Dinsdag 18/01/2022

In het wilde oosten van Congo heerst het geweld

Vrije verkiezingen moeten op 30 juli in de Democratische Republiek Congo de bloedige oorlogsjaren bezegelen. Maar in het oosten van Congo heerst het geweld nog altijd boven de politiek. Dagelijks wordt de bevolking geplunderd, zelfs door zij die beweren de burgers te beschermen tegen nieuwe rebellenbewegingen.

Door Maarten Rabaey

'De weg naar de Democratische Republiek Congo? Er is géén weg naar Congo. Hier, waar het asfalt stopt, moet u rechtdoor rijden. U komt er wel." De weg vanuit Arua, Oeganda, naar de Congolese grens stopt abrupt. Voor ons doemt een maanlandschap op vol greppels waarvan het opwaaiende stof de poriën verstikt. Dit is de Route Nationale naar Mahagi, de noordelijkste stad van het Oost-Congolese district Ituri.

Op de grens blijft de slagboom uren dicht. Dit is een microkosmos van de Congolese staat. Niemand is echt de baas, iedereen speelt de baas. De chefs Paspoorten, Hygiëne, Voertuigen, Accijnzen, Bagage en de Militaire Inlichtingendienst proberen allemaal de hoogste borst op te zetten. Allemaal innen ze uiteindelijk met minzame glimlach enkele dollars voor de ontdekte 'onregelmatigheden'.

"De corruptie overdag is klein bier vergeleken bij de wapensmokkel die er 's nachts plaatsvindt", zegt mensenrechtenonderzoeker Désiré Nkoy Elela even later in Mahagi. "AK47's worden gesmokkeld onder het chassis van vrachtwagens, achter de velgen van vrachtwagenbanden, of gewoon tussen ladingen tabak, bonen of maïs. De munitie (0,3 dollar per stuk) wordt in grote blikken olie verstopt; ook handig om ze gesmeerd te houden. Ze zijn afkomstig van markten nabij Zuid-Soedan, waar nu vrede heerst, en worden verkocht voor nauwelijks 30 dollar baar geld of geruild voor koeien, tabak of kleine hoeveelheden goud of tropisch hardhout. Het is een vicieuze cirkel. De wapens worden door krijgsheren gebruikt om hier de controle te verwerven over onze grondstoffen. Hier vechten milities nog altijd over de controle over goudmijnen of vechten ze om tropisch hardhout."

De milities laten hier overal sporen na. Tot een EU-interventie in 2003 had Ituri vanaf 1999 zwaar te lijden onder de strijd tussen Hema en Lendu, twee inheemse bevolkingsgroepen die vochten om land en vee maar bewapend werden vanuit Oeganda, dat verdeelde en heerste om bodemschatten te roven. Er vielen minstens 50.000 doden. Een half miljoen mensen werd ontheemd. In Mahagi vluchtte de volledige bevolking. Niet iedereen kwam terug. De stad is nu verpauperd. Er heerst een watertekort. Kinderen lopen met gele plastic bussen af en aan op zoek naar vocht om de enige warme maaltijd van de dag te koken. Elektriciteit is een luxe die alleen is weggelegd voor de eigenaars van een generator, zoals bisschop Marcel Utembi-Tapa.

Twee dagen is zijn bisdom hier gastheer voor een conferentie over lokale veiligheid, georganiseerd door Pax Christi en Congolese conflictbemiddelaars van 'Haki na Amani' (Justitie en Vrede). Niemand blijkt er warm te lopen voor de nakende verkiezingen. Over de politici uit de verafgelegen hoofdstad 'Kinshasa la poubelle' wordt zelfs smalend gesproken. "De laatste keer dat Jean-Pierre Bemba, ex-rebellenleider, huidig vicepresident en presidentskandidaat, naar Oost-Congo kwam, bracht hij zijn eigen legertje mee. Zonder durfde hij geen stap te verzetten. Met de bevolking had hij geen contact. President Joseph Kabila schonk een wagen aan het bisdom. Maar wegen herstelt hij niet." Doorheen de vele toespraken loopt één rode draad: de bevolking rekent alleen nog op zichzelf voor haar bescherming.

"Met 'Nyumba Kumi' of het 'Tien Huizen'-systeem", zegt Nkoy Elela. "Daarbij organiseert men zich per tien woningen om het hoofd te bieden aan indringers. Als er een vijand wordt opgemerkt, slaan de bewoners alarm met tamtams en verwittigen gewapende dorpswachten." Het systeem redde volgens de dorpelingen al veel levens maar heeft ook één grote zwakte: de burgerwachten worden deel van het probleem, omdat ze hun gewapende macht over de samenleving als een vanzelfsprekendheid zien. Volgens Nkoy Elela en andere sprekers moeten ze ontwapend worden, of heropgeleid als nieuwe gemeentepolitie. Alleen is dat nu geen prioriteit. De aanwezige blauwhelmen van de VN, de Monuc, hebben hier andere katten te geselen: in Oost-Congo moeten niet alleen pro-Oegandese en pro-Rwandese rebellenbewegingen verder ontwapend worden, er duiken ook nieuwe milities op.

