Woensdag 17/07/2019

Getuigenissen

‘In mijn spiegel zag ik een fiets liggen’: een doodrijder, slachtoffer en hulpverlener getuigen na het dronken ongeval van Kris Van Dijck

Beeld Kwennie Cheng

‘Denk je nog weleens aan het ongeval?’ De eerste vraag die Els kreeg van de ouders van het kind dat ze doodreed, schudde haar nog eens dooreen. Dag en nacht was ze ermee bezig. Drie betrokkenen vertellen hoe ze de draad oppikten na een verkeersongeval.

Els Bellens (40) veroorzaakte een ongeval

‘Afsluiten? Ik kan helemaal niets afsluiten’

“De plek van het ongeval is op amper een kilometer van mijn thuis. Ik was die straat – een brede, kaarsrechte weg in de bebouwde kom – al honderden keren gepasseerd toen ik er zes jaar geleden een jonge fietser omverreed. Het was begin september en ik was op een doordeweekse dag met mijn kinderen op de terugweg van mijn ouders.

“Het is een straat waar je maar 50 mag en waar ik me ook aan hield. Maar de plek waar het is gebeurd, is een onoverzichtelijk kruispunt: een zijstraatje dat lijkt op een oprit en dat je amper ziet liggen omdat het verborgen ligt achter een haag, kruist er de hoofdweg. Je moet er voorrang aan rechts geven, maar niemand doet dat – ook ik had dat nooit gedaan.

“De fietser kwam uit het zijstraatje. Nadat hij met zijn hoofd de voorruit had geraakt, is hij terechtgekomen op een arduinen steen, waardoor het nooit duidelijk is geworden wat de impact van de botsing is geweest. Ik heb de jongen niet zien aankomen. Ik herinner me alleen de klap tegen de auto. Ik ben onmiddellijk gestopt. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik een fiets en een sneaker liggen. Mensen zeiden me achteraf: ‘Je weet toch hoe de jeugd rijdt.’ Daar heb ik me vaak kwaad over gemaakt: zo snel oordelen terwijl de jongen het niet meer kon navertellen. Ik weet alleen dat ik geen voorrang aan rechts heb gegeven. Dat is mijn fout.

“Toen ik stopte, zag ik dat mijn voorruit was gebarsten. Ik wist onmiddellijk: dit is niet goed. Ik ben uitgestapt en heb de hulpdiensten gebeld, die snel ter plaatse zijn gekomen. Daar ben ik opgelucht over, dat ik correct heb gehandeld. Ik heb de jongen nog voorzichtig aangeraakt. De hulpdiensten vroegen me aan de telefoon of hij reageerde. Ik heb hem toegesproken, maar er kwam geen reactie. Daarna heeft een buurvrouw me meegenomen naar haar terras, waar we op de politie hebben gewacht.

Nachtmerries

“Ik wilde weten hoe de jongen eraan toe was, maar de politie wilde daar niets over zeggen, ook niet nadat ik mijn verklaring had afgelegd. ‘Houd me alsjeblieft op de hoogte’, zei ik, toen ik naar huis mocht. Thuis kreeg ik telefoon van mijn zus, die zei dat de jongen was overleden. Op dat moment besef je dat niet. Als ik over het ongeval praatte, leek het soms alsof ik het over iemand anders had, niet over mezelf.

“De eerste periode na het ongeval functioneerde ik op automatische piloot en had ik nachtmerries. Ik wist dat het niet met opzet was gebeurd, dat ik niet had gedronken en niet te hard had gereden. Iedereen zei me: ‘Dit had mij ook kunnen overkomen.’ Maar hoe je het ook draait of keert: ik ben voor de rest van mijn leven gelinkt aan de dood van een kind en dat wil je niet. Zeker niet als je dan ook nog eens als moeder het kind van iemand anders hebt doodgereden.

