Vrijdag 24/01/2020

'In Londen hangt nog altijd vrijheid in de lucht'

Karl Marx vond Engeland een prettige plek zolang je er niet hoefde te wonen. Voltaire daarentegen, de eerste en wellicht grootste anglofiel, vroeg zich af waarom de wereld niet meer op Engeland kon lijken. Over de aantrekkingskracht van Engeland als vrijplaats, als plek waar vrijheid en vrijhandel bloeien, schreef de Nederlands-Engelse auteur Ian Buruma een boek dat een combinatie is van cultuurgeschiedenis en familiekroniek. Anglomanie gaat over idealisten en fantasten, over kostscholen en gentlemen, over mythe en identiteit. 'Het is in Voltaires tijd dat het beeld is ontstaan van het vrije Engeland tegenover het onverdraagzame continent.'

door Eric Rinckhout

Ian Buruma

Uit het Engels vertaald door Jan Pieter van der Sterre, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 366 p., 995 frank.

Ian Buruma (49) is moeilijk onder één noemer te brengen - als mens en als schrijver. Zijn vader is een Nederlander, zijn moeder een Engelse. Zijn overgrootouders waren Duits-joodse migranten. Buruma, die in Den Haag werd geboren en er opgroeide, kreeg een tweetalige opvoeding. Hij studeerde later sinologie in Leiden en Japanse film in Tokio, woonde in Duitsland, Hongkong, de Verenigde Staten en Engeland, en werkte voor de Far Eastern Economic Review en The Spectator, "een zo karikaturaal Engels blad dat het eerder door anglofielen uitgegeven leek te zijn dan door Engelsen," aldus Buruma. Momenteel woont hij in Londen.

Zijn boeken - zelf omschrijft hij ze als 'reisessayistiek' - zijn al even heterogeen: ze gaan over zo diverse onderwerpen als de verwerking van schuldgevoelens in het naoorlogse Duitsland en Japan, en seks en zeden in Oost en West. Toch is er een rode draad: Buruma beschrijft als een soort intellectuele cartograaf hoe mensen hun eigen cultuur zien en aangetrokken worden door andere culturen.

In zijn jongste boek Anglomanie (de titel is een saaie vertaling van het speelsere Voltaire's Coconuts or Anglomania in Europe) verkent Buruma de haat-liefdeverhouding van buitenlanders met Engeland. Hij portretteert bekenden en onbekenden - schrijvers, politici, filosofen, revolutionairen - en weeft daar de geschiedenis van zijn eigen familie, meer bepaald zijn grootouders, door die, als kinderen van Duitse immigranten, in Engeland waren geboren en zo Engels mogelijk waren opgevoed.

Ian Buruma: "Eigenlijk is het een verhaal over assimilatie. Mijn familie kwam oorspronkelijk uit Duitsland en heeft zich heel sterk geassimileerd. Dat proces interesseert me in hoge mate: het idee dat je jezelf nog eens uitvindt, dat je juist niet ergens mee geboren bent maar dat je opnieuw ergens mee kunt beginnen. Dat geldt voor immigranten en voor sommige van de personen die ik in het boek beschrijf. Veel daarvan zijn fantasten die zichzelf een rol hebben toebedeeld, die een pose aannemen. Dat theatrale aspect interesseert me, net zoals het een romanschrijver zou interesseren."

Elke anglofiel werd - en wordt - door iets anders in de Engelse samenleving aangetrokken, alsof het om een handschoen gaat die elkeen wel past. Voltaire, die in 1726 naar Engeland reisde en er enkele jaren verbleef, vroeg zich af waarom de wetten die de Britse vrijheden garandeerden niet elders konden worden overgenomen. En hier komen zijn kokosnoten uit de Engelse titel voor de dag: Voltaire was ervan overtuigd dat die kokosnoten niet alleen in Indië konden rijpen, maar net zo goed in Rome en in Londen vrucht zouden dragen. Dat was slechts een kwestie van tijd.

