Zondag 15/09/2019

In Europa overheerst een collectieve droefgeestigheid, een gebrek aan energie

Dominique Moïsi (°1946) geldt al jarenlang als een van ’s werelds meest originele geopolitieke denkers. Hij geeft les aan Harvard en is een van de oprichters van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen (IFRI). Moïsi is atypisch en zijn net verschenen boek De geopolitiek van emotie is daarvan een bewijs. Hij noemt zichzelf de psychoanalyticus van de internationale politiek en bekijkt de wereld aan de hand van emoties als angst, hoop en vernedering. Niet alleen het militaire arsenaal en de economische output van de Verenigde Staten zullen het lot van de planeet bepalen, ook de hoop van Obama en de traan van Jesse Jackson zijn van belang. Of de VS de grote supermacht blijven, hangt volgens Moïsi af van de vraag of de Amerikanen een gezond evenwicht zullen vinden tussen hun gevoelens van angst en hoop. “Welke van de twee zal het pleit winnen op het wereldtoneel”, vraagt hij zich af in de inleiding van zijn boek. “De geest van de hoop die wordt voortgestuwd door Obama's zege of de angst die door de economische ineenstorting wordt gestuurd?”. Ernstige diplomaten hebben het bijzonder moeilijk met zijn boek, vertelt Moïsi. “Ze beschouwen mijn aandacht voor emoties als een provocatie. Ze kijken op een puur rationele manier naar de wereld en emoties zijn voor hen per definitie irrationeel. Ik denk dat zij zich vergissen. De wereld waarin wij leven, is niet volledig te bevatten als we haar los zien van emoties.” De aversie van de klassieke diplomaten kon niet verhinderen dat Moïsi’s boek in enkele maanden tijd uitgroeide tot een intellectueel fenomeen: vertaald in vijftien talen, breed gelezen in de VS, Canada, Europa, Azië en het Midden-Oosten. Moïsi: “Ik moet zeggen dat ik verbaasd ben over de aandacht die het boek krijgt en ben tevreden dat mijn werk toch enige verheldering brengt in deze complexe wereld. Zo vertelden veel mensen me de afgelopen dagen dat ze de Iraanse crisis veel beter begrijpen na het lezen van mijn boek. Hoop, angst en vernedering - de emotionele categorieën waarmee ik internationale ontwikkelingen interpreteer - spelen ook een centrale rol in Iran. Er is de hoop in de strijd, de angst bij het Iraanse regime en hun Basijmilities. En dan is er nog het meisje Neda, de engel van de vrijheid.”

Welke emotie leest u in de ogen van de stervende Neda?

Moïsi: “(denkt lang na) Onschuldige hoop. Als ik die afschuwelijke beelden bekijk, zie ik totale verrassing in haar ogen. Neda was verrast dat ze aan het sterven was, dat het leven haar aan het verlaten was. Verrast door de tragedie van het leven. Die jonge vrouw was niet van plan om een heldin te worden. Ze was daar als een onschuldige toeschouwer. De brutaliteit die haar te beurt viel, leek wel van een andere wereld te komen. En nu is ze het symbool van de Iraanse opstand. (opnieuw een lange stilte) Welke emotie lees ik in haar ogen? Hoop die abrupt en brutaal de kop wordt ingedrukt. En dat element van verrassing. Ik bedoel: ze was even verrast als wij. Ook wij waren compleet verrast door de gebeurtenissen in Iran. “Niemand had durven te voorspellen dat de verkiezingen tot een opstand zouden leiden. Het leert ons een belangrijke les in internationale politiek: gebeurtenissen hebben een eigen logica. Hegel zei: ‘De mensheid maakt geschiedenis, maar de mensheid kan niet bepalen welke richting de geschiedenis uitgaat.’ Ik, daarentegen, ben geneigd om te zeggen: het is niet de mensheid die de geschiedenis maakt, maar het zijn de gebeurtenissen. Ik heb lang de Franse Revolutie bestudeerd. Tijdens die opstand zijn zo veel dingen gebeurd die niet te voorzien waren, maar die wel de loop van de geschiedenis hebben bepaald. Als je de dictatuur van gebeurtenissen bestudeert, is het erg belangrijk om ook de emotionele dimensie van gebeurtenissen in ogenschouw te nemen: de interactie tussen gebeurtenissen en mensen. De dood van Neda is daar een voorbeeld van.”

