Maandag 14/10/2019

Franse verkiezingen

In Lyons-la-Forêt is niets veranderd, "dat is wat alles anders maakt"

Lyons-la-Fôret, Frankrijk zoals het ooit was. Beeld Eric de Mildt

Midden in het bos, voorbij het gewoel van de dag, ligt Lyons-la-Forêt. Veel verkiezingskoorts valt er in dit puntgave dorp niet te meten, al kan het presidentieel portret van François Hollande straks wel van de muur. Welkom in het ideale Frankrijk.

Arcadisch en riant: met zijn 800 zielen, zijn vakwerkhuizen en zijn wouden lijkt Lyons-la-Forêt zo weggeknipt uit een oud verhalenboek. Het Normandische dorp, anderhalf uur ten noordwesten van Parijs, bezit niet alleen een 12de-eeuwse kerk en een fraaie graanhal, eromheen ligt het mooiste en grootste beukenbos van het land, 11.000 hectare ongerept.

Geen rurale woestijn dus, wel een oord dat ver van de wereld ligt en dat zich als een vluchtheuvel voor de betere burger heeft ontpopt. Lyons telt meerdere antiekzaken, een sterrenrestaurant en dito hotel; sporadisch rijden er glimmende auto's doorheen, en op een heuvel boven de dorpskern liet één bewoner, een van de vele weekendgasten met een eigen optrek, een landingsplaats voor een privéhelikopter aanleggen: handig om de roerige hoofdstad te ontvluchten.

Het perfecte Frankrijk in miniatuur

Ere wie ere toekomt, Lyons-la-Forêt, het perfecte Frankrijk in miniatuur, heeft zijn geschiedenis mee. Op de resten van een Gallo-Romeinse vestiging bouwde Willem de Veroveraar, die van Hastings in 1066, een burcht. Lodewijk de Heilige kwam voorbij, Richard Leeuwenhart en Filip-Augustus. Een voor een jaagden ze hier op herten en reeën.

In het spoor van koningen en hoven frequenteerde later ook de republiek Lyons. De discrete charme van de buitenplaats werd gesmaakt door hartenrover François Mitterrand, die er zich met zijn latere premier Edith Cresson terugtrok. Boze tongen stellen dat ook een hooggeplaatst huidig politicus hier menige amourette heeft begaan.

Niet alleen de machthebbers vonden in Lyons rust, het dorp inspireerde een plejade aan kunstenaars. Zowel Jean Renoir, in 1933, als Claude Chabrol, in 1991, verfilmden hier Flauberts roman Madame Bovary, óók een buitenechtelijk verhaal. Eerder zette Claude Monet zijn schildersezel in Lyons neer en werkte Maurice Ravel er Le tombeau de Couperin af.

Lyons-la-Fôret, met zijn 800 zielen, zijn vakwerkhuizen en zijn wouden, is 'un des plus beaux villages de France'. Beeld Eric de Mildt

Ledigheid

Lyons is dan wel een pleisterplek voor de Parijse beterverdiener, m'as-tu vu is het plaatsje niet en niet alle bewoners zijn vermogend. Er loopt weinig volk op straat, maar de twintiger in wit schort die een sigaret opsteekt voor het Café de Commerce, het enige etablissement dat open blijkt vandaag, is een geboren en getogen Lyonsais. De jongeman is keukenknecht, woont in een flat van 40 m2 en is daar blij mee. “Ik betaal 500 euro. Niet de prijzen van Parijs, maar dit dorp is duurder dan de andere dorpen in de buurt, dat wel. De vastgoeddruk is hoog, jongeren die het alleen moeten beredderen hebben het moeilijk om hier wat op de kop te tikken.”

Een tweede probleem, zegt hij met de glimlach, is dat de jeugd hier weinig om handen heeft. “In de zomer valt het mee, en hiver on s'emmerde.” Waar hij uitgaat? Hij wijst naar de grond. “In dit café. En anders rij ik naar Rouen.”

Niets verstoort de ledigheid van Lyons-la-Forêt, zeker de verkiezingen niet. Op het dorpsplein hangt geen zweem van pre-electorale spanning. Bij de rechtse voorverkiezingen eind vorig jaar stemde 80 procent hier voor François Fillon; bij de linkse primary's kwam de minst linkse van alle PS'ers, oud-premier Manuel Valls, als overwinnaar uit de bus.

Van volks ressentiment heeft Lyons geen last. Of het moest van elders komen. “Dit soort dorpen overleeft, de rest stikt", zegt een dagjesmens uit de buurt. “Lyons draagt het label plus beau village de France, maar ga een halfuur zuidwaarts en je belandt in die snertplek waar ze laatst een priester de keel hebben overgesneden, Saint-Etienne-du-Rouvray.”

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, bij deze bezoeker. “Frankrijk heeft een president nodig met je-weet-wel-wat (maakt een onkies gebaar richting zijn geslacht) aan zijn lijf. Daar moeten we niet flauw over doen. Dit land heeft maar één probleem: migratie. Ja, vroeger was het beter.”

Ha, vroeger! “Fransen”, zo schrijft ook filosoof Raphaël Glucksmann in zijn uiterst lezenswaardige essay Notre France. Dire et aimer ce que nous sommes, “hebben heimwee naar een mythisch avant. Avant is de sleutel van het hele gewelf. Maar wanneer was dat avant helemaal? Vóór het internet? Voor Schengen? Voor Maastricht? Voor de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die Monet en Schuman na de Tweede Wereldoorlog oprichtten? Vóór Dokters zonder Grenzen en Dokters van de Wereld? Voor de grenzeloze ideologie van mei '68? Voor de komst van de hst die, in de woorden van (de behoudsgezinde intellectueel, LD) Alain Finkielkraut, onze terroirs in landschappen heeft veranderd? Voor de leegloop van het platteland? Voor het abstracte universalisme van 1789? Vóór wie, vóór wat en vóór wanneer?”