Goethe dweepte met Shakespeare: hij noemde diens stukken "een reusachtige, bezielde kermis", hun rijkdom was te danken aan Shakespeares geboorteland. Als klassiek anglofiel in de traditie van Voltaire aanbad Pierre de Coubertin de gentleman, "de hoeksteen van het Britse rijk". Hippolyte Taine hield van het unieke Britse evenwicht tussen vrijheid en orde, en voor Theodor Herzl, de vader van de joodse staat, was anglofilie grotendeels de keuze van de juiste kleding. Maar hij was ook een voorstander van een land bestuurd door beschaafde heren.

Buruma laat ook dissidente stemmen opklinken. Heinrich Heine kon Engeland niet uitstaan: "Overal die onverhulde ernst, die kolossale eenvormigheid, die machineachtige beweging." Een filosoof kon je naar Londen sturen, "maar een dichter, in vredesnaam, niet". Theodor Fontane klaagde over "de tirannie van de zondag" en Ledru-Rollin vond dat Engeland "nooit hoger gekeken en gevoeld (heeft) dan de masten van zijn koopvaardijschepen".

Alexander Herzen schreef: "Onder Engelsen verdwijnt ongemanierd gedrag als we hoger komen op de ladder van verstand of aristocratische opvoeding; onder Duitsers verdwijnt het nooit." Maar diezelfde Herzen wees er ook op dat hoe groter het recht op vrije meningsuiting, des te onverdraagzamer het gewone volk wordt: iedereen houdt iedereen in het oog en "de publieke opinie verandert in een martelkamer". Hypocrisie en de beruchte Britse boulevardpers liggen dan al snel in het verschiet.

Vele anglofielen verbaasden zich over dat typisch Engelse evenwicht tussen sociale stabiliteit en ongelijkheid, tussen vrijheid en saai conformisme. "Zelfs de arbeiders zijn kleinburgerlijk," concludeerde Karl Marx, die toch steeds weer dacht dat de revolutie in Engeland nakend was.

Ian Buruma: "Zoals elke vorm van 'filie' roept ook anglofilie een bewonderend beeld op van een land of cultuur. Dat beeld berust voor een deel op waarheid en voor een deel op fantasie . De waarheid zit altijd vol onaangename en donkere kanten, en 'filie' van welke aard dan ook gaat daar meestal aan voorbij. Anglomanie is een term die in de 18de eeuw in Frankrijk werd gebruikt voor mensen die bezeten raakten van vooral modieuze dingen uit Engeland. Een manie, net zoals de Beatle-manie, is altijd kort. Het is een blinde adoratie, een modeverschijnsel."

Word je als anglofiel geboren? Word je anglofiel uit noodzaak of uit vrije wil?

"Ik geloof absoluut het laatste. Het is zoals elke voorkeur: die komt voort uit instinct - je voelt je aangetrokken tot iets - maar wortelt meestal in je persoonlijkheid. Tot op zekere hoogte is het raadselachtig. Het is absoluut iets uit vrije wil, niet iets waar je mee geboren wordt. Je wordt ook niet geboren met een liefde voor Mozart."

Maar hebt u niet door uw afkomst een zekere hang naar anglofilie meegekregen?

"Ja maar, ik zou mezelf niet beschouwen als een anglofiel. Ik ben geen buitenstaander: ik woon in Engeland en ben mijn leven lang geconfronteerd met de slechte kanten van het land. Ik ben ook niet iemand die alles wat Engels is adoreert, helemaal niet. Toen ik jong was ging het niet zozeer om Engeland, als wel om mijn familie. Ik idealiseerde misschien mijn grootouders en dat werd dan wel eens in mijn geest vereenzelvigd met Engeland.

"Wat ik heb geprobeerd te beschrijven in het begin van het boek was hoe het voelde om op te groeien tussen anglofielen - Den Haag was een uitgesproken anglofiele stad - terwijl mijn eigen verhouding met Engeland anders was dan die van de anglofiele Hagenaars om mij heen. Zij waren echt buitenstaanders en hadden een geïdealiseerd beeld van Engeland. Ik had niet alleen een beeld van Engeland, ik stond met één been in Engeland. Dat geeft je een ander perspectief. Dat bedoelde ik toen ik zei dat ik mezelf niet beschouw als anglofiel: dat is iemand die van buitenaf een grote bewondering heeft."

