Zondag 21/07/2019

reportage

In het spoor van de Belgische Special Forces in Niger: “We zitten hier niet te niksen, hè”

Ook al zijn de Belgen hier niet om te vechten, aan wapenonderhoud ontkomt geen enkele militair. Beeld Bas Bogaerts

Om de terreurdreiging en de migratie het hoofd te bieden, krijgt Niger ook hulp van België. Special Forces leiden er commando’s op, maar dan wel op een heel ongewone manier. De Morgen mocht uitzonderlijk mee op missie.

Het konvooi, met op kop Nigerese militaire voertuigen, gevolgd door Belgische Special Forces (SF) in terreinwagens, houdt halt bij een klein dorpje midden in het desolate woestijngebied. De Nigerezen rijden door tot aan de zandstenen huizen, de Belgen wachten aan de rand. De SF’ers stappen uit, verspreiden zich rond het dorp en sturen een kleine drone de lucht in om de boel in het oog te houden.

Het hooguit dertig huizen tellende gehucht ligt op zo’n 100 kilometer ten noorden van de hoofdstad Niamey, in de regio Tillaberi.

Het gebied staat bekend als zeer onveilig wegens aanslagen en ontvoeringen van verschillende terreurbewegingen, afkomstig uit de buurlanden Mali en Burkina Faso. In oktober 2017 werden vier Amerikaanse Special Forces en minstens vier Nigerese soldaten omsingeld en vermoord door IS-militanten in Tongo Tongo, veertig kilometer verderop aan de grens met Mali. Hun bodycams registreerden toen zelfs hun eigen dood. Eind januari overviel een groep onbekende militanten een politiebureau in de buurt, en op de stoffige wegen vinden sinds kort ook regelmatig aanslagen met bermbommen en bomauto’s plaats.

In de woelige regio zijn een klein aantal Belgische Special Forces plus enkele vakspecialisten uit verschillende defensiedomeinen actief in de training en coaching van het Nigerese COS (Commandement des Operations Spéciales). Na maandenlang over en weer mailen en bellen, hebben we eindelijk groen licht gekregen om mee te lopen in het spoor van onze Special Forces. Wat doen die mannen daar precies en hoe relevant is hun aanwezigheid in die onveilige regio in het zuiden van Niger? Zelf doen ze meestal erg geheimzinnig over hun activiteiten maar vandaag mogen we alles op de voet volgen, is ons beloofd.

Het opleiden van de Nigerezen kadert in de militaire steun die verschillende landen geven aan Niger, dat een centrale positie inneemt in de onrustige Sahel-regio. Naast de VS en Canada zijn ook Duitsland, Frankrijk, Italië en België betrokken. Belangrijkste reden voor de militaire bijstand is dat de activiteiten van gewelddadige extremistische organisaties die het land binnensijpelen, moeten worden ingeperkt.

Nieuwe buitengrens van Europa

In Niger zelf is het op het vlak van extremistische groeperingen relatief rustig. De dreiging komt vooral uit Mali, Burkina Faso en Nigeria. En uit het noorden van Libië en Algerije. Maar in Niger wordt gevreesd dat de terreurbewegingen hun terrein willen uitbreiden tot over de grenzen. Het Westen beschouwt Niger als een nieuwe grens in de wereldwijde strijd tegen terreur, een nieuwe buitengrens van Europa, zeg maar. De VS en andere landen zijn dan ook niet alleen in Niger, maar ook in Mauritanië, Senegal, Mali, Burkina Faso, Nigeria en Tsjaad aanwezig.

Omdat het straatarme land op dit moment niet in staat is die terreurdreiging vanuit de buurlanden volledig zelf onder controle te houden – met duizenden kilometers landsgrenzen in de barre woestijn is dat ook een nagenoeg onmogelijke taak – is de steun van westerse landen voor de verdere ontwikkeling van het veiligheidsapparaat meer dan welkom.

Ook de druk (en het geld) vanuit Europa om de migratie vanuit Afrika aan banden te leggen, is voor de Nigerese overheid een belangrijke reden om buitenlandse militairen toe te laten in het land. Niger is een kruispunt voor de vele migranten die naar Europa willen reizen. Om de migrantenstroom een halt toe te roepen, sloot de EU in 2015 een akkoord met Niger; het land kreeg 190 miljoen euro aan Europees ontwikkelingsgeld en opleidingsfondsen voor de Nigerese veiligheidsdiensten. Sindsdien controleert het Nigerese leger samen met de politie de vele migratieroutes in het land.

