Zondag 20/06/2021

'In een niemandsland tussen woord, beeld en leven'

Ladies and gentlemen, The Most Contemporary Picture Show, verwelkomt het opschrift op het schilderij van René Daniëls de bezoeker in de hal van het oude Van Abbemuseum in Eindhoven. Het zet de toon voor een prachtig retrospectief dat deze Eindhovense kunstenaar nu in zijn eigen stad krijgt. Het opschrift verwijst ironisch naar de dwingende eis aan de kunstenaar om telkens opnieuw eigentijds en innoverend te zijn. Tegelijk geeft het volgens de organisatoren impliciet aan hoe actueel de schilderkunst van René Daniëls nog altijd is.

Anne Milkers

Actueel is de schilderkunst van Daniëls vast en zeker. De kunstenaar, die eind 1987, op zijn 37ste, wegens een hersenbloeding plots moest ophouden met werken, maakte in een korte periode van ongeveer tien jaar een bijzonder indrukwekkende reeks schilderijen. Hij drong aan het eind van de jaren zeventig vrijwel onmiddellijk internationaal door en geldt vandaag nog steeds als een referentie.

Het overzicht van schilderijen en tekeningen is verspreid over het oude museum aan de Bilderdijklaan en het gebouw aan de Vonderweg waar het museum vanaf 1995 een tijdelijk onderkomen vindt. In 1995 werden ingrijpende veranderingen gepland aan het gebouw dat architect Kropholler eind vorige eeuw ontwierp. De inkapseling ervan in een hedendaagse constructie zorgde echter voor een hetze tussen voorstanders van de oorspronkelijke architectuur en voorstanders van een hedendaags functioneel museum. Recent is een tweede aangepast ontwerp goedgekeurd, waarbij de bestaande ingang van het oude museumgebouw met een karakteristiek torentje behouden blijft - want daar was het tenslotte vooral om te doen. De werkzaamheden zullen nu in het najaar beginnen, na afloop van de tentoonstelling over René Daniëls. De nieuwbouwplannen van architect Abel Cahen zijn voor de gelegenheid in de marge van deze expositie gepresenteerd.

Dat op dit scharniermoment uitgerekend aan René Daniëls een retrospectief wordt gewijd is geen toeval. Hij woonde en werkte in Eindhoven in een periode waarin het collectiebeleid en het tentoonstellingsprogramma van het Van Abbemuseum de ontwikkelingen in de internationale beeldende kunst op de voet volgden. René Daniëls kreeg er al in 1978 een kleine tentoonstelling, gevolgd door een belangrijker overzicht in 1987. Onder het beleid van Rudi Fuchs is ook werk van Daniëls aangekocht voor de museumcollectie. "Onze band met René Daniëls is bijzonder," stelt Jan Debbaut dan ook in de catalogus. Het overzicht dat er nu te zien is, maakt het mogelijk om zijn schilderkunst over die periode van ruim tien jaar nauwkeurig te volgen, al ontbreken er dan misschien enkele belangrijke werken.

In zijn beginjaren schilderde René Daniëls ogenschijnlijk banale dingen - een grammofoonplaat, een boekenrek, een skateboard of een filmcamera - op een bijzonder spontane en beweeglijke manier. Omdat hij deze dingen geïsoleerd en zonder achtergrond afbeeldt, lijkt het alsof ze uitvergroot worden. Daniëls liet kennelijk opnieuw de figuratie in zijn werk toe en de manifeste wijze waarop dat gebeurde werd al vroeg gezien als een reactie tegen concept en minimal art - of zelfs tegen de fundamentele schilderkunst waarnaar de kunstwereld van dat ogenblik zich richtte. Toen in het begin van de jaren tachtig de uitbundige schildertrant van de zogenaamde 'nieuwe wilden' met onder anderen Walter Dahn, Jörg Dokoupil en Italiaanse schilders als Cucchi of Clemente furore maakte, werd ook Daniëls al snel onder deze hoed gevangen.

