Donderdag 26/05/2022

In Kanegem hebben ze het altijd geweten. De oudste van de Danneelskes, het kleine jongetje dat in de achtertuin pastoor speelde, zou priester worden. Zijn eigen grootvader voorspelde ooit zelfs: bisschop. Maar geen paus. Anders dan de Vaticaanwatchers in

Omtrent G.D., sterke kardinaal in barre tijden

DOOR BERT BULTINCK EN WARD DAENEN / Foto Filip Claus

'Geboortehuis van Kardinaal Danneels.' Het staat op een koperen plaat, op een huis geschroefd in de Kanegemstraat nummer 199. Ter plekke aangekomen, stoten we op een overbuur die haar bloemen water aan het geven is en ons prompt naar haar woonkamer loodst. Samen met haar zus ziet de buurvrouw nu al jaren busladingen met toeristen voor het huis stoppen, als eerste etappe van een sightseeing tour in Kanegem. De tweede en laatste attractie ligt een dertigtal meter verder, waar het standbeeld van Briek Schotte, de op één na bekendste Kanegemnaar, te bewonderen valt: "We woonden hier tien dagen toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Echt veel zagen we Godfried niet. Het was geen speelvogel, hij zat meestal te lezen. Het was altijd al ne rappe. En een lief klein ding. Mijn vriendinnetje voegde er altijd aan toe: 'En hij heeft zulke blozende kaakjes'."

De zussen lichten op als ze over de kardinaal vertellen en weiden met zichtbaar plezier uit over zijn bescheidenheid en zijn fenomenale geheugen: "Voor zijn bisschopswijding zijn we naar Antwerpen afgereisd. Hij had ons toen jaren niet meer gezien, maar hij sprak ons meteen met onze voornaam aan."

Echt breed had de familie Danneels het niet. Danneels' vader mocht dan wel een streng en zeer gerespecteerd onderwijzer zijn, zes monden voeden, was in die tijd niet simpel. Zijn moeder was dan weer 'een zachte vrouw', die het huishouden van het zeer katholieke gezin runde: "Ze gingen alle dagen naar de mis." Wel waren ze een van de eerste gezinnen met een radio en gezien het dorpsleven was het geen wonder dat de jonge Godfried in die tijd aan het toestel gekluisterd was, met een liefde voor Bach, Beethoven en later ook The Beatles, die hem nooit verlaten zou. "Er was hier werkelijk niets", besluiten de zussen. "Geen nijverheid, alleen boeren die op zondag samen met de rest van het dorp naar de mis gingen." Ging iedereen? "Iedereen behalve een paar mensen die verderop in de fabriek werkten. Maar nu staat de kerk zogoed als leeg, er is zelfs geen vaste pastoor meer."

Van Kanegem ging het naar de grote stad Tielt, naar het internaat van het Sint-Jozefscollege. Danneels, twaalf jaar oud in 1945, kreeg er als primus perpetuus de gouden medaille. Maar de slimste bleef de kleinste. Op de klasfoto steekt de rest minstens een halve kop boven hem uit en in de turnles raakte hij niet over de bok. Een sporter was hij niet. Wel een fervent literatuurliefhebber en ook een verdienstelijk muzikant. De jongen begeleidde het schoolkoor op harmonium en speelde tweede klarinet in de collegefanfare. Het verhaal gaat dat hij op een kwade dag hard in het oor van de eerste klarinettist voor hem zou hebben geblazen: in Kanegem en omstreken is het folklore die gratis op straat wordt opgedist. Het akkefietje staat te boek als de enige echte kwajongensstreek van in- en inbrave Danneels. Tenminste, iedereen die het kan of het denkt te weten zegt dat hij "zo ne brave" was. Maar bekijk toch ook zijn vetkuif op de klasfoto en de spaarzame glimlach. 'Braaf' is het woord niet, wel rustig, zelfverzekerd bijna.