Burgemeester Thierry Plouvier in de stadhuiszaal, met leliemotiefbekleding en - voorlopig nog - een foto van president Hollande. Beeld Eric de Mildt

Aanspreekpunt voor de burger

Onze reflecties worden onderbroken door een telefoontje van het Office du Tourisme. Het had wat voeten in de aarde door agendaproblemen, maar burgemeester Thierry Plouvier (Les Républicains) wil ons alsnog ontvangen.

Plouvier, notaris van beroep en al sinds de jaren 80 actief in de dorpspolitiek, is wat burgemeesters in kleine dorpen zijn: het manusje-van-alles, het eerste aanspreekpunt voor de burger.

“Een verkeersbord dat niet langer leesbaar is, een straatlantaarn die het niet doet, dat soort dingen. Bovendien ben ik raadslid voor het departement Eure, en ook dat neemt me danig in beslag. In een dorp als dit verdient een burgemeester 1.100 euro per maand. Voor de centen moet je het niet doen, voor de passie des te meer.”

En of Plouvier gepassioneerd is. Hij laat ons de schitterende raadszaal zien in de Mairie, waar ooit recht gesproken werd. Pronkstuk is de 17de-eeuwse wandbekleding, waar, goud op blauw, de lelie van de Franse monarchie op prijkt. “Dit is pas lang na de Revolutie weer ontdekt. Als de inwoners van Lyons deze stof niet op tijd onder een andere laag verstopt hadden, zouden de sansculotten ze vernield hebben.”

Wat meer is, in zijn kantoor bewaart Plouvier een rol overschot die bij restauratie nog altijd dienst kan doen. Behoedzaam ontdoet de burgemeester het kleinood van strik en zijdepapier – waarna hij ons het weefsel laat betasten.

Bloemen op de muur, bloemen ook in het straatbeeld. Boven zijn bureau heeft Plouvier meerdere oorkondes hangen, waaronder die voor de quatre fleurs die Lyons sinds tien jaar op zijn naam heeft staan, de trots van het dorp. Franse bloemenconcoursen zijn een bloedserieuze aangelegenheid, de periodieke doorkomst van de nationale jury doet gemeentebesturen sidderen en beven. Alle codes, elke kleurencombinatie moeten kloppen.

“We zetten in op kwaliteit en spelen daardoor in een hogere categorie,” zegt Plouvier, die er in één adem aan toevoegt dat ook de Architectes des bâtiments de France, kortweg ABF, voorbijgekomen zijn en zes gebouwen beschermd hebben. “Ik heb een slogan om Lyons-la-Forêt te vatten,” gaat hij verder. “Hier is niets veranderd, dat is wat alles anders maakt.”

Burgemeester Plouvier wil het niet bepaald over politiek hebben, maar in de raadszaal hangt wel het portret van François Hollande. “Dat kan straks weg, een collector", grapt hij in een verwijzing naar diens laatste weken als staatshoofd. De lopende campagne noemt de burgemeester “surrealistisch”. “Door alle affaires kent niemand de programma's. Neem Jean-Luc Mélenchon. Wie daarvoor stemt doet dat toch omdat hij zijn economisch programma niet gelezen heeft, of wat?”

Rijk erfgoed

Het loopt tegen vijven, Plouvier heeft nog werk voor de boeg. Voor we afscheid nemen van Lyons-la-Forêt spreken we de voorzitter van de heemkundige kring nog even, de in 1929 al opgerichte Amis de Lyons.

Vincent Freylin, die voor het Franse ministerie van cultuur werkt, woont zelf niet in Lyons maar is er affectief mee verbonden doordat zijn familie er een huis bezit. “Weinig dorpen hebben zo'n rijk historisch en artistiek erfgoed,” zegt hij. “Ons opzet bestaat erin de minder bekende elementen uit de geschiedenis van Lyons te belichten. Tot wij daar de aandacht op vestigden wisten bijvoorbeeld maar weinig mensen dat art-déco-ontwerper Jacques-Emile Ruhlmann hier een villa had en veel bevriende kunstenaars heeft uitgenodigd. Of dat Ravel hier ook een orkestversie maakte van Moussorgsky's Schilderijententoonstelling.”

Met zijn 250 zijn ze, Les Amis de Lyons. Ze verzorgen conferenties, doen aan historisch onderzoek en streven hand in hand met burgers en gemeente naar kwaliteitstoerisme.

Bloemen in het straatbeeld. Lyons heeft sinds tien jaar de 'quatre fleurs' op zijn naam staan, de trots van het dorp. Franse bloemenconcoursen zijn een bloedserieuze aangelegenheid. Beeld Eric de Mildt

Bijzonder trots is Freylin op de fraaie folder die Les Amis vorig jaar uitbrachten en waar, op nobel maar gerecycleerd papier, een wetenschappelijk verantwoorde dorpswandeling is op uitgestippeld. Een van Freylins strategieën om de traditie levend te houden is het meer betrekken van de jongere generaties, zegt hij.

“Onze leden zijn bij wijze van spreken ouder dan 15 (lacht), maar ik ben blij dat hun gemiddelde leeftijd stilaan begint te dalen. In Lyons-la-Forêt werken we hoe dan ook op de langere termijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234