De Monucmissie van Mahagi gaat schuil achter een ware vesting. Op het binnenplein staan tientallen witte pantserwagens. Sommigen dragen de sporen van vuurgevechten. Vanuit wachttorens met zandzakken overzien zwaarbewapende blauwhelmen met verrekijkers de feeërieke heuvels. Het zijn Nepalezen, bewapend met Belgische Minimimachinegeweren. Om de zes maanden worden ze afgelost.

In de officiersmess van het Nepalese bataljon communiceren de Nepalese kapitein en zijn majoor zenuwachtig via hun walkietalkies. Zeven van hun collega's worden gegijzeld door het Front des Nationalistes et Intégrationnistes (FNI) van krijgsheer Peter Karim, die de omstreken van Mahagi onveilig maakt. "We liepen in een hinderlaag", zegt de majoor. "Een van onze mensen werd gedood, drie anderen werden gewond en zeven ontvoerd. Ze worden vastgehouden op verschillende locaties. We weten dat ze nog leven. Er wordt onderhandeld. De rebellen vragen 20.000 dollar per hoofd voor hun vrijlating." De blauwhelmen kwamen enkele dagen later vrij. Onduidelijk is of er losgeld is betaald maar de kans is groot: Karim is plots bereid de wapens neer te leggen.

Elders moet de Ituribrigade van de VN wel nog regelmatig ten strijde trekken tegen andere rebellen, de Mouvement Revolutionaire Congolais (MRC), op de grens met Oeganda gevormd uit opstandelingen die niet tevreden zijn met het huidige demobilisatie- en reïntegratieproces van ex-rebellen. De blauwhelmen treden dan samen in actie met het Congolese leger, les Forces Armées de la Republique Democratique du Congo - de Fardc. Het is een oorlogsduet met valse noten. "Ze worden te onregelmatig betaald. We moeten beletten dat ze tijdens de militaire operaties de lokale bevolking plunderen om zich te bevoorraden. Dat lukt niet altijd", zegt de Nepalese majoor.

Op een boogscheut van het kamp van de blauwhelmen bevindt zich het Fardckamp. Hier huist de Eerste Brigade, waarin ex-rebellen met Belgische hulp werden 'gemengd' met het reguliere leger. Deze 'brassage' wordt door de Congolezen argwanend bekeken. Als de ex-rebellenleiders niet winnen bij de verkiezingen vrezen velen dat ze hun vroegere soldaten zullen oproepen om in opstand te komen, of dat de soldaten zelf de wapens opnemen uit onvrede met de gang van zaken. Een kapitein van de Eerste Brigade ontkent de problemen van de Fardc niet. "Wij zijn getraind door de Belgen en krijgen regelmatig controle van de EU maar die strenge begeleiding is niet overal mogelijk", zegt Paluku Mbula. "Een gewone soldaat verdient slechts 20 dollar per maand, wij officieren iets meer. Met mijn vrouw en drie kinderen erbij volstaat dat bedrag niet. Veel militairen moeten 'p'ti jobs' erbij nemen." Niet alle militairen zijn zo werkwillig als Mbula: ze maken misbruik van hun wapen om zich 'gratis' te bedienen in winkels, bij de boeren of de vissers van de Grote Meren.

"Ze stelen onze vis", zegt de traditionele chef van Mokambo, die op 70 kilometer van Mahagi naast het Lac Albert woont. "Of ze betalen er zo weinig voor dat we geen winst maken." Volgens de chef coutumier wordt elk protest daartegen hardhandig in de kiem gesmoord. Hij haalt een verfomfaaid papiertje boven waarop hij drie namen en cijfers heeft neergekrabbeld. Mukachi: 20, Thcombe: 100, Dikar Mussa: 100. "De cijfers staan voor het aantal zweepslagen dat deze vissers in het openbaar kregen omdat ze te weinig gevangen hadden. Sommige mensen uit mijn chefferie moeten ook dwangarbeid verrichten: ze moeten huizen bouwen voor de militairen. Er zijn ook geregeld arbitraire arrestaties en iedereen moet om de haverklap 'boetes' betalen."

