Vrijdag 25/09/2020

Achtergrond

In hun gevecht met de demonen staan oorlogsverslaggevers er vaak alleen voor

Charles Sanders tijdens de Eerste Golfoorlog (90-91). In 25 jaar reside hij meer dan zeventig keer naar een crisisgebied.Beeld Marcel van den Bergh

Van Irak tot Rwanda: Nederlander Charles Sanders ging op de ellende af, om verslag te doen voor De Telegraaf. Nu kampt hij met trauma's. Hoe kunnen journalisten daartegen beschermd worden? "De voortdurende stress is het ergst", zegt VRT-reporter Rudi Vranckx.

Charles Sanders (54) reisde in 25 jaar tijd voor De Telegraaf meer dan zeventig keer naar een crisisgebied, van Joegoslavië tot de Krim. Maar sinds november zit de oorlogscorrespondent thuis. Hij heeft zich ziek gemeld en stuurt aan op een vertrekregeling.

De journalist wil/kan niet praten met de krant. Maar zijn advocaten hebben inzage gegeven in een verslag van zijn carrière. Sanders' verhaal wordt ondersteund door twee psychologen die stellen dat hij kampt met PTSS, een posttraumatische stressstoornis. Last van somberheid, slaapproblemen, flashbacks, nachtmerries, hoofdpijn, prikkelbaarheid en een opgejaagd gevoel. Sinds december wordt hij hiervoor behandeld, met wisselend succes.

Kranten en verslaggevers hadden lang een romantisch beeld van het bestaan als oorlogscorrespondent. Spannend, avontuurlijk, betekenisvol. Nieuws brengen, recht vanuit de plek waar heel de wereld naar kijkt.

Maar wat met de - vaak onderbelichte of onderschatte - risico's? De Canadese professor en trauma-expert Anthony Feinstein klaagde tien jaar geleden in zijn boek Journalists under fire al aan dat bijna een derde van de oorlogscorrespondenten symptomen van posttraumatische stress vertoont. Volgens Feinstein, verbonden aan de Universiteit van Toronto, is dat het gevolg van verschillende factoren. De stressvolle aard van de job natuurlijk, maar evengoed het taboe rond PTSS in de journalistiek.

Alsof journalisten immuun zouden zijn voor het leed dat ze in oorlogsgebieden ervaren, omdat er een camera of notitieboekje tussen staat.

Verminkte lichamen

Bovendien, zegt Feinstein, zijn correspondenten zelf vaak beducht om toe te geven dat ze het (even) moeilijk hebben. Zo ook Sanders. In een terugblik op zijn carrière schrijft de journalist dat sommige beelden uit Rwanda op zijn netvlies gebrand staan. Verminkte lichamen, gedrogeerde kindsoldaten, die je gewapend bedreigen.

Thuis denkt de verslaggever nog vaak aan een zwart jongetje dat bij de Rwandese grens probeerde een vliegtuig in te klauteren, via netten die uit het bagageruim hingen: "De Russische captain zegt 'No niggers in my plane' en schopt hem in zijn gezicht. Het jochie ploft 5 meter lager op de grond, bewegingloos. Ik zie het, ik hoor het en doe niets."

Hij vertelt zijn vrouw over zijn angst en schuldgevoel, maar zwijgt erover bij De Telegraaf. Hij is bang dat collega's hem als een softie zien. Op feestjes vertelt hij over zijn belevenissen alsof het de avonturen van Kuifje zijn.

"Als je dit soort reizen maakt, ben je voor de buitenwereld onverzettelijk en gehard", schrijft Sanders in zijn verslag. "Ik heb er nooit mee te koop gelopen, angsten en twijfels heb ik nimmer geventileerd."

Enigszins herkenbaar, zegt Rudi Vranckx, die voor de VRT verslag doet over internationale conflicten. "Het is moeilijk om aan jezelf toe te geven dat het even niet gaat. Want desondanks doe je die job ongelofelijk graag. Journalistiek voelt vaak als een race. Je hebt het gevoel dat je wel mee móét. Het gevoel: als ik zwakte vertoon, dan is het voorbij. Dan staat er iemand anders klaar om je plaats in te nemen. Terwijl moeten bekomen van zo'n ervaring net heel menselijk en logisch is."