De jonge Danneels groeide op tussen boeken en collegemuren, waar de troon van de surveillant stond en de wekker afliep om halfzeven. Folietjes waren zeldzaam, maar Robert Declercq, een oude schoolmakker en priester op rust, herinnert zich wel nog de 'ijscongés' die de surveillant verleende - "Dan mochten we schaatsen op de kasteelvijver" - en de poëziedagen in de tuin van pastoor Basiel de Craene in Merendree, waar nu nog altijd om de twee jaar een 'poëziefeest' gehouden wordt. "Of het een strenge school was? Goh, wij vonden het allemaal normaal", monkelt Declercq. "Maar de maaltijden waren in de jaren na de oorlog niet om over naar huis te schrijven. Als het écht niet te verteren viel, staken we het voedsel in onze stofjas en gooiden we het over de muur naar Fideel, onze denkbeeldige hond."

Het beeld lijkt zo uit Het verdriet van België geplukt, maar terwijl Claus' hoofdfiguur droomde van het schrijverschap besloot Danneels samen met vier andere klasgenoten priester te worden. Declercq: "Vijf roepingen in een klas van 24 leerlingen, ik wil niet stoefen, maar dat is toch niet slecht." The gang of five trok vanaf 1951 naar het seminarie in Brugge en Danneels werd vanuit Brugge uitgestuurd voor universitaire studies in Leuven (filosofie) en Rome (theologie). Op 17 augustus 1957 werd Godfried Danneels priester gewijd in Kanegem.

De priester-student werd professor in Brugge en Leuven, waar hij liturgie- en sacramentenleer gaf. Geert Morlion volgde zijn lessen tussen 1974 en 1977 aan het Grootseminarie van Brugge, waar hij nu zelf professor pastoraaltheologie is: "Danneels was didactisch zeer sterk: goed gestructureerde lessen, compleet met heldere schema's. Hij sprak op zijn rustige, bijna kabbelende manier, maar gaf wel de indruk dat vragen tijdens de les hem embêteerden. Ze leken hem uit zijn diepe concentratie te halen. Als hij het sacrament van de verzoening behandelde, sprak hij nauwelijks over hoe er gebiecht moest worden, maar over romans als Schuld en boete. Hij spoorde ons aan om Dostojevski te lezen, Julien Green, Graham Greene en Franz Kafka. Die romans trokken ons denken open en dienden als basis om de christelijke verzoening en vergeving ter sprake te brengen."

Danneels doceerde en publiceerde opgemerkte bijdragen in het Tijdschrift voor Liturgie en in Collationes, het tijdschrift voor theologie en pastoraal waarvan hij een tijdlang redactiesecretaris was. Hij schaarde zich achter de liturgische vernieuwingsbeweging die vond dat de eucharistie was verworden tot een Latijns onderonsje tussen priester en God. De latere kardinaal wilde niet dat de parochianen aan de zijlijn bleven toekijken, hij wilde ze nauwer betrekken bij de mis. In artikels en op conferenties bepleitte hij het samen bidden van het onzevader, de kelkcommunie voor leken en de herinvoering van de vredesgroet. In de volkstaal zou de eucharistie niet langer Latijn blijven voor de gelovigen.

De gebeden van de liturgische vernieuwers werden verhoord tijdens het Tweede Vaticaans Concilie van 1962 tot 1965. Naast de invoering van de volkstaal en nieuwe liturgische gebeden versterkte de vernieuwing ook de positie van de plaatselijke bisschoppen en van de leken in de kerk.

Danneels heeft geen verdienste aan de inhoud van het Concilie, wel aan de invoering van de in 1963 gestemde Constitutie over de Liturgie in de Belgische kerk. Als lid van de Liturgische Commissie in Brussel hield hij zich onder meer bezig met het in goede banen leiden van vertalingen uit het Latijn. Collega's uit die tijd bewaren goede herinneringen aan die intensieve periode van overleg met de man die scherp inzicht met zachtmoedigheid combineerde en die men "nooit van eenzijdigheid kon verdenken".

