Woensdag 21/04/2021

In het brein van de rocker

In de geluidsstudio werkte hij samen met Stevie Wonder, Eric Clapton en Santana. Maar de muzikale fascinatie van Daniel Levitin reikt verder. Hij is nu hersenwetenschapper.

Wie in een restaurant aan tafel zit met Daniel Levitin, moet niet gek opkijken als hij tijdens het gesprek plots zijn ogen sluit en begint te zingen. Frank Sinatra bijvoorbeeld, of de Eagles. Instrumentale onderbrekingen zijn er ook. Dan beweegt de Amerikaan zijn handen over de steel van een denkbeeldige gitaar of imiteert roffelend op de tafel een drumpartij.

Hij kiest die liedjes niet zomaar, er is iets bijzonders mee aan de hand. En Levitin (1957) kan dat weten: als geluidstechnicus en producer werkte hij samen met artiesten als Eric Clapton en Stevie Wonder, nu bestiert hij aan de McGill University in Canada een laboratorium dat de effecten onderzoekt van muziek op het brein. Daarnaast speelt hij saxofoon, piano en gitaar, en schrijft hij populair-wetenschappelijke boeken over muziek. Zijn laatste werk,Ons muzikale brein, is net verschenen in Nederlandse vertaling bij Atlas Contact.

Bij Levitin draait alles om muziek, zelfs zijn vroegste herinneringen. Als peuter lag hij thuis het liefste onder de piano. "Dan speelde mijn moeder en zag ik alleen haar voeten op de pedalen bewegen. Het geluid was overal om me heen. De lage tonen rechts, de hoge tonen links, de trillende vloer onder mijn rug. Betoverend."

Een betovering die standhoudt tot vandaag. "Studenten vragen me weleens: als je muziek wetenschappelijk bestudeert, gaat de magie er dan niet af? Maar de magie wordt alleen maar groter."

Uw wetenschappelijke doorbraak was de ontdekking van het 'Levitin-effect'. Wat houdt dat in?

Daniel Levitin: "Het ene liedje van het album is klaar, en nog voor het volgende liedje start kun je het al zingen. Ken je dat fenomeen? Ik had het sterk met platen van The Beatles:Revolver,Abbey Road,The White Album. Als het liedje dan begon, zong ik al in de juiste toonsoort en met het juiste tempo. Bij experimenten ontdekte ik dat vrijwel iedereen dat kan. Test het thuis maar eens. Ga in een stille ruimte zitten en concentreer je op je favoriete liedje. Leef je in, hoor hoe lekker het klinkt in het hoofd. Ga nu meezingen of -neuriën en neem dat op met je mobieltje. Speel vervolgens de opname terwijl je het origineel opzet. Dikke kans dat je in de juiste toonsoort zingt en dat je qua tempo maximaal 4 procent afwijkt van het origineel. Vier procent! Zo'n verschil merkt alleen een computer of een getrainde drummer."

En dat terwijl studies meestal uitwijzen hoe verschrikkelijk onbetrouwbaar ons geheugen is. Dan zeggen ooggetuigen dat de dader loopschoenen droeg, terwijl hij in werkelijkheid rondliep op laarzen.

"Visuele informatie is vaak chaotisch en daardoor lastig te onthouden. Muziek is gecomponeerd: iemand heeft bedacht in welke volgorde de noten moeten staan. Zelfs als je voor het eerst een popliedje hoort op de radio en er valt een stuk weg omdat je door een tunnel rijdt, dan weet je ongeveer hoe dat stukje klonk. Het tempo, de akkoordenwisselingen, de herhalingen; je hersenen vullen het in, er zijn maar een beperkt aantal opties. Dat maakt het makkelijk te onthouden."

Is dat waarom patiënten met dementie soms foutloos liedjes kunnen meezingen, terwijl ze in een gesprek amper uit hun woorden komen?

"De structuur van muziek speelt een rol, maar dat is niet het enige. Deze patiënten reageren meestal alleen zo sterk op muziek uit hun jeugd. Specifieker: de muziek die ze luisterden tussen hun 10de en 16de. Dat zijn de vormende jaren, waarin we zoeken naar onze identiteit. Geëmotioneerd luisterden we honderden keren naar dat ene liedje dat speciaal voor ons geschreven leek. Die herhaling, gecombineerd met die heftige gevoelens, creëert diepe sporen in het geheugen. Wanneer je de muziek later weer hoort, gebeurt er van alles in het brein. Groepen zenuwcellen in het cerebellum en de basale ganglia gaan synchroon vuren met het ritme.

"Ook motorische gedeelten van de hersenen komen bij zo'n gelegenheid in actie. Als wij in ons lab hersenscans maken van proefpersonen die naar muziek luisteren, vragen we ze stil te liggen om een scherp beeld te krijgen. Maar dat is een lastige opgave; mensen hebben zo'n sterke drang om mee te tikken met de beat, dat we regelmatig hun voeten moeten vastbinden met klittenband. Er komt zoveel energie vrij bij het horen van muziek, in zoveel delen van het brein; dat kan voor dementerenden het duwtje zijn waardoor ze even uit hun ziekte lijken te ontwaken."

Al dat muzikale vuurwerk in het brein. Daar moeten wel grote evolutionaire krachten achter zitten, zou je denken.