“Ik wilde niets liever dan aan de ouders van de jongen vertellen wat er was gebeurd en hoe ik me daarbij voelde. Ik nam contact op met de bemiddelingsdienst Moderator, en met Even Zeer en Rondpunt, twee organisaties die zich onder meer bekommeren over veroorzakers van een verkeersongeval. Zij raadden me aan om een kaartje te schrijven naar de ouders, zodat ze wisten dat ik openstond voor een gesprek. Ik heb dat kaartje meegegeven aan de agenten, maar de ouders hebben het niet aanvaard. Ze waren er op dat moment niet aan toe.

“Ik wist dat ik tijdens het gerechtelijk onderzoek uitgenodigd zou worden voor bemiddelingsgesprekken. Het ongeval is in september gebeurd en toen in juni de uitnodiging kwam, zat ik er volledig door. Ik was bezig met overleven. Maar omdat ik geloofde dat de bemiddeling mij zou kunnen helpen bij de verwerking en omdat ik wilde weten hoe de ouders naar mij keken en wie de jongen was, heb ik toch ingestemd.

“Eerst zagen de ouders de bemiddeling niet zitten, maar uiteindelijk hebben ze toch toegehapt. Er volgde een reeks indirecte gesprekken, waarbij de bemiddelaar als tussenpersoon optrad en boodschappen overbracht. We hebben nooit samen aan tafel gezeten. Achteraf bekeken is dat goed geweest. Iedereen heeft de dingen kunnen zeggen zoals ze zijn, zonder dat het hard aankwam.

Geen wegpiraat

“De eerste vraag die ik kreeg, was of ik nog weleens aan het ongeval dacht. Dat vond ik confronterend. Het ongeval beheerste mijn dagen en nachten. Toen besefte ik dat we wel iets gezamenlijks hadden meegemaakt, maar dat we allebei aan de andere kant van het verhaal stonden. Ik wilde de ouders duidelijk maken dat ik geen weg­piraat ben. En hoe gek dat ook mag klinken: ik wilde dat ze mij als een verantwoordelijke chauffeur zagen.

“De bemiddeling was helend. En dankzij jarenlange therapie kan ik de draad van het leven weer oppikken. Ik leerde te beseffen dat ik meer ben dan de veroorzaker van een ongeval. Dat ik ook moeder, partner, collega en vriendin ben. Dat was moeilijk en zwaar. Op de momenten dat ik opnieuw kon genieten, voelde ik me snel weer schuldig. Mijn gezin is compleet, maar voor de ouders van de jongen zal het nooit meer hetzelfde zijn. Dat vreet. Het was alsof ik van hen toestemming moest krijgen om voort te gaan met mijn leven.

“Het ongeval heeft me anders doen kijken naar het leven, ook naar het verkeer. We hebben veel zelf in de hand door de keuzes die we maken. Ik stoor me enorm aan onveilige verkeerssituaties, zoals het gebrek aan voet- en fietspaden en veilige oversteekplaatsen rond scholen. Ook het gerechtelijk systeem klopt niet – of tenminste: het werkt niet voor iedereen. Ik vraag me af of een geldboete of een rijverbod wel een effect hebben.

“Van de rechtbank kreeg ik strafopschorting, wat betekent dat je wel schuldig bent maar geen straf krijgt. De rechter heeft de gemeente voor de helft mee aansprakelijk gesteld voor het ongeval, omdat de verkeerssituatie ter plekke niet duidelijk is. Mensen zeiden me na de uitspraak: ‘Nu kan je het afsluiten.’ Maar ik kan helemaal niets afsluiten. De grootste straf is dat ik verder moet met de dood van een kind op mijn geweten.

“Ik zag de ouders pas voor het eerst in de rechtbank. Toen ik het laatste woord kreeg, heb ik hen toegesproken. Maar ik wist niet of ik daar goed aan deed. Wat je ook zegt, je kan het nooit goedmaken. Ik wist dat de ouders niet uit waren op een straf voor mij, maar toen ik achteraf te horen kreeg dat de mama van de jongen het apprecieerde dat ik mij tot haar had gericht, voelde ik me toch een beetje opgelucht.

