Zaterdag 25/09/2021

In elk ander land was hij wel gegaan

Patrick Dewael zal wel een zucht van verlichting geslaakt hebben dat hij woensdag de kamercommissie van Binnenlandse Zaken overleefde. Er dreigde voor hem het ergste wat in dit land een minister kan overkomen: ontslag.

In de Belgische politiek is 'ontslag' zowat het laagste wat een mens kan overkomen. Het is erger dan woordbreuk, schadelijker voor de eigen carrière dan kiezersbedrog, beschamender dan openbare dronkenschap, te snel rijden of betrapt worden op overspel. De film van fijn zweet over Dewaels gelaat verraadde hoezeer hij vocht voor zijn politieke overleven, en zich daar bewust van was.

Dat is de logica zelve, vanuit het denken van de Patrick Dewaels van deze wereld - en de Wetstraat is hun wereld. Daar geldt de ijzeren kleuterklas-wet: 'opgestaan is plaats vergaan'. Wie zich zwak toont, wie vertrekt, wie zijn plaats laat innemen door een ander, heeft afgedaan. Toen Frédéric Laloux na amper 30 dagen ontslag nam als staatssecretaris en zo het 74 dagenrecord verpulverde dat sinds 2003 op naam stond van Anissa Temsamani, was de reactie bij het publiek (en her en der in eigen rang): "Case closed." De aanhouder wint misschien niet altijd, hij blijft tenminste. Een regeringslid neemt nooit ontslag, tenzij hij echt niet anders kan.

Vandaar dat Belgische politici 'politieke verantwoordelijkheid' uiterst eng invullen. Rik Daems dácht er niet aan om ontslag te nemen na het faillissement van Sabena. Zijn collega Johan Vande Lanotte ook niet, al had die het ultieme 'Hotelakkoord' met Swissair onderhandeld. Het Swapdebacle uit 1996 kostte minister van Financiën Philippe Maystadt zijn kop niet. De schatkist verloor miljarden door riskante speculaties, maar, hey mannen, Maystadt had niet zélf belegd.

Ook na het Heizeldrama in 1985 was Charles-Ferdinand Nothomb niet los te wrikken van Binnenlandse Zaken. Hij gaf geen krimp toen kamervoorzitter Jean Defraigne hem in zijn assemblee berispte en vernederde. Waarna Jean Gol samen met de hele PRL (zo heette MR toen) opstapte en de regering liet vallen.

In het buitenland is dat anders. Niet dat ministers daar graag opstappen. En als het gebeurt, is het ook met groot gedruis. Maar het is minder fataal. En dus dragen zij hun lot met meer waardigheid. Omdat een politicus er nadien nog altijd groot kan uitkomen, hoeft hij in zijn struggle for life niet zo kleintjes te reageren. Neem de regeerperiode van Tony Blair. Daar verdween een hele rits bekende ministers en staatssecretarissen. Omdat ze genoemd werden in zaakjes (niet vervolgd, laat staan veroordeeld, genoémd volstond), zoals huidig EU-commissaris voor Handel Peter Mandelson twee keer overkwam. Een minister die in een interview zei dat politiek niet voor eeuwig is, mocht gaan - maar Mo Mowlam is Freya Van den Bossche niet. Robin Cook trad terug als parlementsvoorzitter, omdat hij het fundamenteel oneens was met de invasie in Irak van zijn baas Tony Blair. Die oorlog werd ook staatssecretaris Clare Short fataal: zij was tegen de oorlog, maar stemde voor. Twee maanden later trad ze af: haar positie was onhoudbaar. Gewoon. Zonder schandaal, zonder onderzoek van welk comité dan ook.

In Duitsland nam Oskar Lafontaine in 1999 ontslag als minister van Financiën omdat hij steeds meer moeite had met de in zijn ogen te conservatieve lijn van zijn premier én partijgenoot Gerhard Schröder. Hij verliet de SPD en zuigt met 'die Linkspartei' nu de electorale visvijver van de Duitse sociaaldemocratie verder leeg. In België was er de laatste kwarteeuw niet één spraakmakend voorbeeld van één regeringslid dat ontslag nam omdat hij het politiek oneens was met het gevoerde beleid, of met de opstelling van zijn partij.

Er zijn de laatste twintig jaar ongeveer twee ministers die 'politieke verantwoordelijkheid' ruimer hebben ingeschat, en redeneerden volgens de normen in de meeste andere Europese landen: Johan Vande Lanotte bij de vlucht van Marc Dutroux, kort nadien Louis Tobback bij de dood van Sémira Adamu. Vande Lanotte schatte de publieke verontwaardiging en verbazing (ook internationaal) bij de vlucht van 'publieke vijand nummer één' meteen juist in. Tobback zag zich verantwoordelijk voor een door rijkswachters gedode vluchtelinge, tijdens een officiële procedure tot uitzetting. Misschien dat ook Magda Aelvoet in deze rij hoort. Het verschil met de twee socialisten is dat de publieke opinie haar ontslag al een paar dagen éiste en dat om een persoonlijke fout ging, niet om die van ondergeschikten. De gelijkenis is dat ook zij niet aan haar ambt vasthield.

En zelfs dan werd er tegengewrongen tegen honderd per uur. Vande Lanotte was minister van Binnenlandse Zaken, maar het was allerminst eenvoudig zijn collega op Justitie, Stefaan De Clerck (CVP), van eenzelfde stap te overtuigen. Toen Tobback ontslag nam, liet premier Dehaene weten dat hij niét akkoord ging, en werkte vervolgens een regeling uit die het begrip 'ministeriële verantwoordelijkheid' enger invulde: een minister stapte alleen op bij een persoonlijke fout.

Maar op het einde van die regeerperiode week ook premier Dehaene van zijn eigen richtlijn af, toen hij van oordeel was dat door de dioxinecrisis de positie van de ministers Marcel Colla (SP - Volksgezondheid) en Karel Pinxten (CVP - Landbouw) politiek onhoudbaar was. Tien jaar later voelen beiden zich nog altijd geschoffeerd en geslachtofferd. De rancune die toen opwelde bij Pinxten veroorzaakte later zijn vertrek naar de VLD.

Dat laatste is de regel: een minister gaat pas als hij niets anders kan, als het ware geforceerd wordt. Ofwel door zijn partijvoorzitter of premier, die zegt dat het niet langer kan (Dehaene tot Leo Delcroix), ofwel na een fatale stap in een gerechtelijke ('les trois Guys' Spitaels, Coëme en Mathot) of administratieve (Fientje Moerman) procedure.

En toch, zal een scepticus zeggen, toch nemen hier ook ministers om de haverklap ontslag. De regeringen-Dehaene en Verhofstadt bestonden op het einde van de rit voor de helft uit nieuwkomers.

Ook daarvoor is een reden. In dit land zijn er twee redenen waarom ministers of staatssecretarissen veelvuldig ontslag nemen, of dat moeten: partijbelang en eigenbelang. Frank Vandenbroucke was in 2004 amper één jaar federaal minister van Werk of hij koos al voor het prestigieuzere Vlaamse 'superministerie' van Onderwijs, Werk en viceminister-president. Hij kreeg het gezelschap van Bert Anciaux, die in de roes van de sp.a-spiritzege van 2003 zo graag mee promoveerde naar de federale regering. Na één jaar ploeteren op Verkeer wist hij niet hoe snel terug te keren naar Cultuur & Sport, het minister-sinterklaasschap in de Vlaamse regering.

Schrijnender was de wijze waarop Jaak Gabriëls en Annemie Neyts in 2003 werden buitengeschopt, om plaats te maken - letterlijk - voor jonger. Zelfs niet mooier of beter: jonger, daar kwam het op aan. Marino Keulen en Patricia Ceysens kregen hun kans. Het was de grote liberale wisseloperatie waarin Patrick Dewael voor de eerste en (tot nu toe) enige keer in zijn leven ontslag nam: om minister van Binnenlandse Zaken te kunnen worden, en - dacht hij - ooit wel meer.

Het is de Belgische paradox: op een paar uitzonderingen na nemen ministers ontslag 'om te lachen' (om partijvoorzitter of burgemeester te worden, een internationaal mandaat op te nemen...), en als ze niet anders kunnen. Wegens de zeden in dit land en vanuit zijn eigen referentiekader is het begrijpelijk dat Dewael er niet aan denkt om op te stappen. Maar goed is het niet. Net zoals het niet decent was dat Mark Eyskens niet ging toen Walid Khaled door Brussel flaneerde. Maar zoals Eyskens dat toen zei: in elk ander land had hij dat wel gedaan.

Wegens de zeden in dit land is het begrijpelijk dat Dewael er niet aan denkt om op te stappen. Maar goed is het niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234