Vrijdag 06/12/2019

Reportage

In het hart van de echte Brusselaar: "Mayeur? Met een blok beton aan zijn been het kanaal in!"

Cafébaas Willy en zijn vrouw Wiske in Chez Willy op het Vossenplein. Beeld Eric de Mildt

"Hebt gij Mayeur ooit al eens zien lachen?" Het is nog wat vroeg voor een diagnose van de wonden die de affaires hebben geslagen bij de modale Brusselaar. Maar het ziet er niet al te best uit. Een zondag op en rond het Vossenplein/Place du Jeu de balle.

“Weet ge wat het is? Hij kan niet doen gelijk de gewone mensen. Dat is het.” 

Louis neemt een slok van zijn Palm.

In café Chez Willy op het Brusselse Vossenplein worden de verdiensten van een burgemeester in de eerste plaats getaxeerd op zijn zichtbaarheid, en dan meer bepaald hier. In het geval van Yvan Mayeur was die al nihil, maar nu collectief voor waar is aangenomen dat hij heeft gepikt van de armen, dat dit ook het enige is dat van zijn burgemeesterschap lijkt te zullen worden herinnerd, lijkt de aversie te zijn omgeslagen in regelrechte agressie.

“Die durft niet meer buiten komen”, zegt Ronny.

“Een dikkenek”, zegt Louis. Het is het allerergste verwijt dat je hier kan krijgen.

“Met een blok beton aan zijn been het kanaal in”, besluit Wiske, de vrouw van Willy, de baas.

Morten Olsen

De volumineuze snor lijkt deel uit te maken van de dresscode. Willy heeft er één, Louis heeft er één. Een volgende klant heeft er ook één. Michel Demaret, die had er ook één, en Freddy Thielemans. De man die plots zo hard wordt gemist.

Wiske: “Ah, onze Freddy, wat moet die nu niet denken?”

Hém zag je hier wel. Hij hoefde niets te beloven, te verkondigen of te trakteren – al mocht dat laatste natuurlijk altijd. Gewoon er zijn, even mee aan de toog staan zwanzen, daar ging het om.

Aan de muur hangt een vergeelde affiche van Morten Olsen, vanuit zijn tijd bij RWD Molenbeek, tweede helft jaren 70. De ronde stickers naast de toog tonen ons de Rode Duivels op het WK van 1982. Erwin Vandenbergh, Jean-Marie Pfaff, Frankie Vercauteren Luc Millecamps.

“Weet je wie hier wel komt?”, verrast Willy ons. “De burgemeester van Merchtem. De broer van Maggie De Block. Eén keer per jaar, zo rond Kerstmis, komt die hier met een heel gevolg. ‘We gaan ne keer naar Brussel en een klapke doen met de mensen.’ Meer zit daar niet achter. En die mensen gaan dan terug naar Merchtem en ze hebben niet meer dat ultranegatieve beeld van Brussel. Alsof hier elke dag een bom ontploft en zo.”

Louis: “En je mag die mens, die De Block, verwijten maken. Je mag hem uitlachen met al zijn zotte maatregelen (hij is ongeveer de kampioen van de absurde GAS-boetes, DDC). Hij blijft gewoon zitten en lacht mee. Hebt gij Mayeur ooit al eens zien lachen?”

Er is even discussie wie er buiten de twee hoger vermelde besnorde feestneuzen verder ooit nog 'ne goeie' is geweest.

Louis: “François-Xavier de Donnéa. Die kwam hier ook soms. Niet dikwijls, maar soms.”

Ronny: “Weet jij wel waar die woont?”

Louis: “Aan de hippodroom Watermaal-Bosvoorde. En zijn vrouw, die had een winkeltje met antiek op de Sablon.”

Ronny: “Oei, dat wist ik niet.”

Freddy

Gevraagd naar zijn leeftijd zegt Jean-Pierre Falisse: “Driehonderdendrie jaar.”

Hij steunt op zijn wandelstok, hij is niet zo goed meer te been, maar hij heeft ook zo’n snor. Hij komt zijn vriend Johan Op de Beeck bezoeken die al veertig jaar elke zondag zijn plekje heeft op het Vossenplein, hartje Marollen. Johan verkoopt hoofdzakelijk oude leeslampen, elpees en My Little Pony-poppetjes.

Jean-Pierre Falisse, oud-kramer op het Vossenplein. Beeld Eric de Mildt

Jean-Pierre had vroeger een winkeltje in de Hoogstraat, kruiste Yvan Mayeur ten tijde van zijn OCMW-voorzitterschap bijna elke middag.

“En nooit genen goeiendag. Altijd gehaast. Ik denk dat het, als het wat tijd had gekregen, misschien iets had kunnen worden. Een keer een serieuze burgemeester, één die echt met zijn vak bezig is. Een serieuze mens, het mocht al eens een keer. Maar stelen van de armen? Un vrai magouilleur, quoi? Al zo’n enorm loon en er dan nog wat bij pakken op de kap van de sukkelaars? Dat is hard aangekomen bij veel mensen. Niemand had zoiets in hem gezien.”

