Vrijdag 18/06/2021

In Indonesische provincie heerst nog altijd klimaat van angst en terreur

Mensenrechtenactivist: 'Gulheid van zovele burgers in het Westen riskeert uiteindelijk niets op te leveren voor de slachtoffers'

Tsoenami heeft oorlog in Atjeh niet weggespoeld

De vloedgolf die in Atjeh meer dan een kwart miljoen doden maakte, heeft aan het conflict in de Indonesische provincie weinig veranderd. Angst en terreur regeren nog steeds. Bovendien gebeurt de heropbouw zonder inspraak of participatie van de bevolking. Dat getuigden twee activisten deze week voor het Europees Parlement.

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

'Als die gruwelijke ramp van 26 december iets positiefs heeft veroorzaakt", meent activist Aguswandi van de Indonesische mensenrechtenorganisatie Tapol, "dan is het dat Atjeh op de kaart werd gezet. Want hoewel de regio, die al sinds 1976 in oorlog verkeert, de jongste jaren een flink hoger dagelijks dodental had dan bijvoorbeeld het Palestijnse conflict (3 à 4 per dag, tegen 2,3), haalde ze nooit het nieuws. En in termen van politieke gevangenen doorstaat Atjeh moeiteloos de vergelijking met Birma, terwijl het ook in dat dossier nooit genoemd wordt. Bovendien zijn er meer politie- en legerposten dan scholen en medische centra en was het voor hulporganisaties even moeilijk om toegang te krijgen tot Atjeh als tot Noord-Korea, hoewel ook in Atjeh volgens overheidscijfers meer dan 40 procent van de bevolking in absolute armoede leeft als direct gevolg van het conflict."

De tsoenami heeft de situatie veranderd, maar niet zo ingrijpend als je zou denken. Dat de rebellenbeweging Gam op 12 april de derde onderhandelingsronde met de Indonesische overheid begint, vindt Aguswandi een goede zaak, zij het dat op dat overleg niet alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn. "Er moet nu gefocust worden op een bestand", meent hij, "en bij het verder uittekenen van de toekomst moet de bevolking worden betrokken via de ngo's die haar vertegenwoordigen. Gebeurt dat niet, dan kan er van een echte vrede nooit sprake zijn."

Het antagonisme tussen het leger en de bevolking zit diep, zo blijkt ook uit de gevallen die sinds de tsoenami worden gerapporteerd aan de ngo LBH, die juridische bijstand verleent aan burgers. "Neem het geval van 29 december, drie dagen na de tsoenami", vertelt LBH-medewerker Hendra in Atjeh. "Dorpelingen hadden twaalf wapens gevonden en wilden die aan de legerpost overhandigen. Daar kregen ze te horen dat er eigenlijk veertig wapens zoek waren sinds de ramp, en of ze de rest konden brengen. Toen de dorpelingen zeiden dat ze alleen die twaalf hadden, werden ze gemarteld. Of gevallen van Gam-strijders die in de hervestigingskampen gaan kijken of hun vrouw het overleefd heeft. Zodra het leger erachter kwam dat een Gam-strijder in de buurt was geweest, werden veertig vrouwen aangerand en publiekelijk uitgekleed, opdat ze informatie zouden doorgeven. Alleen hadden ze die niet.

"Daarnaast zijn er tal van berichten van mishandeling van burgers bij de schoonmaakactie van het leger in de kampen, en werden de mensen die met ex-president Clinton praatten tijdens diens bezoek, gearresteerd en streng verhoord."

Aguswandi reisde vorige maand naar Atjeh, waar hij tal van kampen bezocht. "Het is toch een vreemde toestand dat mensen gedwongen worden om in kampen te blijven en dus niet naar hun oude huis mogen terugkeren om aan de heropbouw te beginnen. Ze moeten daar wachten tot anderen voor hen een nieuw leven opbouwen. Ze mogen daar niet zelf aan deelnemen, en krijgen ook geen inspraak in hoe die heropbouw dan moet. Zo vrezen velen dat ze hun oude grond nooit meer zullen terugkrijgen en dat speculanten er nu gouden zaken mee doen.

"Een ander voorbeeld betreft de veiligheidszone die langs de kust zal worden opgericht, tot 5 kilometer landinwaarts. Die maatregel werd afgekondigd zonder dat de mensen die in die zone woonden, garanties kregen over hun toekomstige verblijfplaats. Alles gebeurt boven de hoofden van de bevolking. Zonder hun participatie, en dus ook zonder hun engagement."

Aguswandi vindt dat de internationale gemeenschap daarin onvoldoende haar verantwoordelijkheid neemt. "Aangezien de hulporganisaties visa van korte duur krijgen, durven ze Jakarta en vooral het leger niet erg voor het hoofd te stoten, uit vrees voor visaproblemen. Sommigen beweren zelfs dat ze vrij overal mogen rondreizen, wat ronduit gelogen is. Ze mogen de hoofdstad Banda Atjeh alleen met permissie en een legerescorte verlaten. De donoren zouden moeten beseffen dat Indonesië hen nodig heeft, en dat ze dus over een onderhandelingstroef beschikken, die ze ook moeten gebruiken. Doen ze dat niet, dan riskeert de gulheid van zoveel burgers in het Westen voor de tsoenamislachtoffers uiteindelijk niets op te leveren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234