Door vriend en vijand wordt de kardinaal als uitzonderlijk intelligent en diepgelovig omschreven. De kerkvorsten hadden het al langer in de mot: plus est en Danneels. Zelfs zijn studenten speculeerden in het midden van de jaren zeventig al over de nakende benoeming. Geert Morlion: "Hij was bij de tijd en had als gelovige iets te zeggen over die tijd. Die moest wel bisschop worden, dachten wij." Gelijk kregen ze. In 1977 wordt Godfried Danneels door paus Paulus VI benoemd tot bisschop van Antwerpen. Als bisschopsleuze koos hij 'Apparuit humanitas Dei Nostri': 'Verschenen is de menslievend van onze God'. De spreuk uit een van de Paulusbrieven toont de menswording van de Allerhoogste, het kerstverhaal in één zin samengevat. "Danneels is meer een kerstmens dan een paasmens", verklaart de Leuvense theoloog Peter De Mey. "De menselijkheid van Jezus spreekt hem meer aan dan zijn goddelijke karakter. Danneels gelooft niet in een verre maar in een nabije God, die hij terugvindt in muziek en literatuur. Schoonheid als weg naar God: het is een van de toppers in zijn denken."

De weg met start in Kanegem en haltes in Tielt, Brugge, Leuven, Rome en Antwerpen leidde uiteindelijk naar Mechelen. Goed twee jaar na zijn aanstelling als bisschop volgde de benoeming tot aartsbisschop van het bisdom Mechelen-Brussel. Zo kwam Godfried Danneels aan het hoofd van de Belgische kerk, als primus inter pares van de Belgische bisschoppen.

Danneels was 46. Jong en energiek. En dat was nodig. Want voorganger Leo Jozef Suenens mocht dan al een hoofdrol in de wereldkerk hebben gespeeld, hij had een Belgische kerk in crisis nagelaten. De cijfers liegen er niet om. Terwijl in 1965 nog 45 procent van de Belgen wekelijks ter kerke ging, was dat cijfer in 1973 tot 32 procent teruggelopen. Na 1974 ging het iets minder hard, maar toch. In 1980 ging nog 26 procent naar de zondagsmis, vandaag is het cijfer zelfs onder de 10 procent gezakt. Het aantal priesterroepingen ging mee in vrije val.

Ondanks de problemen was het vertrouwen van Rome in de jonge Danneels groot. Al in zijn benoemingsjaar werd hij op vraag van de nieuwe paus Johannes Paulus II uitgestuurd naar de Nederlandse kerk, om te bemiddelen in het conflict tussen progressieve en conservatieve katholieken. Zijn optreden daar verklaart waarom Danneels, zeker in die tijd, ook bij de Nederlandse katholieken razend populair was. Vijf jaar later sprak hij de openingsrede van de bisschoppensynode uit, ter gelegenheid van twintig jaar Tweede Vaticaans Concilie. "Binnenkerkelijk was dat een grote eer, die Danneels internationale erkenning heeft bezorgd", zegt Peter De Mey. Bedoeld als een stap(je) verder in de richting van modernisering is de synode evenwel de geschiedenis ingegaan als een kantelmoment. "Kort voor aanvang van de bijeenkomst had toenmalig curiekardinaal Joseph Ratzinger in een interview gewaarschuwd voor een te sterk vernieuwingsdenken. In het eindrapport van de synode zette hij de puntjes op de i, door uit te varen tegen een eenzijdige benadering die meer democratie in de kerk zou betekenen."

De bijeenkomst wees 'communio' of 'gemeenschap van eenheid in verscheidenheid' aan als het sterke begrip van het Concilie. "Op die manier erkenden Danneels en co. de binnenkerkelijke verschillen maar onderstreepten ze tegelijk de interne samenhang in de kerk, ook tussen gewijden en niet-gewijden, mannen en vrouwen, noord en zuid."

'Eenheid in verscheidenheid', het is van een wolligheid die uitblinkt in enerzijds en anderzijds en ondertussen de vrouw géén priester laat worden, een lijn waar Danneels nooit is van afgeweken: "Ik denk niet dat Christus dat wilde". Maar theologen hebben in de geschiedenis nooit anders gedaan dan evenwichten zoeken tussen de grootst denkbare tegenstellingen. De erfenis is voor de kerk van levensbelang. Er wordt het liefst zo weinig mogelijk overboord gegooid: de kerk probeert vooral niet te radicaal te kiezen, niet tussen dogma en gewetensvrijheid, gemeenschap en individu, tussen bisschop en leken of tussen Latijn en volkstaal. Ze houdt de kerk in het midden.

