Maandag 20/09/2021
Wouter Vandenhaute: ‘Tot nu toe heb ik  bij Anderlecht  gratis gewerkt,  maar dat zal  in de toekomst veranderen.’

InterviewHuis van Hiele

‘In het voetbal heerst een cultuur van matennaaien’

Wouter Vandenhaute: ‘Tot nu toe heb ik bij Anderlecht gratis gewerkt, maar dat zal in de toekomst veranderen.’Beeld Wouter Van Vooren

Slow food meets slow journalism. Negen weken lang gaan journalisten in het restaurant van Willem Hiele in Koksijde enkele uren in gesprek met een spraakmakende gast. Vandaag: Anderlecht-voorzitter Wouter Vandenhaute (59) over fair play, het stalken van Johan Cruijff en de breuk met Franky Vercauteren. ‘Ik heb geen talent voor euforie.’

Het schemerde al in Koksijde en de laatste fles chardonnay was net ontkurkt, toen Wouter Vandenhaute een vleugje Goethe op tafel gooide. “Ik ben niet het type dat himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt is”, zo zei hij. Niet hemelhoog juichend, noch dodelijk bedroefd. Verwacht van hem geen emotionele pieken of dalen, terwijl er voor beide in zijn palmares van dertig jaar ondernemerschap ruimschoots reden is geweest.

BIO • Gent, 16/2/1962 • tot 1992 sportjournalist voor Humo, De Morgen en BRT • maakte in 1991 met Mark Uytterhoeven Het huis van wantrouwen • richtte in 1997 productiehuis Woestijnvis op • startte in 2010 met Flanders Classics, koepel boven grote Vlaamse koersen • eigenaar restaurant Couvert Couvert • gehuwd met VRT-sportanker Catherine Van Eylen

In een periode waar het EK voetbal, Wimbledon en de Tour de France de gemoederen beroeren, vertelt sportfanaat pur sang Vandenhaute dat ook sportprestaties hem nooit van slag zullen brengen. Zelfs niet als het gaat over zijn geliefde voetbalclub die hij sinds een jaar door woelige wateren loodst.

«Toen ik gevraagd werd om bij Anderlecht voorzitter te worden, heb ik aan Catherine (Van Eylen, zijn vrouw, red.) beloofd dat het voetbal ons privéleven niet zou gaan domineren. Ik zal alles doen wat ik kan voor de toekomst van de club, maar de uitslag van een match mag niet mijn humeur bepalen. Dat is een mentale knop die ik probeer om te draaien.»

– Is dat niet de kern van sportbeleving: die intensiteit van een collectieve emotie?

WOUTER VANDENHAUTE «Ik kan intens genieten van een sportprestatie, maar ik heb weinig talent voor euforie. En als we op de laatste speeldag op Antwerp onze derde plaats verliezen op een – naar mijn aanvoelen zeer onrechtvaardige manier – dan neem ik dat slechte gevoel niet mee naar huis. Na een match chagrijnig rondlopen, daar help je niemand mee vooruit. Dat is een vorm van mentale hygiëne.»

– U hebt wel uw jongensdroom waargemaakt, door eindelijk voorzitter te worden van RSC Anderlecht. Maakt dat van u een gelukkig man?

VANDENHAUTE «Ik amuseer me, ja. Het is een hele puzzel om financieel opnieuw gezond te worden én sportief stand te houden, maar ik hou van die uitdaging. Er is een stuk meer stabiliteit en duidelijkheid dan een jaar geleden, en we hebben Play-off 1 gehaald. Maar je kunt niet zeggen dat Anderlecht al helemaal terug is. Laten we vooral heel bescheiden blijven.»

– Wat een geluk dat uw overnamebod in 2017 is afgesprongen. Toen zou u veel geld hebben neergeteld voor een club in nood. Vandaag leidt u de club, zonder dat het u een euro heeft gekost.