Pierre, de bezieler van het Belgische project in Niger, bezoekt een lokaal atelier, waar onder de vorm van partnership de lederen medische Life Saving Kits voor het Nigerese leger worden gemaakt. Beeld Bas Bogaerts

Bijkomend argument voor Niger is de demografische situatie van het land; naar verwachting zal de bevolking van momenteel ruim 19 miljoen mensen tegen 2050 verdubbeld zijn. Vijftig procent van de werkende populatie is afhankelijk van de landbouw, maar de gevolgen van de klimaatverandering zijn ook hier merkbaar: grote delen van het land kreunen ofwel onder extreme regenval, ofwel onder langdurige droogte. Niger kan alle hulp dus meer dan goed gebruiken.

De Belgen zijn niet actief in het noorden van Niger; hun werkterrein ligt in de hoofdstad Niamey en de omringende regio. We zijn deze morgen getuige van een praktijktraining aan Nigerese commando’s. Als oefening moeten de militairen gaan praten met de dorpsoudsten. Om informatie in te winnen over de spanningen in de streek maar ook om een vertrouwensband op te bouwen met de lokale bewoners. In Niger is de kloof tussen het leger en de bevolking groot. Een van de manieren om bruggen te slaan, is het opbouwen van rechtstreekse contacten. Dus worden de Nigerese militairen op de dorpsbewoners afgestuurd.

Chef de village

In de schaduw van een gevlochten rieten omheining zit de chef de village op een matje op de grond, vergezeld van twee dorpsgenoten. Mannen met getaande koppen, grijze baarden, zonnebrillen en kleurrijke tulbanden. De chef weet dat het om een oefening gaat, maar hij luistert aandachtig naar de Nigerese commandant. Die vraagt of de dorpsoudste vannacht goed geslapen heeft. Zulke vragen stellen is een beproefde tactiek, luidt het Belgische advies aan de Nigerese militairen: “Als ze ja zeggen, weet je dat ze zich ’s nachts veilig voelen.”

Al gauw stokt het gesprek. De enige Belgische militair in het gezelschap zit naast de Nigerese commandant en zegt zachtjes dat hij de conversatie aan de gang moet houden. Verder houdt hij zich afzijdig. Bedoeling is dat het Nigerese leger het zo veel mogelijk zelf doet, de Belgen beperken hun inmenging bewust tot een minimum. Het gaat om een nieuwe aanpak, uitgedacht en op poten gezet door de Belgische Special Forces Group (SFG) en voorlopig alleen bestemd voor Niger.

“We hebben dit opgestart na Flintlock 2016”, zegt Pierre, bezieler van het project. Flintlock is een jaarlijkse internationale militaire oefening in de Sahel-regio onder Amerikaans bevel. Dit jaar vindt ze plaats in Burkina Faso. Om veiligheidsredenen willen de leden van de SF Group alleen met hun voornaam vermeld worden. Pierre en collega Mehdi staan in de bosjes rond het dorp en houden een drone in de gaten. “Het mag dan wel om een oefening gaan, de dreiging van extremistische groeperingen in de streek is wél reëel”, zegt Pierre. “We moeten echt alert zijn. Het is bekend dat de extremisten het vooral op het leger en de politie hebben voorzien. Wij zijn een geliefd doelwit.”

Anders dan bij een ‘normale’ training door westerse eenheden aan buitenlandse militairen in een conflictgebied, worden de instructies niet louter ‘top-down’ doorgegeven. De Belgen gaan een stap verder. “We gaan uit van de kracht van het land zelf, we noemen dat ‘lokalisatiestrategie’”, zegt Pierre. Hij studeerde theologie in Canada en vervolgens ‘Intelligence and International Security’ aan het gerenommeerde King’s College in Londen. Daarna ging hij bij het leger.

