Zaterdag 27/11/2021

In Europa richt agressieonderzoek zich vooral op hooliganisme

Terwijl in de VS het onderzoek naar geweld kan rekenen op indrukwekkende budgetten, wordt er in Europa nog weinig aandacht aan besteed, zegt Science. Nochtans was Europa in de jaren '60 het mekka voor wetenschappers die agressie wensten te bestuderen. "Vooral in Groot-Brittannië en Nederland werd agressief gedrag bij dieren grondig bestudeerd", zegt de Duitse psycho-farmacoloog Klaus Miczek, die inmiddels in de VS doceert.

Er zijn verschillende redenen waarom het Europese onderzoek naar geweld slabakte. De Europeanen waren de trendsetters in het gebruik van de ethologie (de tak van de biologie die het gedrag van dieren bestudeert) om agressie te bestuderen. Maar het onderzoek naar agressie stootte de laatste decennia op kritiek van dierenrechtenactivisten, die zich verzetten tegen experimenten waarin dieren elkaar aanvielen en soms verminkten.

"De dierenrechtenbeweging heeft het onderzoek naar agressie in Groot-Brittannië volledig stilgelegd", zegt Miczek. Ook in het wereldvermaarde Max Planckinstituut in München zijn de programma's waarbij de neurologische processen achter agressie bij dieren werd onderzocht, stopgezet. Daarbij werd gebruikgemaakt van elektroden die bij primaten de delen van de hersenen activeerden die met agressie te maken zouden hebben.

Een tweede reden heeft te maken met het lagere aantal gewelddelicten in Europa. Het aantal zelfmoorden ligt er beduidend lager. "De grootste schrik van Amerikanen bestaat erin slachtoffer te worden van een gewelddelict", zegt psycholoog Terrie Moffit van Kings College in Londen. "Europeanen liggen daar veel minder wakker van." Nochtans blijkt uit onderzoek dat de kans om slachtoffer te worden van een gewelddelict ongeveer even groot is in de VS dan in Europa. Alleen de ernst van het delict is kleiner in Europa, omdat hier minder vuurwapens in omloop zijn. "Mochten er in Europa evenveel wapens circuleren als in de VS, zou het aantal zelfmoorden even hoog zijn", zegt Patricia Brennan van de Emory university in Atlanta.

Gevolg is dat de meeste onderzoekers die zich met agressie bezighielden, zich op andere onderzoeksterreinen, zoals de studie van depressies of angst, zijn gaan toeleggen. Het aantal bezoekers van een recent congres over ernstige antisociale persoonlijkheidsstoornissen in Groot-Brittannië "paste in een kleine kamer", zegt Miczek, "terwijl gelijkaardige congressen in de VS tot 5.000 bezoekers trekken".

Het enige terrein waarvoor in Europa geld wordt vrijgemaakt, is het onderzoek naar hooliganisme. De grootste expertise zit in Nederland, bij bioloog Otto Adang, die sinds het midden van de jaren '80 voetbalhooliganisme en geweld bij rellen onderzoekt. Adang begon zijn carrière met de studie van agressie bij chimpansees in de dierentuin van Arnhem. Daarna maakte hij de eerste grote studie die ooit over hooliganisme werd gemaakt, waarbij gedurende 3,5 jaar zo'n 250 voetbalwedstrijden werden bestudeerd. Ook aan de universiteit van Leicester werd eind jaren '80 een gespecialiseerd centrum opgericht dat hooliganisme onderzocht, het Sir Norman Chester Centre for Footbal Research. Inmiddels worden daar ook andere vormen van geweld onder de loep genomen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234