Woensdag 08/07/2020

De naam van de vader

"In gedachten vraag ik mijn vader nog vaak om raad"

Willem-Frederik Schiltz: ‘Het retorische talent van mijn vader heb ik niet, wel zijn gedrevenheid.’Beeld Karel Duerinckx

De atypische, maar charismatische Vlaams-nationalist Hugo Schiltz ging de geschiedenis in als een van de grondleggers van het Belgische federalisme. Zoon Willem-Frederik (37) wilde zich eigenlijk niet aan politiek wagen, maar viert weldra zijn tiende verjaardag bij Open Vld. ‘Het retorische talent van mijn vader heb ik niet, wel zijn gedrevenheid.’

Zijn borstelige wenkbrauwen en baard om­kaderen een even innemende grijns als die van zijn vader, maar Willem-Frederik is een stuk minder imponerend dan wijlen Hugo Schiltz. Misschien komt het door zijn smalle postuur. Of ligt het aan de dikke, wollen trui die hij vandaag draagt? “Ik dacht: ik heb een chille dag, dus ik hoef geen pak aan. Maar die trui kan wel, niet? Het is toch eerder een persoonlijk dan een politiek gesprek”, overtuigt Willem-Frederik zichzelf terwijl hij van zijn cappuccino nipt.

Hij had voorgesteld af te spreken in een hippe koffiebar, maar wegens tijd­gebrek werd het alsnog een ietwat inspiratieloos vergaderzaaltje van het Vlaams Parlement. Misschien geen voer voor Instagram, maar wel een symbolische plaats. Het parlement waar Wil­lem-Frederik vandaag voor Open Vld in zetelt, kwam er mede dankzij de jarenlange inspanningen van zijn vader – een overtuigd Vlaams-nationalist, zij het op een andere manier dan dat die politieke stroming vandaag doorgaans ingevuld wordt.

Tien jaar nadat Hugo Schiltz overleed aan de gevolgen van leukemie, rondt zijn zoon weldra zijn eerste decennium als politicus. Toch droomde Willem-Frederik als kleine jongen niet bepaald van een carrière als beleids­maker. Maar wanneer hij na zijn vaders overlijden herhaaldelijk gevraagd wordt door onder anderen Vincent Van Quick­en­borne, Bart Somers en Sven Gatz, allemaal liberalen met een Volksunie-verleden, gaat hij overstag. Hij wordt direct verkozen als volksvertegenwoordiger voor Open Vld.

Met dank aan zijn achternaam, weet Willem-Frederik. “Ik kreeg een enorme kans, en heb die gegrepen”, zegt hij daar over. “Als jurist had ik op school de wet bestudeerd, maar in het parlement wordt de wet gemáákt. Het is de smidse van de de­mocratie. Heel aanlokkelijk om daar mijn maat­schappelijk engagement vorm te kunnen geven. “Maar zolang mijn vader er nog was, zou het onmogelijk geweest zijn in de politiek te gaan. Er was geen plaats voor twee Schiltzen, ik dacht er zelfs niet aan.”

Wat is je eerste herinnering aan je vader als politicus?

“Mijn vader ontving vaak thuis collega-politici. Zoals andere kinderen een verhaaltje voorgelezen werd, moest ik voor het slapengaan een hand­je komen geven aan meneer Martens, Claes en Dehaene. Mijn vader hield er over de partij- en taalgrens heen veel goede contacten op na. Zo zijn we nog samen met de Wathelets gaan zeilen.

“Hoe beter je iemand kent, hoe makkelijker het is om elkaar te vertrouwen, wist mijn vader. Het doet onderhandelingen goed om eens buiten de muren van het parlement door te praten, zonder camera’s. Een mooie manier om aan politiek te doen, die me erg geïnspireerd heeft.

“Maar als kind begreep ik pas echt hoe be­lang­rijk mijn vader was toen hij vicepremier werd. In het nieuws en op school ging het over niets anders. De premier was de baas van het land, dus als vicepremier was mijn vader ‘onderbaas van België’; toch niet zo onbelangrijk.”

Wanneer heeft een vicepremier tijd voor zijn gezin?

“We zagen vader elke ochtend bij het ontbijt. Dat was ook het moment waarop hij onze toetsen tekende. Hij vond het belangrijk dat op te volgen. Verder zorgde vooral mijn moeder voor de goede gang van zaken in het huishouden.

“Dat je vader veel werkt, bekijk je als kind in de eerste plaats vanuit je eigen leefwereld. Toen ik als achtjarige hoorde dat vake, want zo noemden we hem, niet mee kon op skivakantie omdat ze het niet eens raakten over de begroting, werd ik boos. ‘Ik ga een brief aan de koning schrijven om te zeggen dat jij mee moet!’

“Dat vond mijn vader natuurlijk heel amusant. Hij legde uit dat de koning weinig in de pap te brokken had en dat ik me beter tot de eerste minister kon richten. Dus schreef ik: ‘Beste meneer de eerste minister Martens, mag vake alsjeblieft mee op vakantie?’ Nadat de premier mijn brief op het kernkabinet had voorgelezen, hebben ze toch maar beslist om de onderhandelingen zo kort mogelijk te houden.” (lacht)

En, kon hij mee gaan skiën?

“Hij kwam een paar dagen later, en bracht een handgeschreven briefje mee: het antwoord van Wilfried Martens. Fantastisch vond ik dat.

“Die vakanties waren belangrijk voor ons gezin. Zeker aan onze jaarlijkse zeil­vakanties houd ik mooie herinneringen over. Drie weken zeilen in Frankrijk betekende voor mijn vader de ultieme ontspanning. Wanneer je samen op een boot zit, valt er niet veel anders te doen dan van punt A naar punt B te varen. Er waren veel mo­menten van stilte en gewoon rustig samen zijn, maar bij eilandjes gooiden we het anker uit. Dan gingen we samen zandkastelen bouwen. Ineens had onze vader alle tijd van de wereld voor ons.”

Hugo Schiltz met de kleine Willem-Frederik Beeld rv

In wat voor gezin ben je opgegroeid?

“Wij vormden een nieuw samengesteld gezin avant la lettre. Met mijn tweeënhalf jaar jongere zus Sarah deel ik dezelfde ouders, de andere vier zussen komen uit vorige huwelijken, van zowel mijn vader als moeder.

“Mijn moeder (Suzannah Olieux, red.) was als kunstenares een erg vrijgevochten vrouw. Zo ben ik in een heel verbaal gezin opgegroeid, aan onze keukentafel werd over alles gediscussieerd: politiek, maatschappelijke ontwikkelingen, maar evengoed iets wat we op tv hadden gezien.

“Mijn vader en ik verschilden vaak stevig van mening. Zo durfde ik in al mijn onbezonnenheid weleens te vloeken op de vakbonden. Wanneer ik klaagde dat zij de boel lamlegden, trok mijn vader grote ogen. ‘Ben je wel zeker dat het zoveel beter is als de overheid het geld voor werkloos­heids­onder­steuning uitkeert? Of wat stel jij dan voor?’ Daar had ik niet van terug. Hij heeft mij snel geleerd mijn mening goed te onderbouwen, maar ook dat dingen zelden zwart of wit zijn.

“Zo ben ik altijd meer liberaal ingesteld ge­weest dan hij, maar als Vlaams-nationalist was hij bovenal kind van zijn tijd. Door de verhalen die af en toe naar boven kwamen, kreeg ik meer inzicht in die Vlaamse ontvoogdings­strijd.”

Wat voor verhalen deelde je vader dan?

“Hij heeft uitgebreid verteld over hoe hij de volks­repressie van september 1944 beleefd heeft. Mijn vader groeide op in een Vlaams­gezind gezin en zat tijdens de Tweede Wereld­oorlog bij de Nationaal-Socialistische Jeugd van Vlaanderen (NSJV). Na de bevrijding moest hij zich, als hoofd­trommelaar van de NSJV, gaan aangeven en werd hij gevangen­gezet.

“Hij vertelde over hoe het was om als 16-jarige in een dierenkooi opgesloten te worden en voor het vuil van de straat uitgemaakt te worden, over folter­sessies en getreiter van de Frans­talige bourgeoisie. Mijn vader zat ocharme in een jeugdbeweging die achteraf aan de verkeerde kant van de collaboratie­scheids­lijn bleek te staan. Hij was niet de grote boosdoener, hé. Zelfs zijn leiders bij de NSJV waren het niet allemaal eens met de politiek die de Duitsers voerden.”

Voelde hij zich schuldig over zijn tijd bij de NSJV?

“Ik geloof niet dat dit een verhaal van schuld en boete is, daar was hij trouwens ook nog veel te jong voor. Er was in die tijd nog een groot verschil tussen lid zijn van een iets te Duits­gezinde jeugd­beweging, en actief collaboreren.

“Geschiedenis is zelden zwart-wit. Daarmee wil ik niets goedpraten, noch het hele debat over de amnestie opnieuw voeren, maar ik geloof niet dat mijn vader dingen gedaan heeft waarover hij zich schuldig moet voelen.

“De broer van mijn vader is aan het oostfront gaan vechten als jongeling, een puber nog eigenlijk. Nadien is daar volgens mijn vader op één keer na met geen woord over gerept. Ik geloof dat het die man ongelooflijk getekend heeft. (zwijgt even) Het is gruwelijk als jonge mensen zo worden meegezogen door een vreselijke samenloop van omstandigheden. Doordat mijn vader het bij zijn eigen broer had zien ge­beuren, was hij vastberaden ervoor te zorgen dat zoiets nooit meer zou gebeuren. Ongetwij­feld ligt daar de kiem van zijn politiek engagement.

“Zijn gevangenschap maakte hem uiterst be­hoedzaam voor totalitaire ideeën. Hij was er zich goed bewust van hoe kwetsbaar de democratie is.”

Hoopte je vader dat jij op een dag ook je politiek engagement zou opnemen?

“We hebben het daar nooit over gehad, omdat ik niet van plan was in de politiek te gaan. Ik had van dichtbij gezien hoezeer mijn vader er­door opgezogen kon worden. Hij miste ons vaak, en kon soms heel teleurgesteld of gefrustreerd zijn.

“Maar misschien wel de belangrijkste levens­les die ik van hem meekreeg, is zijn overtuiging dat je je talenten ten dienste moet stellen van de gemeenschap, de maatschappij beter achterlaten dan dat je haar aantrof.

“Toen ik mijn moeder zei dat ik in de politiek ging, reageerde ze erg emotioneel. Ze weet welke tol een politieke carrière eist. Mijn vader mocht zich heel gelukkig prijzen met zo’n sterke vrouw. Zij heeft hem door de Egmont-crisis geholpen (het Egmont­pact was een overeenkomst over de omvorming van België naar een federale staat, die de regering deed vallen omdat ze het niet eens raakte over de uitvoering, red.). De dag ervoor was ik geboren. Toen ze vernam dat het pact ontploft was, heeft ze mij in de auto geladen en is naar huis gereden. Ze wilde mijn vader opvangen wanneer hij thuiskwam. Ze wist: dit gaat stevig aankomen.”

Willem-Frederik Schiltz: "Toen ik mijn moeder zei dat ik in de politiek ging, reageerde ze erg emotioneel"Beeld Karel Duerinckx

Als beginnend politicus kon je niet anders dan in de schaduw van je vader opereren. Was na zijn dood tot zijn wereld toetreden misschien ook een manier om hem beter te begrijpen?

“Helemaal niet. Ik ben zeker niet in de politiek gegaan om een leegte op te vul­len. Het was meer een kwestie van ‘het bloed kruipt waar het niet gaan kan’. Dankzij onze vele keuken­tafel­discussies heb ik de politiek toch met de paplepel binnen­gekregen.

“Mijn bekende achternaam heeft mij zelden bezwaard. Toen ik begon, besefte ik goed genoeg dat ik vooral ‘de zoon van’ was, en dat die bijklank me nog wel wat jaren zou achtervolgen. Maar ik aanvaardde dat. Op een be­paald moment moet je je daar natuurlijk wel van losmaken en je eigen weg banen. En nu komt zeker de vraag of ik vind dat ik daarin geslaagd ben?”

Uiteraard. Vind je dat je daarin geslaagd bent?

“Het andere tijdperk waarin we politiek bedrijven, maakt dat een een-op-een­vergelijking niet opgaat. Gelukkig ben ik ook heel anders dan mijn vader. Ik geloof dat ik toegankelijker ben. Hij kon soms no­gal afstandelijk, zelfs een beetje nors overkomen.

“Mijn vader was vaak heel rationeel, een restant van zijn tijd bij de jezuïeten, enorm belezen en re­torisch erg sterk. Ik ben dat niet allemaal. Maar dat neemt niet weg dat ik erg blij ben met de manier waarop ik aan politiek kan doen. Een stukje macht teruggeven aan de burgers, waar ik me met de burger­participatie vandaag erg voor inzet, was in zijn tijd ondenkbaar. Toen was het gevecht over de institutionele architectuur volop aan de gang.

“‘Schiltz is nog lang niet de schaduw van zijn vader’ las ik al in parlementaire rapporten. Dat deed pijn. Natuurlijk ben ik niet mijn vader, dat is ook mijn ambitie niet. Ik wil vooral mezelf worden. Ik geef mezelf nog wat tijd om te groeien, als dat lukt tenminste. Want de gemiddelde politieke loopbaan is erg kort.”

Wil jij je hele leven in de politiek blijven?

“Ik geloof niet dat je ervan op aan kunt dat dat vandaag nog mogelijk is. Elke ochtend denk ik: stel dat het morgen gedaan is, wat zou ik dan willen doen? Misschien ga ik wel wereldwijd hernieuwbare energie promoten, of lokale besturen ondersteunen in hun participatie­trajecten. Of misschien word ik gewoon fietsenmaker; ik sleutel heel graag aan fietsen. Of fotograaf. Of boomkweker; ik zit ook graag met mijn vingers in het groen.

“Er zijn nog zoveel dingen die ik wil doen, dat geeft een zekere vrijheid. Want elke dag opnieuw moet je als politicus je ideeën en overtuigingen wikken en wegen, en oppassen dat je niet zomaar je politieke kern verloochent.”

Willem-Frederik Schiltz: “Er zijn nog zoveel dingen die ik wil doen, dat geeft een zekere vrijheid."Beeld Karel Duerinckx

Ben je tevreden met de impact die je nu hebt?

“Voorlopig wel. Ook achter de schermen kun je in­vloed uitoefenen. Maar je moet wel die kritische, idealistische drempel bewaken. De lat mag niet te hoog, maar ook niet op de nullijn liggen.”

Jij wilt geen minister worden, zoals je vader?

“Ik zou het wel fijn vinden om minister van Ener­gie te worden. Omdat ik geloof dat ik een aantal interessante ideeën over energie heb. Het zou mooi zijn als ik die mee kon waarmaken. Maar als het morgen stopt, ben ik tevreden dat ik die ideeën alvast mee gelanceerd heb: de burger­begroting in Antwerpen, maar ook mijn visie op hernieuwbare energie. De omschakeling is niet uitsluitend een geiten­wollen­sokken­idee, maar ook een economisch verhaal waar we allemaal beter van worden. De kern­uitstap zou ik graag nog mee realiseren.

“Ik hoef niet per se één titel of post te behalen, tenzij misschien... (twijfelt) Het is wellicht nogal ambitieus om daarvan te dromen, maar ik zou stiekem wel graag ooit burgemeester van Antwer­pen worden. Niet om de titel, wel omdat ik de schoonheid van lokaal bestuur heb ontdekt. Ik ben dol op mijn stad. Ik zie er heel veel potentieel in.”

Hoe goed kom jij overeen met de huidige burgemeester van Antwerpen? Zijn partij durft weleens de politieke erfenis van je vader te claimen.

(denkt lang na) “Bart De Wever is meestal niet degene die de politieke erfenis van mijn vader probeert te recupereren. Hij springt daar voorzichtig mee om. Anderen in zijn partij hebben dat wel al eens gedaan; niet zo fijn.

“Regelmatig wordt me nog gevraagd wat ik bij Open Vld zit te doen: ‘Uw vader draait zich om in zijn graf.’ Neen, het is niet omdat mijn vader bij partij A zat, dat hij van mij hetzelfde had verwacht. Dat gaat ook niet, want zijn partij bestaat niet meer. N-VA ís niet de Volks­unie. De VU had een veel bredere, pluralistische kijk op de samenleving.

“N-VA en Open Vld zitten samen in het stads­bestuur van Antwerpen. Ik vind dat De Wever het best goed doet als burgemeester. Hij heeft een aantal goede veranderingen ingezet. Maar mijn stijl van besturen is het niet.”

Bedoel je dat hij geen goede people­manager is?

“Dat zeg jij. Wat mij betreft zou zijn bestuur wel wat warmer mogen, en met wat minder machts­vertoon. Ik ben geen grote fan van paracommando’s in het straatbeeld, en van de law and order-standpunten die N-VA weleens inneemt. Maar ik geef grif toe dat het makkelijk is commentaar te geven wanneer je zelf niet op die stoel zit.”

Heeft je vader ooit spijt gehad dat hij na de splitsing van de Volksunie voor het ondertussen opgedoekte Spirit koos in plaats van voor de veel succesvollere N-VA?

“Mijn vader heeft nooit geweten hoe groot de N-VA onder De Wever is geworden. In het partij­bestuur van de Volksunie heeft De Wever jarenlang naast mijn vader gezeten, maar hij was toen nog een heel stille, maar wel verstandige jongen.

“Het speet mijn vader vooral dat de VU gesplit was. Dat de partij waar hij zijn hele politieke leven in geïnvesteerd had, op zo’n harde manier uiteen­viel. Hij was erg boos op een aantal mensen die de N-VA los­scheurden uit de Volksunie, mensen die hij dacht te kunnen vertrouwen.

“Maar dat hij Spirit is gevolgd, komt vooral doordat de lijn van de N-VA gewoon niet overeenstemde met zijn eigen overtuiging. In een ophefmakend interview met – oh ironie – Siegfried Bracke noemde hij de N-VA een ‘totalitaire partij’. Als je terugkeert naar mijn vaders jeugd, begrijp je waarom. Hij was bang dat de N-VA snel in dat militante Vlaams-nationalisme zou hervallen.”

Zijn je vader en De Wever de grootste flamingante politici van na de Tweede Wereld­oorlog?

“Het zijn waarschijnlijk wel de twee belangrijkste, ja. (glimlacht) Mijn vaders grootste verwezenlijking is toch niet de minste: de herschrijving van artikel 1 uit de grondwet, België omvormen tot een federale staat. Tot op vandaag wordt hij geroemd om de manier waarop hij compromissen wist te sluiten om verder te regionaliseren, ook aan Franstalige zijde. Dus als ik mij wat stoutigheid mag permitteren: N-VA is vandaag een veel grotere partij dan de Volksunie ooit geweest is, maar de geschiedenis zal uitwijzen of ze ook een even grote impact op Vlaanderen zal hebben.”

Willem-Frederik Schiltz: "Mijn vaders grootste verwezenlijking is toch niet de minste: de herschrijving van artikel 1 uit de grondwet, België omvormen tot een federale staat. "Beeld Karel Duerinckx

Hoe zit het met jouw Vlaamse reflex?

“De uitdagingen van vandaag zijn heel anders dan in mijn vaders tijd. Ondertussen is Vlaanderen lang niet meer de ondergeschikte regio die moet knokken voor zelfbeschikkingsrecht, en zetel ik zelf in het Vlaams Parlement. De drang om mijn medeburgers te helpen vertaalt zich voor mij in andere kwesties, zoals de klimaat­opwarming.

“‘Mijn vaders nationalisme was een middel om het algemeen belang te dienen, geen doel op zich. Daar kan ik me wel in vinden; als Vlaanderen op zeker moment nog meer autonomie nodig heeft, dan moeten we daarvoor gaan. Maar een staats­hervorming kan toch nooit het streefdoel zijn? Voor de Vlaamse natie­staat loop ik niet warm.”

Ook met je verloofde Freya Piryns, politica voor Groen, hou je er een andere politieke overtuiging op na. Hoe moeilijk is het om die verschillen te verzoenen wanneer je behalve de keukentafel ook het bed deelt?

“Thuis wordt niet aan politiek gedaan, dat is een gouden regel. Voor je het weet draait het overleg over wie de kinderen (behalve één zoon samen heeft Piryns nog een zoon uit een vorige relatie, red.) naar het voetbal brengt uit op een politieke onderhandeling. (lacht)

“Natuurlijk stopt ons politiek engagement thuis niet. Maar omdat we verschillende partijen aanhangen, respecteren we een zekere deontologie: we zwijgen over vertrouwelijke informatie, wat niet partij­strategisch is delen we wél met elkaar.

“Het voordeel van discussiëren met iemand die je heel graag ziet, en van wie je eigenlijk niet hoeft te winnen, is dat het debat snel zuiver wordt. Je wordt verplicht argumenten te ge­bruiken die echt uit je eigen overtuiging komen. Net zoals mijn vader vriendschappen sloot over de partij­grenzen heen, kan ook een huishouden van twee verschillende politieke kleuren goed werken.”

Ik kan me voorstellen dat die kleuren af en toe mengen. Het valt me op dat je nu met veel vuur over hernieuwbare energie praat, terwijl je vroeger toch geen voorstander van een snelle kern­uitstap was. Ben je groener geworden?

“Neen, mijn basis­instelling is dezelfde gebleven, maar ik heb de energie­sector rijper zien worden. Ik pleitte ervoor om Doel 1 en 2 open te houden omdat ik niet geloofde dat we met een nieuwe kern­reactor beter af waren, en omdat een transitie­periode nodig is. Je kunt niet zomaar van de ene dag op de andere overstappen op 100 procent hernieuwbare energie.

“Maar vandaag bestaan er veel mogelijkheden om de omslag hand in hand te laten gaan met economische groei. Ik geloof dat de economie de drijfveer in het hernieuwbare-energie­verhaal moet zijn als je iedereen mee wilt krijgen; daarin verschil ik van de groenen.”

Ben jij vaker bij je gezin dan je vader destijds?

“Dat probeer ik toch, ik wil niet zulke grote offers brengen als mijn vader. Niet dat ik minder geëngageerd ben, wel dat ik beter probeer te plannen. Als ik op een dag vol vergaderingen twee vrije uurtjes heb, regel ik dat ik dan thuis ben om samen te eten en de kleinste in bed te stoppen. Natuurlijk is mijn tijds­besteding als parlementslid wel iets flexibeler dan die van een minister of partijvoorzitter.

(denkt even na) “Nu ik zelf een gezin heb, valt het me soms extra zwaar dat mijn vader er niet meer is. Mijn verloving met Freya, die hij nooit gekend heeft, en de geboorte van onze zoon, dat zijn de momenten waarop ik hem het meest mis.

“Leon is nu drie jaar. Zijn tweede naam is Hugo, en ik schrik er soms van hoe erg hij op mijn vader lijkt. Datzelfde onstuimige karakter, veel temperament, en een zekere gerichte koppigheid.”

Hoe hebben jullie afscheid genomen?

“Hij werd ziek toen ik in Londen studeerde, dus in zijn laatste levens­jaar heb ik hem niet veel kunnen zien. Daarom koester ik vooral het jaar ervoor, toen we samenwerkten op zijn advocaten­kantoor. Nor­ma­liter ga je eerst ergens anders je sporen verdienen, maar omdat hij toen al niet meer van de jongsten was, ben ik gewoon direct bij hem stage gaan lo­pen. Een fijne ervaring, hij genoot er ook van.

“Maar zijn ziekte heeft heel snel toegeslagen. Na de diagnose hadden we niet nog uitgebreid de tijd om afscheid te nemen. In twee maanden was het voorbij. (zwijgt even) Het afscheid verliep eigenlijk zoals de rest van ons leven: veel stilzwijgende verstandhouding, afgewisseld met een paar heel openhartige momenten.”

Is er iets waar je naar terug­grijpt wanneer je je vader erg mist?

“In mijn kantoor hangt een grote foto van ons twee tijdens een zeiltrip. En op mijn bureau staat het kaartje van zijn begrafenis. Niet dat het een familie­schrijn is waar ik tot bezinning kom of zo, maar soms helpt het wel dat hij daar op die manier aanwezig is. Wanneer ik in de problemen zit, heb ik nog te veel de neiging om het allemaal in mijn eentje op te lossen. Vaak overleg ik dan in gedachten met mijn vader over wat ik moet doen. Die denkbeeldige conversaties helpen me. Het is al tien jaar geleden dat hij overleed, maar ik kan er nog steeds erg van aangedaan zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234