Zaterdag 27/02/2021

ReizenMarokko

In het spoor van de hippies in Marrakech

In de seventies reisden hippies zuid- en oostwaarts richting de islamitische wereld. In Marokko vonden ze een Islam
 ‘met duizend verschillende gezichten’. Beeld RV
In de seventies reisden hippies zuid- en oostwaarts richting de islamitische wereld. In Marokko vonden ze een Islam ‘met duizend verschillende gezichten’.Beeld RV

Volkswagenbusjes, rock-’n-roll en de geur van hasjiesj. Marrakech was in de jaren zeventig het hippiemekka bij uitstek. Wat de westerlingen daar precies zochten, is lastig te omschrijven. Is het er nog? Journalist Olaf Tempelman ging op zoek naar het aards paradijs in hartje Marokko.

De straatjes kronkelen, de mensen krioelen en het ruikt er naar munt. Wie doorloopt, eindigt vanzelf in een doolhof waarin ezels en scooters beter de weg kennen dan smartphones. Twee soorten wegen ­weigeren koppig hun geheimen aan Google Maps prijs te geven: die van de liefde en die van de middeleeuwse Marokkaanse koningssteden.

Als de oude stad van Marrakech geen gevoel van ­ondoorgrondelijkheid en mysterie had opgeroepen, had die het nooit tot hippiemekka geschopt. Vijftig jaar zijn ­verstreken sinds Europese langharigen wolken van hasjiesj door de medina van Marrakech verspreidden – nog altijd merk je vijf keer per dag hoeveel minaretten daar staan.

Hier ergens staat de minaret die het leven van zanger Cat Stevens veranderde. Hij hoorde in de gebedsoproep ‘muziek voor God’ en noemde zich sindsdien Yusuf Islam. Chris Karrer, gitarist en violist van de Duitse hippieformatie Amon Düül II, ontdekte in dit doolhof de soefistische mystiek. Wie zijn compositie Lost in Marrakech beluistert, weet dat er waarheid schuilt in de tegelwijsheid dat wie durft te ­verdwalen, nieuwe wegen vindt.

De geschiedenis kent rare symmetrie. We leven in een tijd waarin mensen vanuit Noord-Afrika ‘paradijs Europa’ proberen te bereiken, maar er was een tijd dat juist Europeanen de zee overstaken om een paradijs in Noord-Afrika te vinden. Op de veerboot tussen Spanje en Marokko wemelde het in die jaren van de Volkswagenbusjes. Paradijsgangers van weleer zijn tegenwoordig mannen die dun geworden witte haren in staarten dragen, en vrouwen die de herfst van hun leven camoufleren met hennarode haarverf. In documentaires vertellen ze dat hun geliefde Marrakech ordinair is geworden.

Afgrijselijk ongewoon

Het Volkswagenbusjestijdperk is voorbij, maar na een dag dwalen in Marrakech ben ik de overtuiging toegedaan dat deze plek nog steeds aantrekkingskracht uitoefent op ­westerse mensen die op zoek zijn naar ‘iets’. Wat dat ‘iets’ is, laat zich niet eenvoudig omschrijven, maar als je het hoopt te vinden, kun je het beter hier zoeken dan in Dubai of Disneyland. Hasjiesj roken ze hier nog steeds, kun je ruiken. Het beroemde eerbetoon van Crosby, Stills & Nash aan het hippiemekka heet ‘Marrakesh Express’, maar draagt de bijnaam Cannabis Express.

Als twee verdwaalde Europese vrouwen in ‘hippie-­oriëntaalse’ jurken in trance de spiritueel-blauwe tegels van een middeleeuwse Koranschool beginnen te betasten, moet ik voor het eerst denken aan Esther Freuds autobiografische roman Hideous Kinky, ‘afgrijselijk ongewoon’, als je het vrij vertaalt.