Voorbeeldfunctie voor iedereen

“Er bestaat geen juiste manier om om te gaan met een ongeval. Als Kris Van Dijck zegt dat hij na zijn ongeval zijn maandloon als (inmiddels ex-)Vlaams Parlementsvoorzitter afstaat aan een fonds voor verkeersslachtoffers, dan vind ik dat nogal minnetjes. Dat is gemakkelijk gezegd voor iemand die goed bij kas is. In hoeverre sust dat zijn geweten en komt hij tot inzicht? Vooral de manier waarop hij reageert, stuit mij tegen de borst. Het laat hem precies onverschillig, terwijl hij blij mag zijn dat hij alleen een aanhangwagen heeft geraakt. Hij had 1,4 promille alcohol in zijn bloed. Het gaat er bij mij niet in dat je dat minimaliseert.” (Na de storm van kritiek die Van Dijck kreeg op zijn aanpak, kondigde hij aan dat hij alsnog een revalidatiecentrum voor verkeersslachtoffers zal bezoeken, red.)

“Mensen hebben het nu over de voorbeeldfunctie van Kris Van Dijck, maar wij hebben die ook. We zijn allen verantwoordelijk voor elkaar. Bewust ervoor kiezen om dronken achter het stuur te kruipen, dat doe je niet. Als ik kijk naar de weg die ik heb afgelegd en nog steeds afleg, naar hoe immens het verdriet en de schuldgevoelens waren en wat een strijd het is om een ongeval mee te nemen in je leven, dan vraag ik me af hoe je het ooit zou kunnen aanvaarden mocht je een ongeval veroorzaken waarbij je bewust een verkeerde keuze maakte. Een ongeval gebeurt in een fractie van een seconde, de nasleep duurt je hele leven.”

Lisa T. (21), slachtoffer

‘Van de dader heb ik nooit iets gehoord’

Lisa: ‘Ik probeer zo weinig mogelijk aan mijn ongeval te denken. Ik zie er het nut niet van in om te blijven stilstaan bij wat er is gebeurd.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

“Mijn ouders zeggen dat het een mirakel is dat ik nog leef. Zelf heb ik daar geen idee van, ik ga voort op wat de mensen mij vertellen over de dagen en weken na het ongeval. Het enige wat ik nog weet van afgelopen december, is dat ik naar de kerstmarkt ben geweest in Gent. Voor de rest is alles weg. Ik heb twee weken in een coma gelegen. De dokters durfden in de eerste week niet te zeggen of ik het zou halen. Toen na tien dagen de zwelling op mijn hersenen afnam, wisten ze dat ik erdoor zou komen. Maar hoe ik eraan toe zou zijn als ik wakker werd, dat konden ze niet voorspellen.

“Ik ben aangereden in mijn auto terwijl ik een kruispunt overstak. Ik was op weg naar huis en had groen licht toen een vrachtwagen die links van mij kwam door het rood reed. De chauffeur was een buitenlander die voor een Belgische firma reed. Ik ben met mijn auto in de gracht beland. Een brandweerman die niet van dienst was, zag het gebeuren en is onmiddellijk gestopt om hulp te bieden. Ook de politie was snel ter plaatse. Een agente heeft me nog een paar vragen kunnen stellen, maar blijkbaar ben ik snel in een diepe coma gegleden.

“De dokters verwachtten een maandenlange coma, maar na twee weken werd ik wakker. Ik was totaal gedesoriënteerd. Het heeft nog tot februari geduurd voor ik opnieuw dingen begon te onthouden. Drie weken na het ongeval verhuisde ik naar het revalidatieziekenhuis Inkendaal in Sint-Pie­ters­-Leeuw. Daar ben ik vijf maanden gebleven. Ik heb er weer moeten leren praten, stappen en schrijven. Stappen gaat goed, al moet ik mezelf soms nog corrigeren. Met schrijven heb ik het nog altijd lastig. Nu ben ik terug thuis, maar moet ik drie middagen per week naar de revalidatie, waar ik onder meer logopedie krijg. Tijdens de ergotherapie krijg ik vooral cognitieve oefeningen, die erop gericht zijn om mijn studies weer op te nemen.

