Dinsdag 29/11/2022

ReportageOekraïne

In het net bevrijde Izjoem is ook de verliefde Rus een bedreiging: ‘Waarom ben je hier?’

Een Oekraïense patrouille is op zoek naar collaborateurs. Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
Een Oekraïense patrouille is op zoek naar collaborateurs.Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

In het heroverde Izjoem zijn de massagraven nog maar net ontdekt als de jacht wordt geopend op burgers die met de Russen hebben samengespannen. Vijfhonderd namen van potentiële collaborateurs staan op de lijst van commandant Chottabitsj. ‘Neem hem mee.’

Michael Persson

Viktor Nakonetsjni heeft net de bietensoep opgediend in het tuintje tussen de geblakerde appartementengebouwen van Izjoem als er aan de poort wordt geklopt. Een stuk of acht Oekraïense militairen en politieagenten. Sommigen hebben de kalasjnikov losjes om de schouder hangen, anderen dragen hem met de wijsvinger op de trekker. Documenten, willen ze zien.

Het is vrijdagmiddag in Izjoem, een stad in het oosten van Oekraïne, een naam die op deze dag een nog dramatischer lading zal krijgen. Het was al een van de zwaarst door de Russen gebombardeerde steden van het land, tijdens de langdurige belegering en strijd in maart en april. Deze middag zal daar nog de ontdekking van honderden graven bij komen in een dennenbos aan de rand van de stad. In sommige daarvan zullen lijken worden gevonden van mannen met de handen op de rug gebonden, of met een touw om de nek, of zwaar toegetakeld. Izjoem is een verdoemde stad.

Tegelijkertijd is Izjoem een gezegende stad. Izjoem is het pronkstuk van de Oekraïense bevrijdingsoperatie tot dusver, die zo verrassend snel verliep dat de Russische bezetters niet eens de tijd of de zin of de moed hadden om verdedigingslinies op te werpen. Met achterlating van grote hoeveelheden materieel ontvluchtten ze op 9 september in twee lange kolonnes de stad, waarmee die een nieuwe strijd bespaard bleef. De terugtocht was zo overhaast dat er ook (nog?) geen grote wraakbombardementen werden opgetuigd, zoals bijvoorbeeld op Koepjansk, iets noordelijker.

‘I love Izjoem’

Door de bijna lege straten trekken nu groepjes Oekraïense soldaten, op zoek naar de laatste verzetshaarden of verstopte Russen. In de hoofdstraat gaan ze een uitgebrand gebouw binnen met BAN op de gevel, de K ligt op de grond. “Het is heftig voor me om weer terug te zijn”, zegt de leider van het groepje, leden van de Territoriale Defensiemacht, de reservisten van Oekraïne. “In maart vochten we we met 250 man in de stad. Toen we ons in april terugtrokken waren we met 70.”

Veronika, Henrietta en Valeria voor de letters 'I love Izjoem'. Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
Veronika, Henrietta en Valeria voor de letters 'I love Izjoem'.Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

Op het plein van de zwaar gehavende stad, waar twee soldaten elkaar bij de letters ‘I love Izjoem’ fotograferen, drommen enkele tientallen vrouwen, kinderen en bejaarden samen rond het busje dat plastic zakken met eten uitdeelt. Mensen omhelzen elkaar, mensen omhelzen de soldaten, sommigen omhelzen zelfs de journalisten.

“Het is voor het eerst dat we weer de straat op kunnen”, zegt de 14-jarige Veronika. “We zijn zo bang geweest. We hadden geen goede schuilkelder, dus schuilden we op de gang, waar geen ramen zijn. We hadden honger en er was niets te doen, we hadden geen elektriciteit, geen telefoon of internet, we verveelden ons verschrikkelijk.”

