Woensdag 28/07/2021

In Iran wordt opnieuw stiekem gedanst

Even geloofde het Westen dat het moment gekomen was, dat de studenten de ayatollahs zouden omverwerpen. Maar het regime sloeg keihard terug en de tweede Iraanse omwenteling lijkt in de kiem gesmoord. Ironisch genoeg lag aan de basis van de rellen van vorige maand een van de bekendste figuren van de islamitische revolutie van 1979. Abbas Abdi, het meesterbrein achter de bezetting van de VS-ambassade, is nu de bezieler van het dagblad Salaam, waarvan de sluiting het studentenoproer uitlokte. Maar Abdi gelooft er niet in: 'Wij waren bereid te sterven voor onze idealen, dat zie ik deze studenten nog niet doen.'

Arthur van Amerongen in Teheran

Honderden studenten zijn naar de tuin van het voormalige zomerpaleis van de sjah gekomen om een flamenco-concert bij te wonen. De verkoelende berglucht is een weldaad na de zinderende hitte en de luchtvervuiling in de miljoenenstad Teheran.

Na de in een veldslag ontaarde studentenrellen van de afgelopen weken lijkt de rust te zijn weergekeerd. In de schemerige paleistuinen wordt driftig geflirt, sluiers zijn tot op de schouders gezakt en jonge stelletjes wandelen hand in hand. In plaats van de aangekondigde flamenco speelt de grotendeels uit studenten bestaande band keiharde jazzrock, met hier en daar een Spaans riedeltje om de autoriteiten tevreden te stellen.

Dansen is verboden in de islamitische republiek maar iedereen wiebelt en deint mee op de muziek. Als de zanger een liefdeslied vol weemoed en verlangen kwezelt, staat iedereen op en begint luidkeels te joelen en te fluiten, alsof jarenlange opgekropte frustraties ineens vrijkomen.

Omid Mohseni, oorbel en Take That-kapsel: "Onder Rafsanjani, de vorige president, was dit allemaal onmogelijk. Dankzij Khatami hebben we nu meer vrijheid. Niemand neemt ons die meer af, daarom zijn we de straat opgegaan."

In zijn vrije tijd speelt Mohseni in een (illegale) heavy metal band, in de afgelopen twee weken heeft hij concerten gegeven in badplaatsen aan de Kaspische Zee. De student Informatica heeft flinke klappen opgelopen tijdens de rellen en heeft nog steeds last van de nawerking van traangas.

"Onze demonstraties waren vreedzaam totdat die hooligans van de Ansar Hezbollah ons in elkaar begonnen te meppen met knuppels en ijzeren staven. Ik weet zeker dat ze gestuurd waren door de extremisten in de regering. Die zijn doodsbang voor de hervormingen van Khatami, ze verliezen hun macht. Geweld is hun laatste wapen, ze zijn in het nauw gedreven. Wij hebben Khatami aan de macht gebracht, hij moet zijn verkiezingsbeloften nakomen, anders komen er nieuwe demonstraties."

'Mijnheer de president, alstublieft, lach toch weer. We missen uw lach zo.' Bijna alle liberale kranten in Iran openden eind vorige maand met deze noodkreet van een jonge soldaat, geuit in een open brief aan Khatami.

De Iraanse leider heeft zich in de afgelopen weken nauwelijks nog publiekelijk vertoond en als hij dat al deed, keek hij bijzonder treurig. Hij verkeert in een uiterst lastig parket. De verwachtingen in het buitenland en in Iran, waar hij tijdens de presidentsverkiezingen van 1997 85 procent van de stemmen kreeg, zijn torenhoog. Tegelijkertijd oefent de aartsconservatieve geestelijkheid enorme druk op hem uit.

De rellen ontstonden nadat een vreedzame demonstratie van studenten, uit protest tegen de sluiting van het dagblad Salaam, op bloedige wijze werd beëindigd door leden van de Ansar Hezbollah, in samenwerking met de politie. De campus, sindsdien hermetisch gesloten, biedt volgens ooggetuigen een verschrikkelijke aanblik. De slaapvertrekken van de studenten zijn kort en klein geslagen, de muren zitten onder het bloed.

Niemand weet precies hoeveel doden er zijn gevallen, het aantal varieert van één tot zeven slachtoffers. De beheerder van de slaapvertrekken, Mohammad Koohi, is nog steeds van slag.

"Kort voor de aanval van de studenten smeekte ik de dienstdoende commandant van de politie niet op te treden. Ik bezwoer hem dat ik de studenten binnen vijf minuten kon overtuigen op te houden met demonstreren. Maar de generaal beledigde me en zei: jij en de regeringsmacht zijn verantwoordelijk voor deze verstoringen. Toen smeet hij me op de grond en begon het bloedbad. Er werd geschoten, met messen gestoken, met metalen staven en knuppels gemept."