VANDENHAUTE «Zo zie ik het helemaal niet. Voor alle duidelijkheid: Marc (Coucke, red.) is de eigenaar. Ik ben iemand die vooral graag inhoudelijk werkt, ik wil concreet iets realiseren. De samenwerking met Marc verloopt op dit moment goed, maar als hij morgen beslist dat mijn tijd bij Anderlecht voorbij is, dan is dat zo en dan heb ik daar vrede mee.»

– Wordt u eigenlijk betaald voor uw werk als voorzitter?

VANDENHAUTE «Tot nu toe heb ik gratis gewerkt, maar dat zal in de toekomst veranderen. De afspraken hierover worden binnenkort concreet gemaakt. Toen ik begin vorig jaar als consultant bij de club startte, was er geen geld. Toen Coucke me later vroeg om officieel voorzitter te worden, was zijn voorstel dat ik mee aandeelhouder zou worden, net als Vincent Kompany. Maar we merkten al snel dat dat de zaken nog complexer zou maken. Ik wil deel zijn van de oplossing, niet van het probleem.

»De club is na de overname in een diepe crisis geraakt, zowel financieel als sportief. Dat heeft zware wonden geslagen, vooral bij de kleinere aandeelhouders die historisch al lang een deel van de club in handen hebben. De rust en het vertrouwen met hen herstellen, dat was de eerste taak. Nu is de situatie helder: ik sta volledig aan de kant van het management. Ik zie mezelf als een dienaar van de club.

»Ik hou niet van onduidelijke rollen, en daarom vind ik het ook geen goed idee dat een trainer aandeelhouder zou zijn van een club. Die conclusie had Kompany trouwens zelf ook al getrokken. Ik geloof heel sterk in de figuur Kompany en zijn engagement voor de club, maar nu is zijn functie helder.»

– Maar Marc Coucke heeft ondertussen meer dan 100 miljoen in Anderlecht gepompt, en u bent in concreto de baas zonder te investeren. Dan zeggen wij: dat hebt u slim geflikt.

VANDENHAUTE «Ik heb niks geflikt! Marc heeft mij gevraagd om mee aan boord te komen. Per sms. Ik ga het voorlezen, anders geloven jullie mij niet. (Scrolt in zijn telefoon, vindt de bewuste sms van 15 november 2019 terug en leest de uitnodiging van Coucke voor).

»‘Beste Wouter, onze etentjes samen waren steeds een bron van inspiratie, verloren tradities moeten we verderzetten en ik heb een concreet onderwerp bovendien. Kan je me enkele data doorgeven die vrij zijn… enzovoort...’ Zo is het gesprek begonnen. Marc en ik hadden voordien door het wielrennen altijd een goed contact gehad. We gaven elkaar een hand als we elkaar op de tribune bij Anderlecht zagen, maar dat is alles. Ik was zeker geen vragende partij. Ik was actief in het voetbal met mijn makelaarskantoor Let’s Play, en ik had een rustiger leven, dat is zeker.»

– De woelige overgangsperiode bij Anderlecht heeft ook persoonlijke schade aangericht. Uw wielermaatje Karel Van Eetvelt, bijvoorbeeld, moest na minder dan een jaar alweer opstappen als CEO. Ook bij Flanders Classics hebt u heel wat ontslagen achter de rug. Vreet dat ooit aan u persoonlijk? Of is dat collateral damage die u voor lief neemt?

VANDENHAUTE «Ik voel me niet geroepen om op individuele verhalen in te gaan, maar ik weet één ding: ik heb in mijn leven véél meer mensen aangeworven dan ontslagen. Maar als het niet klikt in een team, dan moet je harde beslissingen durven nemen en de knoop doorhakken.»

– Zo lijkt u het imago te bevestigen van iemand die soms nietsontziend te werk gaat. Is er dan geen enkele breuk die u persoonlijk geraakt heeft?