In de jaren tachtig leek dat nog een perfecte strategie, ook in België, al was de vermolming van het instituut toen al flink op gang. Velen noemen het zesdaagse pausbezoek aan ons land in 1985 vandaag een van de belangrijkste momenten uit Danneels' openbare leven. Jan De Volder, historicus en redacteur van het Vlaamse katholieke weekblad Tertio, spreekt van een van de laatste tekenen van katholiek België: "Honderdduizenden mensen kwamen kijken, heel veel volk stond langs de weg. Het contrast met de ontvangst in Nederland was enorm. Daar was hij een paar dagen ervoor nog met stenen bekogeld." Ook Rik Torfs, professor kerkelijk recht aan de KU Leuven, beaamt: "Het pausbezoek van 1985 was een kruising der wegen: de persoonlijke populariteit van Danneels groeide gestaag, misschien nog meer bij mensen buiten de kerk dan bij de mensen in de kerk zelf. Maar terwijl Danneels steeds meer naam maakte, was het instituut aan het verschrompelen."

Van 1990 tot 1999 is Danneels voorzitter van de katholieke vredesbeweging Pax Christi Internationaal. Hij treedt op als vredesgezant in oorlogsgebied en als bemiddelaar in interreligieuze conflicten. De kerkvorst onderhoudt goede internationale contacten met de andere godsdiensten. De oeucumenische gedachte zit ingebakken in Vaticanum II en Danneels heeft de dialoog met andere religies altijd opengehouden. Maar helemaal in het begin van die periode, in het voorjaar van 1990, barst in katholiek Vlaanderen een splinterbom. Eind maart van dat jaar stuurt koning Boudewijn een brief waarin hij laat weten dat hij de 'abortuswet' niet wil ondertekenen en ontketent zo de beruchte minikoningskwestie. De parlementaire stemming van de toen uiterst liberale wet creëerde niet alleen een constitutionele crisis. Het was een teken aan de wand voor iedereen die oog had voor het tanende Belgische katholicisme in België, maar ook een keerpunt in de carrière van Danneels. Torfs: "Vanaf dat moment ging zijn ster aan het dalen. Natuurlijk had hij met Boudewijn flinke tegenslag, aangezien de koning erin slaagde zich te profileren als een martelaar voor het geloof, ook al was daar in werkelijkheid heel weinig van aan. Toch ontstond de perceptie dat de koning zich feller had verzet dan de Belgische kerk."

Toenmalig premier Wilfried Martens ontmoette Danneels al in de jaren tachtig, en leerde hem kennen als een van de grootste intellectuelen van dit land. In 1985 begroette hij samen met Danneels nog paus Johannes Paulus II en gaf hij de kardinaal gelijk toen die de regering waarschuwde dat hij niet zou toelaten dat de politiek het pausbezoek op welke manier dan ook zou recupereren. In de abortuskwestie, op het einde van Martens' carrière als premier, werd Danneels veel minder gehoord, volgens sommige bronnen omdat de relaties met de hoofdrolspeler in het Coburgerdrama veeleer koeltjes waren. Martens: "Mijn overtuiging is dat de kardinaal nooit rechtstreeks in de abortuskwestie tussenbeide is gekomen. Volgens mij is er geen contact met de koning geweest en is hij daar ook nooit toe uitgenodigd. Maar Danneels zelf en de andere bisschoppen hebben zich wél heel nadrukkelijk tegen de wet uitgesproken. Niettemin: zowel de koning als de bisschoppen werden geconfronteerd met een beslissing van het parlement." Het is een rode draad in Danneels' leven: de diplomaat maakte zijn standpunt kenbaar, maar sprong niet op de barricaden. Dat heeft hij nooit gedaan en hij zal ook niet meer veranderen.