Jongens op een bromfiets proberen gelijke tred te houden met de patrouille van de Belgische Special Forces. Beeld Bas Bogaerts

“Deze strategie komt neer op de bevinding dat mensen meer nadenken als ze weinig middelen hebben dan wanneer alles voorhanden is. Je wordt creatiever met minder in plaats van met meer. Met dat uitgangspunt gaan we aan de slag. We gaan ook dieper in op de oorzaken van de problemen die hier spelen. Om die enigszins te begrijpen, kijken we naar de geschiedenis van de regio, de sociale structuren, de relaties tussen de stammen en de economische situatie. Wat zijn de oorzaken van migratie, van de stammentwisten, van de kloof tussen het Nigerese leger en de bevolking? Het is een hele boterham, inderdaad, maar ik ga uit van het filosofische standpunt van Sun Tzu (auteur van ‘De kunst van het oorlogvoeren’, red.): als je een omgeving wilt leren begrijpen, moet je beginnen met je eigen omgeving en jezelf te leren kennen. Op moreel, emotioneel, rationeel, ethisch en fysiek vlak.”

‘Leren uit onze fouten’

Om zoveel mogelijk kennis te vergaren over het terrein en zijn bewoners, onderhouden de SF-operatoren ook contacten met ngo’s, lokale bedrijven en andere initiatieven. “Een ongewone setting”, beseft Pierre. “Gewoonlijk delen ngo’s de bloemen uit, en gebruiken wij wapens. Een verschil van dag en nacht. Nu lijkt het erop alsof ook wij bloemen uitdelen om iets te kunnen bereiken in een toch al zo complexe situatie. Deels is dat zo. Het past in de nieuwe strategie.”

Achterin de Toyota Landcruiser is er weinig van te merken dat de militairen deels de werkwijze van een ngo overnemen. Het team SF’ers is zwaarbewapend en staat op scherp. Zelf zitten we met onze voeten op een stapel raketwerpers, omringd door machinegeweren, munitie en rookgranaten. Mocht er iets gebeuren, dan zijn deze mannen voorbereid, zoveel is duidelijk.

Een van de pijlers van de nieuwe strategie is wat Pierre problem solving awareness noemt: “In plaats van het Nigerese leger te vertellen wat ze moeten leren, laten we hen zelf naar oplossingen zoeken. Op hun manier, met hun middelen, hun pedagogie.” In de humanitaire hulpverlening is dit concept al lang en breed bekend, weet Pierre. “Hoog tijd dat het ook in militaire kringen wordt toegepast. Het leger moet mee met zijn tijd.”

In het begin kreeg Pierre nauwelijks bijval van Brussel. “Weinig mensen begrepen waarover ik het had. Het duurde een paar jaar voor men enigszins openstond voor het praktische nut van deze strategie. Inmiddels zijn ze positief over het project in Niger. Ik ben blij dat ze ons de kans geven, natuurlijk. Het gaat om een verdieping en verbreding van de klassieke militaire denkwijze en hiërarchie.”

Omdat de SFG initiatiefnemer is van de nieuwe aanpak, speelt de eenheid een leidende rol in de opleiding van de Nigerezen. “Voor de andere westerse landen hier was het wennen”, zegt Pierre. “Maar toen duidelijk werd dat onze methode effect had, schudde dat andere landen wakker. Iedereen werkt op zijn manier, maar men staat open voor onze werkwijze. De Duitsers voorop.”

Wat maakt de aanpak dan zo succesvol? “Het Nigerese leger is heel enthousiast. ‘Voor het eerst hebben we het gevoel dat jullie voor ons werken in plaats van andersom’, zeiden de militairen ons. Dat beschouwen we als een compliment. We laten hen volledig in hun waarde, we leggen uit hoe wij het zouden doen, maar het is aan hen om dat ofwel over te nemen ofwel in te passen in hun manier van werken. Zo nodig springen we bij, natuurlijk, we zijn hier niet voor niets.”

Bedoeling is dat de werkwijze tot duurzame oplossingen zal leiden. “Hoe vaak is het al niet gebeurd dat westerse militairen een compleet trainingsplan introduceerden in een conflictland, maar dat alles stilviel zodra ze vertrokken?”, weet Pierre. “Dat proberen we dit keer te voorkomen. Omdat Niger niet in staat van oorlog is, is het land zeer geschikt voor dit proefproject. We hopen het land mee sterker te maken door de weerbaarheid van de bevolking én het leger te vergroten. De mensen moeten voorbereid zijn, mocht de boel hier ooit ontploffen.”

