Donderdag 15/04/2021

Reportage

In dit Nederlandse rusthuis wonen studenten gratis tussen de oudjes

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Een gratis kot in ruil voor een paar uurtjes werken per week: in een Nederlands rusthuis wonen er studenten tussen de bejaarden. Een ultieme integratieactie? Of een recipe for disaster? We zochten het uit.

Aan de kant! Aan de kant! We komen eraan. De laatste rechte lijn tot aan de finish!” Van achter de hoek komen ineens twee elektrische rolstoelen ­aangescheurd. Op de ene scootmobiel een hoogbejaarde dame, op de andere een twintiger, wellicht haar kleinzoon. Ze ­roepen, lachen en proberen elkaar de pas af te snijden. Net voor de meet haalt de bloemetjesjurk de jeansbroek nog in. Oma wint.

We zijn in rusthuis Humanitas in de Nederlandse stad Deventer. De jonge kerel is niet haar kleinzoon. Het is een student die hier op kot zit, een ‘woonstudent’ zoals ze dat hier noemen. Hij is niet de enige. Naast de honderd bejaarden wonen er in dit rusthuis zes studenten. Ze wonen gratis, in ruil voor 30 uur vrijwilligerswerk per maand. Geen billen wassen of pillen rondbrengen, maar ‘een goede buur zijn’. Denk: af en toe binnen wandelen om te zien hoe het gaat en of je kunt helpen. Samen koffie drinken, een rondje wandelen of gewoon nieuwe batterijen in de afstandsbediening steken. “We hebben hier fantastisch verzorgend personeel. Die zorg is noodzakelijk, maar voor het welzijn van onze bewoners is veel meer nodig. Je goed in je vel voelen, komt vooral door informele contacten. En daarvoor zijn de ­studenten hier”, zegt directrice Gea Sijpkes.

Het was haar idee om de studenten hier binnen te brengen. Toen zij hier vijf jaar ­geleden begon, was haar ambitie heel duidelijk: van Humanitas het gezelligste bejaardenhuis van Nederland maken. Een nobel plan, maar er was één groot probleem. Het mocht geen geld kosten, want er waren grote besparingen in de zorg. Nieuwe regels luidden dat ouderen zo lang mogelijk thuis moeten ­blijven wonen. Heb je verzorging nodig, dan komt er thuisverpleging. Je moet als bejaarde al heel wat mankeren voordat je recht hebt op een plekje in het bejaardenhuis.

Wilde studenten

Het resultaat: veel verzorgingshuizen ­sluiten en in andere staan er kamers leeg. Zo ook in Humanitas, vertelt Sijpkes: “Tegelijker­tijd is er woningnood onder studenten. De prijzen voor een studentenkamer swingen de pan uit. Dus dacht ik: waarom die twee ­problemen niet combineren en wat kamers verhuren aan studenten? Dan hebben we er allebei wat aan. En die jongelui brengen ook nog wat leven in de brouwerij. Bovendien kost het me niks. Want de kamers waarin de studenten wonen, zijn naar huidige normen te klein om te verhuren aan bejaarden.”

Zo enthousiast als de directrice zelf was over haar plan, zo sceptisch was de bewonersraad. “Je gaat toch geen wilde studenten ­tussen die kwetsbare bejaarden steken?”, vonden ze. Gea haalde al haar overredingskracht uit de kast. Uiteindelijk stond de raad haar toe om het te proberen met één student. Een voordeel: aan het eind van het schooljaar liep het contract af. Was het geen succes, dan was er ook niks verloren. Sijpkes hing een briefje op in de gang van de school: “Gratis studentenkamer te huur in bejaardenhuis, in ruil voor 30 uur werken per maand.” Er kwamen een paar reacties. Gea nodigde hen uit voor een kennismakingsgesprek en liet ze daarna los tussen de bejaarden. “Zo werk ik nog altijd. Ik zie heel snel hoe ze met de ouderen omgaan. Op basis daarvan selecteer ik. Alle studenten zijn welkom, behalve als ze verpleegkunde studeren. Dan ontstaat er een grijs gebied. Ik wil juist dat de studenten zich niets aantrekken van de zorgtaken.”