De vader van Esther Freud was schilder Lucian Freud (kleinzoon van Sigmund), haar moeder een van diens talrijke maîtresses. Esther Freud was 9 toen mama in 1972 met haar en haar zusje in een VW-busje op weg ging naar Marrakech om zich daar met behulp van de mystieke islam te bevrijden van kleinburgerlijkheid. Esther Freud probeert mild te zijn voor die hippiemoeder, al was het maar omdat die nog leefde toen Hideous Kinky een bestseller werd. Helaas kan haar 9-jarige hoofdpersoon er niet omheen dat ze zich kapot geneert als mama spirituele buigingen gaat maken in het Marokkaanse straatstof. Aan het eind van het boek gaat die moeder ook nog blootsvoets bedelen, in de geest van beroemde derwisjen, voor wie het vragen om ­aalmoezen een spirituele oefening was. Bij de moeder van Esther Freud heeft het bedelen ook een praktische reden: haar geld is op.

Het typische van de hoogtijdagen van het hippieparadijs was dat ze in de jaren vielen die in Marokko bekendstaan als ‘de jaren van lood’, de regeerperiode van koning Hassan II (1956-’99), toen flink wat armoede gepaard ging met flink wat repressie. Gasten in Marrakech’ beroemdste hotel La Mamounia merkten daar weinig van. De Rolling Stones zaten er al in 1967. Biografen melden dat ze bij het zwembad te druk waren met het stelen van elkaars vriendinnen om echt op het spirituele pad te raken.

Kunstverzamelaars Paul en Talitha Getty genieten van hun dakterras in Marrakech, in 1970. Beeld Conde Nast via Getty Images
Kunstverzamelaars Paul en Talitha Getty genieten van hun dakterras in Marrakech, in 1970.Beeld Conde Nast via Getty Images

Bij Paul McCartney liet Marrakech wel een spiritueel spoor na. Zijn nummer ‘Mamunia’ is vernoemd naar dit prachthotel en gaat over herboren worden. Winston Churchill, geen hippie, hield ook van La Mamounia. Tientallen malen checkte hij er in om in de zon opnieuw geboren te worden en op zijn balkon het Atlasgebergte te schilderen. Ik mag van de vriendelijke staf zomaar even alleen op dat Churchill-balkon staan. Zo zie ik de bergtoppen en word ik herboren zonder 700 euro per nacht te declareren.

Het Marokkaanse paradijs van modeontwerper Yves Saint Laurent heb ik niet voor mezelf. Na een half­uur wachten in een rij die voor driekwart uit Europese vrouwen bestaat, is de Jardin Majorelle, in de volksmond de Tuin van Yves, extra mooi. Hier vind je een melange van cactussen, palmen en bamboestokken, en fraaie architectuur in de kleuren paarsblauw en donkergeel. Op oude foto’s zie je dat het een bouwval was toen de modeontwerper de boel kocht. Wat zag de man die ze de Koning van Parijs noemden in deze plek? “Een inspiratiebron met duizend gezichten”, zegt een gids tegen een gezelschap middelbare Franse ­vrouwen.

De aangrenzende straat werd na de dood van de mode­legende omgedoopt tot Rue Yves Saint Laurent. Ik kijk naar een straatnaambordje en bedenk dat in geen enkel ander islamitisch land een straat zou kunnen worden vernoemd naar een homoseksuele modeontwerper die alles deed wat Allah verbood.

De wollen tricotjurken van Yves Saint Laurent waren gemáákt voor vrouwen die jong waren in 1967. Een paradijs moet gemaakt zijn voor paradijszoekers. Anders gezegd: paradijszoekers komen nooit zomaar ergens terecht, ‘iets’ moet daar aan diepere verlangens appelleren.

Een halve eeuw geleden reisden hippies zowel ver oostwaarts als zuidwaarts. Beide routes voerden naar de islamitische wereld. Nu is die oostwaartse ‘hippietrail’ vanwege bermbommen van de taliban te gevaarlijk om na te reizen. Omdat de zuidwaartse hippietrail niet werd geannexeerd door islamitische strijders, maar door EasyJet en Transavia, leent die zich makkelijker voor een reconstructie.