VANDENHAUTE «Ik heb al vroeg in mijn carrière geleerd dat ik graag in groep werk. Toen ik als schrijvend journalist begon, vond ik dat een erg boeiend maar vooral erg eenzaam beroep. Sindsdien heb ik alles in teams gedaan, en ik mag zeggen dat ik daar toch niet onsuccesvol in ben geweest: ik heb talent ontdekt, gezorgd dat mensen goed omringd werden. Dat is wat mij fascineert: hoe stel je een groep samen en zorg je voor een goede dynamiek? Maar af en toe heb ik mij in mensen vergist. Als het nodig is, durf ik heel eerlijk te zeggen: dit werkt niet, einde verhaal. Misschien denken mensen die me niet persoonlijk kennen daardoor dat ik keihard ben.»

‘Ik heb veel meer mensen aangeworven dan ontslagen. Maar als het niet klikt, moet je harde besluiten durven nemen.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Ik heb veel meer mensen aangeworven dan ontslagen. Maar als het niet klikt, moet je harde besluiten durven nemen.’Beeld Wouter Van Vooren

Het klinkt als het antwoord van een ondernemer die de rug recht, en te allen prijze moet tonen dat hij niet terugdeinst voor moeilijke situaties. Dat emoties nooit zijn beoordelingsvermogen zullen vertroebelen. In sommige kringen krijgt een mens daar applaus voor. Is er dan geen enkele blessure? Geen breuk die pijn doet?

«Ik kan op alle beslissingen terugkijken met het besef dat ik in dezelfde situatie opnieuw hetzelfde zou doen.»

Maar later in het gesprek komt hij erop terug, wanneer de naam Franky Vercauteren valt.

«Dát heeft erin gehakt. Natuurlijk is dat een breuk die ik niet zomaar van me afschud.

»Ik heb Franky leren kennen in mijn beginperiode bij Filmnet. Hij was net gestopt als profvoetballer, en ik heb hem toen gevraagd om cocommentator te worden. Franky heeft me geleerd naar voetbal te kijken. Vijf jaar lang hebben we constant met elkaar opgetrokken, en we zijn ook daarna bevriend gebleven. Als hij in België was, zagen we elkaar, en het was altijd de droom om ooit samen iets bij Anderlecht te doen, de club van ons hart.

»Op het moment dat ik de keuze moest maken tussen Kompany of Vercauteren als trainer, was dat op menselijk vlak heel moeilijk. Maar ik heb er niet aan getwijfeld dat dit de juiste beslissing was voor de club. Franky is boos en ontgoocheld, en ik begrijp dat. Sindsdien wil hij geen contact meer. Ik hoop dat hij in de toekomst ooit open zal staan voor een gesprek.

»Kan ik daar op menselijk vlak mee om? Ja. Vind ik dat een leuke situatie? Nee. Ik heb niet voor mijn vriend gekozen, maar wel voor het belang van de club.»

– Hoe kijkt u terug op professionele nederlagen? Zoals Cycling 2020: een mooi project, er zat geld achter van de Luxemburgse private-equitygigant CVC, maar u werd gekelderd door de ASO, de eigenaars achter de Tour de France.

VANDENHAUTE «Dat is geen nederlaag, want het ruimere project is er nog. Ik ben in het wielrennen gestapt met een duidelijke visie, omdat ik geloof dat het potentieel van de wielersport onderbenut wordt. Natuurlijk kijk ik nog altijd naar een nieuwe opportuniteit. Ik praat ook nog met de ASO, maar dat soort projecten help je niet vooruit door er in de media over te communiceren. Vroeg of laat zal het wielrennen hervormd worden, en ik hoop daar een rol in te spelen. Ik heb nog tijd.»

– Nu u in beide sporten een insider bent: ziet u meer fair play in het wielrennen of in het voetbal?

VANDENHAUTE «In het wielrennen, zonder twijfel. Ik stel vast dat er tussen wielrenners een grotere solidariteit is en meer respect voor elkaar. Misschien omdat ze er veel harder voor moeten werken en meer moeten opofferen voor hun sport. Voetbal is veel meer een machosport.»

– Voetbal is ook de enige sport die in wezen draait om het verhandelen van mensen. Na het makelaarsschandaal lijkt er niets veranderd. Hebt u daar geen bedenkingen bij?