Symboliseert Neda’s dood de mislukking van de opstand?

“Niemand weet wat er de komende dagen en weken zal gebeuren. In Iran is een zeer intelligent volk beledigd door de manier waarop het door zijn leiders is bedrogen. Niemand kan nu al zeggen wie er zal winnen. Maar wat ik wel weet, is dat er in deze kwestie al minstens één verliezer is: Ahmadinejad. Zelfs nu hij opnieuw de presidentiële eed heeft afgelegd, zullen mensen zich afvragen: ‘In wiens naam spreekt die man? Wie heeft hem verkozen? Wie vertegenwoordigt hij als hij weer eens een provocatieve uitspraak doet, zichzelf of het Iraanse volk?’ Dat is een belangrijke verandering. Ook het gezag van ayatollah Ali Khamenei is aangetast. Door Ahmadinejad te blijven steunen, zet Khamenei zijn autoriteit op het spel. Hij is allang geen scheidsrechter meer, maar een speler.”

De jongste jaren was Ahmadinejad een populaire figuur in de islamitische wereld. Is dat voorbij?

“Ik denk het wel. Iemand die vanuit Caïro of Riyad naar de gebeurtenissen in Iran kijkt, zal dat ongetwijfeld met gemengde gevoelens doen. Enerzijds ben je als Egyptenaar tevreden dat een populistische provocateur die met verkiezingen sjoemelt, afgestraft wordt. Anderzijds is er de mogelijkheid dat de massa die nu in de straten van Teheran marcheert morgen in Caïro of Riyad protesteert tegen de autoritaire, corrupte en incompetente regimes aldaar. Ook in Egypte en Saoedi-Arabië zou de bevolking zich in de toekomst weleens kunnen verzetten tegen oneerlijke verkiezingen.”

In uw boek beschrijft u Europa als een continent dat geparalyseerd wordt door de angst om een soort museum te worden: prachtige gebouwen, lekker eten, leuke auto’s maar geen macht. Waar raakten we ons zelfvertrouwen kwijt?

“Je zou de conclusie kunnen trekken dat Europa nooit hersteld is van zijn dubbele zelfmoordpoging: de twee wereldoorlogen. Deze grote burgeroorlog, die in 1914 begon en in 1945 eindigde, maakte een einde aan de centrale rol van Europa in de wereld. Na 1945 gaven we de indruk dat we nog genoeg energie hadden om opnieuw recht te staan. Gedurende dertig jaar probeerden we gestalte te geven aan wat nu de Europese Unie is. Maar ergens zijn we verloren gelopen.”

Waar is die Europese droom ontspoord?

“Om zich te verenigen had Europa een bedreiging nodig. Negatieve evoluties brachten ons dichter bij elkaar. Eerst was er ongerustheid over de Frans-Duitse rivaliteit, die tot de Tweede Wereldoorlog had geleid. Nadat die kwestie was opgelost, kwam de dreiging van de Sovjet-Unie. Maar toen de Sovjet-Unie twintig jaar geleden implodeerde, verdween voor de Europese lidstaten de belangrijkste negatieve reden om samen te blijven. We moesten op zoek gaan naar een positief project. Net op een moment dat Europa veel complexer werd: er kwamen nieuwe lidstaten bij en tegelijk kreeg Europa een steeds hybrider karakter. Europa werd zowel federaal, nationaal als regionaal. “De organisatie van een groot deel van onze economie en het beheer van de euro werd overgeheveld naar het Europese niveau, terwijl veiligheid en buitenlands beleid een nationale bevoegdheid bleven. Zaken als onderwijs en cultuur werden dan weer deels toevertrouwd aan regionale regeringen. Door die complexiteit ontstond er een kloof tussen de Europeanen en hun instellingen. Die vervreemding werd nog versterkt door de mediocrisering van de Europese politiek. Op een beslissend moment werden vooral middelmatige politici naar Europa gestuurd. Europese leiders werden niet gekozen voor hun kwaliteiten maar wegens hun beperkingen. Dat is de reden waarom we opnieuw José Manuel Barroso tot Commissievoorzitter hebben gekozen. Zo werd Europa steeds meer een realiteit, maar steeds minder een project.”