Daarmee was hij destijds kennelijk niet gelukkig. En dat blijkt ook in zijn latere werken, waarin hij bewijst dat het hem in geen geval te doen is om het zuivere schilderkunstige gebaar, maar veeleer om een spel met tekens en diepere betekenissen. Hij speelt op een subtiele manier met ironische commentaren op de kunstwereld of reflecties over kunst en de positie van de kunstenaar en combineert het vlotte schilderen met associaties van beeld en taal. De voortdurende reflectie over de mogelijkheden en beperkingen van de beeldende kunst en de positie van beeld en taal als representatievormen van de werkelijkheid maken zijn werk vaak gecompliceerd. De titels van zijn doeken roepen trouwens vaak meer vragen op dan ze beantwoorden. Hij zet de kijker maar al te graag op het verkeerde been. La muse vénale, 'de veile muze' (een citaat uit Baudelaires Les fleurs du mal), is de titel van enkele vroege werken, waarin bijvoorbeeld twee mossels en een gladde paling worden geschilderd tegen een vlakke, helgele achtergrond. Moet de muze of de inspiratie zich verkopen om te kunnen overleven? Maakt de kunstenaar tegenwoordig bij voorkeur goed verkoopbare kunst? Uit het beeld op zich blijkt op het eerste gezicht geen verband met deze titel. Of toch?

Iets explicieter ironisch wordt het in Hollandse nieuwe (Hollandse nieuwe ontdekt hoe Hollandse nieuwe smaakt) waarin een school jonge haringen elkaar opeet. Hiermee verwijst Daniëls wellicht naar de onderlinge strijd en de afgunst tussen de Nederlandse kunstenaars die, zoals hijzelf, in die periode gemakshalve in het vakje van de 'nieuwe schilderkunst' werden ondergebracht.

Een zelfde dubbelzinnigheid zit vervat in een reeks doeken met de titel Palais des beaux-aards (soms ook als palais des boosaards gespeld). Een exemplaar laat enkele brutale koppen zien die elk een andere richting uitkijken. Op zoek naar een volgend slachtoffer? Boosaardigheid wordt kennelijk in verbinding gebracht met de schone kunsten: een vinnige woordspeling die uit het leven gegrepen lijkt, maar toch vooral als taalspelletje functioneert. In een ander werk uit dezelfde reeks schildert Daniëls een schoorsteen in de wolken: illusie (representatie) en werkelijkheid (presentatie) glijden haast onmerkbaar in elkaar over. De problematiek van de representatie van de werkelijkheid lijkt voortaan als een rode draad door zijn werk te lopen.

Een sleutelwerk in deze zin is zeker het zogenaamde Alzumeazume, een mysterieus opschrift boven een beeld van een goochelaar die uit een schoorsteen een wolk te voorschijn tovert. Het gaat om een anagram van La muse amusée (muze amuzée, in feite): een titel die een complexe filosofische lading dekt en steevast ook in verband wordt gebracht met Marcel Duchamp (in diens La mariée mise à nue par ses célibataires, même) maar zelfs gewoon als beeld op zich perfect functioneert om de spanning tussen illusie, voorstelling en waarheid te doen aanvoelen. Daniëls liet in dit verband noteren dat het de muze amuseert om zich te ontdoen van haar kleding en haar genitale zones te tonen. Een nogal cryptische uitspraak, die moet verwijzen naar het blootleggen van de essentie of van diepere betekenissen onder de oppervlakte. Wat er ook van zij, duidelijk is dat Daniëls zich op dat ogenblik op het terrein van de onzekere relatie (of het conflict) tussen werkelijkheid en representatie begeeft, tussen tekst en beeld. En hij maakt gretig gebruik van literaire en ironisch getinte verwijzingen.

Naar eigen zeggen situeerde hij zichzelf en zijn kunst in het "voormalige niemandsland tussen literatuur, beeldende kunst en het leven". En daarmee komt hij als kunstenaar dichter in de buurt van de denkwereld van kunstenaars als Magritte en Broodthaers - waar hij trouwens doorgaans mee in verband wordt gebracht - dan van de 'pure' schilders. Ook in deze tentoonstelling is werk van verwante kunstenaars uit de collectie van het Van Abbemuseum opgenomen, als een poging om het werk van René Daniëls ten opzichte van de museumcollectie te situeren. Broodthaers neemt daarin bijvoorbeeld een belangrijke plaats in. Hier worden enkele diaprojecties en een korte 16 mm-film, La Pluie (Projet pour un texte), van hem getoond, die hij in de jaren zestig maakte in de marge van zijn imaginair museum (département des aigles). Behalve Broodthaers zijn hier ook Mike Kelley en een keuze uit de collectie schilderijen te zien. Een keuze waarvan de verhouding tot het werk van Daniëls beslist niet altijd relevant lijkt, tenzij misschien als (fragmentaire) achtergrond van het artistieke klimaat waarin het werk tot stand is gekomen, althans een deel ervan.

Want geleidelijk aan ontgroeit René Daniëls Eindhoven en woont en werkt hij tijdelijk in Parijs en daarna in New York. Hij neemt ook deel aan de toenmalige megatentoonstellingen in binnen- en buitenland, zoals Westkunst (Heute) in Keulen (1981), Zeitgeist in Berlijn (1982) of de biënnale van São Paulo in 1983. Rudi Fuchs nodigt hem in 1982 uit voor de zevende documenta in Kassel. En hoe meer hij echt deel gaat uitmaken van de kunstwereld (lees: kunsthandel), hoe kritischer en snediger hij zich daartegenover schijnt te gedragen.

Dat concentreert zich vanaf dan onder meer in een groep schilderijen die men weleens oneerbiedig als 'vlinderdassen' of 'strikjes' bestempelt. Telkens gaat het om een zeer schematische afbeelding van tentoonstellingszalen (achteraan in het midden een korte wand en twee in sterk verkort perspectief weergegeven zijwanden). De wanden zijn soms bekleed met schilderijen en bevinden zich verder in een totaal ongedefinieerde omgeving, schijnen soms zelfs te zweven. Het lijken wel decors. De schilderijen tegen deze wanden zijn niet meer dan lege doeken, decoratie. Schilderijen in een museumzaal als onderwerp van een 'echt' schilderij in een echte tentoonstellingszaal. Misschien zinspeelt hij op de ijdelheid van het artistieke bedrijf (vlinderdas als ijdel symbool) of op het feit dat de tentoonstelling belangrijker is geworden dan de werken waarover het in feite toch in de eerste plaats zou moeten gaan.

Het onderliggende motief is duidelijk: hier wordt nagedacht over de betekenis van kunst vandaag en het instituut waarin die kunst legitiem wordt. Ondanks die complexiteit maakt hun lichtvoetige absurditeit deze beelden zeer verteerbaar. Daniëls maakte talloze variaties op dit thema. De toeschouwer kan ze het ene moment lezen als 'strikjes', een ander moment als museumzalen. In een aanverwant werk overschildert hij de denkbeeldige tentoonstellingsruimte met een flinterdun vlies dat - opnieuw - varianten van het strikjesmotief bevat.

Veelzeggend was het alleszins toen in 1992 tijdens documenta IX in Kassel een doek van René Daniels uit 1987 (dat in het Van Abbemuseum vandaag jammar genoeg ontbreekt) was opgenomen in 'het collectieve geheugen'. In dit historische gedeelte van de documenta, in de toren van het Fredericianum, schoof Jan Hoet een kleine groep kunstenaars als referentiepunten naar voren. Samen met onder anderen Beuys, Ensor, James Lee Byars, Giacometti, Barnett Newman kreeg dus ook René Daniëls daarin een plaats. En dat was beslist niet alleen doordat zijn kunstactiviteit enkele jaren voordien zo bruusk was afgebroken, maar had duidelijk alles te maken met de onmiskenbare actuele betekenis van zijn werk.

René Daniëls, The Most Contemporary Picture Show. Tot en met 30 augustus in het Stedelijk Van Abbemuseum, in het oude gebouw aan de Bilderdijklaan, en in het tijdelijke gebouw aan de Vonderweg 1, Eindhoven, tel. 0031/40/27.55.275. Geopend van dinsdag tot en met zondag van 11 tot 17 uur. De uitvoerig geïllustreerde catalogus kost 79,50 gulden.

Boven: Daniëls in zijn atelier. Onder: 'Alzumeazume' (1984). Rechts: 'Apollinaire' (1984). (Foto Paul Andriesse)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234