Voltaire had een mateloze bewondering voor Engeland. Was zijn anglofilie gebaseerd op objectieve feiten?

"Hij bewonderde maar idealiseerde Engeland, met name om Frankrijk te kritiseren. In Frankrijk heerste toen nog een absolute monarchie en bestond weinig verdraagzaamheid tegenover andere godsdiensten dan de katholieke. Voltaire is min of meer naar Engeland gevlucht, waar er persvrijheid was en vrijheid van meningsuiting. Hij heeft zich wel gebaseerd op waarnemingen - dat maakt zijn boek Letters concerning the English Nation ook boeiend: het is geen abstracte verhandeling, hij keek om zich heen, constateerde en beschreef. Natuurlijk is het een ideaalbeeld, ingegeven door historische omstandigheden. Zo overdreef hij sterk de verdraagzaamheid tegenover andere godsdiensten: katholieken zaten niet alleen in een minderheidspositie, ze hadden allerlei burgerrechten niet. Daar ging Voltaire aan voorbij. Hij pikte die dingen eruit die hij kon gebruiken als een stok om de Fransen mee te slaan. Hij leefde natuurlijk in een tijd waarin Engeland veel vrijer was dan Frankrijk. Het is in die tijd dat het beeld is ontstaan van het vrije Engeland tegenover het onverdraagzame continent."

Gold dat toentertijd voor heel het continent?

"Neen, niet voor Nederland. Daarom werden er ook in Nederland veel Franse boeken uitgegeven. En bood het een onderkomen voor onder meer uit Frankrijk gevluchte hugenoten."

Voelde Voltaire zich thuis in Engeland?

"Voltaire was zeer Frans en voelde zich in een Franstalig land toch meer thuis. Maar als vrijdenker, als man van de Verlichting en van de wetenschap - wat in Engeland allemaal bloeide - was hij zeer aangetrokken tot het leven in Engeland. Of hij zo aangetrokken was door het eten, de manieren en de kleding betwijfel ik. Hij is tenslotte niet zo lang in Engeland gebleven, drie à vier jaar."

Voltaire ziet roeiers gekleed als pages en knappe jonge vrouwen bij de paardenrennen, maar beseft niet dat het om leerjongens en dienstmeisjes gaat. Hij ziet en interpreteert verkeerd. Is dat niet pijnlijk, uitgerekend voor iemand die die andere cultuur wil omhelzen en er zelfs in wil opgaan?

"Ik vind dat eerder komisch. En enigszins ontroerend. Hij was niet gewend dat mensen uit het gewone volk zich manieren aanmaten die in Frankrijk bij de aristocratie hoorden. Dat scherpte alleen maar zijn bewondering voor Engeland."

Kan iemand een andere cultuur wel doorgronden? En is het mogelijk om helemaal te assimileren?

"Die vraag is eigenlijk onmogelijk te beantwoorden. Want wat betekent het? Vaak hangt het niet van de mensen zelf af, maar van de manier waarop de anderen hen beschouwen. De kwestie is niet zozeer of het iemand gelukt is Frans of Engels te worden: het is meer in hoeverre de wereld om hem heen erkent dat hij erbij hoort.

"Als buitenstaander is het heel goed mogelijk om een cultuur beter te begrijpen dan de mensen die er geboren en getogen zijn. Maar dat betekent nog niet dat je geassimileerd bent. Je kunt wel hoogte krijgen van de omgangsvormen bijvoorbeeld, maar toch voelen dat het niet de jouwe zijn."

Hoe zou u zichzelf omschrijven? Bent u een Nederlander of een Engelsman?

"Ook dat is onmogelijk te beantwoorden. Als het een kwestie is van nationaliteit, paspoort, loyaliteit aan het koningshuis, dan ben ik absoluut geen Brit. Ik voel me zeker thuis in de Engelse taal. Maar ben ik een lid van de Engelse maatschappij, zoals Engelsen die er zijn opgegroeid? Neen, natuurlijk niet. Voel ik me inwoner van Londen zoals al die andere inwoners van Londen? Ja, op dezelfde manier dat ik me thuis voel in New York of Berlijn."

Londen is ook geen homogene stad.