Een dag later demonstreerden honderdduizenden studenten in de straten van Teheran en andere steden en traden het leger en de politie opnieuw keihard op. Veertienhonderd studenten werden gearresteerd, een groot aantal zit nog in de gevangenis. Westerse media vermoedden een contrarevolutie, van dezelfde omvang als de islamitische revolutie in 1979. Maar na een week hadden de autoriteiten de opstand onder bedwang en werd een nieuwe omwenteling in de kiem gesmoord.

De sluiting van het dagblad Salaam luidde de studentenoproer in. Salaam had een geheime brief gepubliceerd van Said Emami, lid van de geheime dienst en hoofdverdachte in de reeks moorden op Iraanse intellectuelen eind vorig jaar. Kort na zijn arrestatie pleegde Emami onder verdachte omstandigheden zelfmoord in zijn cel. In een brief aan de autoriteiten, die uitlekte naar Salaam, riep Emami op tot sluiting van alle liberale dagbladen, die volgens hem het grootste gevaar voor de islamitische republiek vormden. Als dat niet onmiddellijk gebeurde, zouden er volgens Emami nog veel meer doden gaan vallen onder hervormingsgezinde intellectuelen.

Abbas Abdi (43) is de drijvende kracht en medeoprichter van Salaam. Hij was het meesterbrein achter de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran in de jaren zeventig. De voormalige radicale student baarde eind vorig jaar veel opzien toen hij in Parijs Barry Rosen, een van de Amerikaanse gijzelaars, ontmoette en hem twintig jaar na datum de hand drukte.

Dat werd hem niet in dank afgenomen door radicale elementen in Iran en kort na zijn terugkeer werd hij in elkaar geslagen door leden van de Ansar Hebzollah. De oud-revolutionair liet zich niet intimideren en bleef opschudding veroorzaken met zijn uiterst liberale krant.

Abdi, op het lege redactiekantoor, met wallen onder de ogen en een vermoeide stem: "De autoriteiten hebben een paar keer op het punt gestaan mijn krant te sluiten, we lagen voortdurend in de clinch met de censuur. Kennelijk dachten ze dat dit het juiste moment was. We hebben nog wel even getwijfeld of we het bewuste document zouden publiceren, maar ik had nooit verwacht dat het tot rellen zou leiden."

De theorie dat de 'zionisten' en Amerika achter de rellen zouden zitten, wuift Abdi weg: "De rellen waren spontaan. De kans op rebellie is altijd aanwezig in ons land en bepaalde elementen zullen daar altijd misbruik van proberen te maken. Mij maakt het niet uit wie van die situatie misbruik maakt, wel wie die situatie heeft gecreëerd. Daarom verwijt ik de regering dat ze niet meteen na de aanval op de campus de Ansar Hezbollah hebben opgeruimd en de betrokken agenten hebben gearresteerd. Dat had een boel ellende kunnen voorkomen.

"De mensen die mijn krant hebben gesloten zijn onwetend, ze bedoelen het niet eens zo kwaad. Kijk, je hebt dieven die uit noodzaak stelen en dieven bij wie stelen een tweede natuur is. De hardliners zijn als pathologische dieven, ze doen niets met voorbedachten rade. Ze zijn van nature tegen hervormingen, ze kunnen niet anders. Sommige hardliners zijn zelfs intellectuelen. De politieke situatie vereist echter een zekere domheid, macht corrumpeert, daarom is hun denken bewust geblokkeerd.

"Onmiddellijk na het bloedbad ben ik naar de campus gegaan en heb ik met de studenten gesproken. Ze vroegen me hoe onze revolutie twintig jaar geleden was verlopen. Ik antwoordde ze dat geweld tegen de sjah destijds aanvaardbaar was maar dat geweld tegen deze uiteindelijk democratisch gekozen regering moeilijker ligt.

"De sjah propageerde westerse waarden, legde die op aan zijn onderdanen, tegen hun zin in. En nu willen de studenten juist weer terug naar de waarden van de sjah, vrije omgang tussen mannen en vrouwen, het afschaffen van de sluier, desnoods weer de verkoop van alcohol, precies de zaken waar wij tegen streden. Zij zijn bevoorrecht, kunnen een president en een parlement kiezen, wij konden dat niet. Daarom geloof ik niet dat er een tweede revolutie komt, daarvoor zijn zijn deze studenten te verwend. Wij waren destijds bereid te sterven voor onze idealen, dat zie ik deze studenten nog niet doen."

'Ik geloof niet dat er een tweede revolutie komt. Daarvoor zijn deze studenten te verwend'

(Foto Geert van Kesteren)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234