Zaterdag 04/02/2023

ReportageOorlog in Oekraïne

In mijnstad Toretsk vallen dag en nacht bommen. ‘Dank God dat je nog wakker wordt’

In Toretsk valt de leegte meer op dan de schade. Beeld AFP
In Toretsk valt de leegte meer op dan de schade.Beeld AFP

Na het verlies van Cherson richt het Russische leger zich opnieuw op de Donbas. Een van de plaatsen die dreigen te vallen, is de mijnstad Toretsk. Ondanks het gevaar en de nakende winter peinzen veel mijnwerkers er niet over om te vertrekken.

Michiel Driebergen

Als je tussen je oogwimpers kijkt, lijkt het alsof de wereld van de mijnwerkers nog bestaat. De zuil met het jaartal 1860, toen de kolenwinning in Toretsk begon, staat fier overeind. Een man loopt met een ladder onder zijn arm door de poort, met een afbeelding van de hamer en de sikkel erop. Er klinkt getimmer. Zou het? Werkt de kolenmijn nog?

Binnen is een glimp zichtbaar van de zaal met de enorme kroonluchter, waar de mijnwerkers voor aanvang van de ploegendienst instructies ontvangen van de ‘majster’. Het licht is er gedimd, de onderscheidingen van de communistische partij voor recordopbrengsten hangen er nog.

Vorige zomer draaide Tsentralnaja volop. Toen opende de kolenmijn, bij hoge uitzondering, de deuren voor ons. Een week lang portretteerden fotograaf Adriaan Backer en deze verslaggever de mijnwerkers. Ze getuigden vol trots over ‘Toretsk, stad van de mijnwerkers’, zoals in grote letters op de ‘terrikon’ is te lezen, de bult mijngruis naast de kolenmijn. Ze verhaalden over hun werk op duizend meter diepte, waar het snikheet is, waar je alleen maar kunt kruipen, en waar ze met een pikhouweel naar steenkool hakken. De oorlog was al acht jaar beangstigend dichtbij.

Aan het front

Nu is het stadje zelf het front, en blijkt de mijn ontoegankelijk. De beveiliger bij de zaal pleegt routineus een belletje, waarop een relatief jonge, maar desondanks grijze man zijn bezoeker dwingend weer naar buiten nodigt. “Wat kan ik voor je doen?”, vraagt hij op de stoep. Zijn toon suggereert: ophoepelen. Zodra hij de portretten van zijn collega’s in de krant ziet, wordt hij milder. Er zijn nog tweehonderd mensen aan het werk, vertelt hij, en godzijdank worden die betaald. Hij wordt gebeld, een handig excuus om binnen te verdwijnen. De verslaggever blijft buiten achter, terwijl de grond onder zijn voeten trilt. Boem… boem…

Afgelopen zomer, na een dag in de kolenmijn, had mijnwerker Andriej Gloesjko voor de poort wat woorden gewisseld met een journalist. De directeur was woedend naar buiten gerend: op interviews geven staat ontslag, had hij gebruld. “Ze willen niet dat de mensen de waarheid horen”, zegt de mijnwerker in zijn nieuwe woonplaats, het stadje Dobropillia, 100 kilometer westwaarts. Ook waarschuwt hij voor het schieten: de Russen rukken langzaam op naar de buitenwijken van Toretsk. Vorige week werd een oud-collega doorzeefd met mortierscherven, toen hij door het centrum reed. “Je staat op straat, er komt een raket aanvliegen, en dat is het”, vat hij de dreiging samen.

De ‘elektrik’ had ons wel te woord gestaan, afgelopen juli. Op dat moment ploeterde hij nog dag en nacht in de mijn, in een poging de stroomtoevoer te herstellen. De Russen hadden de bedrading doelbewust kapotgeschoten, waardoor de productie voor het eerst in het bestaan van de mijn stillag. Zijn werk was vergeefs, geeft hij nu toe. “Ik werk al zo lang in de mijn. Ik wist dat de schade niet te repareren was.” De Russen zijn blijven schieten. Onlangs raakten ze een van de lifttorens. Eind september is Gloesjko ontslagen. Hij vertrok uit de stad. “Mijn zenuwen konden de beschietingen niet aan.”