"Dat klopt. Maar niemand heeft een homogene identiteit. Iedereen bestaat uit allerlei lagen. Zelfs iemand die in een dorp in België of Nederland is geboren en opgegroeid en daar nooit is weggeweest, heeft nog steeds verschillende lagen. Die denkt over zichzelf en zijn identiteit anders als hij in Luik is, of in Duitsland of in Amerika. Hij kan zich identificeren met zijn dorp, met Vlamingen, met België, Europa. Op de vraag hoe je je voelt, kun je dus nooit eenduidig antwoorden. Het hangt af van de persoon met wie je praat en van de context."

De plaatsen waar u zich thuis voelt zijn steevast grote,

kosmopolitische steden.

"Ik hou van steden, ik voel me er goed. En wat de aantrekkingskracht van Londen is? Je kunt je erin onderdompelen. Het heeft minder charme dan Parijs, minder opwinding dan New York, maar het interessante ligt onder de oppervlakte. De stad laat je met rust, je wordt niet op de vingers gekeken. En alles wat je nodig hebt en interessant is, is er, als je het maar weet te vinden. Het ligt niet op straat zoals in New York, je moet enige moeite doen. Daarom blijft het ook boeiend."

Voltaire werd aangetrokken door een vrij Engeland. Wordt ons beeld van Engeland nu niet

grotendeels bepaald door het vandalisme van dronken

hooligans? Is het niet moeilijker nu anglofiel te zijn dan

tweehonderd jaar geleden?

"Dat denk ik zeker. De reden waarom je tot voor kort anglofielen had, is vaak dezelfde als waarom anderen zich nu tot de Verenigde Staten aangetrokken voelen: de idee van vrijheid en klassiek liberalisme. In sommige kringen heerst nog het beeld van de gentleman, de mooie manieren, de mooie kleren, maar in Engeland zelf is dat langzamerhand uit de tijd geraakt - het bestaat zelfs nauwelijks meer.

"Maar dat eeuwenoude liberalisme impliceert ook een vorm van ongelijkheid in de maatschappij: de verschillen tussen arm en rijk, en de verschillen in onderwijsniveaus zijn vrij groot; publieke voorzieningen worden verwaarloosd. Dat zie je ook in Amerika: er is een groot proletariaat en een hele rijke elite. In Engeland hebben die hooligans altijd bestaan - een opstandig, oproerig, niet hoog opgeleid volk."

En dat is nu zichtbaarder

geworden?

"Het is in Europa zichtbaarder geworden. Vroeger werden ze geëxporteerd naar de koloniën, zoals Australië, en ingezet in oorlogen. De Engelse soldaten hebben altijd gediend als huurlingen. In het Rijksmuseum loopt nu een tentoonstelling over prins Maurits. Ik wist niet dat in de slag bij Nieuwpoort de echt Nederlandse soldaten in de minderheid waren. Het waren voor een groot deel Engelsen, Schotten, Duitsers. Dat soort volk is er altijd geweest, maar nu is het zichtbaarder geworden op de voetbalvelden. In die zin is het niets nieuws, maar dat het aversie wekt is een feit. Het heeft het beeld van Engeland compleet veranderd."

Als je nu nog anglofiel bent, ben je dan niet verliefd op een mythe, een volstrekt vervlogen tijd? Het is ook geen toeval dat de portretten in uw boek vooral de 18de en 19de eeuw bestrijken.

"In zekere zin is dat waar. Toch trekken nog steeds veel Europeanen, met name Fransen, naar Londen omdat je daar in sommige opzichten vrijer kunt leven: er is minder bureaucratie, je kunt er makkelijker je bedrijf opzetten. Er hangt nog altijd vrijheid in de lucht. Dat deel van de anglofilie is nog niet verdwenen."

Probeert een deel van de Britse conservatieve partij toch niet een soort mythisch Engeland in stand te houden?

"Niet meer. Veel heeft met onderwijs te maken: wie heeft op een privé-kostschool gezeten en wie niet? Tony Blair, het hoofd van de Labour-partij, is de eerste premier sinds Douglas-Home uit het begin van de jaren zestig die op een privé-school heeft gezeten. De Tory-partij wordt allang niet meer beheerst door de upper class. In feite heeft Thatcher er veel toe bijgedragen om die eruit te werken."

