Dinsdag 07/02/2023

InterviewRobert Putnam

‘In dit extreme ik-tijdperk is de behoefte aan gemeenschapszin groter dan ooit’

Robert Putnam: ‘Als ik denk aan die speech van Kennedy krijg ik weer kippenvel’. Beeld Tania/Contrasto via Reuters Conn
Robert Putnam: ‘Als ik denk aan die speech van Kennedy krijg ik weer kippenvel’.Beeld Tania/Contrasto via Reuters Conn

Groeiende ongelijkheid en polarisatie: hoe vinden we weer meer gemeenschapszin? In zijn boek The Upswing zoekt de bevlogen Amerikaanse socioloog Robert Putnam naar antwoorden.

Wilfred van de Poll

“We zitten in een extreem ik-tijdperk”, verzucht de Amerikaanse socioloog Robert Putnam (81). “Terwijl we meer dan ooit gemeenschapszin nodig hebben.”

Het Zoom-beeld is korrelig. Rommelig ogend werkkamertje. Om de haverklap wordt Putnam overstemd door het luide geluid van een e-mailmelding op zijn computer. Hij praat onverstoorbaar door. De grote problemen van deze tijd, zegt hij, kunnen we alleen samen oplossen: pandemie, oorlog in Oekraïne, de klimaatcrisis – “het ultieme wij-probleem”. “Niemand kan het klimaat in zijn eentje redden, hoe rijk je ook bent. Ook de pandemie confronteerde ons met de noodzaak van solidariteit. Een mondkapje beschermt de ander, niet jezelf. Je bent dus afhankelijk van elkaar.”

Wie is Robert Putnam?

- Geboren in 1941

- Emeritus-hoogleraar aan de Harvard-universiteit, een van de invloedrijkste Amerikaanse sociologen

- In zijn werk onderzoekt hij thema’s als sociale cohesie en individualisme

- Maakte naam met het boek Bowling Alone uit 2000, over het verdwijnen van gemeenschapszin in de VS

- Publiceert nu samen met Shaylyn Romney Garrett The Upswing, over de piekende polarisatie vandaag en hoe het in de eerste helft van de 20ste eeuw anders was

Maar solidariteit en gemeenschapszin zijn tegenwoordig ver te zoeken, stelt hij. Zeker in de Verenigde Staten, waar hij woont. In zijn recente boek The Upswing (‘de opleving’ of ‘de opbloei’) gaat hij daar met coauteur Shaylyn Romney Garrett dieper op in. “De Amerikaanse democratie is in groter gevaar dan in enige andere periode in mijn leven, en misschien wel sinds de Burgeroorlog (1861-1865, red.). Sinds de aanval op onze hoofdstad door Trump-aanhangers op 6 januari 2021 snapt iedereen dat het slecht gaat met onze democratie. Sterker, het is het enige waar Amerikanen het überhaupt nog met elkaar over eens zijn. De polarisatie was nog nooit zo groot. Hetzelfde geldt voor de ongelijkheid. En die wordt elk jaar extremer. In de rest van de westerse wereld zie je dezelfde trends.”

Hij vervolgt: “De coronapandemie trof ons in Amerika in de meest geïndividualiseerde periode van onze hele geschiedenis. Hadden we meer onderlinge binding gehad, dan waren er in de VS niet een miljoen mensen gestorven aan de ziekte. Dat is onderzocht: hoe meer solidariteit en sociaal kapitaal in een bepaalde stad of regio – hoe sterker het ‘wij’ – hoe minder mensen er stierven aan corona. Dit is niet zomaar een hypothese, het is een feit! Mensen stérven omdat we zo egoïstisch zijn.”

Vermeend gouden tijdperk

Dat egoïsme kwam er niet opeens. In hun boek laten hij en Romney Garrett zien dat het proces van individualisering en groeiende ongelijkheid al zestig jaar gaande is. Maar het unieke van hun boek is dat ze niet enkel de afgelopen zestig jaren onder de loep nemen, maar ook de zestig jaar daarvoor, toen de ontwikkeling juist de andere kant op ging. Eind 19de eeuw vierde het individualisme hoogtij, stellen ze vast. Net als nu. Toch ontwikkelden westerse landen en ook de VS in de decennia erna steeds meer gemeenschapszin: er kwamen verenigingen, vakbonden, sociale voorzieningen, vrouwen kregen stemrecht, ongelijkheid nam af. Die ontwikkeling noemen Putnam en Romney Garrett de ‘upswing’, het eigenlijke thema van hun boek.

Ze maken wel een belangrijke nuance: de eerste helft van de 20ste eeuw waren ook de jaren van de rassensegregatie in het zuiden van de VS. Het racisme verdween niet. Maar, betogen ze, er was in ieder geval een begin van een ontwikkeling naar een meer inclusief wij, dat ook zwarte mensen omvatte.

Die ontwikkeling stokte in de jaren zestig, een decennium dat een scharnierpunt vormt in de sociologische ontwikkelingen van de 20ste eeuw. Daarna zette op veel fronten een ‘neergang’ in en anno 2022 zijn we terug bij af. De auteurs hebben het over een ‘ik-wij-ik-curve’: van een ik-tijdperk eind 19de eeuw naar een wij-tijdperk dat culmineert in de jaren zestig en weer terug. Die curve zien ze op allerlei vlakken, van economie tot politiek, maatschappij en cultuur, iets wat ze onderbouwen met tal van grafieken.

Putnam: “Veel mensen vragen dan: waarom sloeg het om in de jaren zestig? Maar dat vinden wij niet het interessantst. Het meest relevant voor vandaag is niet een of ander vermeend ‘gouden tijdperk’ in de jaren zestig. Zo’n nostalgische manier van denken vind je juist bij Trump, dat willen wij niet. Voor ons ligt de meest relevante periode helemaal aan het begin van de curve, bij het begin van de opwaartse lijn. Waarom? Omdat het Amerika van eind 19de eeuw vergelijkbaar was met nu: de samenleving was extreem ongelijk en gepolariseerd, mensen waren op zichzelf gericht, van elkaar losgekoppeld. En toch veranderen we. Daar focussen wij op, om lessen te trekken voor nu.”

null Beeld Tania/Contrasto via Reuters Conn
Beeld Tania/Contrasto via Reuters Conn

Welke lessen hebt u ontdekt?

“De belangrijkste, en voor mij ook echt de verrassendste: de ontwikkeling naar meer gemeenschapszin kwam níét door economische veranderingen. Het is lastig een hoofdoorzaak aan te wijzen, maar economie was in ieder geval niet de motor erachter, dat weten we zeker.”

Meer gelijkheid in inkomen en bezit hinkte achter andere ontwikkelingen aan?

“Inderdaad. Het was een gevolg, geen oorzaak. De les is dus: economische ongelijkheid aanpakken is niet de manier om dit probleem op te lossen.”

Wat was dan wel de stuwende kracht achter die ‘upswing’?

“Dat is moeilijk te zeggen. Onze beste gok – en ook die verraste ons – is dat het begon met een verandering van de morele cultuur. Met een ethische revolutie dus. De publieke cultuur en het ethische denken in de VS in de jaren tachtig van de 19de eeuw waren sterk doordrenkt van sociaal darwinisme, de opvatting dat je ook in de maatschappij een survival of the fittest hebt, dat het ieder voor zich is.

“Darwin zelf geloofde hier niet in, maar anderen wel. Als focus op eigenbelang en conflict de manier is waarop de natuur werkt, dan moet het ook de manier zijn waarop de menselijke maatschappij werkt, was de gedachte. Dus zeiden mensen: we moeten iedereen volstrekt egoïstisch laten handelen, dan zijn we allemaal beter af. Ook veel religieuze mensen dachten zo, gelovigen waren in die tijd vooral bezig met hun eigen verlossing, hun eigen ziel.

“Maar toen kwam er een tegenbeweging op en die begon interessant genoeg in de kerken. De beweging werd ‘social gospel’ genoemd, het sociale evangelie. Die ontstond in het evangelische protestantisme, met theologen die zeiden: die focus op jezelf, dat is totaal gestoord! Dat is niet wat Jezus deed! Lees de Bergrede, daarin zegt Jezus: bekommer je om de ander, niet om jezelf. Algemeen erkende leiders van de beweging waren Walter Rauschenbusch en Charles Sheldon. Zij hadden als predikanten in de nieuwe stedelijke sloppenwijken gewerkt. Die persoonlijke ervaringen wekten hun woede over de sociale ongerechtigheid die in het kielzog van de industriële revolutie was ontstaan.

“Ook in de katholieke kerk ontstond er een sociale beweging, onder paus Leo XIII, die zich het lot van de arbeiders aantrok in zijn beroemde encycliek Rerum Novarum uit 1891. We hebben het hier dus over theologische revoluties in de kerken. Van daaruit verspreidde het zich ook naar seculiere kringen.

“Begrijp me niet verkeerd, ik zeg niet dat we vandaag meer evangelisch protestantisme nodig hebben. Wat we nodig hebben, is meer reflectie over onze morele plicht naar andere mensen toe. Dát is de kern.”

Ethische reflectie, hoe we denken over onszelf en de ander, doet ertoe, zegt u.

“Inderdaad. Kijk, ik ben getraind als sociaal wetenschapper. Ik dacht aan het begin van dit onderzoek dat de economie de drijvende kracht achter maatschappelijke veranderingen is, en dat het denken erachteraan hobbelt. Dat is wat de meeste sociale wetenschappers denken. Maar ons onderzoek toonde aan: ik zat ernaast. Morele stemmen zijn wel degelijk enorm belangrijk. Die hebben we dus ook vandaag hard nodig.”

‘Wij’ is in uw verhaal goed, ‘ik’ fout. Maar een ‘wij’ kan ook onderdrukkend zijn, verstikkend. Het kan buitenstaanders uitsluiten. Hoe zorg je ervoor dat individuele rechten en vrijheden gewaarborgd blijven?

“Dat is een belangrijke vraag. Ik zeg niet dat ik het definitieve antwoord heb: er lijkt in liberale democratieën een inherente spanning te bestaan tussen individu en gemeenschap. De Franse filosoof Alexis de Tocqueville zocht naar een synthese van die twee polen. Hij reisde net na de Amerikaanse onafhankelijkheid door het nieuwe land en schreef een zeer invloedrijk boek over de democratie die hij daar aantrof. Hij zag de gevaren ervan scherp – hij is zelfs degene die het woord ‘individualisme’ muntte. Vanwege zijn kritiek op het individualisme is hij de patroonheilige van Amerikaanse ‘communitaristen’, gemeenschapsdenkers.

“Maar De Tocqueville vond ook dat het individu niet helemaal ondergesneeuwd mocht raken in het collectief. Focussen op hun eigenbelang vond hij niet slecht, zolang dat een ‘welbegrepen eigenbelang’ was. Met die term probeerde hij individu en gemeenschap met elkaar te verzoenen. Wie een diep begrip heeft van zijn eigen belangen, schreef hij, snapt dat die verweven zijn met de belangen van de anderen. Dit is exact de les van de coronapandemie: het is welbegrepen eigenbelang om de anderen te beschermen. Sterkere sociale banden en meer gemeenschapszin hoeven dus niet ten koste te gaan van individuele vrijheden, ze kunnen met elkaar samengaan.”

U houdt u al uw hele loopbaan met deze onderwerpen bezig. Wat is uw drijfveer?

“Ik herinner me nog haarscherp hoe ik op 30 januari 1961 de trein nam van Philadelphia naar Washington D.C. om John F. Kennedy, toen nog presidentskandidaat, te horen spreken. Ik heb hem met mijn eigen oren gehoord toen hij de beroemde woorden zei: ‘Vraag niet wat jouw land kan doen voor jou, vraag wat jij kan doen voor je land.’ Dat is meer dan zestig jaar geleden, maar ik krijg ook nu weer kippenvel als ik het vertel. Het was waarschijnlijk het belangrijkste moment in mijn leven. Het was alsof hij tot mij persoonlijk sprak en zei: jij hebt talenten, maar gebruik die niet voor jezelf, maar voor Amerika en de wereld. Ik besloot van studierichting te veranderen – ik studeerde wiskunde – en me te wijden aan maatschappelijke en politieke problemen.”

“Ik ben geen wetenschapper die alleen maar de werkelijkheid wil begrijpen of beschrijven. Ik wil de wereld veranderen. Als ik met mijn studenten of kleinkinderen spreek, denk ik: zij hebben alle reden om cynisch te zijn. Gedurende hun hele leven ging alles achteruit. En zij hebben die problemen niet zelf veroorzaakt. Tegen hen wil ik met dit boek zeggen: je hebt gelijk, maar je kunt er iets aan doen. Het waren jongeren zoals jij die dat 125 jaar geleden ook deden. Rond 1900 dachten de meeste mensen in de VS dat onze democratie gedoemd was te verdwijnen. Maar sommige jonge mensen lieten het daar niet bij zitten. Dat is een andere belangrijke les uit ons onderzoek: het waren heel jonge mensen die toen voor verandering zorgden.

(Enthousiast) “We zouden weleens aan het begin kunnen staan van een nieuwe opleving van gemeenschapszin. Ik heb er geen bewijs voor, en garanties zijn er ook niet – de geschiedenis zwiept niet noodzakelijkerwijs weer naar een sterker ‘wij’. Maar neem jonge mensen als Greta Thunberg. Toen ik het boek schreef, had ik nog niet eens van haar gehoord. Ze stemt me hoopvol. De verandering zal komen van jongeren zoals haar.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234