Wat bedoelt u precies?

“Europa is alomtegenwoordig en toch afwezig. Kijk maar naar uw generatie. Jullie betalen met euro’s en kunnen grenzen oversteken zonder paspoortcontroles. Europa is een realiteit waarmee jullie geboren zijn. Jullie kregen het van mijn generatie cadeau. Maar het is een vanzelfsprekende realiteit die niet in vraag wordt gesteld en waarvan jullie het ook niet echt warm krijgen.”

Wie is verantwoordelijk voor die mediocrisering van de Europese politiek?

“De leiders van Europa zijn uitsluitend voor hun eigen belangen gaan vechten. Ze zijn te jong om nog bewogen te worden door de emoties van de Tweede Wereldoorlog. In plaats van gevoelsmatige Europeanen werden het rationele nationalisten. ‘Ik wil niet dat Europa mijn nationale macht bedreigt’, is hun uitgangspunt. Een van mijn stellingen is dat de uitbreiding van de Unie emotioneel te laat, maar institutioneel te vroeg kwam. Op het moment dat de Berlijnse Muur viel, hadden we de emotionele energie om nieuwe lidstaten op te nemen, maar het is niet gebeurd. Jaren later hebben we toch nieuwe landen toegelaten, maar dat gebeurde op een moment dat we nog niet klaar waren met de politieke verdieping van de Unie. Onze instellingen waren niet klaar om 27 lidstaten op te vangen. Dat de Fransen en de Nederlanders, en later ook de Ieren, de Europese grondwet wegstemden, heeft daar natuurlijk alles mee te maken. In het huidige Europa zijn de voorstanders van de Unie gematigd en voorzichtig, terwijl de tegenstanders meer dan ooit gepassioneerd zijn om Europa onderuit te halen. De rest wordt gedomineerd door onverschilligheid.”

Steeds meer Europeanen lijken angst te hebben voor hun eigen Unie. Dat Polen, Tsjechen en Slowaken vrij kunnen reizen in de rest van Europa lokte in landen als België, Nederland en Groot-Brittannië negatieve reacties uit.

“Dat is een kwestie van zelfvertrouwen. Om een goede Europeaan te zijn, moet je een zelfbewuste Fransman zijn, of een zelfbewuste Belg. Wie zich goed voelt in zijn eigen nationale identiteit is beter bestand tegen een wereld met verschillende identiteiten. Wanneer je als Belg of als Nederlander je zelfvertrouwen verliest, zie je Europa als een bedreiging. Terwijl iemand die wel zelfvertrouwen heeft Europa als een multiplicator van invloed en kansen ziet.”

Zal de economische crisis de Europese identiteitscrisis versterken?

“Onvermijdelijk. De Europese angst zal in de eerste plaats toenemen omdat de werkloosheidskanker zich zal uitzaaien. Die evolutie versterkt onze allerbelangrijkste angst, namelijk het gevoel dat het leven van onze kinderen moeilijker zal zijn dan ons eigen leven. Met die angst onderscheiden we ons van groeilanden als India en China. De meeste Chinezen en Indiërs zijn ervan overtuigd dat hun kinderen het beter zullen hebben dan zijzelf. “Ik merk dat veel Europese jongeren gedestabiliseerd zijn omdat ze uit families komen waar de werkloosheid heeft toegeslagen. Met als gevolg dat ze alles op stabiliteit zetten. Waarom denkt u dat zoveel Europese jongeren ambtenaar willen worden? Door de huidige economische crisis worden ze nog veel massaler dan hun ouders gegrepen door werkloosheid. Dat versterkt het gevoel van angst en machteloosheid. Een gevoel van: ‘Het is niet wat jij met de wereld kunt doen, maar wat de wereld met jou zal doen.’ Hoe meer ze naar de wereld kijken, hoe meer ze hun angst bevestigd zien: een Aziaat die hetzelfde werk doet voor een derde van het Europese loon, een Afrikaan die naar Europa vlucht om goedkope arbeid te verrichten, een fanatiekeling die ermee dreigt om een Europees monument op te blazen.”

Hoe kijkt u naar de VS? Slaagt Barack Obama erin om de angst voor de crisis om te zetten in hoop?