Maar de conservatieven proberen Europa toch af te schilderen als 'het despotische vasteland'?

"Het verzet tegen Europa is toch eerder populistisch. Misschien wel uit naam van een mythisch Engeland en zeker in naam van vrijheid en democratie. In zeker opzicht is de nomenklatoera die Europa vanuit Brussel bestuurt het meest te vergelijken met de Europese aristocratie van de achttiende eeuw: ze spreken elkaars taal, weten beter dan het volk hoe er moet worden bestuurd, kennen meestal hun wijnen, dineren met elkaar... In Engeland voelen net politici die nog tot de upper class behoren zich daartoe aangetrokken. De pro-Europeanen spreken vaak met een beschaafder accent dan de anti-Europeanen. De retoriek van populistische eurosceptische volksmenners is anti-upper class. Het achterliggende idee is dat de Engelse leiders, de Engelse regering, de hoge heren inclusief de leiders van de Tory-partij 'ons' hebben verraden.

"De populistische reactie zie je in de rest van Europa ook, bijvoorbeeld bij Haider. In Duitsland heeft zo'n reactie een wat andere geschiedenis: daar neigt ze snel, vooral als het een rechts-populistische reactie is, tot een soort symboliek die ranzig is en een akelige geschiedenis heeft. Die achtergrond bestaat in Engeland natuurlijk niet, waardoor het makkelijker is om populisme, zelfs van rechts, voor te stellen als een verdediging van democratie, die het in sommige opzichten ook wel kan zijn."

Hoe kan Engeland ooit echt aan Europa deelnemen? Het blijft een buitenbeentje.

"Voor een buitenbeentje heeft Engeland een grotere invloed gehad dan meestal wordt onderkend. Thatcher was tegen veel gekant maar haar ideeën hebben achteraf veel invloed gehad: er is meer vrijhandel, meer liberalisme, minder welvaartsstaat.

"Engeland kan in Europa een rol spelen als voorvechter van de kleinere landen. De Benelux zit in een veel moeilijker positie als hij wordt geklemd tussen Frankrijk en Duitsland zonder het tegenwicht van Engeland. Wij hebben Engeland echt nodig, denk ik. Binnen Europa heersen ook allerlei belangen - de regio's bijvoorbeeld - en op een of andere manier moet dat politiek worden opgelost. Mij spreekt het idee nogal aan van een soort Hanze-liga: de belangen van de grote handelssteden, van de Baltische kust tot Portugal, zijn anders dan die van het binnenland, dat een sterkere agrarische traditie heeft - zeker in Centraal-Europa. Antwerpen, Amsterdam, Londen, Hamburg en Riga hebben meer met elkaar gemeen dan met Hannover en Praag."

Werden inwoners uit kleinere landen niet gemakkelijk verleid om als anglofiel een andere identiteit aan te nemen? Je kon opkijken naar Engeland en een aantal trekken overnemen zoals de ironie en de stiff upper lip.

"Elites hebben altijd gekeken naar de cultuur van de metropool om zichzelf te onderscheiden van het gewone volk. Elites spraken tot het begin van de vorige eeuw heel vaak Frans, met name als onderscheiding. De metropool heeft zich verlegd van het hof in Versailles naar Londen, Washington en New York. Dat is het enige verschil. Maar het gedrag van de elite is nog altijd hetzelfde."

Leidt de aantrekkingskracht van Amerika nu niet tot een bijna schadelijke overheersing van de Angelsaksische wereld? Andere culturen en identiteiten worden verdrongen: Coca-Cola en McDonald's zijn een cliché als je het over dat soort dingen hebt, maar het internet is toch ook een louter Engelstalige aangelegenheid.

"Is dat zo? (aarzelt) Het is natuurlijk zoals ooit het hindoeïsme en de islam in vele landen een grote invloed hebben gehad. Het Engels overheerst als internationale taal, dat is zeker waar."

Het gaat ook om een manier van kleden, van eten.

