Zaterdag 16/01/2021

'In goede literatuur ontsnapt de wereld aan het boek'

Heeft Ian McEwan met Aan Chesil Beach een perfect boek geschreven? Het is een groot woord natuurlijk, maar het zal alleszins niet veel schelen. Deze roman getuigt immers van een taal- en stijlbeheersing die pas met de jaren komt, of zoals McEwan het zelf zegt: 'Ik had dit boek misschien ook al vroeger kunnen schrijven, maar toen was ik er blijkbaar nog niet klaar voor.'

Door Marnix Verplancke

Aan Chesil Beach is een intiem kleinood dat schippert tussen een lange novelle en een korte roman. Centraal staan violiste Florence en geschiedkundige Edward. Zij brengen hun huwelijksnacht door in een klein hotelletje aan het strand en weten geen blijf met hun zenuwen. We schrijven 1962, de seksuele bevrijding ligt nog in het verschiet en het tweetal weet zo ongeveer in de verte wat er van hen verwacht wordt. Hij wil vooral seks, zij wil die wel toestaan omdat ze beseft dat die van haar verwacht wordt. Tijdens de daad gaat er echter iets mis, waardoor het huwelijk verbroken wordt nog voor het geconsumeerd is. Tussendoor schetst McEwan een strak getekend portret van het verleden van deze jongeren en suggereert hij waarom het tussen de uit de rurale Chiltern Hills afkomstige Edward en de Oxfordse Florence nooit iets had kunnen worden.

Wie verwacht had dat McEwan na het succes van Zaterdag in hetzelfde hedendaagse straatje verder zou gaan, komt bedrogen hier uit. Angst en terrorisme zijn ver te zoeken en qua sfeer lijkt dit nieuwe boek dan ook veel meer aan te sluiten bij het al minstens even schitterende Boetekleed. "Daar zit wel iets in", zegt McEwan wanneer we hem dit voorleggen.

"Er is natuurlijk nog wel een tijd en een land aanwezig op de achtergrond, namelijk het Engeland van Harold Macmillan. Het Britse Rijk loopt op zijn laatste pootjes en er is een grote bezorgdheid over de kernrace tussen het Westen en de Sovjet-Unie. Die zaken spelen echter alleen op de achtergrond, ze hebben weinig invloed op de plot. Ze horen bij het radionieuws, en een radio kun je uitzetten. Het is dus inderdaad een heel nieuwe roman, maar dat is ook mijn bedoeling. Ik wil mezelf en mijn visie op wat een roman kan zijn met ieder nieuw boek opnieuw uitvinden.

"Ik ben dit boek begonnen met een specifieke vertellerstoon in mijn gedachten. Ik wist wel ongeveer wat er zou gebeuren - koppel, huwelijksnacht, seksueel onervaren - maar de sfeer was het belangrijkste, en de stem die haar zou oproepen. Er moest een bepaalde kwaliteit van uitgaan. Ik herinner me dat ik woorden in een notitieboekje schreef: 'tolerantie, vergiffenis, wrang, alziend, alwetend, weten wat de toekomst zal brengen'."

U bent een diepteschrijver die liever een wereldbeeld en een sfeer creëert dan een plot met veel actie.

Ian McEwan: "Dat hangt er maar van af wat je actie noemt natuurlijk. Dit boek gaat inderdaad over de hoop, de verwachtingen en de aspiraties van twee middenklassejongeren die tot een bepaalde tijd behoren, maar ik ga er natuurlijk van uit - zoals alle schrijvers trouwens - dat dit heel lokale verhaal iets bij de hedendaagse lezer wakker maakt en dat die er zich tot op zekere hoogte in herkent. Literatuur moet altijd proberen het universele achter het particuliere te tonen."

En wat met de universele roman?

"Die is hopeloos. We noemen hem modernistisch. Kijk bijvoorbeeld naar de existentiële roman waarin personages zonder naam op een niet gespecificeerd ogenblik arriveren in een stad zonder naam. Ik beken dat ik erdoor gefascineerd werd toen ik begon te schrijven, maar nu al lang niet meer. Waar zijn die boeken trouwens allemaal gebleven? Nergens, als je het mij vraagt. En dat hoeft ook niet te verbazen. Wie leest zoiets graag? Ikzelf lees liever iets lokaals. Geef mij bijvoorbeeld maar een roman die speelt in Vlaanderen, in een klein dorpje bijvoorbeeld, net na de Tweede Wereldoorlog of zo. Daar heb je tenminste iets aan."

Een vaak terugkerend thema in uw werk is hoe kleine oorzaken grote gevolgen kunnen hebben. Ook hier weer trouwens.

"Ik denk niet dat ik de enige schrijver ben die daardoor gefascineerd is. Bovendien is het iets heel realistisch. Wie heeft het nog nooit meegemaakt? Praktisch iedereen die ik ken, met uitzondering van mijn familie natuurlijk, heb ik per toeval ontmoet. Het leven is toeval en in dat toeval toont het zijn tragedie of geluk: je maakt een wandelingetje, raakt in gesprek met een meisje, regelt een afspraakje en voor je het goed beseft ben je getrouwd en heb je kinderen. En dan bedenk je dat wanneer je dat wandelingetje niet gemaakt had, die kinderen er ook nooit geweest zouden zijn."

Dat Edward van het platteland komt en Florence uit het cultureel veel rijkere Oxford lijkt heel betekenisvol te zijn.

"Inderdaad, plaats is heel belangrijk in dit boek. Er komen drie plaatsen in voor: Oxford, de Chiltern Hills en Chesil Beach, drie plaatsen die ik al heel lang ken. Ik heb achttien jaar in Oxford gewoond. De Chiltern Hills ken ik al dertig jaar. Wanneer je in Londen of Oxford leeft en je wilt binnen het uur in een prachtige, rustige omgeving wandelen, dan is er niet veel anders dan de Chilterns. Niet dat dit een biografische roman zou zijn, in de verste verte niet, maar hij speelt wel op plaatsen die iets betekenen voor mij. Het is zoals met een novelle van Tsjechov. Wanneer je die leest merk je meteen dat alles verzonnen is, maar tezelfdertijd weet je dat Tsjechov ook over zichzelf schreef en niet alles in het wilde weg heeft verzonnen. Hij teerde op zijn eigen ervaringen."

Hoe verklaart u dan de verandering die merkbaar is in uw werk? Aanvankelijk schreef u toch veel somberder romans.

"Die boeken waren volstrekt artificieel. Zij waren niet gebaseerd op persoonlijke ervaringen of inzichten, maar gingen uit van een what if-scenario. In zekere zin schrijf ik vandaag nog steeds zo natuurlijk. Ik ben immers geïnteresseerd in zuivere fantasie. Het uitgangspunt moet altijd zuiver fictioneel zijn - twee mensen tijdens hun huwelijknacht bijvoorbeeld - waarover ik dan alles giet wat ik weet. Er wordt wel eens gezegd dat ieder debuut autobiografisch is, wel het mijne was dat dus duidelijk niet. Ik had niet de minste interesse in mijn eigen bestaantje. Ik vind liever iets uit en kijk hoe het zich evolueert dan dat ik het eerst helemaal ga uitdenken en dan opschrijven. Stomvervelend is dat."

En waarom precies Chesil Beach?

"Chesil Beach is een heel bekend strand in de Britse literatuur. Lyme Regis, wat aan het westelijke einde ervan ligt, komt nogal prominent voor in Jane Austens Persuasion. Bovendien ligt het niet ver van Dorchester, wat Thomas Hardygebied bij uitstek is. Geologisch gezien is het een heel interessant strand omdat het bestaat uit een lange kiezelstrook die aan de ene kant grenst aan een lagune en aan de andere aan het Kanaal. Voor een schrijver is het een gedroomde locatie omdat de metaforen er bij wijze van spreken voor het oprapen liggen. De manier waarop de brute natuurkrachten de fijne, ronde stenen hebben gevormd, is uitnodigend. Het is ook een moeilijk strand om op te lopen en vooruit op te komen. Zodra je erop begint te lopen kun je geen kant meer op: vooruit of achteruit, dat is alles. En zoals alle stranden tref je aan de ene kant de bekende wereld van samenleving en cultuur en aan de andere die van de immer doorbeukende oceaan.

"In feite had het ieder strand kunnen zijn, denk ik, maar het moest een strand zijn. Ergens op het platteland of in een bos zou het niet geklopt hebben. Het boek moest spelen waar het land het water raakt, en waar het bekende en het onbekende elkaar ontmoeten."

Blijkbaar liggen niet alleen de metaforen er voor het oprapen. U nam ook een aantal stenen mee en veroorzaakte zo een hele rel. Die stenen behoren immers tot het werelderfgoed en zijn dus beschermd.

"Dat was allemaal heel onschuldig. Ik had ergens gelezen dat de zee de stenen afgesleten had en dat de grootste bij het begin lagen en de kleinste op het einde. Omdat je dat niet zo meteen kunt zien nam ik dus een handvol stenen op aan de ene kant, stak die in mijn zak en begon naar de andere kant te lopen. Na anderhalf uur nam ik weer een aantal stenen op en wat bleek? Dat dit inderdaad klopte: die waren inderdaad kleiner. Eenmaal thuis legde ik de steentjes - het waren er niet meer dan een tiental - op de schoorsteenmantel. Wist ik veel dat dat niet mocht en dat de Britse pers daar op zou springen als had ik een halsmisdaad begaan. Ik heb de stenen voor het oog van de tv-camera's teruggebracht en kan nu gerust zijn, maar toch zegt dit incident veel over de Britse pers. Voor mij is het vooral een waarschuwing: dat ik er beter zo weinig mogelijk mee te maken moet hebben. Met respect voor het strand had dit immers niets te maken, net zomin als met literatuur.

"De Britse pers lijdt aan de celebrityziekte. Zodra ze een bekend iemand kunnen pakken, doen ze dat, ook al levert het futiel materiaal op. Ik zou zogezegd het risico gelopen hebben om een boete van 2.000 pond te krijgen. Niemand van de lokale autoriteiten heeft daar echter over gesproken. Een journalist heeft hen opgebeld en gevraagd wat de maximumstraf was voor het stelen van stenen op Chesil Beach. 2.000 pond dus, maar voor dat bedrag mag je wel tien vrachtwagens vol stenen meenemen."

Het boek speelt in 1962, zoals u het beschrijft een geremde tijd die gelukkig voorbij is.

"Florence en Edward zijn duidelijk kinderen van hun tijd. 1962 was een eindpunt van een bepaalde manier waarop het Westen over zichzelf dacht. Vooral de relaties tussen mannen en vrouwen en tussen ouders en hun kinderen zouden in de jaren nadien fundamenteel veranderen. Het begin van de jaren 1960 werd nog heel sterk getekend door formalisme. Mensen analyseerden hun eigen motieven nog niet en deden gewoon wat er van hen verwacht werd. Maar ondanks hun geremdheid hoop ik toch dat Florence en Edward aan ons verwant zijn. Was het maar waar dat we vandaag over onszelf konden beweren dat we niet langer kwetsbaar zijn voor misverstanden. Het leven was onmiskenbaar makkelijker in 1972 dan in 1962, maar of mensen ook gelukkiger waren weet ik niet. Historische hoeveelheden geluk zijn immers niet meetbaar."

Anderzijds schrijft u ook dat 'kinderlijk gedrag toen nog niet eerzaam en in de mode was'. Die tijd had dus ook wel zijn positieve kanten.

"Toen wilden we inderdaad allemaal zo gauw mogelijk volwassen zijn. Het idee dat de jeugd de mooiste tijd van je leven was, hebben wij er pas nadien doorgedrukt. Maar nu wij zelf niet meer jeugdig zijn, willen we iedereen wijsmaken dat ook de leeftijd zijn merites heeft: lang leve de seniliteit. Ik denk in feite niet dat het ons zal lukken om de wereld dat te laten geloven. You can't win 'em all, zoals ze dat dan zeggen."

Wordt de schrijver oud?

"Dat valt nog wel mee. Het is niet dat ik vol nostalgie door de Chilterns loop of 's nachts wakker word en spijt heb dat de gouden jaren zestig voorbij zijn. Hoe ouder je wordt, hoe meer herinneringen je hebt, en hoe minder schroom je ook hebt om er gebruik van te maken in je boeken. Ik had jaren geleden al over Chesil Beach kunnen schrijven, maar toen was ik er blijkbaar nog niet aan toe. Als schrijver beslis je immers niet zelf wat je volgende boek zal worden. Dat dient zich gewoon aan."

U houdt enorm van suggestief schrijven. Waarom Florence zo frigide is, komen we bijvoorbeeld nooit echt te weten. Misschien zat haar vader wel voor iets tussen, of haar afstandelijke moeder.

"Ik hou er inderdaad van de lezer aan het werk te zetten. Het leven is immers niet zo deterministisch als het in vele romans beschreven wordt. We weten minder over de ware oorzaken van ons gedrag dan we onszelf graag toefluisteren. Misschien heeft Florences vader zijn dochter inderdaad wel bepoteld toen het meisje een jaar of twaalf was, maar hoe zou ik dat nu kunnen weten? Goede literatuur beschrijft een wereld die zich niet tussen twee kaften laat vangen: hij ontsnapt aan het boek. Soms krijg ik wel eens de vraag - een stomme vraag, ik weet het, maar ze doet me ook plezier - wat er met Florence gebeurde na het einde van de roman. 'Ik ben blij dat je me die vraag stelt', antwoord ik dan, waarop de journalist afwachtend zit te kijken en vraagt: 'En wat is het antwoord?' Wel, dat is het antwoord: dat ik blij ben dat hij mijn boek ervaart als de beschrijving van een moment uit het leven van mijn personages, en geen afgerond geheel."

In zekere zin zijn er twee Ian McEwans: de schrijver en de bezorgde burger die zich inzet tegen de klimaatsverandering. En de twee lijken elkaar nooit te ontmoeten.

"Het is niet zo dat ik een scheiding wil aanhouden tussen mijn persoonlijke interesses en mijn romans. Ik schrijf bijvoorbeeld wel over wetenschap en muziek, wat twee van mijn grote liefhebberijen zijn. Alleen is het heel moeilijk om een goed boek te schrijven waarin klimaatsverandering een rol speelt. Het is een groot, intimiderend onderwerp en ik wil niet moralistisch of didactisch zijn. Ik vrees dat het het leven uit mijn personages zou zuigen. Bovendien wil ik van een roman ook altijd het motief kennen en dat zou voor zo'n boek moeilijk liggen. Wil ik mensen tot actie aanzetten? Ik weet niet of dat wel een goede reden is om een roman te schrijven. Een roman die mensen wil aanzetten tot het verkleinen van hun koolstofvoetafdruk zal immers geen goede roman zijn."

Heeft het schrijven van een roman dan een motief? Wat is bijvoorbeeld het motief achter Aan Chesil Beach?

"Het onderzoeken en weergeven van de menselijke natuur. Ik heb het boek alleszins niet geschreven om mensen aan te zetten naar Chesil Beach te reizen of om er, zoals een Nederlandse ondernemer die het boek wellicht niet gelezen heeft wil doen, huwelijksnachten te beginnen organiseren."

Ian McEwan

Aan Chesil Beach oorspronkelijke titel: On Chesil Beach, vertaald door Rien Verhoef, De Harmonie/Manteau, Amsterdam/Antwerpen, 155 p., 16,90 euro

> Studeerde aan de University of East Anglia en werd er de eerste laureaat van de inmiddels wereldberoemde writing school geleid door Malcolm Bradbury.

> Behoort samen met Martin Amis, Julian Barnes en Salman Rushdie tot de Golden Generation van de laat-twintigste-eeuwse Britse literatuur.

> Werd talloze malen genomineerd voor de Booker Prize en ontving hem uiteindelijk in 1998 voor Amsterdam.

> Is onlangs in nogal wat controverses verwikkeld geraakt. Zo werd hij beschuldigd van plagiaat omdat hij in Boetekleed een paar zinnen overgenomen zou hebben uit een oorlogsbiografie die hij in het dankwoord uitvoerig noemt. Ook raakte bekend dat hij een broer heeft die hij pas in 2002 voor het eerst ontmoette omdat hij in een pleeggezin opgroeide en die kasseilegger is. De recentste rel draait om stenen van Chesil Beach die hij 'gestolen' zou hebben.> www.ianmcewan.com

Ik hou ervan de lezer aan het werk te zetten. Het leven is immers niet zo deterministisch als het in vele romans beschreven wordt. We weten minder over de ware oorzaken van ons gedrag dan we onszelf graag toefluisteren

'Ik ben geïnteresseerd in zuivere fantasie. Het uitgangspunt moet altijd zuiver fictioneel zijn. Ik heb niet de minste interesse in mijn eigen bestaan. Ik vind liever iets uit en kijk hoe het evolueert dan dat ik het eerst helemaal ga uitdenken en dan opschrijven. Stomvervelend is dat'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234