VANDENHAUTE «Ik weet niet of en hoe het voetbal zou kunnen functioneren zonder het bestaande transfersysteem. Wat we vooral nodig hebben, is transparantie. Als Mino Raiola (voetbalmakelaar van internationale toppers als Ibrahimovic, red.) een commissie van 20 miljoen opstrijkt bij een transfer en de speler gaat daarmee akkoord, geen probleem voor mij. Maar op dit ogenblik verlopen deze deals niet in alle openheid, zelfs niet voor de betrokken partijen. Maar er zijn andere wantoestanden in het voetbal waar ik me meer aan erger dan aan het transfersysteem.»

– Zoals?

VANDENHAUTE «Het gebrek aan ‘sportsmanship’, op en vooral naast het veld. Ik vind dat we elkaar op de mat moeten bekampen, gedurende negentig minuten. Maar daarbuiten moeten we samen proberen om het product en de beleving van het voetbal beter te maken.

null Beeld Wouter Van Vooren
Beeld Wouter Van Vooren

»Ik dacht dat ik de voetbalbusiness door en door kende, maar in dat anderhalf jaar als insider sta ik er toch versteld van hoe het er in het wereldje aan toegaat. Er is een cultuur van matennaaien, ongelooflijk. Hoe clubs elkaar constant vliegen afvangen, dat is nefast voor de sport.»

– Dat moet u even concreet maken.

VANDENHAUTE «Ik kan tal van voorbeelden geven, maar laat ik er eentje nemen van onze vrienden van Brugge: haast elke speler met wie wij in deze transferperiode beginnen te onderhandelen, krijgt plots ook een bod van Club Brugge. Een geluk dat wij die spelers toch binnenhalen, anders kunnen ze straks in Westkapelle (het oefencomplex van Club Brugge, red.) een vestiaire bijbouwen voor al die extra spelers. Iemand willen binnenhalen, alleen maar om de concurrentie een hak te zetten, ik snap dat niet.

»Lukas Nmecha (door Manchester City uitgeleende speler bij Anderlecht, red.) had al duidelijk aangegeven: als ik in Belgie blijf, is het bij Anderlecht. Iedereen weet dat. En lap, Brugge legt toch een bod neer bij Manchester City, zelfs zonder dat Nmecha zelf of zijn entourage daarvan op de hoogte was.»

– U kunt nu zeggen dat u dat laakbare praktijken vindt, omdat uw club er het geld niet voor heeft. Zou Anderlecht niet net hetzelfde willen doen?

VANDENHAUTE «Niet als het aan mij ligt. De cultuur van het voetbal moet op dat vlak anders. Enfin, ik zie het vooral als een teken dat we niet slecht bezig zijn en dat we in de gaten worden gehouden.»

Als Wouter Vandenhaute zijn passies oplijst, is dat in een heldere hiërarchie: voetbal, wielrennen, media.

«Maar het toeval heeft beslist dat ik mijn interesses op professioneel vlak in de omgekeerde volgorde heb verkend.»

Bijna een kwarteeuw geleden heeft hij zijn onuitwisbare stempel gedrukt op het Vlaamse medialandschap, als oprichter van het productiehuis Woestijnvis. Jarenlang bestuurde hij als CEO van De Vijver Media ook de SBS-zenders VIER en VIJF en weekblad Humo. Het imperium werd stapje voor stapje verkocht, en sinds een deal met Telenet drie jaar geleden is Vandenhaute ex-mediamagnaat.

«Het was sowieso tijd voor mij om andere paden te bewandelen. Ik wil mezelf blijven uitdagen, de goesting om verder te gaan in de sport was er al langer.»

– U bent nog voorzitter van de raad van bestuur van De Vijver Media. Volgt u de media nog met evenveel passie?

VANDENHAUTE «Ik volg alles, ja. Ik ben consultant voor Telenet sinds de overname, op strategisch vlak. Ik stel mijn ervaring en expertise ter beschikking van iedereen die het wil. Ik denk dat ik nog altijd goed zie wat er klopt en wat niet.»

– Kunt u een voorbeeld geven van iets wat ‘klopt’ of juist niet?