"Ja, maar Benetton heeft waarschijnlijk net zoveel invloed. Het zijn niet alleen Amerikaanse bedrijven. Die staan vaak weer onder Europees beheer. Natuurlijk is er een soort internationalisme en globalisering zodat we allemaal iets meer op elkaar gaan lijken. Maar ik ben geen pessimist wat dat betreft. Hoeveel liberalisme er ook is, mensen zien altijd weer kans om zelf verschillen aan te brengen, hoewel die verschillen veel minder groot zijn dan ze ooit waren. Maar ik geloof niet dat de hele wereld er hetzelfde uit gaat zien of we allemaal dezelfde taal gaan spreken."

We praten hier in Amsterdam in het Hilton - overal ter wereld kun je er terecht. Voor Amerikanen geeft zoiets bijna een veiligheidsgevoel. Is dat geen vervlakking?

"Ja, die vervlakking is er, absoluut. Maar ik geloof niet dat dat iets te maken heeft met de Amerikaanse of de Angelsaksische cultuur, wel met communicatie en met rationalisatie van de economie. Iedereen ter wereld kan op de televisie zien hoe de rest van de wereld eruitziet - dat is natuurlijk goed. Mensen dragen overal ter wereld min of meer dezelfde kleren. Dat kun je jammer vinden, maar dat is alsof je zegt dat het zo jammer is dat we niet allemaal meer in het dorp wonen waar iedereen elkaar kende en waar we dezelfde klederdracht droegen. Daar staat tegenover dat we het normaal vinden dat we nu overal naartoe kunnen. Dat is weer een groot voordeel."

Is het zoeken naar een identiteit er niet veel moeilijker op geworden?

"Ik ben er niet zo zeker van. Ik denk dat de stap die mijn grootvader, die nooit buiten Friesland was geweest, moest zetten om vanuit Leeuwarden in Amsterdam te gaan studeren, net zo groot was als die van mij om uit Amsterdam naar Tokio te gaan. Ik geloof niet dat mijn identiteitsproblemen groter zijn dan die van hem. Je leeft in de tijd waarin je leeft.

"Maar er zijn natuurlijk de migranten, de echte ballingen uit Azië en Oost-Europa die hun leven opnieuw moeten opbouwen in Frankfurt of Rotterdam. Die mensen hebben gigantische problemen, daar zal ik nooit licht over doen. Maar mensen zoals wij, de bevoorrechten die kunnen rondreizen en verschillende talen lezen... Onze identiteitsproblemen staan in geen verhouding tot die van mensen die gedwongen zijn om hun land te verlaten.

"Er is een tendens, waar ik mij tegen verzet, om onder intellectuelen in de grote steden van het Westen op een nogal modieuze manier de eigen identiteit en achtergrond te idealiseren, te praten over het multiculturele en de identiteitsproblemen en zich enigszins te identificeren met mensen die echt bannelingen en verschoppelingen zijn. Het woord 'exil' wordt veel te los gebruikt: een professor in New York die oorspronkelijk uit Caïro komt is dan 'in exil'. Alsof zijn exil ook maar iets te maken heeft met een Tamil die moet slapen op een plastic bank in het station van Frankfurt.

"Voor heel veel mensen, arme mensen in de ontwikkelingslanden, is het naar hun gevoel belangrijker dat ook zij toegang hebben tot een cultuur die wij als vanzelfsprekend tot ons nemen. Dat is niet altijd een verheffende cultuur. Maar dat zij daaraan kunnen deelnemen is voor hen belangrijker dan de problemen met identiteit die vooral intellectuelen bezighouden. Iemand die in een stad in Indonesië of Thailand een hamburger van McDonald's eet en een Hollywoodfilm ziet, heeft daar niet direct identiteitsproblemen door. Het is de professor aan de universiteit van zo'n stad die daar allerlei problemen in gaat zien."

'De nomenklatoera die Europa vanuit Brussel bestuurt is het meest te vergelijken met de Europese aristocratie van de achttiende eeuw''Hooligans zijn in Europa zichtbaarder geworden. Vroeger werden ze geëxporteerd naar de koloniën,

zoals Australië,

en ingezet in oorlogen''Natuurlijk is er een soort internationalisme en globalisering zodat we allemaal iets meer op elkaar gaan lijken. Maar ik ben geen pessimist. Mensen zien altijd weer kans om zelf verschillen aan te brengen'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234