In de naburige provincie Noord-Kivu stelt zich hetzelfde probleem. In Lukanga, nabij Butembo, voelt de bevolking de plunderingen nog wekelijks aan den lijve. "Hier heerst de wet van de jungle", zegt abt Jean-Pierre Mbangi, die samen met een andere broeder op een heuveltop een onderkomen klooster bewoont, dat tijdens de oorlog als een magneet werkte op alle rebellen en legers die de streek bezetten. "Onze stichter, de Italiaanse pater Don Giovanni, rustte namelijk het hele bergdorp uit met elektriciteit. We zijn de enige in deze streek. Wij beschikken over de sleutel van de waterkrachturbine. Het Rwandese leger en hun rebellenbeweging RCD-Goma kwam ons daarom bezetten. In het begin betaalden ze voor de stroom. Toen het Congolese leger ons een jaar later bevrijdde, werd het RCD agressief en vermoordden ze in deze buurt burgers. We hoopten dat de situatie zou verbeteren met het leger maar dat is niet zo. Elke dinsdag en vrijdag is er markt in het dorp. Dinsdag komen de Mai-Mai, lokale zelfverdedigingsmilities, en de politie alle voedsel in beslag nemen, vrijdag komt de Fardc. Dat is dramatisch. Omdat de mensen geen inkomen meer hebben, besparen ze op het schoolgeld en gezondheidszorg. Het kost hier 7,5 dollar per jaar om een kind naar school te sturen. Wie dat niet kan betalen wordt van school gestuurd. Maar ik ben vooral bang voor voedselschaarste. Dan dreigt hier opnieuw het recht van de sterkste."

Het enige veilige transport in Oost-Congo verloopt via de lucht, al is ook dat relatief: de vierzitter van Piloten zonder Grenzen, een Belgische ngo die alleen humanitaire medewerkers vervoert, moet in Mahagi landen op een airstrip vol keien.

"Maar het grootste gevaar volgt altijd na de landing", zegt de Duitse piloot wanneer we boven heuvelwouden vliegen. "Enkele weken geleden verloren we een vliegtuig dat tussen Bunia en Butembo moest landen met pech. Toen we terugkeerden om de schade te herstellen, hadden de rebellen ons toestel gedemonteerd. Van onze vleugel hadden ze zelfs een tafel gemaakt. Schandalig hoe ze daarmee de lokale bevolking straften. Wij waren de enigen die er geneesmiddelen aanvoerden."

Bij de landing in Bunia staat de moderne asfalten landingspiste in schril contrast met het aftandse luchthavengebouw. Ze werd aangelegd door de EU-interventiemacht Artemis, die hier het geweld tussen Hema en Lendu de kop indrukte. Hun zware transportvliegtuigen ruimden ondertussen plaats voor Russische VN-helikopters, die op een meewarige blik kunnen rekenen van de districtscommissaris voor Ituri, Petronille Vaweka. "De VN-vredesmacht is hier aanwezig met materiaal om een conventionele oorlog te voeren maar de rebellen vechten een guerrillastrijd. Er volstaat maar één manier om ze te verslaan: praten, praten en nog eens praten. Maar de VN-soldaten begrijpen de situatie hier niet."

Vaweka weet waarover ze praat. Na de pacificatieakkoorden voor Ituri in 2003 werd ze voorzitter van het lokale parlement. In juli 2004 werd ze bij decreet van president Joseph Kabila districtscommissaris. Vandaag probeert ze met de resterende milities rechtstreeks over een wapenstilstand te onderhandelen.

"De situatie in Bunia is verbeterd", zegt ze. "Tot 2003 vonden hier massamoorden plaats. Nu is er bewegingsvrijheid en verdwijnen de littekens uit de oorlog stilaan. Maar er blijven problemen: kinderen sterven van de honger en de MRC-militie verzamelt nu alle rebellen die weigeren de wapens neer te leggen. Ontwapening is daarom de grootste prioriteit. Dat moet in de harten gebeuren. Ik geloof dat dat sneller kan gaan dan je denkt. Het leven dwingt ons elkaar te ontmoeten. Hema- en Lenduvrouwen, wier mannen met elkaar vochten of die door de tegenpartij zijn verkracht, moeten nu samenwerken op de markt. Zo'n verzoening kun je als overheid niet afdwingen maar moet je begeleiden. De een heeft de ander nodig."

Vaweka hoopt dat de buurlanden Oeganda en Rwanda, die Oost-Congo van 1998 tot 2002 bezetten, dat ook inzien. "We zijn verplicht om samen te werken. Wij hebben de bodemrijkdommen, zij kunnen onze klanten zijn. We hebben geen andere keuze dan de vorming van een economische gemeenschap. Congo, Rwanda en Burundi hadden onder de Belgen dezelfde munt. Waarom zou dat nu niet opnieuw kunnen? Er bestond een internationale weg door Ituri, Oeganda en Kenia, die doorliep tot in de haven van Mombassa. Waarom zouden we die weg niet opnieuw kunnen aanleggen?"