De strategie past in wat ze in het leger left of bang noemen. De term bang (knal) wordt erg letterlijk genomen; de bang is de oorlog zelf. Left of bang gaat om alles wat zich op een tijdlijn vóór het eigenlijke conflict afspeelt, right of bang richt zich op wat er na de bang gebeurt, wanneer de oorlog ten einde loopt of de golf van geweld vermindert en de overheid een gebied opnieuw onder controle heeft. Right of bang heeft te maken met de klassieke militaire actie gevolgd door heropbouw, bij de left of bang gaat het om preventie, om de problemen aan te pakken voor het tot een escalatie komt. In Niger gaat het dus duidelijk om een left of bang-operatie.

De bijeenkomst met de dorpsoudste is afgelopen. De man heeft nog meegegeven – zoals aangegeven in het scenario – dat zijn mannen buiten ongewone ‘beweging’ hebben vastgesteld. Een aantal onbekende personen zou bezig zijn geweest met iets te begraven langs de kant van de weg. De Nigerese militairen moeten nu poolshoogte gaan nemen. We gaan in konvooi terug de woestijn in, de Nigerezen opnieuw aan kop. Niet ver van het dorpje houden we halt op de eenzame weg. Vanaf de rots verderop in het zand stijgt een rookpluim de lucht in. Afkomstig van een zogenoemde bermbom. De Nigerezen moeten de locatie van het explosief vaststellen, de omgeving markeren en intussen hun wagens in veiligheid brengen in het geval van een onverwachte aanval. Intussen komt er af en toe een toevallige passant langs op een brommer of met de auto. De meesten lijken geen problemen te hebben met de bende rondrennende militairen in het zand. Ze lachen eens, steken hun hand op en rijden verder. “De mensen zien in dat het leger zich inzet om terroristen buiten te houden, dat is een goeie zaak”, zegt onze chauffeur, een Toeareg. “Maar we blijven op onze hoede voor iedereen met een uniform. We hebben verschillende staatsgrepen meegemaakt die gepaard gingen met veel geweld. Dat zijn we niet vergeten.”

Afgetrainde lijven

In de buurt van het woestijndorp hebben de Nigerezen een militair kamp gevestigd waar ze feedback krijgen van de Belgen over de oefening deze morgen. Het is er druk, militaire voertuigen vol Nigerese soldaten rijden af en aan, joggende militairen in korte broek rennen hijgend voorbij.

“We proberen de Nigerese cultuur te verweven met onze militaire instructieprogramma’s”, zegt detachementscommandant Jean, een blonde man uit West-Vlaanderen. Hij staat volledig achter Operation New Nero in Niger, zoals de Special Forces hun project hebben gedoopt. Jean reist op en af van Brussel naar Niger. Gemiddeld is hij zes maanden per jaar van huis. “Bedoeling is dat het Nigerese leger de opleidingen in de toekomst zelf verzorgt. De medische kits waarmee de Nigerese militairen werken, hebben ze trouwens zelf ontworpen. We hebben mee de contacten gelegd met een lokaal bedrijf dat de lederen kits vervaardigt en het hen verder zelf laten regelen. We willen hen helpen hun eigen veerkrachtig systeem te ontwikkelen in plaats van hen afhankelijk te maken van het Westen. Het recente verleden heeft namelijk aangetoond dat die afhankelijkheid op termijn niet rendabel is.”

Special Forces die contacten leggen met ngo’s en hun eigen ego opzij zetten omdat ze ‘hun wil niet willen opdringen’? Als we de afgetrainde lijven en zware wapenuitrusting van de Belgen in het Nigerese kamp bekijken, maken ze alleszins niet de indruk een bende softies te zijn geworden. “Dat zijn we ook niet, geen zorgen”, grijnst Jean. “Maar de Sahel-regio is geschikt voor deze aanpak. In Irak was zowel de situatie als de tijd er niet rijp voor. Je zou versteld staan van de positieve reacties uit de groep. De meesten zijn bij de Special Forces gegaan om meer te betekenen dan de doorsneemilitair. Ze beseffen dat de duurzaamheid van dit project belangrijker is dan de directe actie, waarvoor de meesten in de eerste plaats toch naar de SFG zijn gekomen. We zijn klaar voor de actie maar we passen ons aan naargelang de situatie. En ja, we hebben daar vrede mee.”

Ontmoeting met de ‘chef de village’. Nigerese militairen doen het woord, de Belgische instructeurs luisteren mee. Beeld Bas Bogaerts

Geen toestemming

Een deel van de SF’ers bivakkeert in het Nigerese trainingskamp, net als de Amerikanen, de Duitsers en de Canadezen. Het is februari en nog redelijk koel in het doorgaans snikhete Niger, maar rond de middag stijgt de temperatuur toch al tot 35 graden.

