Vrijdag 09/12/2022

In den beginne deed het zeer

Ster- en schandaalauteur Michel Houellebecq bundelt in De Koude Revolutie een reeks 'confrontaties en bespiegelingen' waarin hij eens te meer bewijst dat hij zich kan blijven amuseren met het spuien van forse statements.

Michel Houellebecq

De Koude Revolutie. Confrontaties en bespiegelingen

Samengesteld en vertaald door Martin de Haan

De Arbeiderspers, Amsterdam, 368 p., 22,50 euro.

Een donderdagavond. U bent moe, kijkt tv en zapt alles weg zonder iets goeds te vinden. U zucht: weer niets te zien. U stopt dan maar de nieuwste Lambchop in de cd-speler. U wijt het aan de vermoeidheid, maar u wordt een beetje sentimenteel. In feite geniet u zo intens dat u zegt: "Lambchop is de enige popgroep die ertoe doet." Dat klopt niet. Niet alleen letterlijk, maar ook in figuurlijke zin zijn beide uitspraken onwaar. U weet dat zeer goed, maar toch heeft u het zo gezegd. De verleiding om een straffe uitspraak te doen was sterker dan het moeizame genuanceer. De kernachtigheid heeft het gewonnen van de waarheid.

In een van de interviews in De Koude Revolutie bekent Michel Houellebecq hoeveel plezier hij beleeft aan het 'beweren' op zich. In deze uit meer dan dertien jaar schrijfarbeid verzamelde non-fictiestukken wendt hij voor dat de inhoud er minder toe doet. De artikelen in dit boek gaan over de Franse politiek, Brett Easton Ellis, datingsites, Jacques Prévert of Neil Young. De langste tekst handelt over de door Houellebecq bewonderde Amerikaanse fantasy-auteur H.P. Lovecraft. Deze onderwerpen lijken op zichzelf relatief onschuldig. Op basis van de thematische diversiteit verwacht men een rijk palet aan emoties en evaluaties.

De verzameling straffe uitspraken van Houellebecq of zijn fictionele alter ego's zijn echter veel donkerder dan de gemiddelde huis-, tuin- en keukengeneralisatie over het tv-aanbod of een gevoelige snaar. Of hij nu in zijn romans, zijn poëzie of in deze essays en interviews poseert als dodelijk vermoeide sekstoerist of gefrustreerde koelie van de informatiemaatschappij - hij kan het verdrukkende Niets slechts schoppend van zich af houden. De radicaliteit van de veralgemeningen lijkt op het eerste gezicht even consistent als de troosteloze inhoud ervan. Na afloop - postcoïtum, zo lijkt het wel - wordt Houellebecq week van zijn eigen eenzaamheid, maar eerst komt altijd de heldere agressie van het oordeel:

- "Het individualisme leidt logi- scherwijs tot moord en ellende."

- "Als je van het leven houdt, lees je niet."

- "De wereld stinkt. Lijkgeur en vislucht, door elkaar."

De Fransman openbaart zich hier als de illusieloze viespeuk die in de spiegel kijkt. De essayist Houellebecq lijkt - nog meer dan zijn romanpersonages met de naam Michel - een Dorian Gray die niet langer de lust heeft om stijlvol te zijn. Toch verraadt de lange en moeilijke zoektocht de hardnekkigheid van zijn levensinstinct. Waarom energie te verspillen aan ironie wanneer nietsvermoedende burgers het over mensenrechten hebben? Waarom nog moeite doen om boeken te schrijven? Waarom het eindspel steeds opnieuw net niet ten einde spelen? Het moet wel zijn dat daar nog enige lol aan te beleven, misschien zelfs enige betekenis uit te puren valt. Bovendien blijkt bij nader inzicht dat het hem niet eens lukt om van de ellende een coherent beeld op te hangen. Als de repetitieve chroniqueur van markt en strijd een goed geoliede machine is, dan zorgen de inconsequenties in zijn oeuvre voor humor, ademruimte, misschien wel een toekomstperspectief. Het ondertussen klassieke beeld van de schrijfmachine Houellebecq - levensziek drankorgel, consequente nihilist, mensenhater - vertoont kleine maar cruciale scheurtjes.

Zonder twijfel het mooiste en ook het meest amusante deel van De Koude Revolutie is 'Leven, lijden, schrijven', een soort handleiding voor het schrijversleven die Houellebecq al in 1991 publiceerde onder de titel Rester vivant. De auteur noemt het zelf geen essay, maar een 'methode'. Dat is een term die de geest van René Descartes' Discours de la Méthode kan oproepen. Dat hoeft echter geenszins meer te zijn dan een echo: bij Houellebecq is er in plaats van een methodische twijfel veeleer sprake van een methodisch dogmatisme. Dat dogma kan kort en krachtig geformuleerd worden, zoals dat past voor dogma's: in den beginne deed het zeer. "De wereld is een zich ontplooiend lijden. Een kern van lijden ligt aan haar oorsprong. Elk bestaan is een expansie, en een verplettering. Alle dingen lijden, zozeer dat ze beginnen te zijn. Het niets trilt van pijn, zozeer dat het tot aanzijn komt: in een abject paroxisme." Het lijden is de bron van het leven en dus ook van de inspiratie.