VANDENHAUTE «Woestijnvis is een bedrijf dat klopt. Ik vind Woestijnvis vandaag zelfs beter dan toen ik er de baas was. Dat meen ik echt. Het is als productiehuis nu veel gediversifieerder, en is erin geslaagd om mee te evolueren binnen de tijdgeest.

»Woestijnvis is groot geworden in de relatief veilige omgeving van de openbare omroep, maar ik heb eindeloos veel respect voor de mensen die er nu zitten, en in de commerciële context standhouden. Er zijn mensen gaan lopen, die de transitie niet aan konden. Maar het talent dat er nu zit, heeft hard geknokt om het bedrijf relevant te houden. Ze hebben Woestijnvis heruitgevonden.

»Een concreet voorbeeld? De Container Cup, dat is een programma dat het Woestijnvis van 15 jaar geleden nooit had kunnen maken. De Container Cup is het resultaat van creativiteit en vindingrijkheid, in de meest onvoorziene omstandigheden. Razendsnel een nieuw programma bedenken en maken in volle coronapandemie, dat leek een onmogelijke opdracht. Wij zijn er niet alleen glansrijk in geslaagd, maar hebben bovendien een erg populair amusementsprogramma gebracht dat in volle coronacrisis geen verwijzing maakte naar corona.»

– Dat is niet toevallig een programma met sportlui.

VANDENHAUTE «Maar dat is de kern van Woestijnvis! Deep down zijn wij altijd een bedrijf van sportmensen gebleven. Dat gaat natuurlijk terug tot het prille begin: Erik Watté, Mark Uytterhoeven, Jan Huyse, en ik, dat was de hele garde die Het huis van wantrouwen heeft gemaakt en later bij Supersport zat. Nadien zijn daar de mannen van Schalkse ruiters bijgekomen. Tom Lenaerts, Bart De Pauw, Michiel Devlieger. Het is wellicht geen toeval dat Bart en Tom en cours de route zijn afgehaakt.

‘Ik vind Woestijnvis nu beter dan toen ik er de baas was. Als productiehuis is het nu veel gediversifieerder.’
 Beeld Wouter Van Vooren
‘Ik vind Woestijnvis nu beter dan toen ik er de baas was. Als productiehuis is het nu veel gediversifieerder.’Beeld Wouter Van Vooren

»Michiel heeft dat ooit haarfijn omschreven: het verschil tussen ‘ons’ en ‘jullie’, zei hij, is dat jullie sporters zijn en wij zijn spelers. De nagel op de kop. Tom en Bart zijn spelers, Mark (Uytterhoeven, red.) en ik zijn sporters.»

– En sporters kunnen goed winnen, maar ook afzien en verliezen? Terwijl spelers leven voor het applaus en wegvluchten als het moeilijk wordt?

VANDENHAUTE «Maar nee, dat is typisch dat jullie daar nu een hele uitleg achter willen zoeken! Het is ook geen waardeoordeel, ik schat het ene niet hoger in dan het andere. Maar inhoudelijk zie ik dat nu heel helder, als een breuklijn tussen die verschillende profielen. Ik ben een sportmens, en dat is bepalend voor hoe ik in het leven sta.»

– U liet net de naam Bart De Pauw vallen. Hoe kijkt u naar de juridische zaak waar hij in verwikkeld is geraakt?

VANDENHAUTE «Ik zie het als een intriest verhaal, met alleen maar verliezers. Dit had nooit tot een rechtszaak moeten komen. Bart is volgens mij niet goed geadviseerd en had het van in den beginne anders kunnen aanpakken. Van nature ben ik iemand die in elke situatie iets positiefs tracht te zien, het glas is voor mij altijd halfvol. Maar in dit verhaal zie ik niet hoe hier ooit iets goeds uitkomt. Het is doodzonde, en niemand komt hier goed uit.»

– Toen u baas was bij Woestijnvis, zat u toch in een positie om in te grijpen? Toen een stagiaire bij u haar verhaal kwam doen over stalking door Bart De Pauw?

