Zondag 05/12/2021

AchtergrondBuitenland

In Honduras bouwen rijke investeerders semi-autonome modelsteden: ‘En gewone Hondurezen blijven arm’

In San Pedro Sula, naast Choloma waar een modelstad wordt gebouwd, slapen na een overstroming ontheemden in tenten. Beeld Tomas Ayuso
In San Pedro Sula, naast Choloma waar een modelstad wordt gebouwd, slapen na een overstroming ontheemden in tenten.Beeld Tomas Ayuso

Buitenlandse investeerders krijgen in Honduras de ruimte om ‘modelsteden’ te bouwen met eigen belastingen en eigen politie. Veel Hondurezen zijn argwanend – grondgebied verkopen aan kapitalisten, dat kennen ze nog van vroeger.

Luister naar de Italiaanse ondernemer Massimo Mazzone en je vraagt je af waarom hij in godsnaam een miljoen dollar uitgaf aan een lap grond in de Hondurese textielstad Choloma. Het is, zegt hij, een vreselijk oord. ‘Verloederd’ en bovendien ‘extreem gewelddadig’. De wegen zijn smerig, het riool ligt open, mara’s (criminele bendes) regeren er met harde hand. Het is een stad, vertelt Mazzone via videoverbinding, enkel gevuld met kledingfabrieken, alleenstaande moeders en kinderen. “De meeste mannen zijn vertrokken naar de VS.”

Toch kocht de Italiaan samen met een compagnon in deze groezelige industriestreek in een van de armste landen van Latijns-Amerika een terrein met een oppervlakte van 24 hectare. Op dit stuk grond moet Ciudad Morazán verrijzen, een ommuurde ‘modelstad’ waar dankzij een eigen belastingregime en een eigen politiekorps het kapitalisme ongehinderd kan bloeien. Mazzone pioniert in Honduras, zijn project is een van de eerste twee door de overheid goedgekeurde modelsteden: semi-autonome enclaves waar buitenlandse investeerders zelf de regels schrijven.

Honduras keek het idee af van de gelauwerde Amerikaanse econoom Paul Romer, die in 2009 in een TED-talk de ‘charterstad’ opperde als panacee voor ontwikkelingslanden. Kijk naar Hongkong, zei Romer, dat stukje China floreerde (destijds) als westers georiënteerde vrijstaat binnen het communistische land. Andere landen zouden eveneens kunnen profiteren van buitenlandse kennis door in speciale economische zones investeerders de vrije hand te geven. Romer zag utopische steden voor zich gebaseerd op een ‘charter’, een op maat gesneden handvest met liberale spelregels.

Corrupt mechanisme

“Een interessant idee”, vindt de Hondurese onderzoeker José Luis Palma Herrera, verbonden aan de Nationaal Autonome Universiteit van Honduras (UNAH). Zijn land kan buitenlandse knowhow goed gebruiken, stelt hij. Geplaagd door corruptie en geweld vindt in Hondurese bedrijven amper onderzoek en innovatie plaats, meldt een recent Wereldbank-rapport. Maar het sympathieke gedachtenexperiment is in de Hondurese context verworden tot “een corrupt mechanisme gericht op zelfverrijking”, zegt Herrera. Kortstondig was Romer in 2010 betrokken als overheidsadviseur. “Hij haakte af vanwege een gebrek aan transparantie. Dat is een eufemisme voor corruptie.”

Ruim een decennium later wordt Romers voorstel, of een Hondurese versie ervan, alsnog werkelijkheid. “We worden huisbaas”, zegt ondernemer Mazzone. “We gaan ruimte verhuren aan iedereen die maar wil. Als je een goed plan hebt, kun je bij ons binnen een dag je bedrijf openen. Kom daar eens om bij de Hondurese overheid.” Ciudad Morazán heeft al één officiële ondernemer, zegt hij lachend: “Doña Rosa kwam ongevraagd eten verkopen aan onze bouwvakkers. We hebben haar een plek aangeboden, die huurt ze nu voor 10 dollar per maand.”

Wat de modelsteden wereldwijd onderscheidt van andere ‘speciale economische zones’ met eigen belastingregels, zegt Mazzone, is het feit dat de private stad burgerschap mag toekennen aan haar inwoners. “Als je burgers hebt, moet je ook orde handhaven, criminaliteit bestrijden.” Op geen enkele andere plek gaf een overheid dat uit handen, stelt hij. Ciudad Morazán krijgt een eigen vriendelijke beveiligingsdienst (‘Denk aan de beveiliger van het winkelcentrum’) die gaat dienen als politie en als poortwachter. De rechtsstaat blijft de Hondurese, stelt hij, misdadigers worden uitgeleverd aan de Hondurese politie.

