraaien op een catastrofe."

Fatah al-Islam gebruikt de vluchtelingen als menselijk schild. Maar in een oorlog vallen nu eenmaal slachtoffers

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234