“Voor het ongeval volgde ik een schakeljaar psychologie aan de KU Leuven. Ik had al een bachelordiploma toegepaste psychologie, maar ik wil graag mijn master halen. Laatst moest ik tijdens de revalidatie een hoofdstuk uit een boek studeren en kreeg ik daarover een examen. Het ging niet erg vlot. In het begin van het schakeljaar schatte ik dat statistiek een struikelblok zou worden, nu mag ik blij zijn als ik volgend academiejaar een beperkt aantal vakken aankan. Ik verwerk leerstof veel trager dan vroeger.

Verstrooid

“Van de dader heb ik nooit iets gehoord. De dag na het ongeval vroeg de politie aan mijn ouders of ze contact wilden met het bedrijf waarvoor hij werkte, maar op dat moment waren ze daar niet klaar voor. Vandaag zou ik hem zeker willen ontmoeten om te horen waarom hij door het rood is gereden. Hij heeft verklaard dat hij verstrooid was, maar het fijne weten we er niet van. Of ik boos ben? Ja en nee. Het heeft geen zin om boos te blijven op iemand die een fout heeft gemaakt en dit niet heeft gewild. Maar dat de veroorzaker geen interesse heeft in hoe het met mij gaat, daar kan ik niet bij. Er is zelfs nooit de vraag gekomen of ik nog leef.

“Ik heb het altijd erg gevonden om nieuws over een ongeval te vernemen. Veel mensen in mijn omgeving denken dat het hen niet zal overkomen. Zo dacht ik er vroeger ook over. Maar nu weet ik wat er kan gebeuren. Sinds december heb ik niet meer met de auto gereden. En ik reed al zo voorzichtig: ik zou nooit mijn gsm gebruiken tijdens het rijden of dronken achter het stuur plaatsnemen.

“Ik probeer zo weinig mogelijk aan mijn ongeval te denken. Ik zie er het nut niet van in om te blijven stilstaan bij wat er is gebeurd. Soms heb ik het moeilijk. De linkerkant van mijn lichaam voelt permanent verdoofd en tintelend aan. Maar door mijn verblijf in Inkendaal en het contact met andere revalidanten weet ik: het kon veel erger zijn. Misschien klopt het toch, van dat mirakel.”

Stef Vanlee (44), spoedverpleger

‘Het is dramatisch gesteld met de generatie van 40 tot 60 jaar’

Stef Verlee: ‘Wie zijn vijfde Duvel kraakt en beweert dat rijden nog wel zal lukken, overschat zichzelf schromelijk.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik wil niet meer tellen bij hoeveel dodelijke ongevallen ik betrokken ben geweest als hulpverlener. Ik werk al 21 jaar op de spoeddienst van het ZNA Jan Palfijn in Merksem. Toen ik enkele jaren geleden voor de zoveelste keer in het wrak van een auto moest kruipen om er drie dode meisjes uit te halen, vond ik dat ik daar iets mee moest doen.

“Onder de titel ‘Heaven Can Wait’ begon ik lezingen te geven in het middelbaar onderwijs. Ik wil jongeren duidelijk maken dat veel ongevallen het resultaat zijn van foute keuzes. Het ongeval vorig weekend in Kortessem waarbij vijf jongeren in één klap stierven, vind ik dramatisch. Maar ik las nergens hoe ze hun dood hadden kunnen voorkomen. Als een zware auto crasht tegen een gevel en er sterven vijf mensen, dan is dat het gevolg van roekeloos rijgedrag. Hadden die jongeren andere keuzes gemaakt, dan zouden ze nu kunnen vertellen hoe leuk ze het die avond hadden gehad.