De Italiaan gaat binnen zijn muren een vlaktaks op inkomsten heffen van 5 procent. Aan de Hondurese overheid moet hij 12 procent van zijn opbrengst afstaan. Ciudad Morazán is zijn manier, beweert de kale man met het ronde gezicht, om iets terug te doen voor Honduras, het land waar hij fortuin maakte met onder meer een succesvolle drogisterijketen. Zijn stad moet een veilige plek worden om te werken en te wonen. En als hij er iets op verdient, is dat mooi meegenomen.

Toch koesteren veel Hondurezen diepe argwaan tegen investeerders als Mazzone en hun modelsteden. Velen vrezen dat de ‘zones van werkgelegenheid en economische ontwikkeling’ zoals ze officieel heten (ZEDE in de Spaanse afkorting), een vloek zijn vermomd in mooie beloften. Het zou niet voor het eerst zijn dat Honduras het eigen grondgebied in de uitverkoop doet aan kapitalisten van buiten. Een eeuw geleden was vrijwel de hele Hondurese Caribische kust in handen van machtige Amerikaanse fruittelers. Honduras werd denigrerend bananenrepubliek genoemd.

Een gezin in San Pedro Sula, waar weinig werk is en criminele bendes sterk aanwezig zijn.  Beeld Tomas Ayuso
Een gezin in San Pedro Sula, waar weinig werk is en criminele bendes sterk aanwezig zijn.Beeld Tomas Ayuso

Op papier heeft het land met een kleine tien miljoen inwoners veel te winnen bij een buitenlandse geldinjectie. Honduras behoort samen met buurlanden Guatemala en El Salvador tot wat de Verenigde Staten de ‘noordelijke driehoek’ noemen: drie kleine Centraal-Amerikaanse landen onder Mexico, geteisterd door armoede, corruptie en bendegeweld. Vanuit deze driehoek vertrekken jaarlijks honderdduizenden mensen naar het noorden, hopend op een beter leven in de VS.

In Choloma en de aangrenzende stad San Pedro Sula liggen de redenen om te vertrekken op straat. Vanaf hoge billboards kijken lachende politici neer op het volk – in november zijn lokale en presidentsverkiezingen – terwijl onder de reclamepalen gezinnen in geïmproviseerde tenten bivakkeren. Tijdens het afgelopen orkaanseizoen spoelden twee hevige stormen zowel bewoners als bendeleden de verloederde buurten uit. Op plekken waar het water slechts tot aan de voordeuren kwam, wordt het leven nog steeds beheerst door de beruchte bendes Mara Salvatrucha (MS-13) en La 18.

Coronajaar 2020 gaf de economie een knauw van 9 procent krimp. De werkloosheid steeg naar bijna 11 procent, berekende universiteit UNAH. Landbouw geldt als de grootste binnenlandse sector, met koffie en (nog steeds) bananen als belangrijkste exportproducten. Daarna volgt de textiel uit de maquilas, kledingfabrieken vol ongeschoold personeel in Choloma en San Pedro Sula. Drugssmokkel levert jaarlijks enkele procenten van het binnenlands product op, maar nog veel meer geld komt van geëmigreerde Hondurezen. Hun financiële steun aan familieleden is goed voor bijna een kwart van de economie.

De politiek is onderdeel van het probleem, zegt de activistische priester Ismael Moreno, beter bekend als Padre Melo, die in San Pedro Sula een links radiostation aanstuurt. Maffiose bendes en drugshandelaren genieten bescherming van het leger en de politie, zegt hij via de telefoon. “De overheid heeft het uitoefenen van geweld gedelegeerd aan criminele groepen.” Hoezeer criminaliteit en politiek zijn verweven blijkt wel uit het feit dat de broer van de rechtse president Juan Orlando Hernández een gevangenisstraf uitzit in de VS en ook de president zelf wordt verdacht van banden met drugsbendes.

Gemeenschapsraden

Een initiatief als dat van de Italiaanse investeerder Mazzone lijkt onder dergelijke omstandigheden een godsgeschenk. Toch schreeuwt een graffititekst op een viaduct in San Pedro Sula: ’Fuera ZEDES! Weg met de modelsteden!’ De kreet is Rosa Daniela Hendrix uit het hart gegrepen. Ze is voorzitter van de gemeenschapsraden van het eiland Roatán, een paradijselijke stukje Honduras waar eveneens een modelstad wordt gebouwd. “We willen geen autonoom land op ons eiland”, zegt ze via de telefoon.

Een impressie van ‘Roatán Próspera’, ‘Welvarend Roatán’, een modelstad die wordt gebouwd op het eiland Roatán. Beeld Zaha Hadid Architects
Een impressie van ‘Roatán Próspera’, ‘Welvarend Roatán’, een modelstad die wordt gebouwd op het eiland Roatán.Beeld Zaha Hadid Architects

‘Roatán Próspera’ heet het project, ‘Welvarend Roatán’. Toen de investeerders enkele jaren geleden arriveerden, dacht de lokale Afro-Caribische bevolking dat het een toeristisch resort betrof, zoals er al zovelen zijn op Roatán. Toen het een ZEDE bleek te zijn, sloegen de zorgen toe. Waar Mazzone’s Ciudad Morazán vooral een bedrijventerrein moet worden met daarnaast woningen, heeft Roatán Próspera de ambitie uit te groeien tot een werkelijke stad met luxewoningen en hoogstaande zorg en onderwijs.

