Woensdag 21/04/2021

'In elk van ons schuilt zowel een monster als een heilige'

Philippe Claudel over zijn onrustwekkende roman 'Het verslag van Brodeck'

Met zijn uitgebalanceerde romans over de troebelen van de oorlogstijd heeft de Franse schrijver Philippe Claudel heel Europa aan zijn voeten gekregen. Het pas verschenen Het verslag van Brodeck is zijn meest onrustwekkende boek tot op heden. De menselijke psyche wordt danig op de proef gesteld in deze vernuftige parabel over de naweeën van de Shoah en de Tweede Wereldoorlog. 'Ik beschrijf een gemeenschap van slachtoffers én schuldigen.'

Door Dirk Leyman

Wie een impressie wil krijgen van de populariteit van Philippe Claudel (°1962), moet maar eens anderhalf uur met hem doorbrengen. Tijdens ons gesprek in Gent, waar hij ter gelegenheid van de Literaire Lente te gast was, zoemt zijn Blackberry met de regelmaat van een metronoom. Af en toe moet hij een zoveelste organisator die hem voor een lezing of interview wenst te charteren, vriendelijk afschepen. "Ze denken altijd dat ik met hen de draak steek wanneer ik zeg dat ik pas in 2010 kan komen, maar het is écht zo. Ik moet zover vooruit plannen om het enigszins leefbaar te houden", zegt Claudel met een licht tragische glimp in de ogen. Zoveel is zeker: de bedaarde en uiterst vriendelijke Claudel heeft er moeite mee om mensen te ontgoochelen. Na Gent brengt zijn promotionele karavaan hem letterlijk de wereld rond: van Australië en Nieuw-Zeeland zet hij koers naar IJsland om te eindigen in Québec. Om niet helemaal te vervreemden van zijn gezin, poogt hij zijn vrouw en tienjarige adoptiedochtertje vaak mee te nemen. "De tol van het succes wordt weleens onderschat", verzekert Claudel. "Weet u dat ik Het verslag van Brodeck grotendeels op hotelkamers heb geschreven? Maar ik klaag niet, want als schrijver wil je zoveel mogelijk gelezen worden." Claudel drijft niet op routine wanneer hij over zijn boeken praat, je proeft een echte begeestering. En je merkt vooral dat hij een literatuurverslaafde is, die me na afloop van het gesprek zelfs een lijstje opdist met te lezen auteurs, zoals de door hem gekoesterde Luxemburger Gilles Ortlieb.

De successtory van de voormalige universiteitsdocent, die zojuist ook zijn eerste eigen speelfilm Il y a longtemps que je t'aime afwerkte, nam een aanvang met zijn derde roman Grijze zielen (2003). Voor deze uiterst genuanceerde saga over een kindermoord tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg hij de Prix Renaudot. Claudel raakte gevoelige snaren in heel Europa en werd - samen met Michel Houellebecq - zowaar hét exportproduct par excellence van de Franse literatuur, een status die hij bevestigde met het ietwat kleffe Het kleine meisje van meneer Linh (2005). Met Het verslag van Brodeck - ongetwijfeld zijn meest ambitieuze boek tot op heden - dompelt hij de lezer opnieuw onder in verwarrende oorlogssferen, waarbij ditmaal de Tweede Wereldoorlog alles overschaduwt. De intrige voltrekt zich in een niet nader bepaald dorpje in een grensstreek, waar ene Brodeck door de burgemeester is aangezocht om een rapport te schrijven over een morbide zaak waarbij een extravagante vreemdeling (de 'Anderer') door de losgeslagen bewoners in een herberg werd gelyncht. De angstige Brodeck, zelf een outsider en ternauwernood ontkomen aan de concentratiekampen, moet in zijn verslag in wezen de bewoners vrijpleiten van hun wandaden. Maar kan hij daaraan gevolg geven? En zet hij niet zijn eigen hachje op het spel? Wederom buigt Claudel zich over essentiële morele en universele kwesties over het boze en het goede. Wie was die zogenaamde 'Anderer'? Gaandeweg geeft Brodeck zijn taak een andere invulling en schrijft hij parallel een sluikrapport over zijn eigen anders-zijn, zijn deportatie naar Auschwitz en de trieste behandeling van zijn echtgenote Emélie, zonder dat de Shoah overigens bij naam wordt genoemd. Het verslag van Brodeck is een tableau van een door paranoia, argwaan en schuldgevoelens verzadigde gemeenschap, die geen blijf weet met haar demonen.

Als je Grijze zielen, Het kleine meisje van meneer Linh en Het verslag van Brodeck naast elkaar legt, merk je dat ze eigenlijk stuk voor stuk inzoomen op de mens in een oorlogssituatie. Vanwaar die verbetenheid om in dat oorlogsverleden te blijven spitten?

"Een romancier gaat aan de slag met wat hij aan zich voorbij ziet trekken. Voor mij is het de logica zelve dat de oorlog in mijn romans de hoofdrol speelt, als reflectie van hoe ik de wereld waarneem. Sedert het ontstaan van de mensheid, is er bijna nooit een langere periode van vrede geweest. Altijd is er wel ergens een oorlog aan de gang. Van jongs af aan trof het me dat oorlog een bijna permanente staat van de mens is. Kunnen we wel zonder gewapend conflict of oorlog?"

Is dat geen erg sombere visie?

"Niet noodzakelijk. Er zijn immers twee manieren om naar de geschiedenis te kijken. Je kunt ook zeggen dat de geschiedenis een opeenvolging van catastrofes én wederopstanding is en dat de onwaarschijnlijke veerkracht van de mens telkens weer overwint. Eigenlijk ben ik veeleer optimistisch. Hoe moeizaam ook, we boeken lichte terreinwinst. Langzaam komen we toch tot meer vreedzame regelingen."

In uw romans tilt u de oorlogssituatie telkens op een abstracter niveau. Wilt u uw verhaal zo een meer universele dimensie bezorgen?

"Dat is uitdrukkelijk de bedoeling, ja. In Het verslag van Brodeck heb ik opzettelijk veel verwijzingen naar de al te directe realiteit van de Tweede Wereldoorlog uitgewist. De concrete locaties zijn vaag: het kan zich afspelen in de Elzas, in Oostenrijk, misschien zelfs in Noord-Italië. Ook de taal die ik de bewoners laat spreken, draagt daartoe bij, net als de naamgeving: de Anderer, burgemeester Orschwir, Brodeck... Het boek stelt zo ook onze hedendaagse oorlogsgruwelen ter discussie. De genocide van de Rode Khmer en de Holocaust zijn bijvoorbeeld niet over één kam te scheren, maar de reacties van de mensen op de slachtingen lopen toch verrassend parallel. Tegelijk is dat dorpje wél een metafoor voor het Frankrijk tijdens de naoorlogse periode. Het laat zien hoe Frankrijk na die collaboratieperiode al die lafheid en trauma's te boven poogt te komen. Het is een gemeenschap van slachtoffers en schuldigen."

U staat in de Franse literatuur bijlange niet alleen met uw fascinatie voor de oorlogstroebelen. Franse uitgevers zijn bijzonder gebrand op boeken over de Tweede Wereldoorlog. Kijk maar naar alle commotie die Jonathan Littell veroorzaakt met Les bienveillantes.

"(veert op) Ach, maar Les bienveillantes noem ik geen roman. Ik zal me er niet ten gronde over uitspreken, want ik heb er maar dertig pagina's van gelezen. Eerlijk, ik raakte gewoon niet verder, zo bedroevend slecht vond ik het geschreven. Les bienveillantes was vooral een grote én geslaagde publiciteitsstunt van uitgeverij Gallimard. In de geschiedenis van de Franse uitgeverswereld zal het berucht blijven als het meest verkochte maar minst gelezen boek. Mijn indruk is dat het een compilatie is van bepaalde feiten over de Tweede Wereldoorlog, aangekleed met wat romanelementen. Ik weet overigens waarom Franse uitgevers tuk zijn op boeken over de oorlog: de Fransen zijn niet in staat om hun herinneringen op te ruimen. Dat is trouwens één uitgesproken thema in Het verslag van Brodeck. Op een bepaald moment is er die confrontatie tussen Brodeck en de burgemeester Orschwir, die een soort metafoor van de 'chef' is, de man die een samenleving moet leiden. Brodeck kan niets vergeten, hij heeft een geheugen dat uit zijn voegen barst. Orschwir geeft het rapport dat Brodeck over de 'Anderer' heeft geschreven, aan de vlammen prijs. Orschwirs attitude is dat je moet kunnen vergeten om verder te leven. Zeker als het zo pijnlijk is, moet je durven over te gaan tot de orde van de dag."

Vreemd dat u dat zegt, want tegelijk is uw boek ook een fel pleidooi tegen het vergeten?

"Natuurlijk. Maar de Fransen hebben een probleem met wat je de 'evenwichtigheid' van de oorlogsherinnering zou kunnen noemen. Sommige gebeurtenissen worden om de haverklap en in overdreven mate herdacht, andere, die ze beter niet zouden vergeten, worden onder de mat geschoven."

Aan welke gebeurtenissen denkt u dan precies?

"De Eerste Wereldoorlog is bijna honderd jaar geleden, maar hij is nog omnipresent. Tegelijkertijd heb je in Frankrijk een benauwend stilzwijgen, ja, zelfs een selectief geheugenverlies over de oorlog in Algerije. Het was een vuile oorlog die ook in de kunsten, de film en literatuur zogoed als verdonkeremaand wordt. Hetzelfde geldt enigszins voor Indochina. Men spreekt altijd maar over 'les événements'. Omdat de feiten zich niet op het Franse grondgebied hebben voltrokken, zijn het precies geen volwaardige oorlogen."

Uw boeken spelen zich vaak af in een dorp of een kleine, besloten gemeenschap. Vanwaar die biotoop?

"Een dorpsgemeenschap heeft een universelere dimensie dan je op het eerste gezicht zou denken. Kijk, ook de Trojaanse oorlog was eigenlijk een strijd tussen twee dorpen, twee kampen. Neem er de Ilias van Homerus maar bij. Een kleine gemeenschap kan tegelijkertijd een weerspiegeling van de gehele wereld zijn. Net daarom hou ik er ook van om met bijna archetypische personages zoals 'de burgemeester', 'de pastoor', 'de onderwijzer' en 'de vreemdeling' te werken. Met dat kleine menselijke materiaal kun je heel ver gaan in het aftasten van de onderlinge verhoudingen."

Uw eerste roman Rivier van vergetelheid was ook gesitueerd in een dorp, waar een man soelaas zoekt voor het verwerken van zijn liefdesverdriet.

"Inderdaad, en ik zal niet ontkennen dat hier een persoonlijke smaak meespeelt. Zelf woon ik in een klein stadje van amper 10.000 inwoners, omzoomd door het platteland. Ik ben ook opgegroeid in een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kende. Toen ik Het verslag van Brodeck schreef, had ik telkens het gevoel alsof ik in dat dorpje woonde, alsof ik er ronddwaalde in de omliggende wouden en bergen."

Die affiniteit met de natuur is in Het verslag van Brodeck bijzonder tastbaar. Maar het landschap is meer dan puur decor. Het is ook een manier om het contrast aan te scherpen met de afgrijselijke gebeurtenissen in het dorp?

"Het verslag van Brodeck is eigenlijk opgevat als een levensgroot schilderij, met een achtergrond die erg mooi en erg zuiver is, maar waar je dan de schamele mens in dropt, die alles overhoop haalt. Het werk van de romantische schilder Caspar David Friedrich is in dat opzicht doorslaggevend geweest. Toen ik in 1983-1984 voor het eerst een doek van hem zag, was dat voor mij een schok van herkenning. Bovenop de uitgepuurde schoonheid was er het sentiment van het landschap zoals ik het zelf aanvoelde: een mengeling van mysterie en van sereniteit. Ik voelde me er helemaal in opgenomen. Toch is er bij Friedrich ook die buitenmenselijke eenzaamheid, die weerloosheid tegenover het immense van de natuur."

In uw stijl houdt u al evenzeer van contrastwerking. En het is duidelijk dat u de exuberante metaforiek van uw eerste romans hebt afgezworen?

"Ik wil niet pretentieus klinken, maar ik denk dat je als auteur ook na elk boek beter wordt. Je leert van je fouten. Mijn eerste boek was volgepakt met gecompliceerde, barokke woorden. Je herkent er de onhandigheid van de debutant in, die wil laten zien dat hij de taal tot in de puntjes beheerst. Nu weet ik dat je een evenwicht moet nastreven: je taal zo eenvoudig mogelijk houden, maar wél met een liefde voor mooie beelden en metaforen."

Zowel in Grijze zielen als in Het verslag van Brodeck valt op hoe u de nuance opzoekt. De waarheid heeft oneindig veel facetten. Zijn dat de kernvragen van uw schrijverschap?

"Mensen gaan er nogal snel aan voorbij dat we allemaal uit hetzelfde materiaal zijn gebakken. Daarom is het al te simpel om te stellen dat er aan de ene kant heiligen bestaan en aan de andere kant monsters. Het is tegelijk terroriserend en geruststellend dat in elk van ons zowel een monster als een heilige zit verscholen. En nogmaals: de menselijke soort zal altijd tot gruwelijke dingen in staat blijven, ongeacht het tijdperk."

Over Het verslag van Brodeck hangt een voortdurende zweem van mysterie. Er zijn talloze interpretaties denkbaar.

"Er zit zelfs een element van fantastiek in. Ik wil de lezer ook laten twijfelen aan wat Brodeck zegt: is hij wel een betrouwbare verteller? Is hij niet de leugenaar? Hij is zodanig getekend door zijn concentratiekampervaring dat hij bij zijn terugkeer overal spoken en belagers ziet. Verzint hij zich een tegenhanger in de Anderer of is hij zelfs een fantasme? Eigenlijk zijn Brodeck en de vreemdeling bijna elkaars spiegelbeeld. 'Ik begrijp hem, omdat hij ook een deel van mij is', zegt hij ergens. En je kunt zelfs een religieuze knipoog zien in het boek, in die zin dat de Anderer als een Messiah in de gemeenschap neerdaalt om er een nieuwe wind te laten waaien. Maar zoals je weet worden heiligen weleens gekruisigd."

Tegelijkertijd is Brodeck een zeer sterke figuur. Hij ondergaat de grootste beproevingen, maar zijn wil lijkt met geen middel te breken.

"Er schuilt een ongelooflijke kracht in hem, die het geloof in de menselijkheid weerspiegelt. Brodeck doorkruist de hel, maar hij durft het toch aan om terug te keren naar een gemeenschap die hem vijandig gezind is en hem heeft uitgestoten. De verklaring ligt voor een stuk ook in zijn liefde voor zijn vrouw Emélia."

Brodeck krijgt kwansuis de opdracht een officieel rapport over de lynchpartij te schrijven. Maar hij tekent simultaan ook een andere versie van de feiten op.

"Net daarom is het ook een boek over het schrijverschap. Het gaat over iemand die gaandeweg ontdekt dat er een schrijver in hem verscholen zit, door de taak die hij van de gemeenschap krijgt. Hij merkt hoe taal zijn gevoelens helpt kanaliseren. Het is paradoxaal: want als hij terugkomt van het concentratiekamp, poneert hij dat hij totaal niet meer gelooft in de kracht van het woord. Net zoals Adorno, ja, die ooit zei dat na Auschwitz poëzie schrijven barbaars is geworden."

Kun je zeggen dat Het verslag van Brodeck ook een studie van schuldgevoelens is?