Tussen die droom en de werkelijkheid staat de roofbouw, die onverminderd doorgaat. Veel bodemrijkdommen worden vandaag nog illegaal geplunderd, soms met kinderarbeid. "Onze kinderen horen op school te zitten maar velen moeten om te overleven graven naar goud en diamant", zegt Vaweka. "Als de investeerders menselijk zijn en geloven in de ontwikkeling van dit land dan moeten ze zich ook afvragen wat ze in ruil voor onze rijkdommen teruggeven aan de bevolking. Er moet een percentage achterblijven waar de bevolking van profiteert. Als dat niet gebeurt, zal de bevolking zich tegen de investeerders keren."

Vaweka kijkt reikhalzend uit naar de verkiezingen eind deze maand, omdat na de stembusgang de nieuwe Congolese grondwet van kracht moet worden. Daardoor worden de huidige elf provincies van Congo vervangen door 25 nieuwe, waaronder Ituri. De decentralisatie is welkom omdat nu nog veel staatsinkomsten uit de streek verdwijnen in een bodemloos gat in de huidige provinciehoofdstad Kisangani of in Kinshasa. Volgens de nieuwe grondwet zal 40 procent van alle staatsinkomsten in de nieuwe provincies moeten worden geïnvesteerd. Tenminste, als er op 30 juli bestuurders worden gekozen die de grondwet respecteren.

De districtscommissaris vreest dat de tijd daarvoor nog niet rijp is. "Omdat de bevolking nauwelijks weet voor wie ze stemt", zegt ze. "Pas als ze geïnformeerd zijn, kunnen de mensen écht kiezen. Nu kunnen ze nog geen echte vrije keuze maken. Een voorbeeld. Tijdens het referendum over de grondwet kwamen mensen me in het stembureau vragen waar ze de foto konden zien van Monsieur Oui en de foto van Monsieur Non... Een bevolking die zo slecht geïnformeerd zal kiezen voor n'importe qui."

Bij Corneille Semakuba klinkt dat probleem maar al te bekend in de oren. De advocaat is de lokale voorzitter van de Onafhankelijke Kiescommissie (CEI) in Goma, de grensstad met Rwanda waar het al sinds 1994 niet meer rustig is. Vandaag probeert Semakuba in samenwerking met de VN op een podium voor het lokale voetbalstadion, met behulp van beeldverhalen op borden, aan honderden mensen uit te leggen hoe ze moeten kiezen: met een vingerafdruk of een kruisje naast de foto van de kandidaat. Ze worden ook gewaarschuwd dat ze moeten luisteren naar het programma van de kandidaten, en niet verplicht zijn om te kiezen voor de kandidaat die het meeste cadeautjes uitdeelt.

Deze 'education civique' is het minste van zijn zorgen. In de stad roert Radio Trottoir opnieuw de oorlogstrom. Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat jonge, sterke mannen verdwijnen. Ze zouden zijn gerekruteerd door de opstandige generaal Nkunda om net voor de verkiezingen de controle over Noord-Kivu te verwerven. Sommige bronnen spreken van wapenopslagplaatsen in de stad en infiltratie van Nkundagezinden. Van Nkunda zelf wordt gezegd dat hij bewapend zou worden door buurland Rwanda en probeert ontevreden eenheden van het Congolese leger aan zich te binden.

De info is moeilijk te verifiëren. De VN-vredesmacht maakt zich sterk de verkiezingen in goede banen te kunnen leiden. Maar dat sust de onrust onder de bevolking niet. Vooral de Kinyarwandasprekende minderheid, de Banyamulenge, worden geviseerd. Zij kregen van het Congolese transitieparlement de lang beloofde Congolese nationaliteit maar worden door de Congolese nationalisten nog altijd gezien als collaborateurs van de Rwandese bezetter. "Tijdens het referendum hebben de Banyamulenge hier al problemen gekend", zegt Semakuba. "Sommigen vinden dat ze het nog altijd niet verdienen om te stemmen. Daarom zal de CEI in Goma in elk stembureau conflictbemiddelaars plaatsen. Ook de telling zal een heikele taak worden. De Monuc zal de stembussen gewapend begeleiden en voor de afgelegen dorpen helikopters inzetten. Dat is nodig, want in de streek waar Nkunda's troepen zich bevinden, hebben militairen de afgelopen weken al kieskaarten vernietigd."

Semakuba vindt het jammer dat de verkiezingen geen maand eerder kwamen. "Dan toonden we op ons grote scherm de voetbalmatchen van het WK in Duitsland. In de rust lieten we onze voorlichtingstekenfilm zien. Dan stond hier telkens meer dan duizend man in een uitgelaten sfeer. Als iedereen naar de voetbal zou kijken zou het hier misschien rustig blijven."

Met dank aan Pax Christi Vlaanderen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234