Het Amerikaanse investeringsfonds NeWay Capital kocht 58 hectare grond en is begonnen aan de bouw van de eerste huizen. Grenzend aan het terrein ligt het dorpje Crawfish Rock, waar tussen de palmbomen langs het witte strand vijfhonderd Afro-Caribische families wonen in eenvoudige houten huizen. Dit plaatsje wordt volgens de blauwdrukken van Roatán Próspera in de komende jaren opgeslokt door de modelstad. Vandaar dat Hendrix een petitie is begonnen tegen het project. “Ze hebben ons niks te bieden. Ze komen alleen om te nemen.”

Jarenlang bestond het fenomeen ZEDE in Honduras slechts op papier. “Het idee van de modelstad nam vlucht na de coup van 2009", zegt antropoloog Beth Geglia, die aan de American University in Washington DC promoveert op het onderwerp. Het leger zette destijds president Manuel Zelaya af nadat hij een linksere koers was gaan varen. Sindsdien leven de Hondurezen onder rechtse hardliners, zoals president Hernández, die meermaals volksprotesten met geweld de kop indrukten.

Weerstand

Zo enthousiast als Hernández’ voorganger Porfirio Lobo (2010 - 2014) was, zo groot was vanaf het begin de weerstand onder de bevolking, vertelt antropoloog Geglia. “Het Hondurese hooggerechtshof oordeelde in 2013 dat Lobo’s wetsvoorstel ongrondwettelijk was. Ook lokale gemeenschappen tekenden protest aan.” De overheid schoof de bezwaren opzij, ontsloeg vier hoge rechters en het parlement nam de wet alsnog aan. Zelfs de besluitvorming over de modelsteden is deels uitbesteed aan buitenlanders, zegt ze: het comité dat nieuwe projecten goedkeurt, bestaat voor bijna de helft uit Amerikaanse leden.

Onderzoeker Herrera ziet de geschiedenis van zijn land zich herhalen. “Al in 1880 gaf president Marco Aurelio Soto land weg aan de Amerikaanse mijnbouwer Rosario. Hij was zelf aandeelhouder.” Soto’s bijnaam werd ‘vende patria’, zegt de wetenschapper: vaderland-verkoper. Hij vermoedt dat ook nu politici zakelijk een graantje meepikken van de ZEDE-concessies. Zoals de zilver- en goudmijnen eind 19de eeuw en de bananenplantages begin 20ste eeuw buitenlandse enclaves vormden in Honduras, zo zal het niet anders zijn met de modelsteden, verwacht hij.

Vooral het gebrek aan transparantie rond de projecten voedt het wantrouwen. “Plots, midden in de pandemie, werd bekend dat het project Roatán Próspera een modelstad is. Drie maanden later volgde net zo plotseling de tweede modelstad in Choloma.” Uiteindelijk, verwacht hij, leveren de modelsteden het land niks op. “Wanneer de investeerders weer vertrekken, blijven de Hondurezen even arm of armer achter. Zo is het altijd gegaan.”

Desondanks wint het geld het van lokale protesten, denkt hij: “Armoede maakt mensen gevoelig voor de belofte van werk.” Het is al te zien op Roatán, waar sommige dorpelingen al werk accepteerden in de bouw van de modelstad, vertelt activist Hendrix. Herrera vreest dat de handtekeningen van de inwoners van Crawfish Rock weinig zullen uithalen. Hij wijst erop dat het dorp maar een klein deel uitmaakt van de plannen van Roatán Prosperá. “De stad kan desnoods gewoon om Crawfish Rock heenbouwen.”

Ondernemer Massimo begrijpt de ophef over de modelsteden niet. Hij kócht zijn land in Choloma, benadrukt hij. “We hebben van niemand grond afgepakt.” Bovendien blijft Ciudad Morazán onderdeel van Honduras, zegt hij, de autonomie is niet absoluut, de Hondurese grondwet geldt ook voor zijn stad. Hij creëert slechts een beter stukje Honduras: met een aantrekkelijk belastingregime, nette woningen en beveiligers met een salaris dat hen ongevoelig zou moeten maken voor corruptie. “We hopen dat mensen willen komen.”

Onwetendheid voedt het verzet tegen de ZEDE’s, denkt de Italiaan. Mensen noemen hem ‘neokoloniaal’, betichten hem van uitbuiting. Maar wanneer hij de plannen uitlegt, ziet hij vaak genoeg meningen veranderen. Laatst nog kwamen twee kritische lokale politici kijken. “Uiteindelijk vroegen ze of we nog grotere huizen gingen bouwen. Dan wilden ze misschien zelf ook wel komen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234