“Mijn analyse van Europa is deels beïnvloed door het feit dat ik momenteel in de Verenigde Staten woon. Ik voel een enorm verschil. In Europa overheerst een collectieve droefgeestigheid, een gebrek aan energie. Tegelijk heerst er dankzij de welvaartsstaat een gevoel van relatieve bescherming. In Amerika is dat net het tegenovergestelde. Je hebt veel energie gecombineerd met een grote individuele angst voor de toekomst. ‘Als ik mijn job verlies, verlies ik mijn leven’, dat gevoel. “Maar Obama slaagt er wel degelijk in om hoop te creëren. Na zes maanden is hij nog altijd erg populair, ondanks de aanhoudende crisis. Mensen hebben vertrouwen in Obama en lijken daardoor ook meer vertrouwen te krijgen in zichzelf, die twee gaan hand in hand. Er is een opvallende overeenstemming tussen Obama’s persoonlijkheid en de diepe cultuur van Amerika die gedomineerd wordt door hoop. Zoiets heb je niet in Europa. Je vindt geen Europeanen die zeggen: ‘Dankzij Sarkozy gaan we het halen.’ Dat gevoel van vertrouwen bestaat hier niet. De overtuiging dat we het uiteindelijk zullen halen ontbreekt.”

Maakt dat gebrek aan vertrouwen deel uit van onze historische roots?

“Ik denk het wel. Een van de zaken die ik in mijn boek probeer aan te tonen, is dat emoties in een bepaald werelddeel weliswaar cyclisch zijn, maar tegelijk bepaald worden door diepe, culturele wortels. Het huidige Chinese zelfvertrouwen is niet alleen een gevolg van de snelle economische groei, maar ook van de overtuiging dat de tijd van het grote Chinese imperium is teruggekeerd. Dat het land, dat in 1815 wereldleider was op het vlak van afgewerkte producten, er eindelijk opnieuw staat. “Maar er zijn ook landen die, hoewel ze op een bepaald moment succesvol kunnen zijn, geen zelfvertrouwen hebben. Vertrouwen is het product van verschillende factoren. Zo bestaat er ook een kortetermijnvertrouwen dat bijvoorbeeld de kop opsteekt als een land wereldkampioen voetbal wordt: je bent wereldklasse omdat je ploeg wereldklasse is. Dat gevoel is vaak zo sterk dat het een reële impact heeft op de economie, ook al is die meestal slechts van korte termijn. In Frankrijk gebeurde dat in 1998, toen ‘Les Bleus’ wereldkampioen werden. Dankzij de wereldtitel voetbal kreeg Frankrijk even vleugels.”

U beschrijft India en China als landen waar de hoop overheerst. Wordt die hoop dan niet de kop ingedrukt door de economische crisis?

“Wat ik nu ga zeggen lijkt contradictorisch, maar de crisis zou de gevoelens van hoop in Azië weleens kunnen versterken. Kijk naar India: dat de verkiezingen in India een triomf werden voor de zittende Congrespartij van Manmohan Singh, bevestigt dat een meerderheid van de Indiërs vindt dat het land de goede kant uitgaat. Bovendien blijven de economieën van China en India groeien, terwijl die van Europa en de VS stagneren. Dat heeft een diepe impact op de manier waarop wij naar de wereld kijken en ook op onze gemoedsgesteldheid. De toorts van de geschiedenis gaat over van het Westen naar het Oosten en de crisis lijkt die evolutie nog te versnellen. “Net als iedereen worden ook de Chinezen en de Indiërs geraakt, maar relatief minder dan wij. Dat heeft te maken met een aantal objectieve factoren. India en China kampen niet met een hoge staatsschuld zoals Europa en de VS. Maar er zijn ook subjectieve elementen. Aziaten hebben momenteel veel meer veerkracht dan wij omdat ze uit een cultuur van lijden komen. Nog niet zo lang geleden leefde het overgrote deel van de bevolking in een armoedige en uitzichtloze situatie. Samen met het economische wonder kwam de hoop op een beter leven. Ze dragen die herinnering met zich mee en zijn bereid om het gevecht met de crisis aan te gaan. Je zou kunnen zeggen dat Aziaten de energie hebben die de Europeanen in 1945 hadden toen ze temidden van de oorlogsruïnes aan de wederopbouw van hun continent begonnen. Wij, daarentegen, zijn in zekere zin slachtoffers van ons succes. Niets leidt meer tot mislukking dan succes. Qua welvaart waren we zo succesvol dat onze huidige doelstelling vooral gericht is op de verdediging van wat we hebben. Niet veroveren, maar verdedigen is ons doel geworden. We zijn een defensief continent geworden, gericht op de status-quo.”