Daar valt best wel iets voor te zeggen. Een blik op de modale boekenkast leert dat de wereldliteratuur graag teruggrijpt naar amoureuze schipbreuken, jeugdige vernederingen of doorligwonden van verveling. Maar of de schrijver om die reden zélf een diep ressentiment jegens het leven moet ontwikkelen, zoals Houellebecq beweert? Een stevige dosis scepsis en een rijk assortiment maskers lijken inderdaad zeer geschikte wapens in het literaire leven. Maar een "diep ressentiment"? Moet het zo absoluut worden gesteld? Voor Houellebecq zal de schrijver "tot de bodem van de afgrond van liefdeloosheid gaan". Hij moet de haat tegen zichzelf en tegen de ander cultiveren: "Zoveel mogelijk frustraties opkroppen. Het dichterschap aanleren is het leven afleren." Het moge duidelijk zijn: hier is de assertieve demon aan het woord. Zijn geliefkoosde zinnen lijken op de favoriete vrouwenlijven van zijn romans: hoe strakker, hoe aantrekkelijker. In een interview in het boek verwijst hij slim naar Immanuel Kants Metaphysik der Sitten wanneer hij gevraagd wordt om ondanks zijn verschrikkelijke pessimisme toch een paar redenen te geven om niet tot zelfmoord over te gaan: "Alleen plichtsgevoel kan ons werkelijk in leven houden. In concreto moet je (...) zodanig handelen dat het geluk van een ander wezen van jouw bestaan afhangt; je kunt bijvoorbeeld proberen een jong kind op te voeden, of anders een poedel kopen."

Houellebecqs werk zou echter nooit zo sterk aanslaan als die eenvoudige boodschap niet onderuit werd gehaald. De vaak grappige achteloosheid waarmee de ellende in de verf wordt gezet moet een diepere, bijna onderhuidse tegenspraak doen vergeten. Om die contradictie meteen in een vraag te gieten: als de levensellende dan toch alomtegenwoordig én verschrikkelijk is, waarom wil hij dan de stekker niet uitrekken? De eerste tip onder het kopje 'Overleven' is: "Een dode dichter schrijft niet meer. Het is dus belangrijk dat u blijft leven." Houellebecq zet in zijn hele oeuvre de zinloosheid van het bestaan in de verf, maar zodra het over schrijven gaat, wordt het plots belangrijk om in leven te blijven. Net zoals het hoofdpersonage in zijn laatste roman Platform het leven niet aankan zonder reisgidsen of pulpliteratuur, lijkt Houellebecq het leven niet aan te kunnen zonder het schrijven. Zulks gaat bijna vanzelfsprekend gepaard met de oude, modernistische opvatting dat de schrijver buiten het leven staat: als Houellebecq zou toegeven dat schrijven ook een vorm van leven is, dan kon hij het leven niet met zoveel stelligheid blijven beschimpen. Dan zou het plaatje troebel worden en zouden de zinnen blubberen van nuances. Maar ook dat trucje kan niet verhelen dat de slang hier in haar eigen staart bijt: de schrijver die schrijft over het zinloze leven moet in leven blijven, alleen maar om dat zinloze leven op te schrijven. Als de zinloosheid werkelijk zo catastrofaal is, dan had onze bestseller er al lang een einde aan gemaakt.

Maar misschien is hij gewoon te bang om er een eind aan te maken. Misschien gebeurt het alsnog. Misschien is zelfmoord voor de schrijver wel even zinloos als het leven zelf. Toch blijven het onmiskenbare provocatiegenot en het schrijfplezier zo groot dat er wel meer aan de hand moet zijn. Dat zie je ook aan zijn dubbelzinnige houding ten aanzien van de markt - een houding die je wel vaker terugvindt in het Westen, die misschien wel de grondhouding is geworden. Men ziet de catastrofale gevolgen van het radicale kapitalisme in, men bekritiseert ze onophoudelijk, maar men blijft er voortdurend medeplichtig aan. Drank, parenclubs, de kwantificering van menselijke relaties: vooralsnog slagen de personages van Houellebecq erin van de producten te genieten, volkomen in het besef van de cold turkey die op het goedkope geluk zal volgen. In de afgrond kunnen ze zich nadien nog altijd storten. Ook in De Koude Revolutie houdt de schrijver niet op met de ondergang van het humanisme te betreuren, maar even later stuurt hij al de volgende fake cv cyberspace in: "Secretaresse. 22jr. Snoezig. Mooi lichaam. Brunette. Bleke huid. Strak truitje en minirokje blote benen. Tangaslip".

Houellebecqs oeuvre en zeker ook deze bundel beklijft precies door die inconsequenties, door de barsten in het levensbeeld. Hier is een auteur aan het woord die driftig op zoek is, die de dingen op scherp durft te stellen en daardoor felle reacties en kleine irritaties oproept. In de marge zet de lezer soms "precies, zo is het!", soms "pathetisch!" of "onnozelaar!", maar meestal gewoon een uitroepteken. Dit zijn geen zouteloze liefdesverhalen die het drama en de komedie van elke dag verstoppen, maar het gewroet van iemand die wil "slaan waar het pijn doet". Niet meer de al te makkelijk recupereerbare oproep tot zomaar weer een revolutie, maar nog wel een "koude revolutie": door even buiten de stroom aan informatie en publiciteit te gaan staan, beweert Houellebecq, plaatst men zich al in een esthetische positie. Dat is meteen ook politiek: hij beschrijft de opluchting van de treinreizigers als blijkt dat het hele spoorwegnet is lamgelegd, wanneer informatienetwerken plat liggen, of woonblokken worden opgeblazen: "Er rees een aarzeling, een onzekerheid; er werd een pauze ingelast, een soort rust daalde neer over het land." De geest van een "uitputtend, wreed, voortdurend versnellend raderwerk" kan worden stilgelegd. Het volstaat, aldus Houellebecq, om je maar een paar seconden niet te bewegen.

Bert Bultinck

Zijn geliefkoosde zinnen lijken op de favoriete vrouwenlijven van zijn romans: hoe strakker, hoe aantrekkelijker

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234