Trommels en wierook

Vrijwel zeker had de islam een halve eeuw geleden een ander imago dan tegenwoordig. Je kunt opperen dat de islam in die jaren op dezelfde manier ‘aantrekkelijk exotisch’ kon zijn als het hindoeïsme of het boeddhisme. Dat juist Marokko een geliefde bestemming werd voor spiritueel zoekende westerse jongeren, is niet zo toevallig: hier vond je een islam ‘met duizend verschillende gezichten’, noem het flink wat verschillende gedaanten. Op weinig plekken was de cultuur zo heterogeen als helemaal aan de westrand van de islamitische wereld. Hier kon je het spirituele pad opgaan met behulp van zang en dans en trommels en wierook. In soefihuizen kon en mocht verrassend veel. Esther Freud weet niet of haar moeder alles begreep wat daar werd gezegd, maar ze leerde er Mohammed kennen als een mystieke man, niet als een jihadist. ‘Ware rijkdom is de rijkdom van de ziel’: dat is óók een uitspraak van de profeet.

In de adembenemend mooie medina van Fez, de oudste van Marokko’s koningssteden, ruik je minstens zoveel munt en cannabis als in Marrakech, maar scooters en ezels worden daar geweerd uit straatjes van soms wel duizend jaar oud. Bij een toren met azuurblauw mozaïek staar ik naar Afrikaanse mannen en vrouwen die door elkaar in een grote kring zitten. Dit is de zawiya, het soefihuis van de orde van Ahmad al-Tijani. Een paar jaar geleden hoorde ik over dit soefihuis van de jonge Rotterdamse historicus Abdel El Hamidi. Hij volgde het voetspoor van zijn grootvader. “Mijn opa straalde altijd een rust en een mildheid uit die ik nooit kon koppelen aan hoe ik de islam in Nederland had leren kennen. Later leerde ik dat mijn opa was gevormd in een van de grootste soefi-broederschappen van westelijk Afrika.”

Van soefisme bestaan duizend vormen, maar bondig samengevat is het een mengsel van mystiek en folklore. Spanningen tussen soefi’s en schriftgeleerden zijn nauwelijks minder oud dan de islam zelf. Moellahs bestreden soefi’s omdat ze aan ketterij zouden doen, maar óók omdat soefi’s zich aan dogma’s onttrokken. Of soefi’s de mystieke extase proberen te bereiken via muziek, dans, roes of meditatie, hun zoektocht naar God is persoonlijk. Tussen hen en Allah staan geen dogma’s en hiërarchieën. Vormen van soefisme bestaan in praktisch alle islamitische landen, behalve Saoedi-Arabië, al is het vaak ondergronds. In Marokko bestaat tot de dag van vandaag veel soefisme bovengronds.

Hippies en moellahs konden niet samen door één deur – hippies en soefi’s wel. Welk soefihuis de moeder van Esther Freud in Marrakech bezocht, heb ik niet kunnen achter­halen, maar het is in de buurt van zo’n zawiya waar mannen en vrouwen in een kring musiceren dat ik iets van de ­oorsprong van het hippiemekka meen te snappen. In de ­verfilming van Hideous Kinky wordt de moeder van Esther Freud gespeeld door Kate Winslet, die op de filmset vertelde dat ze zélf graag in 1972 in Marokko had willen zitten.

Watjes tegen jimi hendrix

Gnawa is een muziekgenre dat niet-ingevoerde Europeanen eerder als Afrikaans dan Arabisch in de oren klinkt. Gnawaspelers vertolken religieuze poëzie terwijl ze zichzelf begeleiden op instrumenten die eruitzien als stokken met twee snaren. Om een transcenderend effect te ­bewerkstelligen, wordt een en dezelfde tekstregel eindeloos herhaald. Op een dakterras in Fez wordt dat effect bevorderd door kruidige rookwaar. Vrouwen die bij binnenkomst nog een hoofddoek dragen, hebben die afgeworpen tegen de tijd dat ze gaan dansen. Op deze plek wordt óók flink wat alcohol gedronken. Dat had ik in Marokko nog helemaal niet gezien in een openbare gelegenheid, maar ik heb dit ­etablissement dan ook niet zelf gevonden.