In uw boek schrijft u dat de Indiërs en Chinezen niet gedreven worden door een hoger doel of een ideologie, maar door een hang naar meer materiële welvaart. De eigen auto als ultieme doelstelling. Vindt u dat een zegen of een probleem?

“Het is geen van beide. Een marxist zou - ietwat kort door de bocht - zeggen dat dit bewijst dat de geschiedenis bepaald wordt door materiële factoren. Die drang om een auto te kopen is heel menselijk, heel normaal. De meeste Aziaten hebben jaren van absolute armoede achter de rug. In China kwam daar nog eens het totaal kunstmatige maoïstische experiment bij, dat het individuele zwaar onderdrukte. Nu is voor het individu het moment van de wraak aangebroken. Noem het de triomf van individuele doelstellingen, de behoefte om verschillend te zijn van de andere. Het is de menselijke natuur. Wij willen nu eenmaal een beetje consumeren. Het is bijvoorbeeld fascinerend om te zien hoe Chinese vrouwen tegenwoordig hun looks veranderen door esthetische chirurgie.”

Op wie willen die vrouwen dan lijken?

“Wat had u gedacht? Op westerse vrouwen, natuurlijk. Grotere neus, dikkere lippen, grotere borsten. Interessant, niet? Ze willen eruitzien als een westerse vrouw, maar tegelijk willen ze heel hard zichzelf blijven. Dat is ook frappant: de Chinese en de Indiase elite nemen de uiterlijkheden van het Westen over, maar tegelijk blijven ze heel Chinees en Indisch. Ze kennen het Westen ook heel goed. Ze weten hoe wij denken, wat onze belangrijkste gevoelens zijn, hoe we reageren. Maar ze blijven heel erg zichzelf. Wij, daarentegen, weten heel weinig over hen. We kennen ze amper.”

Waar is ons gebrek aan kennis over landen als India en China aan te wijten?

“Wij zijn niet geïnteresseerd in hen en dat heeft ermee te maken dat wij altijd gedacht hebben dat het voldoende was om onszelf te kennen. Wij, westerlingen, gingen ervan uit dat Indiërs, Chinezen en Afrikanen maar één ultiem doel hadden: onze gelijke worden, het Westen imiteren. Dat is een groot misverstand. Indiërs en Chinezen willen zichzelf blijven. Vandaar dat het misloopt als wij ons systeem en onze waarden aan hen willen opdringen. “Met mijn boek wil ik duidelijk maken dat je emoties in de internationale politiek best niet negeert. Doe je dat wel, dan loop je het risico dat je niets van de wereld begrijpt. We moeten ook rekening houden met de gevoelens van de andere. Zo kunnen we die andere ook beter begrijpen. Dat is fundamenteel. Want door de globalisering gaan we steeds meer met mensen uit andere delen van de wereld samenleven. De andere is deel van ons geworden. Om juist en efficiënt te kunnen handelen, mag je niet bang zijn maar moet je mensen uit andere culturen proberen te begrijpen. We zullen moeten leren. Mijn boodschap is een humanistische boodschap die regelrecht ingaat tegen het simplisme van Samuel Huntingtons Botsende beschavingen. Ik heb een intense hekel aan dat boek, ook al heb ik respect en bewondering voor de auteur. Huntington was een goede vriend van mij. Ik hield van hem. Maar niet van zijn boek.”

U zegt dat we ‘de andere’ zullen moeten leren kennen. Is het afstoten van die andere, of het nu migranten of Indiase investeerders zijn, niet een van de grootste problemen waarmee Europa momenteel kampt? Toen Lakshmi Mittal onlangs de restanten van de Belgische staalnijverheid opkocht, stuitte dat op negatieve reacties.