Toch valt de leegte in Toretsk meer op dan de schade. De achterblijvers ontmoet je bij de waterreservoirs die de gemeente heeft geplaatst; stromend water is hier al jaren afwezig, omdat grondwater wegsijpelt in de kilometerslange mijngangen. Op de markt naast de mijn is de helft van de winkeltjes open. “Odlitsjna (‘uitstekend’)”, antwoordt Natalia Fetisova in haar slagerij op de vraag hoe het gaat. “In de stad wonen alleen maar mijnwerkers, dus is iedereen werkloos.” Zelf was ze tot een paar jaar geleden ‘prognosist’ in Tsentralnaja. Met speciale apparatuur luisterde ze naar de aardkorst om eventuele verzakkingen voor te blijven. Haar man, tevens mijnwerker, zit sinds augustus thuis.

Mijnwerker Oleksiej Karlov in zijn ‘sjachtorski kostjoem’.


 Beeld Michiel Driebergen
Mijnwerker Oleksiej Karlov in zijn ‘sjachtorski kostjoem’.Beeld Michiel Driebergen

Alleen maar overleven

“We overleven alleen nog maar”, zegt Oleksiej Karlov, die is komen aanzetten op zijn fiets om Fetisova te helpen vers vlees binnen te brengen. De man, eind dertig, was op zijn beurt ‘explosie-kontroller’ in Tsentralnaja, wat inhield dat hij met dynamiet in de weer was om gangen te maken, zodat zijn collega-mijnwerkers nieuwe lagen steenkool konden aanboren. “Ik zou gewend moeten zijn aan ontploffingen.”

Toen er begin oktober een mortiergranaat nabij de markt explodeerde, was hij angstig weggedoken in een portiek. “Oorlog is eng. Je gaat naar bed met het geluid van ontploffingen. En je ontwaakt door de explosies.” Fetisova: “Dank God dat je nog wakker wordt”.

Karlov werd in augustus ontslagen. Zijn vrouw en twee kinderen bracht hij elders in veiligheid. Zelf bleef hij, zoals de meeste mijnwerkers. “Mijn ouders en grootmoeder zijn hier. Ik kan hen niet achterlaten”, zegt hij. “Als je je huis verlaat, wordt alles gestolen”, vult Fetisova aan. Gas is er niet, dus haar flatje is alleen warm als er elektriciteit is, en dat is vaker niet dan wel. Onlangs blies een explosie haar ’s nachts uit haar bed. De raket sloeg een gat van haar verdieping, de negende, naar de begane grond; een hoogwerker was nodig om de buren te redden. “Kijk, dit kwam neer naast mijn huis”, zegt Karlov, terwijl hij een foto laat zien van de restanten van een raket van een meter lang. “Kijk uit dat je er geen problemen mee krijgt”, zegt Fetisova. Oekraïense militairen controleren telefoons, legt ze uit, bang als ze zijn dat bewoners informatie doorspelen aan de Russen.

Oud-mijnwerker Natalia Fetisova runt een slagerij in Toretsk. Beeld Michiel Driebergen
Oud-mijnwerker Natalia Fetisova runt een slagerij in Toretsk.Beeld Michiel Driebergen

Karlov woont in een vrijstaand huis, dat gebouwd is door zijn vader en door hem zelf werd gerenoveerd. “Het is goed dat ik twee rechterhanden heb.” Hij maakte zijn gasverwarming geschikt voor het verbranden van steenkool: de brandstof sprokkelt hij bij de laatste treinwagons die kolen vanuit de mijn westwaarts vervoeren. “We doen alles om te overleven”, zegt hij. “Maar de winter begint net. Veel ouderen zullen sterven van de kou.”

Hij nam zijn grootmoeder in huis, en probeert een collega-mijnwerker in de wijk bij het front te overhalen om bij hem in te trekken. “We zullen elkaar knuffelen als pinguïns, en zo elkaar verwarmen”, zo luidt de oplossing van Fetisova. Tot nu toe kon ze het af met een extra warme trui en pyjama. “Ze moeten er niet op wachten dat we ooit weggaan”, zegt ze grimmig.

