Zaterdag 16/01/2021

In het verpleeginferno

De ouderdom komt met gebreken in een scherpe roman van Yehoshua Kenaz

door Frans Roggen

Yehoshua Kenaz

uit het Hebreeuws vertaald door Shulamith Bamberger, Arena, Amsterdam, 303 p., 900 frank.

Yehoshua Kenaz is journalist en vertaler van Franse literatuur. Van zijn werk is alleen Naar de katten in het Nederlands beschikbaar. In het Frans en het Engels vind je bovendien ook nog zijn verhalenbundel Muziek. Niet zo gek veel dus.

Naar de katten deed mij denken aan Muriel Sparks Memento mori. In beide boeken staat een aantal bejaarden centraal, in beide liggen dood en verval binnen handbereik en zowel Spark als Kenaz hebben een heel fijn oog en oor voor de gevoeligheden van oude mensen en een scherp zicht op de vaak karikaturale en zelfs groteske dimensies van hun gedrag.

Het hoofdpersonage van Naar de katten is Jolanda Moskovitsj, 76 jaar oud, gepensioneerde lerares Frans, wonende in Tel-Aviv, trots op het bezit van haar eigen flatje op de vierde etage. Jolanda is al een hele poos niet meer zo goed te been. Doe dan al die trappen maar eens. Op een dag valt ze. Als de breuken geheeld zijn, belandt ze voor revalidatie in een verpleeghuis. De prognoses zijn niet zo gunstig. Ze zal nooit meer zonder looprek kunnen. Jolanda settelt zich in de verpleeginrichting, net zoals de andere oude luitjes overigens, op één felle uitzondering na. Immers, na het verpleeghuis komt het eindstation: het bejaardentehuis.

Jolanda's relatie met de hoofdverpleegster wordt al op de eerste pagina's duidelijk. Satana - zo noemt ze haar - geeft haar rolstoel een zetje zodat ze in vliegende vaart de tuin in raast en daar omverdondert, met de stoel boven op haar. Maar niemand gelooft dat verhaal. Zelfs niet die ouwe flauwe Alegra, haar kamergenoot en factotum die toch wel wat loyaliteit had mogen betonen. Krijgt ze niet van Jolanda haar zakgeld soms? Nu ja, daarvoor wast ze Jolanda's kousen en ondergoed en haalt ze blikjes appelsap uit de automaat. Maar nee, ze bestaat het om haar verhaal meteen door te vertellen aan de hoofdverpleegster. Maar kan Jolanda boos zijn op die zieke Alegra, die niemand heeft buiten Adela, die haar in ruil voor een prominente plaats in haar testament komt masseren?

Het is een kleurrijk gezelschap daar in het verpleeghuis. (Typisch Israëlisch is dat de kostgangers bijna zonder uitzondering van Europese afkomst zijn, vreemdelingen die de taal van het personeel slechts gebrekkig spreken en zich onderling van het Jiddisch en het Ladino bedienen.) Het zijn echter niet alleen de patiënten die om de lezer te vermaken uit het dagelijks leven lijken geplukt. De verplegende sector mag er ook zijn. En de bezoekers, niet te vergeten. De oude spreuk dat het leven een komedie is voor hen die denken en een tragedie voor hen die voelen wordt hier levensecht geïllustreerd.

Maar wat valt er eigenlijk te lachen om die oude Jolanda, die zich opdoft omdat ze verliefd is op de Russische schilder Kagan, die in het verpleeginferno zit met zijn suikerzieke benen en het met haar op een zuipen zet, ook al weet hij maar al te goed dat hij zo zijn benen nog kwijt zal raken? Wat valt er te lachen om Alegra, die op haar laatste benen loopt en zich haar schaarse bezittingen laat aftroggelen door Adela, in ruil voor massages en wat professionele tederheid? Natuurlijk valt er niets te lachen.

Wel kun je het uitschateren om Fichman, de demente kinderarts die zich bij wijze van act aan tafel uitkleedt en de verpleging de bomen injaagt of patiënten de stuipen op het lijf met zijn woeste rolstoelritten. Of om Paula, die totaal weg is uit deze wereld, in elk bed kruipt dat vrij is en iedereen die wat te onvriendelijk reageert bedreigt met haar vader, "want die is hier de baas, jullie moeten doen wat ik zeg". Maar al die flauwekul kan ook drama's veroorzaken. Fichman, die eigenlijk verliefd is op Jolanda, steekt Kagan neer en belandt in het gekkenhuis. Met Kagan loopt het gelukkig goed af, dat wil zeggen hij geneest van zijn steekwonden, maar wel moet hij zijn benen laten afzetten vanwege zijn dipsomanie.

Jolanda krijgt dan het lumineuze idee naar haar eigen woning terug te gaan. Dat zou een happy end kunnen zijn, maar nee. Ze is nog niet goed en wel thuis of daar duiken de gieren al op. De eerste die zijn opwachting maakt is Leon, een verpleger die vooruit wil in het leven. In het verpleeghuis vrijde hij Jolanda al op een schandalige manier op, zodat zij hem meermaals gegeneerd vroeg om daar toch maar mee op te houden, met die praatjes van hem. Maar ze kon niet verbergen dat ze er toch ook wel van genoot. Omdat de oude dame, zoals velen van de oudjes, heel gul kon zijn met financiële attenties, blijft die smiecht er natuurlijk mee doorgaan.

Leon wil iets met haar regelen: gegarandeerde verzorging in zijn eigen home in ruil voor afstand van goederen. Jolanda hapt echter niet meteen toe en dus gaat hij zover dat hij het arme mens de stuipen op het lijf jaagt met zijn verhalen over oudjes die in hun eigen flatje omgebracht worden voor een paar grijpstuivers. Hij laat haar zelfs 's nachts opbellen door zijn compagnon, een kwestie van de wind eronder te houden. Maar ook Adela staat klaar om zich in het testament van Jolanda Moskovitsj te laten opnemen.

Niets nieuws, natuurlijk -iedereen heeft wel zo'n oude tante die door een handige neef gestroopt wordt. Daar gaat het hem bij Yehoshua Kenaz in wezen ook niet om. Dit is slechts een gebruikelijk randverschijnsel van de ontworteling, de vervreemding van eigen omgeving, van eigen lichaam en ziel, van de eigen identiteit, die men oud worden noemt. Het gaat Kenaz om de angst en de onzekerheid die dit proces van kosmisch zelfverlies, dit voorstadium van de dood oproept. Elke vezel van dit vervallende wezen zit vast in een vertrouwde jonge identiteit, in een jonge gevoelswereld, waaruit de jongens en meisjes uit de eigen jeugd wegvallen en gapende leegtes nalaten. Elke intrusie van de 'jongeren' lijkt dan wel op een daad van agressie - en is dat vaak ook.

Kenaz spaart zijn personages niet, hij stelt ze in het ongenadige licht van de werkelijkheid, die hen laat verschijnen als karikaturen, grotesk, belachelijk ook in hun eigen ogen. Het spiegelbeeld waarvan Jolanda Moskovitsj schrikt is het beeld dat ons allemaal wordt voorgehouden. Dat werkt louterend, als je wil zelfs vertroostend en je kunt er bij lachen. Maar dat hoeft niet. Gewone wanhoop is ook niet te versmaden.

Dit verhaal werkt louterend, als je wil zelfs vertroostend en je kunt er bij lachen. Maar dat hoeft niet. Gewone wanhoop is ook niet te versmaden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234