Ook het gas was afgesloten. Voor de deuren van de flatgebouwen zie je geïmproviseerde barbecues, opgetrokken uit betonbrokken die uit de gevels zijn gevallen en met roosters gemaakt van de stalen sponningen die ooit rond de ramen zaten. Het is in één van die buitenkeukens, in een tuintje achter een van de weinige vrijstaande huizen van de straat, dat Viktor Nakonetsjni achter zijn houtgestookte fornuis in een pan borsjtsj staat te roeren, als de soldaten aan de poort kloppen.

 Viktor Nakonetsjni maakt borsjtsj. Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
Viktor Nakonetsjni maakt borsjtsj.Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

De aanwezigen moeten hun paspoorten laten zien. Tamara en haar zoon Alexander halen de papieren uit het huis, waar zij de afgelopen maanden hebben gewoond omdat hun appartement deels is uitgebrand. Viktor heeft het huis tijdelijk in beheer gekregen toen de eigenlijke bewoners naar het westen vluchtten, en dat hij op de een of andere manier uit handen van de Russen heeft gehouden, toen die er hun intrek in wilden nemen.

Met de Russen viel wel te praten, zegt hij. “Die waren normaal.” Nee, dan de Russische Oekraïners, de strijders uit de Donbas, die de regio’s Donetsk en Loehansk willen afscheiden van de rest van het land. “Die zijn het meest gestoord.”

Vijfhonderd namen

Viktor voedde in deze keuken een half jaar lang twintig monden. De hele dag scharrelde hij door de stad, op zoek naar groenten, op zoek naar kruiden, op zoek naar brandhout – in de hoek van de tuin staat een stapel lege Russische munitiekisten, sommige al tot aanmaakhout gehakt.

De soldaten in de patrouille maken foto’s van de paspoorten en stellen wat vragen aan Alexander (33), een man in de weerbare leeftijd, het soort man dat net zo goed gemarteld teruggevonden had kunnen worden in de graven in het dennenbos buiten de stad. Hoe heeft hij het al die tijd overleefd?, is de vraag. Hij heeft zich binnen verstopt, hij is niet buiten gekomen, zegt hij. Zijn vriendelijke ogen, ingevallen wangen en bleke gezicht blijken overtuigend genoeg.

Een man hoort het nieuws dat zijn broer is overleden. Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
Een man hoort het nieuws dat zijn broer is overleden.Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

De patrouille trekt verder, tussen de flats, over de brede kastanjelanen. De soldaten houden mensen staande, kloppen aan, gaan achtertuinen in. Vijfhonderd namen staan er op hun lijst, zegt de commandant, een man met een rossige baard en oranje-bruine ogen die Chottabitsj wordt genoemd, naar de tovenaar uit een beroemd Russisch kinderboek. Vijfhonderd potentiële collaborateurs.

“We zijn op zoek naar degenen die de namen hebben genoemd van mannen die voor Oekraïne in de Donbas hebben gevochten”, zegt hij. Veel van die veteranen zijn gemarteld en verdwenen, en worden nu soms weer gevonden in de graven in het bos. “We praten met de inwoners om de verraders te vinden.”

De ‘filtratie’ is een van de zogeheten stabiliserende maatregelen in de bevrijde steden. Herstel van de orde is een tweede: op de wegen naar het oosten zijn deze dagen lange kolonnes politiewagens te zien. Andere maatregelen zijn in de stad te zien. Rondom verwoeste gebouwen zijn graafwagens bezig puin te ruimen, in de velden verbinden monteurs in hoogwerkers de gebroken elektriciteitsdraden weer aan de palen, en op het pad langs de rivier zijn mannen van de explosievenopruimingsdienst met metaaldetectors in de weer, af en toe knielend om met een schepje heel voorzichtig het bovenste laagje aarde weg te schrapen, op zoek naar de mijnen die het gemunt hebben op hardlopers en kinderwagens.