Ik ben hier naartoe gebracht door Noel, een Britse kunstschilder die ‘in het voetspoor van hippies’ naar Marokko trok en daar niet meer wegging. Inmiddels spreekt Noel ­aardig Arabisch en is hij bevriend met zo ongeveer de halve medina van Fez, ook met deze gnawaspelers. Vele soorten wijn laat de ober zien. Op de officiële menukaart wordt geen druppel alcohol aangeboden.

Ontwerper Yves Saint Laurent op zijn patio in Marrakech, in 1980. Beeld Conde Nast via Getty Images
Ontwerper Yves Saint Laurent op zijn patio in Marrakech, in 1980.Beeld Conde Nast via Getty Images

Ach, om iets van deze wereld te begrijpen moet je eerst snappen dat het pays légal er nooit gelijk was aan het pays réel. Officieel verkopen winkels louter alcohol voor toeristen, of voor Marokkanen die Europese gasten hebben. Maar als alléén toeristen in Marokko wijn zouden drinken, zou je uit de statistieken kunnen concluderen dat elke toerist ­twintig flessen wijn per dag drinkt.

In het atelier van Noel in Fez staan fraaie doeken te ­drogen van Arabische en Berberse schonen die poseren op binnenplaatsen met mozaïeken. Noel is een succesvolle ­schilder van neoromantisch oriëntaals werk, weet ik ­inmiddels. Maar omdat ik geen idee had dat de westerse man in Marokkaanse kledij die ik aansprak op een terras in Fez een bekende kunstenaar was, noem ik hem in dit stuk alleen bij zijn voornaam.

Van deze schilder leer ik dat wat we op het dakterras zien terwijl de zon ondergaat, nu ja, slechts een tipje van de sluier is. Je kunt Marokko een land met duizend gezichten noemen, maar ook een ui met duizend schillen. Hoe verder je die ui afpelt, hoe meer hier allemaal naast elkaar blijkt te kunnen bestaan.

Hoe kan dat? Die vraag wil Noel graag beantwoorden: “Omdat dingen hier niet worden uitgesproken. Omdat alles impliciet blijft, of hoort te blijven.” Dingen benoemen, ­concreet en expliciet: dat is nu echt iets Noord-Europees, leerde deze Britse kunstenaar in de jaren dat hij toegang kreeg tot “die andere wereld”. Zeg gerust dat hij tegenwoordig ineenkrimpt als hij zijn Europese gasten heel directe ­vragen hoort stellen. Dan vertelt bijvoorbeeld een van Noels vrienden uit Fez aan een van Noels gasten uit Londen dat mannen en vrouwen in Marokko aan elkaar gelijk zijn, en dan krijgt die meteen een hele directe vraag: “En waarom draagt jouw vrouw dan een hoofddoek?”

Wie dit universum wil leren kennen, moet zich niet blindstaren op de buitenkant. Noel zegt het vaak tegen zijn gasten: “What you see is NOT what you get”. Ik mag Noel onder geen beding een ‘neo-hippie’ noemen, maar wat hij prijzenswaardig vond bij de mensen die hier vijftig jaar ­geleden kwamen, was hun ontvankelijkheid. Een halve eeuw terug was Marokko veel armer en conservatiever dan tegenwoordig; die hippies waren vaak naïef of ze wisten van toeten noch blazen, maar omdat ze open van geest waren, gingen er vaak zomaar deuren voor hen open.