VANDENHAUTE «De dingen waar het in de rechtszaak om draait, spelen zich maar voor een heel beperkt deel af in de periode waarin Bart en ik nauw samenwerkten. Vergeet niet dat Bart in 2008 bij ons vertrok. Er is inderdaad één iemand met haar verhaal tot bij ons gekomen (een ex-Woestijnvis-stagiaire getuigde in de media maar is geen burgerlijke partij in het strafdossier, red.) Zij is door ons gehoord geweest, en wij hebben dat ernstig genomen.»

– U bent zelf behoorlijk wantrouwig tegenover de pers, ook voor dit interview is eerst lang aangedrongen. Waarom?

VANDENHAUTE «Toen Mark Uytterhoeven en ik na Het huis van wantrouwen ineens BV’s werden, wist ik al snel dat ik een leven in de luwte verkies. Mark was daar ook heel goed in: schaars communiceren. Als het puur van mij zou afhangen, communiceerde ik alleen maar intern en niet naar de buitenwereld. Er zijn meer dan genoeg anderen die graag geïnterviewd willen worden.»

– U bent zelf begonnen als interviewer met een stevige reputatie.

VANDENHAUTE «Klopt. Mijn eerste groot interview was met de Deen Frank Arnesen, die bij Ajax en Valencia had gespeeld vooraleer na een blessure bij Anderlecht te landen en daar weer te vertrekken naar PSV. Dat was 1986 en de Denen waren favoriet voor de World Cup in Mexico.

»Het was mijn eerste voetbalvriend, Per Frimann, die toen bij Anderlecht voetbalde, die de afspraak voor mij geregeld had.

»Ik heb dat interview gemaakt en naar Guy Mortier gestuurd, in de hoop een kans te krijgen als Humo-journalist. Het is inderdaad verschenen, en ik moest bij Mortier op zijn bureau komen. Of ik nog andere ideeën had. Ik zei: onze scheidsrechter op het WK, Alexis Ponnet. Vond hij ook oké. Daarna vroeg Mortier om Joop Zoetemelk te interviewen voor de Tour. Ik zei: ‘zo’n saaie man, liever niet. Ik stel Greg LeMond voor, die woont in Marke en hij zal de Tour winnen.’ Oké, zei Mortier. En LeMond won die Tour.

‘Wielrenners hebben meer respect voor elkaar dan voetballers. Misschien omdat ze er veel harder voor moeten werken.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Wielrenners hebben meer respect voor elkaar dan voetballers. Misschien omdat ze er veel harder voor moeten werken.’Beeld Wouter Van Vooren

»Dat waren andere tijden. Je kon gewoon iemand bellen – met een telefoon met een hoorn – en een afspraak vastleggen. Je zat daar als journalist een hele middag te praten, je tikte thuis het gesprek uit, en klaar. Een interview laten nalezen voor publicatie, dat bestond nog niet.»

– Nu u het zegt, daar doen wij ook niet aan mee.

VANDENHAUTE (lacht) «Al snel stelde ik aan Guy Mortier voor om een sportplanning te maken, dat deed ik graag. Ik interviewde Patrik Sjöberg, wereldkampioen hoogspringen, Seán Kelly, topcoureur. En voetballers: Preben Elkjaer Larsen, Marco van Basten, Ruud Gullit, Michael Laudrup, Johan Cruijff. Dat was in 1987, Cruijff was toen trainer bij Ajax.

»Ik wilde een lang interview met Cruijff voor Humo, maar hij hield mij een beetje aan het lijntje. Toen ik hem eindelijk in Amsterdam te pakken kreeg, had hij weer geen tijd en stelde voor om naar Nice te komen, naar hun trainingskamp. Ik ben naar Nice gevlogen. ‘Na de training,’ zei Cruijff, ‘kom naar het hotel’. In het hotel: ‘Nou, we moeten eerst eten.’ Daarna: ‘Nou, we hebben eerst bespreking.’ Toen begon het interview. ‘Nou, heb je genoeg?’ Na twintig minuten… Ik kreeg telkens een nieuwe afspraak. Op den duur werd het een spelletje tussen hem en mij. Maar aan het eind had ik acht keer twintig minuten band.»