De verliefde Rus

Ineens stopt er een auto bij de patrouille. Opgewonden gepraat. Chottabitsj springt erin, de andere soldaten rennen er achteraan. De auto stopt bij het centrale plein, waar soldaten een man hebben omsingeld die met zijn armen over elkaar staat, enigszins weerbarstig maar met een rood hoofd en rode ogen, zoekend naar een uitweg die er niet is. Een politieman heeft zijn paspoort al in zijn handen. Het is een Rus.

“Waarom ben je hier?”, vraagt de agent.

Mijn ouders wonen hier, zegt de man. “Ik ben hier geboren, en twintig jaar geleden naar Rusland gegaan.”

“En in mei ben je ineens teruggekomen? Naar een kapotgeschoten stad?”

“Ik was verliefd”, zegt de man.

Een jonge vrouw met tranen in haar ogen probeert naar hem toe te gaan, maar wordt tegengehouden door een man in een slobberig uniform, die haar ex-man blijkt te zijn. “Afstand”, zegt Chottabitsj.

“Waarom drink je de hele tijd?”, roept de vrouw naar haar geliefde. “Kijk nu wat ervan komt.”

“Wat is hier anders te doen?”, roept de man terug.

“Hoe ben je de grens over gegaan?”, vraagt de politieman. “Er staan geen stempels in je paspoort.”

De man zwijgt.

De mannen in uniform beginnen te ginnegappen. “Misschien ben je al die tijd dronken geweest, en kom je er nu pas achter dat dit Rusland niet is?” Maar de politieman blijft serieus. Is dit een Russische soldaat? Hij knikt naar Chottabitsj. “Neem hem mee.”

De Rus wordt meegenomen voor verhoor.  Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant
De Rus wordt meegenomen voor verhoor.Beeld Giulio Piscitelli voor de Volkskrant

De man wordt naar een pick-uptruck geleid, met op het nummerbord de naam van de commandant. De vriendin mag nu naar de arrestant toe. Ze omhelzen elkaar en dan stapt hij in de laadbak. “Jullie gaan hem toch niet slaan, hè?”, vraagt ze door haar tranen heen. “We zijn geen Russen”, zegt Chottabitsj. En dan rijden ze weg.

De ex-man van de vrouw haalt zijn schouders op en slaat een arm om haar heen.

Graf bij Izjoem: ook familie van zes personen tussen de lichamen

Sinds vorige week in een bos bij Izjoem honderden graven werden ontdekt zijn nieuwe details naar buiten gekomen over de stoffelijke resten die zijn opgegraven. Onderminister van Binnenlandse Zaken Jevgeny Jenin zei woensdag tegen een Oekraïens tv-station dat er dinsdag alleen al 146 lichamen uit de ruim vierhonderd graven zijn gehaald. Vele daarvan vertonen volgens hem sporen van geweld. Hij sprak van “gebroken ribben en ingeslagen schedels, mannen met samengebonden handen, gebroken kaken en afgesneden genitaliën”.

Daarnaast zijn er ook gesneuvelde militairen en slachtoffers van bombardementen begraven. Zo is er een familie gevonden bestaande uit een man, vrouw, hun twee dochters en twee grootouders die begin maart na een Russisch bombardement op een flatgebouw bij de rivier omkwamen. Ze waren zes van de 44 doden – volgens getuigen zouden sommigen nog drie dagen levend onder het puin hebben gelegen, maar konden ze niet worden geholpen omdat de Russen het gebouw bleven beschieten.

Ook zijn er andere slachtoffers van beschietingen gevonden, die aanvankelijk in tuinen in de stad werden begraven maar later op last van de Russen werden herbegraven in het geïmproviseerde kerkhof in het bos, dat grenst aan het normale kerkhof.

De kruisen op deze graven hadden namen. Veel andere kruisen hadden slechts nummers. Dna- en forensisch onderzoek moet uitwijzen wie de slachtoffers zijn en hoe ze zijn omgekomen. Dat onderzoek zal nog een aantal weken duren.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234