"Dat zou goed kunnen. Darwin dacht dat zingen en dansen van belang waren voor de seksuele selectie, zoals de staart van een pauw. Of mogelijk dienden als een stuwende evolutionaire kracht: muziek en dans als manier om de sociale cohesie te vergroten, om emoties met elkaar te delen. Die mogelijkheid wil ik verder onderzoeken in mijn laboratorium, bijvoorbeeld door mensen alleen en in groep naar een lied te laten luisteren. Voelen ze zich in groepen meer verbonden met de zanger, met andere mensen, met de maatschappij als geheel?"

Als geluidstechnicus en producer werkte u samen met diverse muzikanten. Bent u anders naar hun werk gaan kijken nu u wetenschapper bent?

"Ja. Ik kan nu beter verklaren waarom sommige liedjes snel gaan vervelen, terwijl we van andere jarenlang kunnen genieten. Wat is hier bij jullie populair? En dan heb ik het niet over stomme ééndagsvliegen als 'Who Let the Dogs Out', maar liedjes die jaar in jaar uit geliefd blijven?"

'Bohemian Rhapsody' van Queen staat bovenaan in heel wat lijstjes 'aller tijden'.

"Prachtig voorbeeld. Hoe oud is dat lied: veertig jaar, zoiets. En het blijft goed, hoe kan dat? Onze hersenen zijn continu bezig met het zoeken naar patronen, het scheppen van orde in de chaos. Als iets afwijkt van zo'n patroon, dan besteedt ons brein daar extra aandacht aan. Je loopt over straat en ineens begint iemand te schreeuwen of hij komt erg dichtbij; dat klopt niet, opletten dus, want misschien loop je wel gevaar.

"Bij afwijkingen in muzikale patronen heerst geen gevaar, maar ons brein wordt wel extra alert. Hé, wat gebeurt hier? Zijn de regels van het spel veranderd? 'Bohemian Rhapsody' begint met een soort a-capellaopera; totaal niet wat je verwacht van een rockband. De rest van het lied breekt ook allerlei conventies. De tempowisselingen, die headbanggitaarsolo. 'Bohemian Rhapsody' is anders dan al die duizenden andere popliedjes die er in je hoofd zitten, daarom blijft het interessant."

Wie Queen van de eerste plek wil stoten, moet dus nog meer popconventies doorbreken?

"Nou, je moet het ook weer niet te bont maken. Anders snappen de hersenen niet van welk stramien je überhaupt afwijkt en komt de muziek over als irritante chaos. Liedjes die na honderden keren nog steeds boeien, kunnen ook heel subtiel afwijken. Alleen vanwege de bijzondere stem van de zanger, of misschien wel door iets waarvan je je niet bewust bent.

"Neem 'Yesterday' van The Beatles. Vrijwel alle popmuziek is opgebouwd uit series van acht maten. Maar bij 'Yesterday' zijn het series van zeven maten. Het tweede couplet begint dus eerder dan je zou verwachten, en begint bovendien met het woord 'Suddenly'. Zelfs als je dat niet weet, gaan je hersenen van: hé, dit is een ander patroon dan normaal! Spannend!"

Welk lied heeft nu uw wetenschappelijke aandacht?

"Onder meer 'Let It Be' van The Beatles. Een prachtig lied, maar ik luisterde laatst naar een eerste studio-opname die me totaal niet raakte. Wat was hier aan de hand? Er viel me nog iets op bij die opname. Aan het begin zegt Paul McCartney iets tegen zijn collega's in de studio. Het was onverstaanbaar, dus ik knipte het fragment uit en knalde het volume omhoog. Toen kwam het. Hij zei iets als:'Get a load of this, babies, this one 's gonna knock you out.'Zo voelde hij zich dus toen hij dat liedje voor het eerst liet horen: trots, zelfvoldaan. De versie die uiteindelijk het album haalde - en die de harten van miljoenen luisteraars veroverde - zou ik eerder omschrijven als 'bescheiden' of 'oprecht'.

"Dat contrast roept bij mij allerlei wetenschappelijke vragen op. Is er iets in een stem - het volume, de articulatie, de adempauzes - waardoor die oprecht klinkt? Kan ik dat meten? Kan ik het manipuleren met geluidsapparatuur, zodat ik een mooie, oprecht aanvoelende zangpartij kan ombuigen tot iets wat arrogant of cynisch klinkt? Of - en dat lijkt me helemaal fantastisch - kan het andersom: kan ik iemand met een geforceerde, gemaakte stem laten klinken als de meest oprechte, authentieke man of vrouw die je ooit hebt gehoord? Zo zie je maar: een heel onderzoeksveld opent zich, met dank aan een mislukte uitvoering van één song."

Daniel Levitin, Ons muzikale brein, Atlas Contact, 320 p., 24,98 euro.

---

Daniel Levitin op saxofoon, samen met Sting. Het duo presenteerdeThe Musical Brainop National Geographic. Bij een hersenscan van Sting bleek dat zijn visuele cortex zeer actief is wanneer hij aan muziek denkt. Volgens de zanger kan dat goed kloppen. 'Ik luister het liefst naar Bach. En als ik naar Bach luister, dan hoor ik architectuur. Kamers, torens, koepels.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234