“Dat heeft te maken met stereotypen en vooroordelen. Wij denken blijkbaar nog altijd dat India een soort voogdijgebied is van de Britten, wat verklaart waarom Europeanen ontzet zijn als Indiërs hier komen investeren. ‘De inferieure Indiërs komen de superieure Europeanen uitkopen.’ Totaal fout. Nonsens. De geschiedenis beweegt. Europa heeft zijn monopolie op maatschappelijke modellen verloren en moet zich afvragen wat het van het Aziatische succes kan leren. Wij worden geconfronteerd met de Aziatische uitdaging. Daarmee bedoel ik dat wij moeten analyseren hoe Aziatische landen erin geslaagd zijn om zo snel te groeien. We moeten daar lessen uit trekken. “Het eerste wat we moeten doen, is ons gevoel van culturele superioriteit afwerpen. Ik bedoel, Indiërs en Chinezen komen uit landen met een bijzonder hoog beschavingsniveau. In zijn boek The Argumentative Indian herinnert de Indiase Nobelprijswinnaar voor de economie Amartya Sen ons eraan dat in zijn land de traditie van debat en intellectueel pluralisme al bestond toen wij hier in het Westen nog in grotten leefden en elkaar de kop insloegen. We slagen er niet in om dat soort feiten in onze eigen denkwereld te integreren. Het beeld van de koloniale periode blijft overheersen. Maar vroeg of laat zal het Westen moeten beseffen dat er een einde is gekomen aan zijn overheersing van de rest van de wereld. Ik begrijp dat dat pijnlijk is, maar als we dat idee niet aanvaarden, zullen we nooit onze veerkracht herwinnen.”

Op het einde van uw boek plaatst u zichzelf in het jaar 2025. Staande op de plaats in Tel Aviv waar op 4 november 1995 Yitzchak Rabin werd vermoord, tekent u voor de wereld een worstcasescenario en een bestcasescenario uit. Waarom bekijkt u de toekomst van de wereld vanuit Tel Aviv?

“Ik beschouw het Israëlisch-Palestijnse conflict als een rode draad en ook als de matrix van de emotionele toestand van de wereld. Met die vooruitblik naar 2025 wilde ik twee vereenvoudigde verhalen vertellen die de lezers er in de eerste plaats van moeten overtuigen dat ze over hun eigen toekomst kunnen beslissen. We kunnen met zijn allen voor een doemscenario kiezen, maar we kunnen het ook intelligent aanpakken en een betere toekomst uitbouwen. “Als een dokter stel ik me de vraag hoe we in deze wereld tot een goed emotioneel evenwicht kunnen komen. Als je te veel angst en te weinig hoop hebt en je bent te veel vernederd, dan ben je er zeer slecht aan toe en moet ik mij als dokter afvragen hoe ik jou er opnieuw bovenop kan helpen. Moet ik je niveau van angst en vernedering naar beneden brengen? Of moet ik je meer hoop geven? Die twee verhalen die in Tel Aviv aanvatten, zijn in die zin voldoende overtuigend in hun eenvoud. Het is een toegankelijke manier om de toekomst te exploreren. Natuurlijk zijn het kunstmatige verhalen: het beste scenario zal nooit plaatsvinden en het slechtste scenario zal waarschijnlijk ook niet bewaarheid worden.”

Een verontrustend detail in uw worstcasescenario, althans voor een Belg, is dat u de finale neergang van Europa laat beginnen met de vreedzame explosie van België.

“Het uiteenvallen van België is misschien niet het waarschijnlijkste scenario, maar het blijft wel een mogelijkheid. Als België splitst, komen we in een situatie terecht waarbij de hoofdstad van Europa zich in een land bevindt dat uit elkaar valt. Vandaar dat ik me de vraag stel: wat zou er gebeuren als de hoofdstad van de Europese Unie niet langer de hoofdstad is van een Europees land? Wordt Brussel een vloek voor Europa? Door voor de kwetsbaarheid van België te kiezen, wilde ik alluderen op een breder Europees fenomeen: als België uit elkaar valt, wat gebeurt er dan met regio’s als Catalonië of Schotland? Zullen die zich dan ook afscheiden? Ik gebruikte België als voorbeeld van een land waar een vreedzame maar tragische scheiding niet langer uit te sluiten is.”