“Je kan veel ellende voorkomen door je snelheid en je alcoholgebruik te matigen. Twee jaar geleden stierven in Wijnegem twee jonge papa’s in een Porsche. Het ongeval gebeurde op een baan waar je 90 per uur mag rijden. Mocht er op die weg een snelheidsbeperking gelden van 70 per uur, dan nog was het ongeval gebeurd. Die mannen hadden gewoon de foute keuze gemaakt.

Fractie van een seconde

“Het grootste probleem is dat veel mensen denken dat het hen niet zal overkomen. Wie zijn vijfde Duvel kraakt en beweert dat naar huis rijden nog wel zal lukken, overschat zichzelf schromelijk. In die zin vond ik het filmpje dat opdook na het ongeval van Kris Van Dijck veelzeggend. We zien iemand die hard heeft gewerkt en ’s avonds in het café veel plezier maakt. Daar is niets mis mee. Maar als je een paar glazen te veel op hebt, laat je dan toch naar huis brengen.

“Ik geloof trouwens niet dat het de eerste keer was dat Van Dijck in die toestand achter het stuur kroop. Het is dramatisch gesteld met de generatie van 40 tot 60 jaar. Zij denken: ‘Ik kan dat wel’, maar die attitude moet dringend aangepakt worden. Je kan nog zo’n sportieve chauffeur zijn, voor je het weet, heb je iets of iemand geraakt.

“Na een lezing enkele jaren geleden liep ik Rudy Claeys tegen het lijf. Rudy raakte in 2003 volledig verlamd nadat zijn auto werd aangereden. Sindsdien zit hij in een rolstoel en geeft hij voordrachten. Uit onze gesprekken is de theatervoorstelling Fractie van een seconde ontstaan, waarin we de verhalen samenbrengen van de veroorzaker van een ongeval en de vader van een dodelijk slachtoffer. Ik kan je verzekeren: elke keer als Rudy het podium komt opgereden, houdt het publiek de adem in.

“Mensen moeten leren zorg te dragen voor elkaar in het verkeer. We moeten ook af van onze focus op de auto. Na een ongeval maken we ons meer zorgen over onze wagen dan over het slachtoffer. Vorige nacht bracht de politie iemand binnen bij ons op de spoed voor een bloedtest. De man had handboeien aan, hij was gepakt wegens dronken rijden. Hij was totaal onverschillig.

Verplicht op cursus

“Dronken jongeren die in het Nederlandse Goes op de spoeddienst terechtkomen, worden automatisch in een traject gestoken. Ze moeten een cursus volgen, hun familiale omstandigheden worden in kaart gebracht. Dan hebben we het over Zuid-Nederland, op amper vijftig kilometer van de plek waar ik werk. Alcohol is een serieus maatschappelijk probleem. In geen enkel Nederlands tankstation kan je nog bier of sterke drank kopen. Maar zodra je de grens met België oversteekt, kan je zo langs de snelweg je voorraad inslaan. Onbegrijpelijk.

“Dat Kris Van Dijck er zich met een eenmalige storting aan een vereniging voor verkeersslachtoffers vanaf wilde maken, was volgens mij niet het juiste signaal. Door het parlementaire verlof heeft hij deze maand niet eens moeten werken voor dat geld. Waarom gaat hij niet eens op stap met een moeder of een vader die een kind heeft verloren? Of maak een filmpje waarin je zegt dat rijden en drinken niet samengaan.

“Wat mij vooral boos heeft gemaakt, is de manier waarop hij het alcoholgehalte in zijn bloed nuanceerde. Hij had ‘maar’ 1,4 promille op. Maar die waarden zijn pas tweeën­half uur na het ongeval opgemeten, dan heb je al 0,5 promille afgebroken. Op het moment van de feiten moet Van Dijck 1,9 promille in zijn bloed hebben gehad.

“In september begint het vierde seizoen van Fractie van een seconde. Ik ben blij dat we ons verhaal nu brengen in het theater, waar we veel meer publiek bereiken dan tijdens lezingen in een school. We spelen ook voor bedrijven. Het is misschien een ideetje voor Kris Van Dijck. Hij is altijd welkom.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden