Dinsdag 21/01/2020

Sutherland shooting

In het stadje waar 26 kerkgangers werden vermoord: "God had een doel toen hij niet ingreep"

In de berm langs de weg in Sutherland Springs staan 26 witte kruisen, die herinneren aan de slachtoffers van de shooting van 5 november. Beeld Simon Lenskens

Op 5 november schoot ex-militair Devin Kelley 26 kerkgangers dood in Sutherland Springs, Texas. Vrijwel iedereen verloor wel minstens één geliefde, maar het leven gaat door. ‘Deze tragedie zal ons geloof sterker maken.’

"Wacht, laat me even naar een wat stillere plek ­rollen”, zegt Kris Workman. Door de telefoon klinkt het geluid van wielen op een vloer. Workman hijgt een beetje, hij is net uit het ­revalidatiecentrum ontslagen en dit gedoe met een rolstoel is nog nieuw voor hem, maar zijn stem klinkt rustig. “Ik heb geen reden hier emotioneel over te zijn”, zegt hij. “Ik ben altijd meer van de logische kant geweest en ik heb een tamelijk goed geheugen, dus ik kan stap voor stap vertellen wat er is gebeurd. Het is heel logisch allemaal.”

Wie van San Antonio in het zuiden van Texas over weg 87 naar het oosten rijdt, langs ranches met zwarte koeien en roestige jaknikkers, ziet na een half uur de witte kruisen in de berm staan – 26 stuks. Er liggen knuffels en harten en bloemen bij en op elk kruis zit een witte duif, gemaakt van een plastic melkfles. Op de kruisen staan boodschappen: ‘Ik hou van je, oma’. ‘Rust zacht, lief babymeisje.’ En bij het kleinste kruis: ‘Laat de kinderen tot mij komen & houd ze niet tegen, want voor hen is het Koninkrijk der Hemelen.’ Boven het kruispunt knippert het enige stoplicht van het dorp.

Er was nooit veel reden om te stoppen in Sutherland Springs, maar hier sloeg Devin Kelley, een gestoorde oud-militair, op 5 november af. Hij parkeerde zijn auto bij een schattig wit kerkje op een hoek van het grasveld. In vol gevechtsornaat stapte hij uit, met een zwart kogelvrij vest en een zwart masker en een zwarte helm op, met een semi-automatische Ruger AR-556 in zijn hand en twee pistolen op zijn heup. Hij liet de motor draaien.

Het kerkje ziet er van buiten nog steeds schattig uit, maar het geweld heeft sporen nagelaten. Sommige ruitjes hebben een iets andere tint dan de andere. Op de takken van de struiken zitten ­versplinterde plekken, alsof er een beest aan heeft geknaagd. Naast de kerk staat op een groot wit informatiebord: ‘First Baptist Church. Liefde overwint haat. Dienst tijdelijk gehouden in tent.'

In de kerk werden 26 bezoekers doodgeschoten door een man die het op zijn schoonmoeder had gemunt. Het is niet de grootste schietpartij van het jaar in Amerika, wel de sterkst geconcentreerde.

Dominee Frank Pomeroy leidt – gewapend – de bijbelstudie in een gemeenschapsgebouwtje achter de First Baptist Church. Beeld Simon Lenskens

Kinderen zijn hun ouders verloren, ouders hun kinderen, zusjes hun broertjes, broertjes hun ­zusjes, iedereen wel één of meerdere vrienden. Eén man verloor acht familieleden. Van de twintig gewonden liggen er nog een aantal in het ­ziekenhuis.

Toch leeft het dorp als nooit tevoren. Nog geen honderd meter van de plek van het drama klinkt het schieten van nietpistolen en het gezoem van generatoren, waar werklui de geschonken noodkerk afhechten die straks met Kerstmis de flink gegroeide parochie moet gaan herbergen.

Pop-pop

Kris Workman, een man van 33 met een ranch, een racewagen en een ­functie als teamleider bij internetbedrijf Rackspace in San Antonio, was de ­ochtend van 5 november alleen naar de First Baptist Church gegaan. Normaal gaat hij met zijn vrouw en 3-jarig dochtertje, maar zijn vrouw moest ergens oppassen. Zijn moeder en broer waren er wel. Ze gingen op een houten bankje voor in de kerk zitten. De dienst was net begonnen toen Workman pop-popgeluiden achter zich hoorde die hij niet kon thuisbrengen. “Ik dacht dat de boxen het ­begaven. Bij de derde knal wist ik dat dat het niet kon zijn. Er waren maar twee boxen.”

Een maand later loopt het gemeenschaps­gebouwtje achter de kerk vol met dorpelingen die voor de bijbelstudie van dominee Frank Pomeroy komen. Zijn vrouw Sherri dient worst en wentelteefjes op. Frank, een stevige kerel met een hangsnor in een felblauw shirt en een spijkerbroek en een stropdas met kerstmanmotief, omhelst zijn parochianen en gaat op een kruk achter een ­katheder zitten. In een holster op zijn heup zit een pistool. Dominee Pomeroy was er niet, op die 5de november, want hij was voor een cursus in Oklahoma. Zijn vrouw Sherri was er ook niet, die zat in Florida. Zijn 14-jarige dochter Annabelle zat die ochtend wel in de kerk.

Pomeroy heeft het deze zondag in ­december over het lijden van christenen. “Hoe tragisch het ook is wat er gebeurd is, en ik wil het niet afzwakken, maar dit is niet voor het eerst geweest. Er zijn vele ­christenen geweest die gestorven zijn voor het geloof. In onze gemeenschap hebben 26 martelaren hun bloed gegeven voor Christus. En zoals vroeger in tijden van vervolging zal ook deze tragedie ons geloof sterker maken.”

Kris Workman dacht eerst dat het vuurwerk was. Maar toen herkende hij het ritme van het geluid. “Ik woon op een boerderij, ben vertrouwd met vuurwapens, ze zijn als gereedschap voor me, ik schiet er ratelslangen mee. Even hoopte ik nog dat de kogels werden afgevuurd vanuit een voorbijrijdende auto, maar toen realiseerde ik me dat ze van de andere kant kwamen. Ze kwamen dwars door de muur. We doken omlaag. En toen kwam hij binnen.”

Devin Kelley begon rij voor rij op de kerkgangers te schieten. Workman probeerde onder de bank te kruipen, maar hij was te groot en bleef ­uitsteken. Hij zag hoe de schutter door het ­middenpad liep. Eerst een keer heen en weer, daarna begon hij gerichter te werken. Hij vuurde op slachtoffers die kreunden. Op mensen die hun telefoon pakten. Op kinderen die om hun ouders riepen. “Hij zei dat iedereen dood moest”, zegt Workman.

Kelley hield stil bij Joann Ward, een moeder die op haar kleine kinderen was gaan liggen om ze te beschermen, en bleef door haar heen schieten. Ward was later alleen nog aan haar tatoeages te herkennen; één van de drie kinderen zou het overleven. Kelley ging naar buiten om nieuwe munitie te halen. Toen hij terugkwam, bleef hij bij Kris Workman staan, die met zijn lichaam onder de bank uit stak. En toen schoot hij op hem.

“Ik had nog nooit aan die kant van een geweerloop gestaan. Het geluid is veel harder dan ik het kende. Ik voelde een pijn die ik nog nooit had gevoeld. Alsof je op hetzelfde moment gestompt en gestoken wordt. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat ik mijn benen niet meer voelde. Ik wachtte op de volgende kogel. En toen hoorde ik ineens een schreeuw, een grove, uitgeschreeuwde keelklank, van iemand van buiten. Dat was meneer Willeford.”

Pelgrimsoord

Tijdens het bijbelstudieontbijt een maand later gaat het aanvankelijk niet over de schietpartij. Het gaat over de strijd tussen goed en kwaad, over ­martelaren, over het licht in de duisternis. Maar dan spreekt ineens een vrouw van middelbare ­leeftijd aan een van de klaptafels. Het is Julie Workman, de moeder van Kris.

“Ik denk dat ik het goede heb gezien”, zegt ze zacht. “Ik lag daar onder de banken. Met mijn ene hand had ik de hand van mijn zoon vast en met mijn andere hand zocht ik mijn andere zoon. Ik had alleen twee schampschoten. Toen liep de schutter ineens de deur uit. Even was het stil. Ik zag de stofwolk in de kerk hangen en wist dat die van de kogels en de ravage kwam. Maar het was ook een wolk die leek op te stijgen naar de hemel. Loof de Heer!, riep Gunny, die even verderop bloedend op de grond lag, en toen begonnen anderen om hulp te roepen. Daarna was het chaos.”

De kerk is een pelgrimsoord geworden. De kapotgeschoten bankjes zijn verwijderd, het besmeurde tapijt is weggehaald. Op de plekken waar de slachtoffers zaten, staan nu klapstoeltjes met een naam op de rugleuning, op elke zitting steunt een roos. Hier één stoeltje, daar twee, daar vijf op een rij. Behalve een opengeslagen bijbel op het podium en waxinelichtjes staan er alleen doosjes met zakdoekjes. Vrijwilligers houden de wacht bij de deur en wijzen op de dichtgeplamuurde kogelgaten. Iemand legt uit wat hier gebeurd is, en doet met twee handen voor hoe je een geweer naar beneden richt en de trekker een paar keer overhaalt.