U zegt heel duidelijk dat zo’n vreedzame scheiding ook tragisch is.

“Ja, ook tragisch voor Europa. Want als de Belgen geen vertrouwen meer hebben in hun Belgische identiteit, zullen ze in Europa geen alternatief vinden. Ze zullen niet plots zeggen: ‘We zijn geen Belgen meer, maar Europeanen.’ Ze zullen zeggen dat ze Vlaams of Waals zijn en dat zal de vervreemding van Europa versterken.”

Een Vlaams-nationalist zal zo’n evolutie verre van tragisch vinden.

“Het is een reductie, daar ben ik van overtuigd. Belgen zullen pas goede Europeanen zijn als ze zich overtuigd Belgisch voelen. Je ziet het ook in Nederland. De opkomst van het populisme was geen reactie op Europa, maar kwam er omdat de Nederlanders zich niet meer goed voelden in hun vel. Ze voelen zich slecht als Nederlander en daardoor voelen ze zich slecht als Europeaan.”

U draagt uw boek op aan uw vader Jules Moïsi, die Auschwitz overleefde. Hoe groot is zijn invloed op de manier waarop u naar de wereld kijkt?

“Mijn vader overleefde verschrikkelijke beledigingen en angst, maar toch gaf hij mij hoop. Mijn boek is een boek van hoop en daarom wil ik het aan hem opdragen, als een ode aan de opvoeding die ik van hem kreeg. Hoewel hij Auschwitz had meegemaakt, leerde hij me om hoop te koesteren in plaats van haat.”

Was dat optimisme deel van zijn persoonlijkheid?

“Ja, inderdaad. Ik heb ook veel geluk gehad, want mijn vader is levend uit Auschwitz teruggekeerd en ik ben na de oorlog geboren. Ik kan me voorstellen dat kinderen die de oorlog wel hebben meegemaakt en wier familie vernietigd werd helemaal anders naar de wereld kijken. In november 1989 had ik in The New York Times en Die Zeit een intens debat met Elie Wiesel (de joodse schrijver die Auschwitz overleefde, maar zijn beide ouders en een zus verloor, KoV). Wiesel zei toen dat we angst moesten hebben voor wat er na de val van de Berlijnse Muur zou gebeuren. Ik zei net het tegenovergestelde. “Ik ging naar Berlijn, kwam terug met een stukje muur en schreef dat dat stukje vernietigde muur het symbool was van de verzoening van mijn echte identiteit als Fransman, Europeaan en jood. De val van de Muur was voor mij de triomf van mijn vrijheidsideaal. Maar ik was in staat om optimistisch te zijn, omdat mijn vader de oorlog overleefd had en omdat ik na de oorlog ben opgegroeid. Maar voor Elie Wiesel was het veel moeilijker. Hij was zelf in Auschwitz geweest en zijn familie heeft de oorlog niet overleefd.”

Wat is er tijdens de oorlog met uw moeder gebeurd?

“Ook zij overleefde de oorlog. Toen mijn vader gearresteerd werd, slaagde ze erin om onder te duiken. Ze werd daarbij geholpen door een netwerk van katholieke verzetslui. Het grootste deel van de oorlog verbleef ze clandestien in een klooster in het zuidwesten van Frankrijk. Het verhaal van mijn ouders is tegelijk het verhaal van Frankrijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Je had twee soorten Frankrijk: het land dat mijn vader naar een concentratiekamp deporteerde en het land dat mijn moeder uit de handen van de nazi’s redde.”

Als we nog een stapje verder gaan, zouden we u kunnen omschrijven als een symbool van het naoorlogse optimisme. U bent geboren in 1946. Uw ouders hadden net de oorlog en de Holocaust overleefd en besloten toch om een kind op de wereld te zetten.

“Inderdaad. Het leven moet verder gaan. Toen mijn vader uit Auschwitz terugkeerde, was hij al redelijk oud, 43 jaar. Hij is ook zeer oud gestorven, op zijn 94ste. Hij zei altijd: ‘De dingen zijn nooit zo goed als je zou wensen, maar nooit zo slecht als je zou vrezen.’ Toch een behoorlijk ongelooflijke uitspraak voor iemand die Auschwitz overleefd had, niet?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234