"Schuldgevoel zit onlosmakelijk in het hele boek verweven, want bijna iedereen lijkt medeplichtig. Dat ligt al in de eerste zin van het boek besloten. Die zin, 'mijn naam is Brodeck en ik heb er niets mee te maken', is me tijdens een nachtelijke droom komen aanwaaien. Zeer vreemd. Ik ben opgestaan en ik heb de frase meteen op een papiertje genoteerd. Het was ook een dwingende zin, die me de teneur van het boek voorschreef. En die eerste zin werd tegelijk ook de laatste zin van het boek, ik hou van een circulaire structuur, van de slang die in zijn eigen staart bijt. Ook die bijna Centraal-Europese naam van Brodeck zette zich in me vast. Een tijdlang had ik het idee om het boek Confessions de Brodeck te noemen, maar dat had een te religieuze bijklank. Het verslag van Brodeck is de perfecte titel: daar zit ook die administratieve connotatie in. Het was schrikken toen ik later ontdekte dat Jorge Luis Borges een boek had met vrijwel dezelfde titel: Het verslag van Brodie. Ik durfde het verhaal haast niet open te slaan (lacht), maar gelukkig was er geen enkele inhoudelijke gelijkenis."

Tijdens het lezen van uw boek moest ik denken aan De seizoenen van Maurice Pons, waar ene Siméon op de vlucht voor zijn oorlogsdemonen terechtkomt in een vijandig bergdorp en zich daar al schrijvend staande probeert te houden.

"Het is curieus dat u dat zegt, want onlangs wees een Franse boekhandelaar me ook al op de verwantschap. Ik moet bekennen dat ik het boek nog niet gelezen heb. Zo te horen moet ik dat vlug doen."

Ten tijde van Grijze zielen bent u ook weleens vergeleken met Georges Simenon.

"Dat heeft alles te maken met de luiheid van de Franse journalisten. Tijdens mijn eerste interviews liet ik al eens vallen dat ik van Simenon hield. En na Grijze zielen, dat iets heeft van een faux roman policier, kwamen ze telkens met het etiket van Simenon aandraven. Let wel, ik bewonder hem, bijvoorbeeld voor Le bourgmestre de Furnes. Simenon lezen is een schrijfles: met een uiterst eenvoudige taal gaat hij heel diep in de menselijke analyse. Maar misschien nog meer dan Simenon hebben 'metafysische' misdaadauteurs als de Siciliaan Leonardo Sciascia en de Zwitser Friedrich Dürrenmatt me beïnvloed."

U krijgt soms te horen dat u uw boeken te opzichtig van een humanistische boodschap voorziet.

"Dat deert me niet. Meer zelfs, het is uitdrukkelijk de bedoeling, want het ligt nu eenmaal in mijn natuur. Ik wil met mijn boeken ook een visie op de wereld uitdragen en iets zeggen over het leven in een gemeenschap. De film die ik zonet heb geregisseerd, Il y a longtemps que je t'aime, is doordrongen van datzelfde sentiment. Er is een zeker verband tussen Brodeck en het personage van Kristin Scott Thomas in de film. Het gaat over iemand die uit gevangenschap terugkeert en opnieuw zijn plaats probeert te vinden in de samenleving, over isolement, uitwijzing, veroordeeld worden... Film is overigens mijn eerste liefde en voor mij een evenwaardig uitdrukkingsmiddel als literatuur."

Is het schrijven van Het verslag van Brodeck een zware bevalling geweest?

"Nee, want ik schrijf slechts als ik daar zin in heb. En wanneer de motor sputtert, dan stop ik, om een paar dagen later de draad weer op te nemen. Wanneer het boek rond is, fungeert mijn vrouw als eerste lezer. Zij snijdt al het overbodige eruit, want soms vergaloppeer ik me in te lange beschrijvingen. Bij Brodeck heeft ze 200 pagina's geschrapt. En ze had gelijk: de lezer moet bij het nekvel worden genomen en de spanning mag niet verslappen. Wanneer ik het boek dan aan mijn uitgever bezorg, is het klaar, op punten en komma's na. Nee, ik ben niet erg vermoeiend voor een uitgever. (lacht)"

Dat wijst op een groot zelfvertrouwen.

"Het is geen kwestie van zelfvertrouwen. Het boek dat ik aan de uitgever aflever, correspondeert tot in de kleinste details met het boek zoals ik het wil. En wanneer het hem niet bevalt, kan hij het me altijd terugsturen en blijven we even goede vrienden. Kritieken lees ik niet. Niet dat ze geen functie hebben, maar goeie recensies dreigen je het hoofd op hol te brengen, terwijl slechte kritieken je toch maar kwetsen."

U miste dit jaar op een haar na de Goncourt. Hoe staat u tegenover literaire prijzen, kunnen die u behagen?

"Ach, de Prix Goncourt is een lachertje geworden, je kunt de jury onmogelijk nog serieus nemen. Literaire prijzen betekenen niet zo veel voor mij. Ze zijn l'affaire des autres: literaire prijzen zijn ter meerdere eer en glorie van diegenen die ze uitreiken."

Uitgevers denken daar vast anders over. Ze doen niet liever dan ze ook op de achterflap van uw boeken te vermelden.

"Ik besef wel dat literaire prijzen commerciële argumenten zijn geworden. In Frankrijk is het bijna een kunst om voor een boek géén literaire prijs te krijgen. Voor Grijze zielen heb ik misschien wel dertig prijzen ontvangen, de ene al obscuurder dan de andere. Toch zijn er prijzen die me plezier doen, zoals de Goncourt des lycéens. Omdat het een eerlijke prijs is, in tegenstelling tot de gewone Goncourt. De jongeren die stemmen zijn betrokken en malen er niet om bij wie het boek is uitgegeven. En gek genoeg kiezen ze vaak moeilijke boeken. Publieksprijzen zijn vaak stukken eervoller dan juryprijzen."

U bent intussen een van de meest vertaalde Franse auteurs in Europa geworden. Voelt u een verantwoordelijkheid als uithangbord van de Franse literatuur?

"Ik vind het prettig om een Fransman te zijn, maar een vertegenwoordiger van de Franse literatuur voel ik me helemaal niet. Ik ben nogal nuchter in die zaken, misschien omdat ik niet in Parijs woon en me zelden in literaire kringen begeef. Dat staat me ook toe - ondanks het succes - om een normaal leven te leiden. Mijn boeken zijn tenslotte ook maar één facet van de Franse literatuur. Goed dat er ook iemand als Michel Houellebecq bestaat. (lacht)"

Schuldgevoel zit onlosmakelijk in het hele boek verweven, want bijna iedereen lijkt medeplichtig. Dat ligt al in de eerste zin van het boek besloten. Die zin, 'mijn naam is Brodeck en ik heb er niets mee te maken', is me tijdens een nachtelijke droom komen aanwaaien

Een dorpsgemeenschap heeft een universelere dimensie dan je op het eerste gezicht zou denken. Een kleine gemeenschap kan tegelijkertijd een weerspiegeling van de gehele wereld zijn

> Was literatuurdocent aan de Universiteit van Nancy, nu fulltime schrijver. Gaf ook les aan gedetineerden.

> Debuteerde met Rivier van vergetelheid (2000), een tragisch en woorddronken rouwtelegram van een man die zijn geliefde verliest en zich terugtrekt in een dorpsgemeenschap.

> Ook in Zonder mij stonden ongefilterd verdriet en woede bij de dood van een beminde centraal.

> Breekt door met Grijze zielen (2003) waarin Claudel tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog een kindermoord uitbeent en een dorp portretteert. Het boek krijgt de Prix Renaudot en wordt vertaald in meer dan 15 landen.

> Het kleine meisje van meneer Linh (2005) is de geschiedenis van een hoogbejaarde Vietnamese man die als asielzoeker in Europa terechtkomt.

> Het verslag van Brodeck was in de running voor de Goncourt, maar moest uiteindelijk vrede nemen met de Goncourt des lycéens, een publieksprijs. Haast unaniem positieve kritieken. Critici maken zich weleens druk over zijn te doordrammerige humanistische boodschap.

> Schreef ook kinderverhalen, vertaald in De wereld zonder kinderen.

> Leverde zojuist zijn eerste film af, waarvoor hij zowel het scenario schreef als regisseerde: Il y a longtemps que je t'aime, met Kristin Scott Thomas in de hoofdrol.

> www.philippeclaudel.com

Philippe Claudel

Het verslag van Brodeck

Oorspronkelijke titel: Le rapport de Brodeck

Vertaald door Manik Sarkar

De Bezige Bij, Amsterdam, 333 p., 19,90 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234