Maar het moeilijkste dossier moest toen nog komen. De tweede passage van Johannes Paulus in 1995, bij de zaligverklaring van pater Damiaan, was al lelijk tegengevallen: weinig volk, weinig animo, veel regen, een evenement dat in niets te vergelijken viel met het bezoek van tien jaar daarvoor. Maar in de tweede helft van de jaren negentig belandde de pijnlijkste kwestie uit zijn carrière met een smak op zijn bureau: de beschuldiging, en in een paar gevallen uiteindelijk ook de veroordeling, van een aantal priesters voor seksueel misbruik. Op 9 april 1998 besliste de correctionele rechtbank zelfs dat Danneels en de Brusselse hulpbisschop Paul Lanneau als werkgevers burgerlijk aansprakelijk waren voor het wangedrag van pastoor André Vander Lijn van Sint-Gillis. De pastoor werd schuldig bevonden aan verkrachting van drie minderjarige jongens en veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar. In beroep werd uiteindelijk beslist dat Danneels en Lanneau niet aansprakelijk konden worden gesteld, maar de kardinaal was er het hart van in. "Het is de meest pijnlijke episode uit zijn carrière", zegt Toon Osaer, toenmalig woordvoerder van de kardinaal. "Hij heeft toen enkele zeer confronterende ontmoetingen met slachtoffers gehad. Persoonlijk had hij weinig of niets kunnen doen aan die drama's, maar hij werd er toch voor ter verantwoording geroepen."

Een paar jaar later, na het overlijden van paus Johannes Paulus en het gehannes om zijn opvolging, was de pedofiliekwestie in alle geval zogoed als vergeten. In 2003 plaatste Vaticaanwatcher John Allen in de National Catholic Reporter Danneels op zijn lijstje van papabili. Toen paus Johannes Paulus twee jaar later stierf, werd hij ook getipt door The Economist, TIME Magazine, The Wall Street Journal, The Guardian en Le Monde.

Maar tussen droom en daad stond Ratzinger. Toen Danneels op de persconferentie na de aanstelling van de Duitser veeleer koel reageerde en vanwege die persconferentie het traditionele diner met de kardinalen ter ere van de nieuwe paus afsloeg, was een aantal gelovigen geschokt. Volgens Rik Torfs was dat moment een cruciale illustratie van de stelling dat toch niet iedereen staat te jubelen bij zijn beleid: "Danneels geen vijanden? Zeker wel. Hij heeft er zelfs aan heel veel kanten. De meer behoudende denkers in de kerk wachten met lange messen op een misstap. Zelden werd dat zo duidelijk als bij zijn afwezigheid na de aanstelling van Ratzinger. Ogenblikkelijk gingen stemmen op die dat 'een zware fout' noemden, 'iets wat hij nooit had mogen doen'. Het was onbetwistbaar een moment waarop Danneels niet op zijn sterkst stond. Die meedogenloosheid op zo'n ogenblik, dat spreekt boekdelen."

Toch staat diplomatie met stip op 1 in de hitparade van Danneels' eigenschappen. Iny Driessen, die al twintig jaar Danneels' vaste redactrice is en samen met hem zijn nieuwe boek Richt ons weer op schreef, noemt daarnaast zijn "enorme charisma", zijn "veeleer timide" natuur en zijn "ongelofelijke nederigheid": "Bij de eindredactie heeft hij altijd veel minder moeite om mijn kritiek te ontvangen dan omgekeerd." Dat hij met verbazend gemak de juiste woorden weet te vinden, ook in mediaoptredens, noemt Danneels zelf een gave. Driessen zegt het anders: "Hij is heel erg vervuld van de geest".

Maar er is ook kritiek, die naar katholieke gewoonte veeleer zacht wordt ingefluisterd. Danneels is opgegroeid in een volkskerk en vandaag staat hij aan het hoofd van een keuzekerk. De wekelijkse deelname aan kerkelijke diensten is teruggezakt tot 9,2 procent, een cijfer dat de laatste jaren stabiel gebleven is. Met Kerstmis en Pasen zitten de kerken nog wat voller, tot een derde van de bevolking. Maar de kerk is onmiskenbaar kleiner geworden, veel kleiner. De kardinaal, zo wordt dan gezegd, is te veel realist om daar rouwig om te zijn. Maar misschien rekende hij wel ietsje te snel op het persoonlijke geweten van zijn gelovigen, en is hij wel iets te veel een pragmaticus geweest. Een tjeef zelfs, misschien? Torfs: "Tjeef? Wie is dat in België niet? Zelfs de socialisten zijn tjeven in dit land. In het begin van zijn kardinalaat stond Danneels wel bekend als de 'sluwe verzachter', de man die alles 'stillekes aan' zou doen. Die voorzichtigheid en diplomatie hebben geen enkel resultaat gehad. De kerk ligt op apegapen. Achteraf vraag ik mij af: voor wie moest hij nu eigenlijk zo voorzichtig zijn?"