Er gaat een pony van hand tot hand; 2 euro.

Jean-Pierre, berustend: “Mijn vader zei altijd dat achter elke dief tien andere zitten en dat is nu zo’n beetje uitgekomen. Maar ik ken er nog, hoor. Charles Michel die voor de verkiezingen op tv zegt dat hij nooit van zijn leven, jamais de sa vie, met de N-VA een regering gaat vormen. Hoe noem je zo iemand?”

Johan: “Freddy, dát was een goeie gast.”

In rouw

Elke Roex is schepen voor Nederlandstalig Onderwijs voor sp.a in Anderlecht. Haar wacht volgende zomer een campagne waarbij ze vanop een lijst samen met de PS de straten in moet, de mensen moet zien te enthousiasmeren. “We hebben laatst huisbezoeken gedaan”, zegt ze. “Vooraf waren we bang, maar het viel eigenlijk nog wel mee.”

Zes jaar geleden nam Roex ontslag uit haar bestuursmandaat Sibelgas, een intercommunale voor de distributie van aardgas en elektriciteit in het Brusselse. Ze deed vrijwillig afstand van een jaarlijkse vergoeding van 13.000 euro bruto. Haar vrijwillige ontslag had een wake-upcall kunnen zijn voor een hele politieke generatie, maar die verkoos de andere kant op te kijken.

“Ik vind het stuitend hoe weinig er sinds 2011 is veranderd”, zegt ze. “We kunnen nu als politici maar één ding doen. Ingrijpen waar het nodig is. Denken dat dit ooit vanzelf gaat overwaaien is echt geen optie. Ik ga nu door een rouwfase. Dit is een schoon beroep, ik ben hier ooit met heel veel engagement aan begonnen.”

“De wildgroei aan vzw’s met bezoldigde mandaten is vooral in Brussel-Stad een probleem. Dat is daar blijkbaar historisch zo gegroeid. Het heeft daarom ook geen zin dat de ene partij de andere gaat zitten viseren. Nagenoeg alle partijen hebben in Brussel-Stad ooit mee in de meerderheid gezeten. Geen enkele partij kan in dit collectieve ontwaken doen alsof ze onschuldig is.”

Freddy’s café

Onze laatste halte is de Saint d’Hic, het socialistische vakbondscafé op het Rouppeplein. Het lijkt wel een fanlokaal van Freddy Thielemans, alom aanwezig met gesigneerde foto’s of de prominente zwart-wittekening, hoog boven de toog. Een heilige, bijna. Op TripAdvisor schreef iemand over het etablissement: "Verschrikkelijk in alle opzichten. Eigenaren op slippers die kaart aan het spelen zijn, terwijl plaatselijke vrienden bij hun drankje heel luid zitten te praten."

Dit is dan ook de Saint d’Hic, het lokaal van de gardevils en de buumdroegers. Eens per jaar dragen die vanaf het Collignonplein in Schaarbeek een meiboom naar de Grote Markt om hem daar volgens eeuwenoude traditie voor 17 uur te planten. Een kroegentocht met trompetten, trommels en majoretten erachteraan, en een tussenstop in ongeveer elk café. Freddy Thielemans was er altijd bij, jarenlang, en die dag was hij minder burgemeester dan buumdroeger.

Marianne, cafébazin van Saint d'Hic, het socialistische vakbondscafé op het Rouppeplein. Beeld Eric de Mildt

“Ik ga hem volgende week bezoeken in het ziekenhuis”, zegt cafébazin Marianne. “Het is allemaal compleet aan hem voorbijgegaan, die affaire. Hij is een tijd geleden van de trap gevallen en zijn herstel gaat heel traag. Misschien maar goed dat hij het niet actief hoeft te beleven. Hoe vaak hebben wij niet gedacht hoe het zou zijn als Freddy er nog was. Freddy loste de problemen op zijn manier op. 'Jullie willen een piétonnier? Goed, akkoord, we gaan dat doen.' En het dan toch voor zich blijven uitduwen. Omdat hij heel goed wist dat de commerçanten het niet wilden. Dat dat grote problemen gaat geven. Dan spraken wij hem daarover aan, hier aan de toog: ‘Tut-tut-tut, het is er nog niet.’ Mayeur, die gaat als een dictator aan de Beurs staan en die zegt: ‘Alles afsluiten, nu!’ Voilà, het verschil.”

Marianne is mee drijvende kracht achter een Facebook-groep die Yvan Mayeur wil verplichten om de 'gestolen' 36.000 euro terug te geven aan de daklozen.

“Maar die vent reageert zelfs niet”, sakkert ze. “Gewoon, die doet alsof hij u niet heeft gehoord. Dat zou zoveel betekenen voor de mensen bij wie het hart nog altijd rood kleurt. Dat hij en zijn mamzel naar buiten komen en zeggen: ‘Sorry, we hadden dat niet mogen doen. Hier is het geld van de arme mensen.’ Maar ja, hoe lang wachten we nu al?”

Wat ze denkt van Philippe Close?

“Hij is in elk geval al iemand waar ge mee kunt klappen. Die hier al eens een keer een pintje komt drinken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234