Harry en Jurriën doen waar ze goed in zijn: biertjes drinken, lachen en praten over vrouwen. Beeld Joris Casaer
Harry en Jurriën doen waar ze goed in zijn: biertjes drinken, lachen en praten over vrouwen.Beeld Joris Casaer

Die eerste student, Onno, arriveerde net voor kerstmis in 2012. Het was een succes. Een van de eerste dingen die veranderden, waren de gesprekken, zegt Sijpkes. In plaats van over zere knieën of slechte ogen ging het over “Wie heeft Onno mee naar huis genomen gisteravond?” En “Wat is Sensation eigenlijk?” Met andere woorden: de jongeren brachten een hele nieuwe wereld het rusthuis binnen. Met hun verhalen zorgden ze voor wat peper en zout op hun tamelijk ­voorspelbare dagen. De ‘kwetsbare bejaarden’ bleken ontzettend gesteld op de ‘wilde student’.

Na de proefperiode met Onno schroefde Sijpkes het aantal op naar zes. Op papier staat 30 uur per maand, maar niemand die dat hier zit te tellen. Het gaat meer om engagement dan om de gepresteerde uren. Wat wel belangrijk is, is de dagelijkse broodmaaltijd om vijf uur ’s avonds. Die ­moeten de studenten om beurt verzorgen: de tafel dekken, koffie schenken of eens een eitje koken. Verder mogen de studenten hun taken zelf invullen. Veel studenten geven de bejaarden bijvoorbeeld computerles. Er ­zitten er intussen al een hoop op Facebook.

Sores in zijn kamer. Beeld Joris Casaer
Sores in zijn kamer.Beeld Joris Casaer

Eenrichtingsverkeer

Op de gang komen we Jurriën Mentink tegen, student stedenbouw die hier al drieënhalf jaar woont. Of we zijn kamer eens willen zien? Met veel plezier. Zijn studentenkamer oogt zoals elk ander kot: filmposters aan de muur, een grote tv, een PlayStation en een bak bier in de hoek.

Alleen de alarmknop bij de wc verraadt dat er iets bijzonders aan de hand is. Net als de sticker van een eenrichtingsbord naast zijn deur. “Dankzij die sticker weet het personeel dat er een student woont. En dat ze dus niet moeten binnenkomen om ons te wassen. Zeker in het begin, ging dat nog wel eens mis. Dan stond er plots een ­verpleegster naast het bed van een student. Het is mij ook al overkomen. Ik zat hier in mijn boxershort. De ­verpleegsters schrokken zich rot en wisten niet hoe snel ze buiten moesten geraken. Het is ook al gebeurd dat er een meid bij me was. Intussen heb ik een extra slotje aan de ­binnenkant.”

Jurriën belandde hier per toeval, omdat hij geen gewone studentenkamer vond. Maar het stuwde zijn leven in een andere richting. Volgend jaar studeert hij af als stedenbouwkundige, maar hij overweegt een carrière­switch. Graag zou hij meewerken aan ­innovatie in de ouderenzorg. “Hier wonen, heeft mijn kijk op ouderen 180 graden laten draaien. Voordat ik hier kwam, zag ik hen als homogene grijze groep. Het klinkt heel grof, maar hier heb ik ontdekt dat bejaarden ook mensen zijn, met een heel eigen karakter. Mijn overbuur Harry bijvoorbeeld zie ik niet als bejaarde, maar als een goede vriend. Ik doe met hem dezelfde ­dingen als met mijn andere maten: biertjes drinken en praten over vrouwen, seks en drank. Ik heb totaal niet het gevoel dat ik Harry moet helpen. We zijn gewoon vrienden en ik vind het fijn om tijd met hem door te brengen. Kom, we ­kijken even of hij op zijn kamer is”, lacht Jurriën.

Hij klopt op de deur en nog voor Harry kan antwoorden, duwt Jurriën de deur al open. “Hallo! Alles goed Harry? Staat je bier koud?” De krasse tachtiger begint de glunderen. “Vorig jaar moest Jurriën een lezing over Humanitas geven in Amsterdam (een TEDx-talk, red.). Hij was superzenuwachtig. Dus gaf ik hem advies, zoals over de hoofden van het publiek kijken. Ik heb veel podiumervaring, omdat ik naast mijn baan als kapper altijd heb opgetreden als zanger. Dankzij mijn tips heeft Jurriën het heel goed gedaan”, oppert Harry.

Jurriën lacht: “Eigenlijk had ik je nog ­willen meenemen naar een coffeeshop of een peepshow, Harry. Maar daar hadden we helaas geen tijd meer voor. Gaan we binnenkort samen nog eens naar Amsterdam?” Aan zijn glimlach af te leiden, ziet Harry zo’n ­uitstapje wel zitten.

Schop onder de kont

De kracht van de woonstudenten is dat iedereen er voordeel van heeft. En dat de studenten en de bejaarden van elkaar leren. De voordelen van weerskanten worden getackeld. “Er zijn regelmatig discussies, bijvoorbeeld over vrije seks,” vertelt Jurriën. “De ouderen zeiden: jullie doen het met alles en iedereen. We maakten ze duidelijk dat niet iedereen dat doet. Maar wie er zin in heeft, kan het. We hebben de keuze. Achteraf vonden veel bejaarden het jammer dat zij die keuze nooit hadden.”

Door de gesprekken met de jongeren, ­herbeleven de ouderen hun jeugd: hun eerste vriendje, hun eerste keer seks en ga zo maar door. Dat is leuk, maar ook jammer, zegt Jurriën. “Ze praten altijd over wat ze vroeger gedaan hebben in hun leven. Maar nooit over wat ze vandaag of morgen gaan doen. Alsof het leven al gestopt is. Daar willen we iets aan doen.” Daarom bedacht hij de gouden ­envelop: de hoofdprijs van de maandelijkse bingoavond. Daarin zit 50 euro waarmee de winnaar iets leuks moet doen. “Een supersimpel idee, maar het zet veel in gang. Plots moeten ze weer plannen maken en nadenken over wat ze zelf graag willen. Wie verzorgd wordt, loopt soms de kans om passief te worden. De gouden envelop geeft hen een schop onder hun kont en zegt: je kunt wel je eigen keuzes nog maken. Het leuke is dat het ook effect heeft op de mensen die de envelop niet winnen. Omdat zij beginnen te fantaseren over wat zíj met het geld zouden doen als ze ooit wel winnen.”

Scootmobielrace

Met de studenten kwamen ook de fun en de feestjes het bejaardenhuis binnen. Toen Patrick, een van de studenten, in zijn kamer trok, organiseerde hij een housewarming. Zijn vrienden kwamen af, maar ook de bejaarden. Samen speelden ze bierpong. “Op een bepaald moment kwam er een bewoner binnen met een fles whisky. Die kerel bleek ontzettend goed te kunnen doorzakken. Super toch?”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

De studenten klimmen achterop bij de bejaarden op de scootmobiel. Ze maken een tochtje op een speciale duofiets. Jurriën: “Toen ik eens met mijn buurvrouw door de bossen ging fietsen, was het nogal drassig van de regen. We kwamen vast te zitten in de modder. Een fantastisch avontuur waar ze wekenlang over sprak.” Er is ook een hometrainer met een soort virtual reality, waarbij het lijkt alsof je door New York of Parijs fietst.

Jurriën had een tijdje de kat van zijn broer te logeren. En personeelsleden mogen hun hond meebrengen. “Dieren hebben een ­fantastisch effect op het welzijn van mensen. Waarom zouden we die hier in godsnaam niet toelaten?” En tijdens het rolstoeldansen de woensdagmiddag spicet student Sores de boel soms op met breakdancemoves. Sores: “De verplegers kijken naar de beperkingen. Wij naar de mogelijkheden. Wij kunnen alles doen wat het personeel eigenlijk niet kan.”

Ook de scootmobielraces zijn een klassieker geworden. “Sommigen spreken er schande van. Veel te gevaarlijk, zeggen ze. Maar dan vraag ik me af wat een aantrekkelijker idee is? Ofwel de ouderen zelf hun ­verantwoordelijkheid laten nemen, net zoals de afgelopen tachtig jaar, met de kans dat er iets misgaat. Ofwel een leven waarin je alle risico’s uitsluit, en dus ook niks meemaakt. Vraag het aan honderd ouderen en ik denk dat ze allemaal hetzelfde antwoorden. Onze bewoners hebben meer dan tachtig jaar levenservaring. Zo iemand behandel je als volwassene”, zegt Sijpkes fel.

Toen de studenten aankwamen, koos de directrice heel bewust om geen reglement op te stellen. De enige stelregel is: zorg dat de ander geen last heeft van je. De studenten moeten daarvoor zich totaal niet inhouden, bleek al snel. Jurriën: “Ik draai gewoon harde muziek en ik organiseer feestjes op mijn kamer. Die ouderen zijn toch allemaal hardhorend en ’s nachts doen ze hun hoorapparaat uit.” Sores knikt. “Ik woonde vroeger in een appartement. Als ik daar luide muziek luisterde of vrienden op bezoek had, kreeg ik gegarandeerd klachten. Hier kan ik doen wat ik wil.”

Behoorlijk uniek

Ooit was er eens een student die midden in de nacht dronken thuiskwam en nog een bende vrienden had meegenomen. De volgende dag meldde de nachtploeg dat keurig bij de directrice. Sijpkes: “Ik vroeg hen: heeft iemand er last van gehad? Nee? Dan is er toch ook geen probleem? De definitie van wat een probleem is, vind ik heel rekbaar. En die mentaliteit wil ik ook bij mijn personeel doorvoeren. Eén keer ging het alarm af, omdat vrienden van een student het toilet niet vonden en op de gang begonnen te dolen. Ik vond dat geen probleem. En de ouderen ook niet. Sommigen werden wakker, maar zij hadden de dag erna wel weer een spannend verhaal om te vertellen.”

Zo eenvoudig, zo goedkoop en zo succesvol. Dit idee lijkt geboren om gekopieerd te worden. In Nederland zijn er enkele bejaardenhuizen die iets gelijkaardigs doen, hetzij op een iets andere manier. Ook uit het buitenland komt er veel interesse. Sijpkes is erdoor verrast: “Voor mij was het een heel logisch en simpel idee: mensen met elkaar in contact brengen om de levenskwaliteit te verhogen. Maar blijkbaar zijn we er toch behoorlijk uniek mee in de wereld.”

De dagelijkse broodmaaltijd om vijf uur is in handen van de studenten. Beeld Joris Casaer
De dagelijkse broodmaaltijd om vijf uur is in handen van de studenten.Beeld Joris Casaer

In België zijn er ook een aantal experimenten. De KU Leuven lanceerde vorig jaar Casa Cura: studenten die een kamer huren bij een alleenstaande hulpbehoevende oudere. Zo wordt onbenutte ruimte geoptimaliseerd en hebben de bejaarden wat gezelschap en sociale controle. Het zorgt voor sociale cohesie tussen de verschillende generaties. Ook in Gent willen ze een soortgelijk project opstarten. Antwerpen laat studenten dan weer blokken in leegstaande ruimtes in rusthuizen. Het verhoogt hun concentratie en tijdens de pauze drinken ze een koffietje met bejaarden.

De broodmaaltijd zit erop. Het is voor ons tijd om terug naar huis te gaan. Terwijl we door de hal wandelen, worden we uitgezwaaid door een handvol bejaarden. Ze zitten op de banken rond de koffieautomaat en ­keuvelen over het voetbal van gisteravond. Rollators, looprekjes en elektrische scooters blokkeren het gangpad. Plots komt er een langbenige blondine binnen gewandeld. “Hey Anneloes, hoe gaat ‘ie? Drink je een bakje koffie mee?,” roept een kalende tachtiger haar enthousiast toe. Een andere bewoner spoedt zich naar de snelkoker en zegt “Kijk lieverd, een lekker bakje thee.” Anneloes oppert dat ze eigenlijk moet studeren voor haar examen. Maar ze ploft toch op de bank tussen de oudjes en begint te vertellen over haar dag. Die gaan zich nog amuseren vanavond.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234