Volgens Jan De Volder heeft de kardinaal nogal laat ingezien dat de kansen voor de kerk van vandaag in de stad liggen: "Danneels voelt de tijd heel fijn aan, beter dan veel andere kerkleiders. Maar pastoraal heeft hij daar weinig tegenover gezet. De seminaries zijn leeg, dat is een vaststelbaar feit. In België is Brussel het meest gelovige gebied, maar het is pas de laatste jaren dat hij daar echt oog voor heeft gekregen." Sommigen wrijven hem in de problematiek van de voortschrijdende secularisering een "politiek van kop in kas" aan. De Volder: "Hij wou vooral de meubelen redden. In een interview voor Tertio zegt Danneels zelf: 'Als de melk niet kookt, dan loopt ze ook niet over'. Wel, ik denk dat hij bij veel jonge mensen de melk niet aan de kook heeft gebracht. En dat is ietwat tragisch voor een man die al bij al toch populair is." De Volder heeft lof voor de geschriften van Danneels, die al jarenlang trouw met Pasen en Kerstmis een nieuwe brochure op de markt brengt: "Christus of de waterman, met een scherpe kritiek op de new age, is bijvoorbeeld een hoogtepunt in zijn oeuvre". Maar Torfs heeft zo zijn bedenkingen: "Die teksten zijn zeer goed verspreid, maar worden ze wel gelezen? Dat is dan toch één overeenkomst met Hugo Claus. Zijn ietwat wollige geschriften zijn gemaakt voor mensen die al overtuigd zijn, in een taal voor insiders. Zijn tv-optredens, homilieën en interviews zijn maatschappelijk veel belangrijker geweest."

En wat zeggen de bazen? Monseigneur Johan Bonny, rector van het Belgisch College in Rome en medewerker in het Vaticaan, beoordeelt de kwaliteiten van de kardinaal vanuit het machtscentrum: "In de ogen van Rome zit België helemaal achteraan in de klas, samen met landen als Nederland en Canada", klinkt het onomwonden. "Priesterroepingen, kerkbezoek en een sliert van wetten in verband met familieaangelegen en levenseinde en -begin: op al die punten vindt men hier dat ons land niet goed scoort. Men herinnert zich ook nog de tijd dat België vooraan zat, met Cardijn en het lekenapostolaat, de grote groepen missionarissen die werden uitgezonden, het rijke kloosterleven ook en de hoogdagen van de theologische faculteit in Leuven die tot aan het Tweede Vaticaans Concilie gezaghebbend was."

Het rapport oogt niet bepaald fraai, maar dat op conto van één man schrijven vinden ze ook in Rome unfair. "De evolutie van een samenleving leg je niet ten laste van één mens. Danneels heeft als een goede herder de Belgische kerk bij elkaar weten te houden, en ook tussen de lokale kerk en Rome zocht hij het midden. Kardinaal zijn: het is een spreidstand en je moet vermijden dat je omvalt. Danneels is niet omgevallen. Meer dan zijn voorganger Suenens wou Danneels een thuismatch spelen. De prioriteit lag in eigen land. Toch kan hij fraaie verdiensten voor de wereldkerk voorleggen. Zijn internationale optredens zijn bekend, en zijn geschriften over geloof en leven liggen hier in de Vaticaanse boekhandel naast de kassa. Dat wil zeggen dat ze gelezen worden."

Spreidstanden, eenheid in verscheidenheid, voorzichtig taalgebruik: men zou bijna gaan denken dat Danneels een uitstekend christendemocratisch politicus zou zijn geweest. Wilfried Martens: "Als politicus zou hij in elk geval van Europees niveau geweest zijn. Hoe hij een onderwerp heel helder en synthetisch bevattelijk kan maken, dat is maar heel weinigen gegeven. Danneels kan zich wat dat betreft meten met iemand als Jacques Delors."