De evangelische kerk van Sutherland Springs wordt sinds het drama niet meer gebruikt. ‘Maar we hebben genoeg geld gekregen om een stuk grond te kopen en een nieuwe kerk te bouwen.’ Beeld Simon Lenskens

Er staan wat evangelisten uit Oklahoma voor de deur in de rij om het gastenboek te tekenen. “Deze mensen hebben dit niet verdiend”, zegt een van hen. “Maar niemand weet wanneer hij gaat. Dit bewijst dat je voorbereid moet zijn.”

Op het honkbalveld even verderop wordt ­intussen een grote tent opgezet, voor een healing en evangelisch concert met zwarte soulzangers en rappers. “Vanuit het hele land komen mensen naar het dorp”, zegt Alice Garcia, die het gemeenschapshuis van Sutherland Springs runt. “Het lichaam van Christus is aangevallen, maar dat heeft een revival onder christenen veroorzaakt. Kijk hoe vol de kerk zit, op zondag. En ze hebben genoeg geld gekregen om een stuk grond te kopen en een nieuwe kerk te bouwen. We komen hier sterker uit.”

Workman denkt dat ook. “Wat Satan hier heeft gedaan, is een katalysator geweest voor God. De tragedie heeft ook een goede kant.”

Grote beloning

In het geheel duurde de schietpartij 11 minuten. Er werden later vijftien lege magazijnen teruggevonden waar elk dertig kogels in hadden gezeten. “Het leek alsof het nooit zou eindigen”, zegt Farida Brown (73), die vier kogels in haar benen kreeg. “Het leken uren. De tijd rekt uit als God met Satan vecht.”

Julie Workman, met 34 jaar ervaring in ­operatiekamers en op eerstehulpafdelingen, stond op. Ze kon één zoon niet vinden, en dacht dat de andere het zou redden. Ze liep tussen de kapot­geschoten bankjes naar achteren om te kijken wie ze kon helpen. Toen ze de kleine kinderen zag, schreeuwde ze. “Ik doe de zondagsschool. Het waren een beetje mijn kinderen. Het was gruwelijk. Ik voelde me slap worden. Toen riep Gunny, die lang schutter is geweest bij de mariniers: ­herpak jezelf, dit is waarvoor God je geschapen heeft. Hij bleek later vijf keer te zijn geraakt, maar door zijn geblaf kwam ik weer bij. Ik wist dat ik de doden moest negeren en me moest concentreren op de levenden. Ik heb doeken gehaald uit mijn auto om het bloeden te stelpen en ledematen af te binden.”

Kris Workman werd afgevoerd met een ziekenwagen, terwijl hij zelf zijn wonden dichtdrukte. Zijn broer Kyle bleek als enige te zijn ontsnapt, door naar de deur te tijgeren toen de schutter nieuwe munitie ging halen en weg te rennen toen de schutter terugkeerde. Hij werd niet geraakt door de kogels die in zijn richting werden ­afgevuurd. “Hij heeft het zwaar nu”, zegt Julie Workman. “Hij weet niet waarom hij het heeft overleefd. Hij weet niet welke bedoeling God met hem heeft. Maar hij zorgde er met zijn vlucht ­misschien voor dat de schutter naar buiten ging.”

Ze heeft goede en slechte dagen, zegt ze. Het beeld van de kinderen kan ze niet vergeten. “Maar ze hebben geen pijn meer. Ze hebben misschien even geleden, maar de beloning is groot. Ze vieren Kerstmis met de jarige zelf.”

Gods mysterie

Dominee Frank Pomeroy is de kamer van zijn dochter nog niet in geweest. Hij kan het nog niet aan, zegt hij. Hij heeft zich op zijn werk gestort – op het troosten van zijn parochie, op het zieken­bezoek, het noodgebouw, de aankoop van een stuk grond voor een nieuwe kerk. En hij heeft nog vijf kinderen om voor te zorgen, wat troostrijk is. Als hij ziet hoe ze de kerstboom optuigen, weet hij dat God nog in hun midden is.

Hij vraagt zich weleens af waarom Annabelle daar niet meer bij is, zegt hij na de dienst. “Maar ze is beter af waar ze nu is. Ze heeft geen pijn, ze hoeft niet te lijden. De achterblijvers hebben de grootste pijn.”

Achter in de tent staart een man voor zich uit. Het is John Holcombe, die die zondag ook in de kerk was, maar in het hokje voor het geluid en videopnamen zat. Hij verloor zijn ouders, zijn broer, zijn zwangere vrouw, twee kinderen uit haar eerdere huwelijk, en een nichtje van 1 jaar. Eén dochter overleefde doordat ze als eerste viel en onder haar moeder en grootouders terechtkwam. “Dit is hoe God het voorzien heeft”, zegt hij en kijkt naar de lege stoelen om hem heen. Hij wil nog wat zeggen, maar dan komt zijn dochter van 7 naar hem toe. Ze wil pakkertje spelen tussen klapstoeltjes. “Sorry”, zegt Holcombe. “Dit gaat voor.”