– Was dat het begin van het masterplan?

VANDENHAUTE «Ik heb maar één keer in mijn leven een plan gehad: ik wilde sportkot doen in Leuven, les lichamelijke opvoeding geven en voetballen in de week­ends. Na mijn dertigste zou ik stoppen met voetballen en de sportjournalistiek ingaan.

»Mijn vader vond het maar een rare keuze. Ik had Latijn-Grieks gedaan in het middelbaar. ‘Je kiest in het verlengde van je minste mogelijkheden’, zei hij. Maar toen ik in het eerste jaar zelf begon te twijfelen en wilde overstappen naar de Germaanse, heeft hij mij verplicht mijn sportstudie af te maken. Daar ben ik vandaag nog altijd blij om.»

– Uit wat voor gezin komt u?

VANDENHAUTE «Ik ben de oudste van vier. Mijn vader gaf les in het Sint-Lievenscollege in Gent. Mijn moeder is een Kiebooms. Haar vader Louis – mijn bompa –was twintig jaar lang CVP-schepen in Wilrijk en heeft gedurende de oorlog vier jaar in een concentratiekamp gezeten, omdat hij hoofdredacteur van Gazet van Antwerpen was, die tegen de Duitsers schreven.

»Een oom van mijn moeder was dan weer hulpbisschop van Gent: Leo De Kesel, de oom van kardinaal Jozef De Kesel. De superior van het college in Oudenaarde heeft toen nog naar Leo De Kesel gebeld om bij mijn vader tussen te komen om mij toch maar niet naar het sportkot te sturen.

»Nu, in het begin ging ik kapot van de heimwee op kot in Leuven. Ik heb vaak al op donderdagavond na de les anatomie de trein genomen terwijl wij nog les hadden tot zaterdagochtend. Gewoon om thuis te zijn.

‘Toen Mark Uytterhoeven en ik na ‘Het huis van wantrouwen’ ineens BV’s werden, besefte ik al snel dat ik een leven in de luwte verkies.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Toen Mark Uytterhoeven en ik na ‘Het huis van wantrouwen’ ineens BV’s werden, besefte ik al snel dat ik een leven in de luwte verkies.’Beeld Wouter Van Vooren

»Ik ben daar op mijn eigen limieten gebotst. Ik was bezeten door sport, maar een allroundatleet was ik zeker niet. Lopen en voetballen oké, maar zwemmen, gymnastiek… dat was afzien.

»Aan het einde van het eerste jaar had ik twee herexamens: gymnastiek en atletiek. Bij het kogelstoten moesten wij 8 meter kunnen gooien. Ik geraakte zelfs nooit verder dan 7,5 meter. Kansloos dus. Tot bij mijn derde poging René Didden – broer van Marc – ineens riep: 8m04. Ik kan maar moeilijk geloven dat dat klopte.»

– Wat is de levensles? Dat een beetje valsspelen mag?

VANDENHAUTE «Ik weet niet of het valsspelen was. Misschien heb ik mezelf overstegen en plots wel 8m04 gegooid. (lacht) Maar ik denk vooral dat René mijn moed en vastberadenheid wel kon waarderen.»

– Hoe is het nu met uw conditie?

VANDENHAUTE «Niet te best. Ik heb een nieuwe fiets gekocht en de raad opgevolgd om mij te laten opmeten. Dat kost je dan een halve dag, en ongetwijfeld weten die gasten wat ze doen als ze van alles op je lichaam plakken, maar ze hebben ook mijn schoenplaatjes verzet. De dag na mijn eerste lange rit kon ik bijna niet meer stappen. Daarna ben ik van de ene in de andere blessure gesukkeld.

»Is dat de leeftijd? Ik ben 59, maar deze zomer ga ik voor de volledige reset van mijn lichaam, Ik heb een nieuwe scan laten maken en met de nodig discipline gaat dat lukken. Ik ben vastberaden en gemotiveerd.»

(DM)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234