Café Jimi Hendrix ligt aan een stoffige kustweg op een steenworp van de Atlantische Oceaan, en laat zich van een afstand al herkennen aan een schildering van Hendrix’ haardos. Flarden gitaargeluid komen mee met de Atlantische bries. Jimi Hendrix kwam naar paradijs Marokko in de loden jaren van Hassan II, maar in zijn café hangt de beroemde foto waarop hij zijn gitaar in brand steekt naast een staatsportret van de huidige Marokkaanse koning Mohammed VI. Bien étonnés de se trouver ensemble, is daarvoor de uitdrukking. Even meen ik cannabis te proeven in het walnoten­gebak dat de ober bij de muntthee serveert, maar Franse en Amerikaanse seniorenechtparen eten hier dezelfde taartjes en die ogen beslist niet stoned. Een Franse mevrouw die dicht bij een speaker zit en minder van Hendrix houdt dan haar mannelijk gezelschap, heeft zelfs watjes in haar oren gestopt. Als Jimi Hendrix nog had geleefd, had hij ongeveer de leeftijd gehad van de kromgegroeide vrouwen met ­hoofddoeken die buiten in het stof op de bus wachten.

Lotushouding

Sceptici zeggen dat Hendrix in juli 1969 exact elf dagen doorbracht in Essaouira aan de Marokkaanse kust, met narcotica en groupies. Dat Hendrix in die tijd bezig was aan een spirituele reis en zelfs op weg was een soefi te worden, dát hoor ik in het hotel waar Hendrix zou hebben gelogeerd en dat tegenwoordig Hotel Jimi Hendrix heet.

Hendrix was al jaren bezig met het verleggen van ­muzikale grenzen, en een spirituele reis hoorde daarbij, legt de hotelmanager uit. Intuïtief voelde hij dat hij voor het ­verleggen van spirituele grenzen in Marokko moest zijn. Wie goed luistert, hoort de gnawa-invloeden in de muziek die hij in zijn laatste levensjaar maakte. Dat Essaouira nog steeds een plek is waar mensen komen om zichzelf te bevrijden en het jaarlijkse muziekfestival bezoekers uit de hele wereld trekt, dat komt allemaal door Hendrix – zéggen ze in Hotel Jimi Hendrix.

Waar zou die Marokkaanse spirituele reis van Hendrix zijn geëindigd? Dat weten ze in zijn hotel ook niet, maar Hendrix was een vrije geest. We kunnen veilig uitsluiten dat hij net zo’n orthodoxe moslim was geworden als ­voornoemde Yusuf Islam, die zijn steun ging uitspreken voor fatwa’s.

Tussen Hotel Jimi Hendrix en de oude stad van Essaouira ligt een kilometer strand waarop de Atlantische Oceaan onstuimig breekt. Wie bewijs zoekt voor de hypothese dat in Marokko iets van een hippieparadijs is blijven bestaan, kan met dit stuk strand zijn voordeel doen. Ze slaan daar op trommels, ze zitten daar in de lotushouding, ze geven daar yogalessen en ze roken daar het een en ander.

Achter het strand ligt een parkeerplaats waar een stuk of vijftien campers staan met West-Europese nummerborden. De eigenaren van de Zweedse camper heten Lars en Ursula. Zij zijn hier eerder geweest in 1971, en, jazeker, toen ­kwamen ze met een oud busje. Destijds deden ze twee weken over de reis, maar toen ze in Marrakech arriveerden, was dat fantastisch. Essaouira was het mooist, vier maanden zijn ze daar gebleven.

Met de camper zijn ze nu in vier dagen van Zweden naar Essaouria gereden. Vinden ze er nog iets terug van de magie van hun eerste reis? Dat is een domme vraag: vind maar eens iets van de magie terug van de tijd dat je jong en ­verliefd was en al je bezittingen in een rugzak pasten.

Dan zegt Lars, zo serieus als alleen een Scandinaviër kan zijn: “Het land is nog even prachtig en de mensen zijn nog even aardig. Alleen zijn de wegen nu beter.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234