Zelf had Vranckx het even lastig toen hij over de Golfoorlog in 1991 had bericht. "Ik was piepjong, besefte niet goed wat me was overkomen. Ik sliep slecht, voelde extreme vermoeidheid en een opgejaagd gevoel dat ik toen niet kon plaatsen. Het duurt een tijdje voor je daardoor bent."

In 2012 ontsnapten Vranckx en zijn ploeg in de Syrische stad Homs ei zo na aan een granaataanval. "De constante stress is het ergst. Het idee dat een kidnapping in Irak of Syrië altijd mogelijk is."

Galgenhumor

Sanders heeft zelf, om redenen die hij in zijn verslag aangaf, tijdens zijn tijd bij De Telegraaf nooit om een gesprek met een psycholoog gevraagd. Maar ook van de krant uit kwam er volgens hem nooit een voorstel om met iemand te gaan praten. "De vraag of het niet eens genoeg is geweest, is nooit gesteld."

Bij de VRT is dat wel het geval, zegt Vranckx. Na zijn terugkomst uit Syrië volgde er een debriefing in beperkte groep met trauma-expert Erik Le Soir. Wie dat wou, kon nadien nog individueel verder praten tijdens meerdere sessies.

Ook bij VTM is er altijd de mogelijkheid om met externe psychologen te praten, zegt buitenlandjournalist Robin Ramaekers, die al onder meer naar Irak, Haïti en Gaza trok. "Het helpt ook dat je baas je na thuiskomst ruimte geeft om je kop leeg te maken en niet meteen met een nieuwe opdracht aankomt."

Zelf heeft Ramaekers meestal genoeg aan de gesprekken met zijn ploeg. "Ik werk altijd met dezelfde mensen die ik vertrouw. 's Avonds in de bar praten over wat je die dag samen hebt meegemaakt, helpt. Soms zelfs met wat galgenhumor om de situatie te ontzenuwen. Al klinkt dat voor buitenstaanders wellicht vreemd."

Eenmaal thuis kan hij het dan loslaten. "Ik slaag er voor mezelf in om het te plaatsen, ook al omdat die tv-camera toch automatisch een zekere afstand schept. Bij de aanslagen in Brussel had ik het bijvoorbeeld lastiger, omdat het plots heel dichtbij kwam."

Al herinnert hij zich dat hij in Sri Lanka ooit hevig is uitgevlogen tegen een Duitse vakantieganger die in tanga op een massagraf de ramptoerist kwam uithangen. "Dan merk je toch dat je veel feller reageert, omdat de zenuwen zo strak gespannen staan."

Vaste rituelen

Vranckx valt bij thuiskomst terug op vaste rituelen om tot rust te komen, zoals een koffie op dezelfde plek en hetzelfde uur. Thuis praat hij nooit over zijn beroep en ervaringen met vrienden en geliefden. "Voor mij brengt dat niets bij. Iedereen heeft andere demonen en pakt die anders aan. Het belangrijkste is dat zowel jij als je medium alert zijn voor de risico's van het vak en mogelijke weerslagen."

Bij veel media zijn psychische problemen steeds beter bespreekbaar. Alles gaat professioneler dan vroeger. Crisisverslaggevers krijgen vooraf vaak een opleiding om zich zo goed mogelijk voor te bereiden.

Ondertussen proberen de advocaten van Sanders en Telegraaf Media Groep afspraken te maken over een vertrekregeling. TMG wil omwille van de privacy niet op de zaak ingaan. Volgens bronnen beschouwt het bedrijf de zaak als een arbeidsconflict waarin PTSS wordt ingezet om een hogere vergoeding af te dwingen. Het bedrijf onderschrijft de diagnose PTSS niet.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten ziet de zaak als een "pijnlijk voorbeeld van wat er kan misgaan". Voor de NVJ is het aanleiding om kranten aan te sporen nog meer werk te maken van begeleiding van journalisten in gevaarlijke gebieden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234