Politiek of niet, zijn carrière loopt op haar einde. Wat valt er nog van de kardinaal te verwachten? Niemand gelooft dat paus Benedictus zijn ontslag meteen zal aanvaarden. In het licht van wat er doorgaans met andere kardinalen gebeurt, zou dat zonder meer een desavouering zijn. Wellicht gaat hij dus nog een jaar of twee, drie door, voor hij zal worden opgevolgd, naar alle waarschijnlijkheid door een van de drie meest genoemde kandidaten: Mgr. Léonard, de bisschop van Namen, Mgr. Harpigny, bisschop van Doornik, of Jozef De Kesel, hulpbisschop van Brussel. Maar dan, zo heeft hij zelf al geregeld aangestipt, zal hij eindelijk meer tijd hebben om te bidden, naar muziek te luisteren en vooral zonder agenda te leven. De trouwe secretaris Luc Van Hilst bevestigt dat zijn dagen nu al een jaar of dertig volgestouwd zijn, van zes uur 's ochtends tot elf uur 's avonds: "Op de zevende dag rust hij niet, wel op maandag. Officieel dan toch, want in de praktijk vult hij de dag die ik voor hem vrijhoud op met de zaken waarvoor hij op de andere dagen geen tijd kon maken. Je moet sterk zijn om hem te kunnen volgen, fysiek en mentaal. Maar ja, hij doet het graag."

Wilfried Martens vat de figuur van de kerkleider samen in wat een verkiezingsslogan zou kunnen zijn: "Openheid in standvastigheid". In het al aangehaalde Richt ons weer op blijkt dat geen loos word. Zo gaan Danneels en coauteur Driessen van in het begin niet alleen de confrontatie tussen het geloof en het lijden aan - iets waar een beetje religie toch weg mee moet weten - maar ook met de denkwereld van de negentiende-eeuwse filosoof Arthur Schopenhauer, niet meteen de meest christelijke denker. Driessen: "Ik lijd al jaren aan een auto-immuunziekte. De dokter die mij behandelt, was na eindeloos veel lijdende patiënten agnost geworden en hij daagde mij uit om Schopenhauer te lezen. Schopenhauer is niet gelukkig, maar toch kunnen we wel wat van hem leren." Of Danneels die dialoog met Schopenhauer zag zitten? "O, absoluut. De kardinaal vindt het een van de beste hoofdstukken in ons boek."

Wat wil Driessen nog meegeven aan haar coauteur, nu zijn werk misschien toch iets lichter zal worden? "Voor de kerk hoop ik dat hij nog een tijdje door blijft werken. Voor hemzelf zou ik zeggen: 'Zorg dat je meer tijd hebt om te bidden'. Ik hoop dat men hem nu toch wat meer met rust zal laten. Echt tevreden is hij zelden. Hij vindt altijd dat hij tekortschiet. 's Avonds, als hij naar zijn kapel gaat, zegt hij aan God: 'Ik heb eigenlijk niet genoeg dingen opgelost'."

Godfried Danneels en Iny Driessen. Richt ons weer op. Als leven pijn doet, Tielt: Lannoo. 356 p. 29,95 euro

Peter De Mey, theoloog KU Leuven: Danneels is meer een kerstmens dan een paasmens. De menselijkheid van Jezus spreekt hem meer aan dan zijn goddelijke karakterJohan Bonny, Belgisch College Rome:

Kardinaal zijn, het is een spreidstand en je moet vermijden dat je omvalt. Danneels is niet omgevallen

Wilfried Martens, oud-premier: Als politicus zou hij van Europees niveau geweest zijn. Hoe hij een onderwerp heel helder en synthetisch bevattelijk kan maken, dat is maar weinigen gegevenRik Torfs, professor kerkelijk recht KU Leuven): Danneels geen vijanden? Zeker wel. Hij heeft er zelfs aan heel veel kanten. De meer behoudende denkers in de kerk wachten met lange messen op een misstap

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234