Voor de gelovigen zit er een ijzeren ratio achter de willekeur van de doden en de overlevenden. “Als God iemand tot zich neemt, heeft hij daar een bedoeling mee. Als God iemand spaart, heeft hij daar een andere bedoeling mee. Als hij iemand laat overleven met een bepaalde aandoening, is God weer iets anders van plan”, zegt Kris Workman.

Dat is Gods mysterie. Dat verklaart waarom er nét die zondag geen wapendragers in de kerk waren.

En dat verklaart waarom er na 10 minuten alsnog iemand met een geweer op blote voeten naar de kerk toe rende.

Good guy with a gun

Stephen Willeford woont in een versleten huisje schuin tegenover de kerk. Op zijn veranda is het een ratjetoe van kisten, gereedschappen, een oude fiets en een schapenschedel; aan een zeecontainer op het erf zit nog een stukje politielint. Willeford zelf is uit jagen, zegt buurman Mike Jordan, die net de kerstverlichting aan het ophangen is, maar als hij thuis was geweest zou hij toch niet met de pers willen praten. “Hij is bang dat journalisten er een verhaal over het beperken van wapenbezit van ­willen maken. En dit gaat helemaal niet over gun control. Dit gaat over idiot control.”

Ook Jordan, die als een van de eersten de kerk binnenging om de slachtoffers te helpen, vervloekt de media, de horden journalisten die meteen na de schietpartij het dorp bestormden en op zijn gras parkeerden, de fotografen die op de daken ­klommen en door de struiken kropen om een foto te kunnen maken. “Wat dachten ze te kunnen zien? Weet je wat ik in mijn armen had? Een meisje met de hersens van haar moeder in haar haar. Je wilt helemaal niet zien wat daar is gebeurd.”

In afwachting van een nieuwe kerk, wordt een healing en een evangelisch concert in een tent gehouden. Beeld Simon Lenskens

Willeford (55), een vroom christen die een andere kerk bezocht, liet zich interviewen door de National Rifle Association. Hij vertelde hoe zijn dochter hem waarschuwde dat er geschoten werd in de kerk, en hoe hij een AR-15 uit de geweerkluis pakte en snel wat kogels bij elkaar graaide. Hij had geen tijd om schoenen aan te doen. Hij vertelde hoe hij bij elke knal dacht aan de dorpsgenoten voor wie de kogel bestemd was. Hij vertelde hoe hij naar de kerk rende en zich achter een pick-uptruck tegenover de ingang verschanste.

De schutter rende schietend naar buiten, waar hij werd geraakt door Willeford. Hij sprong in zijn auto en reed weg, waarbij hij nog een keer werd geraakt, door het raampje van zijn portier. Op de vlucht, achtervolgd door Willeford en een toevallig passerende dorpsgenoot, bloedde hij leeg en belandde hij in een weiland, waar hij zichzelf door het hoofd schoot.

“Stephen is de beste good guy with a gun die je je kunt voorstellen”, zegt Jordan.”'Hij deed precies wat hij moest doen. Hij wist precies hoe hij de moordenaar kon raken, ondanks zijn kogelvrije vest. Zonder Stephen waren er veel meer doden gevallen.”

Jordan heeft zijn zoon (die olie aan het verversen was en beschoten werd voordat Kelley de kerk binnenging) eindelijk kunnen overtuigen vuurwapens aan te schaffen. Veel andere inwoners van het dorp hebben dat ook gedaan. Fred Ohnesorge, van de dichtstbijzijnde wapenwinkel, vertelt aan de telefoon dat er veel belangstelling is voor nieuwe vergunningen.

“Stephen Willeford was een werktuig in Gods handen”, zegt Kris Workman, de man die als ­laatste werd neergeschoten. Workman heeft in het ziekenhuis veel gepraat met Willeford, die daar loodgieter is. “Zonder hem was ik er niet meer geweest. En de anderen ook niet.”

Maar waarom kwam Willeford toen pas? Of anders geredeneerd: waarom kwam hij überhaupt, als martelaren goed zijn voor het geloof? Rekent God op mensen met geweren?

“Kennelijk vond God het genoeg”, zegt Workman. “God kan het kwaad niet tegenhouden, maar hij kan ingrijpen. Hij had overlevenden nodig om het verhaal te vertellen. Ik ben gespaard, zodat ik kan vertellen hoe God deze hele gebeurtenis heeft georkestreerd. Nu ik verlamd ben, kan ik me op die taak concentreren.”

Toch hoopt hij ooit weer te kunnen gaan racen. “Misschien iets met handmatige pedalen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234