Tussen de trainingen in zoeken de Belgen verkoeling in de schaduw, naast de frigo met liters koud water en frisdrank. Het is middag, lunchpauze. De SF’ers hebben hun militair uniform verruild voor een joggingbroek en slippers. Ze lezen een boek, jongleren met gewichten of proberen ondanks de barslechte internetverbinding te volgen wat er op de sociale media gebeurt. Als we vragen wat ze van dit toch wel atypische militaire project vinden, is iedereen daar redelijk eensgezind over: “We werken liever mee aan een opdracht waarvan we denken dat de slaagkansen groot zijn en dat onze aanwezigheid dus nut heeft, dan dat we voor de directe actie gaan die naderhand weinig zin heeft gehad”, is de algemene stelling.

Walter is ontmijner bij Dovo en werkt samen met de SFG. “De manier waarop de Special Forces in Niger werken, heeft me doen inzien dat het leger veel meer mogelijkheden kan benutten dan tot nu toe gebeurt”, zegt hij. “Het viel me op dat de mensen aan wie we hier les geven enorm enthousiast waren. Nu ga ik proberen een opleiding te verzorgen om – als ze dat zelf willen natuurlijk – de mensen te leren hoe ze explosieven onschadelijk kunnen maken door ze te laten ontploffen.”

Stabilisatie van schotwonden

De middag wordt afgesloten met een medische training. Het gaat om een opfriscursus van de medische richtlijnen in geval van noodsituaties, mee opgesteld door een paramedische school in Niamey. Zoals de stabilisatie van schotwonden of hoe je jezelf en je collega kunt redden uit een urgente situatie. De Nigerese militairen luisteren vol aandacht naar hun oversten. De Belgen staan langs de kant en observeren. SF-operator Maurits – boom van een kerel, blond haar, knalblauwe ogen - grijnst: “Als ik me verveel, is dat een goed teken. Het betekent dat ik niet hoef tussen te komen. Wel, ik verveel me, dus we zijn goed bezig.” Hij corrigeert zichzelf meteen: “Maar leg dat goed uit hè, als je het opschrijft. Anders krijgen we de naam dat we hier niets zitten te doen. En dat is niet zo. Kijk maar naar de mannen voor ons. Ze doen het uitstekend. Aangeleerd van ons. Zoals wij leren van hen. Zonder opdringerigheid, jazeker.”

De Nigerese militairen hadden geen toestemming om een reactie te geven op de training van de Belgische Special Forces. Wel gaf de commandant die deze morgen mee op oefening ging mee dat hij “De Belgen de beste” vond “van alle buitenlandse militairen in Niger”.

Medische training met aandachtig publiek. De opfriscursus is mede opgesteld door een paramedische school in de Nigerese hoofdstad Niamey. Beeld Bas Bogaerts

De Special Forces mogen er dan zelf heel hard achter staan, maakt zo’n nieuwe aanpak nu echt kans op verschil in een land als Niger met zijn complexe problematiek? “Met een militaire aanpak alleen gaan we het niet redden in Niger”, zegt Jonathan Holslag, professor Internationale Politiek aan de VUB. “Er is een pakket nodig dat gaat van economische- en ontwikkelingssamenwerking tot bestrijding van woestijnvorming. Maar de strijd tegen terreur en andere vormen van onveiligheid is natuurlijk wel een vereiste om iets te kunnen doen, dus is het cruciaal dat onze krijgsmacht er actief is. Het geopolitieke belang is groot; we zitten er niet alleen aan de bron van de vluchtelingen- en migratie-uitdaging, het gebied is ook een soort safe haven voor radicalisme en terrorisme met uitwassen naar Noord-Afrika, wat belangrijke gevolgen heeft voor de veiligheid van Europa.”

De benadering van de Belgische Special Forces in Niger als toegevoegde waarde wordt gewaardeerd door een aantal partners zoals Frankrijk, weet Holslag. “Het gaat om een kleine operatie maar wel een heel significante. Tegelijk is het een experiment om de verantwoordelijkheid voor een deel bij het Nigerese leger zelf te leggen, maar ik denk dat deze aanpak veel bestendiger en duurzamer is dan die van de grote spelers die ginds wel even komen vertellen hoe het moet maar waarvan nadien blijkt dat er geen enkele vooruitgang is geboekt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden