Woensdag 02/12/2020

"In extreme milieus liggen de beste verhalen"

Tien jaar geleden overleefde hij als enige van vier een Amerikaanse beschieting in Irak. Tientallen oorlogen en rampen later, legt de Belgische cameraman en oorlogsverslaggever Daniel Demoustier (50) de laatste hand aan een reeks van zeven documentaires, gedraaid op Vlaamse bodem, in opdracht van VTM. 'Mijn betrokkenheid bij deze onderwerpen was een stuk groter dan aan het front.'

Paul Jambers achterna." Daniel Demoustier zal het de komende dagen en weken nog meer dan één keer moeten horen. "Werkelijk elke journalist spreekt me erop aan", zegt hij, nog twijfelend of hij dat als een compliment dan wel een affront moet beschouwen. "Zelf heb ik er nooit bij stilgestaan. Tijdens het maken van mijn documentaires heb ik, echt waar, op geen enkel ogenblik aan Jambers gedacht. Mijn referentie was eerder Louis Theroux. Misschien is het dat ik uiterlijk net iets meer op Jambers dan op Theroux lijk? (lacht) Of is het dat grijze haar? Nog een geluk dat ik geen leren jassen draag.

"Weet je trouwens waar Jambers dat handelsmerk vandaan heeft? In een vorig leven was ik tourmanager van The Neon Judgement, een Belgische new-waveband die in de jaren tachtig ook in het buitenland behoorlijk populair was. Jambers is ooit voor een van zijn reportages naar een optreden komen kijken. Hij was zeer onder de indruk van onze leren jassen, in die mate dat hij me na het optreden in de backstage is komen vragen waar je die kon krijgen. Niet veel later begon hij zelf zo'n jas te dragen. Met andere woorden: de cirkel is eindelijk rond."

Net als Jambers bent u ook prominent aanwezig in uw documentaires.

"Voor mij hoefde dat niet. Maar bij VTM stonden ze erop. Blijkbaar vinden ze hier dat ik iets uitstraal."-

Het zullen alweer die grijze haren zijn, die wijsheid en vertrouwen uitstralen.

"(lacht) Ik was al grijs toen ik nog jong en onbetrouwbaar was. Een gevolg van de vrouwen of van de oorlog? Ik ben er nog altijd niet helemaal uit."

In uw reeks zitten documentaires over onder anderen heroïneverslaafden, bodybuilders en sadomasochisten. Mensen die op zoek zijn naar kicks, vluchtwegen uit het grijze dagelijkse bestaan. Zoals oorlogsverslaggevers.

"Je bedoelt dat ik voor mijn documentaires mensen heb opgezocht met wie ik me verwant voel? Ik heb er zelf nog niet bij stilgestaan, maar het is wel een interessante denkoefening. Al twijfel ik of het klopt. Zelf beschouw ik de job van oorlogsverslaggever niet meteen als zeer extreem. En ik weet ook niet of ik een mens van extremen ben.

"Los daarvan klopt het natuurlijk wel dat ik in mijn documentaires extreme milieus laat zien. In zulke omgevingen zijn nu eenmaal makkelijker goeie verhalen te rapen. Ongetwijfeld vind je ook wel sterke verhalen in het gewone leven. Alleen: hoe breng je die op een interessante manier in beeld? Als documentairemaker heb ik gezocht naar verhalen die ook visueel aantrekkelijk zijn. Naar kleurrijke beelden. Ik heb tv gemaakt. En tv dient in de eerste plaats om naar te kijken. Wat natuurlijk niet wegneemt dat je er ook een goed, maatschappelijk relevant verhaal kunt vertellen."

Als oorlogsverslaggever hebt u al het mogelijke leed van de wereld gezien. Hoe moeilijk was de switch naar het kleine Vlaamse verhaal?

"Het klinkt misschien wat blasé, maar na verloop van tijd wordt verslaggeven aan het front ook wel routine hoor. Oké, elke situatie is anders, maar de essentie van een oorlog is altijd dezelfde. Dat geldt trouwens ook voor grote rampen, zoals aardbevingen. Ik denk dat ik intussen negen aardbevingen heb gedaan. Na een tijd ken je het patroon. Het verhaal van de aardbeving is altijd het verhaal van de hoop. Vinden we, een week of twee weken na de ramp, nog overlevenden tussen het puin?

"Bovendien was mijn betrokkenheid bij deze documentaires een stuk groter dan in de oorlogsgebieden. In oorlogsgebied mag je je niet betrokken voelen. Als je emoties voelt en je laat meeslepen door de verhalen, dan ben je verloren. Ik heb geleerd om op een Angelsaksische manier naar het lijden in de oorlog te kijken. Afstandelijk. Een beetje cynisch ook.

"Voor de documentaires heb ik het tegenovergestelde gedaan. Ik had de tijd en de luxe om een relatie op te bouwen met de mensen die ik wilde interviewen. Ik heb me maximaal in hun situatie ingeleefd, een vertrouwensrelatie opgebouwd, waardoor ze op den duur heel openhartig werden en zonder enige gêne over hun problemen vertelden. In de reportage over bdsm, bijvoorbeeld, hebben we een slaaf gefilmd, David heet hij. Hij vond het geen enkel probleem om vrijuit over dat slavendom te vertellen."

Moet je zo'n man dan niet tegen zichzelf beschermen?

"Die man vertelde me dat zijn familie en vrienden ervan wisten. En dat het hem geen bal kon schelen wat de mensen ervan dachten. Tja, wie ben ik dan om te zeggen dat hij maar beter niet kan getuigen? De documentaire wordt er alleen maar beter van.

"Op dit vlak ben ik jaloers op Louis Theroux. Hij werkt vooral in Amerika, waar je zogoed als met iedereen kunt spreken. Theroux heeft zelfs een documentaire kunnen draaien in een instelling voor pedofielen. Zoiets is bij ons ondenkbaar."

Misschien gelukkig maar?

"Dat zijn toch verhalen die je wilt horen? Zolang die mensen akkoord gaan om hun medewerking te verlenen zie ik geen reden om hun getuigenissen niet te brengen. De discussie verandert natuurlijk als het over kinderen gaat. We hebben lang met het idee gespeeld om iets te maken over kinderen die in een instelling zijn geplaatst. Uiteindelijk hebben we dat niet gedaan, omdat we de kinderen niet konden laten getuigen. En dat is natuurlijk een voorwaarde als je tv maakt."

U zou zich zo op hetzelfde gladde ijs als De Bleekweide hebben gewaagd.

"Dat programma was op de rand, ja. En er misschien wel over ook. Al blijft het wel een moeilijke vraag. Ik bedoel: waarom zou je die jongeren niet aan het woord laten, als ze dat zelf willen en hun ouders er geen bezwaar tegen hebben? Uiteindelijk ga jij dan in hun plaats beslissen."

De vraag om deze documentaires te maken kwam van Jan Segers, de voormalige programmadirecteur van VTM. Was het voor u, net vijftig geworden, de juiste vraag op het juiste moment?

"Ja, daar ga ik niet over liegen. Het was ook een kans om voor mezelf te onderzoeken of ik nog iets anders kan dan oorlogsverslaggeving. Als het programma aanslaat - insjallah - dan wil ik hier graag mee verder gaan. En misschien ook wel vaarwel zeggen aan de oorlogsverslaggeving."

Zou u de kick van de oorlog kunnen missen?

"Ik denk het wel, ja. Je moet weten: ik heb die job nooit voltijds gedaan, maar altijd afgewisseld met artistieke of humanitaire projecten. Bewust. Het was een kwestie van de balans te houden, en niet helemaal mee te gaan in het krankzinnige oorlogsjournalistieke miljeutje, bevolkt door mensen die van niets anders iets weten.

"Wat me ongetwijfeld wél moeite zou kosten, is het besef dat er zich, ergens op de wereld, een groot drama afspeelt dat door geen enkele camera wordt gefilmd en dus ook niet bestaat. Als ik daar weet van krijg, begint het altijd weer te jeuken. Omdat ik intussen weet dat ik het op de agenda kan zetten. Ik heb het meer dan één keer gedaan.

"Ik was kort na 9/11 in Afghanistan, toen de taliban verdreven werden uit Kaboel. Het was er feest, want iedereen dacht dat het afgelopen was. Dat was uiteraard niet het geval. De taliban hebben zich toen teruggetrokken in en rond Kandahar, waar we hen zijn gaan opzoeken. We hebben daar de Amerikaanse bombardementen kunnen filmen. En we zijn door de taliban meegevoerd naar een plek waar ongeveer honderdduizend vluchtelingen samentroepten. Honderdduizend vluchtelingen die geen toegang hadden tot de media, en dus geen flauw idee hadden waarom ze werden gebombardeerd. Ik kan je verzekeren: met die reportage heb je wel enige impact op de wereld.

"Iets gelijkaardigs heb ik ooit mogen doen in Darfur. Ik was daar op uitnodiging van Artsen Zonder Grenzen, nadat er in die provincie plots een grote toevloed van mensen met schot- en snijwonden was opgemerkt. Ik heb daar beelden van gemaakt, en die beelden zijn de wereld rondgegaan. Het was een crisis waar voorheen niemand iets van afwist. Als gevolg van die beelden is de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, eindelijk in actie geschoten, en hebben ze de vluchtelingen aan tenten geholpen. In het leven van de oorlogsverslaggever zijn dat de allermooiste momenten.

"Uiteraard kun je zoiets met een documentaire voor VTM nooit bereiken. Ik ben niet aan dit project begonnen om de wereld te verbeteren. Maar toch. Ergens hoop ik wel dat de documentaires, al was het maar voor een paar mensen, iets kunnen betekenen in de maatschappij. Misschien zullen er een paar jongeren naar de documentaire over heroïnejunks kijken, en even nadenken over wat ze daar zien. Ik hoop ook dat de reportage over poker iets kan losmaken. Uiteindeljk gaat dat over duizenden en duizenden jonge mensen die soms veel geld aan het verliezen zijn, zonder dat daar op een of andere manier paal en perk wordt aan gesteld."

De oorlogsverslaggeving lijkt me niet meteen een vak waarin je zeventig kunt worden.

"Evident is het zeker niet. Fysiek moet je echt wel in orde zijn. En het vergt veel flexibiliteit. Ik heb bijna zes maanden in Libië gezeten. In die periode zijn we bijna elke dag moeten verhuizen vanwege de bombardementen."

Zijn er vandaag nog jonge mensen te vinden die het vak willen uitoefenen?

"O jawel. Tijdens de Arabische Lente heb ik echt veel nieuwe, jonge gezichten gezien. Jongens zonder opdracht vaak, en dus ook zonder veel geld of bescherming. Allemaal hopen ze die ene foto te nemen die hen wereldberoemd zal maken. Wat in werkelijkheid natuurlijk nooit zal lukken. Een enkeling niet te na gesproken.

"In Libië ontmoette ik in een hotel een jonge, arme Italiaanse fotograaf. Hij heeft me daar zijn foto's getoond. Indrukwekkend goed, maar hij kreeg er nauwelijks geld voor. Ik heb hem toen mijn satelliettelefoon gegeven. Hem gezegd dat hij met alle redacties moest bellen die hij kende, en 400 euro per foto moest vragen. Die gast heeft toen inderdaad gebeld. En ook onmiddellijk 400 euro gekregen. Vorige maand heb ik nog eens van die jongen gehoord. Hij (Fabio Bucciarelli, red.) had verdomme de Robert Capa Gold Medal gewonnen, dat is zowat de hoogste onderscheiding die je in de fotografie kunt behalen."

Vandaag krijgt u als prof meer en meer concurrentie van blogs en Twitter, de burgerjournalistiek kortom. Is dat een zegen of een vloek?

"Beide. Een jaar lang konden we Syrië niet binnen, en was er alleen de burgerjournalistiek om ons op de hoogte te houden. Aan de andere kant is het haast onmogelijk om na te gaan in hoeverre die berichtgeving juist en authentiek is. Er is geen enkele controle, de kans op manipulatie is veel groter."

Manipulatie komt anders ook bij professionals voor. Zie de discussie over de World Press-foto 2013 van Paul Hansen.

"Zeker, al is de discussie over die foto natuurlijk wel erg complex. Als ik het goed begrepen heb heeft de fotograaf het beeld alleen maar esthetischer gemaakt, en heeft hij aan de setting zelf niks veranderd.

"Nu, persoonlijk probeer ik het altijd zo zuiver mogelijk te houden. Om maar één ding te noemen: ik heb nog nooit muziek gebruikt voor een reportage. Omdat het een vorm van manipulatie van de werkelijkheid is. En voor manipulatie moeten we ons zo veel mogelijk hoeden. Je zet er de geloofwaardigheid van de vrije pers mee op de helling. En we kunnen niet genoeg beseffen hoe belangrijk die vrije pers wel is. Zonder een vrije pers is er geen democratie. De democratie begint daarmee."

Hebt u het al eens meegemaakt dat u in die vrijheid beknot werd?

"Ik werk voor ITN, een Britse zender. Mijn ervaring is dat men daar zijn uiterste best doet om zo correct, objectief mogelijk verslag uit te brengen, en bijvoorbeeld in het geval van een conflict de twee kanten van het verhaal te laten zien. Alleen al dat ligt in Vlaanderen soms moelijker. Niet omdat men niet wil, maar wel omdat er geen geld voor is.

"Goeie journalistiek kost geweldig veel geld. En dus komt al snel de vraag: wie financiert? En hoe groot is de druk van die financier? Ik heb Al Jazeera altijd gesteund, maar sinds de zender betaald wordt door de sultan van Qatar zie je dat de objectiviteit meer en meer in het gedrang komt. Dat zie je bijvoorbeeld aan de berichtgeving over het Syriëconflict. Uit de berichtgeving van Al Jazeera valt duidelijk af te leiden dat Qatar alle belang heeft bij een soennitische overwinning.

"Werken voor een Engelse zender heeft het grote voordeel dat alles groter is, ook budgettair. Dat heeft zijn repercussies voor de kwaliteit van je werk, maar ook de omstandigheden waarin je dat werk moet maken. Er is me onlangs gevraagd om Midden Oosten-correspondent te worden. Nog los van het feit dat ik er, vanwege de documentaires, de tijd niet voor had, vraag ik me af of ik dat wel zou kunnen. Ik vrees dat het gebrek aan middelen me zou frustreren. En eerlijk gezegd: ik weet ook niet of ik nog zin heb om te bedelen voor een sjofele hotelkamer."

U bent meer gewoon.

"Als we in een oorlogsgebied een vijfsterrenhotel kunnen krijgen, dan gaan we het wel nemen, ja. Dat klinkt decadent, maar je moet er ook rekening mee houden dat ik de drie volgende weken op de vloer zal liggen. Om dezelfde reden zal ik ook, als ik de kans krijg, altijd in businessclass vliegen. Zo'n vlucht is vaak de enige rust die ik heb. Die luxe heb je nodig om het vol te houden. En ik vrees dat VTM noch VRT me die luxe kunnen bieden."

En dus blijft u voorlopig voor ITN werken.

"Vanaf maandag ben ik weer stand-by. Als ze me bellen om naar Syrië te gaan, dan ben ik meteen weer weg."

Demoustier, vanaf maandag 27 mei op VTM

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234