Zijn ouders weigeren

De verknochtheid van de mijnwerkers aan Toretsk is een probleem voor elektricien Gloesjko. Zijn ouders weigeren ‘categorisch’ hun biezen te pakken – en dat terwijl zijn vader amper kan lopen, en zijn moeder simpelweg oud is. Enkele weken geleden had hij ze bijna zover, door te schermen met zijn kleine maar warme flat in Dobropilia. Een dag later werkte de elektriciteit weer in Toretsk. Het echtpaar veranderde meteen van mening. “Ze beseffen dat ze nooit zullen terugkeren. Daarom willen ze niet weg.” Zijn vader, die veertig jaar in de mijn werkte, lijdt aan hartzeer vanwege de gesloten kolenmijn.

Dat geldt voor alle mijnwerkers. Oleksiej Karlov herinnert zich de verhalen van zijn overgrootvader, die al in Tsentralnaja werkte toen de kolen nog met paarden werden vervoerd. Hij ziet voor zich hoe zijn grootvader zich elke dag in zijn mijnwerkersklofje hees. “Kijk, hij loopt nog steeds in zijn ‘sjachtorski kostjoem’ ”, wijst Natalia Fetisova op zijn pak. “Mijn vrouw is altijd jaloers: ze besteedt zoveel tijd aan haar wimpers, maar ze zijn nog niet zo mooi als die van mij”, lacht Karlov. Hij doelt op de huid rond de ogen, die na een werkdag ondanks de wasbeurt zwart blijft. De mijnwerker zucht. “Ja, ik mis mijn werk. Mijn collega’s, vrienden. Iedereen respecteerde me daar.”

Een beschadigd flatgebouw in Toretsk. Beeld Getty
Een beschadigd flatgebouw in Toretsk.Beeld Getty

Dan klinkt vrij dichtbij een luide knal. “Uitgaand”, zegt Karlov meteen. “De laatste twee dagen is het rustiger, maar daarvoor was er geen moment pauze.” “Ze schieten telkens ergens vanuit hier”, vult Fetisova aan. “En het antwoord komt altijd.” “Ze spelen badminton over onze hoofden”, zegt hij. “Als er geen internet is, kun je niet eens uitvinden wat er aan de hand is: is Toretsk nog steeds Oekraïens?” “Niemand informeert de burgers”, besluit zij.

De echte slag wordt 25 kilometer noordelijk gevoerd, bij Bachmoet, weet elektricien Gloesjko. Toretsk ligt tussen de heuvels, het leger bouwde acht jaar lang verdedigingsstellingen. “Zodra ze Bachmoet innemen, gaat Toretsk mee als een wagon met een trein.” De beschietingen op de stad van de mijnwerkers zijn bedoeld om de bevolking te terroriseren, denkt hij. De afgelopen weken werden scholen, ziekenhuizen en woonblokken geraakt. “Het gaat de Russen om het grondgebied, niet om de economie of de mensen.”

De stad verzakt

Nu de pompen van Tsentralnaja bij gebrek aan stroom niet meer werken, loopt het ondergrondse gangenstelsel langzaam maar zeker vol grondwater. Een overstroming van de kolenmijn kan aardverschuivingen veroorzaken. “Als de mijn verdrinkt, verzakt de stad”, zegt Karlov. Hij wijst op de terrikon naast de markt. “Dit werd allemaal hier uit de grond gehaald. Onder de oppervlakte is niks. Leegte.”

Volgens Gloesjko loopt het zo’n vaart niet. Vanwege de diepte van de mijn zal Tsentralnaja de komende tien jaar niet vollopen, denkt hij.

De elektricien maakt zich veeleer kwaad om het spel dat om de kolenmijn wordt gespeeld, dat hij omschrijft als banale corruptie. Volgens hem creëren de overgebleven directieleden slechts het beeld dat ze proberen de oorlogsschade te herstellen. Het reparatiebudget van de overheid, miljoenen grivna’s, zou worden gestolen. “Ze zullen zo lang mogelijk blijven beweren dat het mogelijk is de mijn te redden”, zegt hij.

In Dobropillia bouwt Gloesjko nu een particuliere klantenkring op als elektricien. Of het voelt als een nieuw leven? Niet echt. “Dit is niet mijn thuis”, zegt hij. “Zodra de situatie ietwat stabiliseert, keer ik terug. Toretsk is mijn stad, ik heb er mijn hele leven gewoond.” Dan twijfelt hij. “Maar mijn leven is me meer waard dan al die ervaringen”, concludeert hij resoluut.

In het weekend zal hij een laatste poging doen om zijn ouders te evacueren. “Ik vrees dat dat straks niet meer mogelijk is.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234