Donderdag 20/01/2022

AchtergrondDe Megastad

In de Zuid-Afrikaanse stadions is geen hooligan te bekennen. Hoe is dat gelukt?

Zingende supporters van Kaizer Chiefs, een club uit Soweto. Hooligans zijn in geen velden of wegen te bespeuren.   Beeld AFP
Zingende supporters van Kaizer Chiefs, een club uit Soweto. Hooligans zijn in geen velden of wegen te bespeuren.Beeld AFP

Metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Correspondenten doen wekelijks verslag vanuit hun eigen megastad. Deze keer: Niels Posthumus vanuit Zuid-Afrika.

Niels Posthumus

Voetbal kijken in Johannesburg, lijkt vaak lijden. Zo keek ik ooit in de kroeg Fox Den, bij mij om de hoek, een wedstrijd van het Zuid-Afrikaanse voetbalelftal ‘Bafana Bafana’. Ik werd bij binnenkomst in het bomvolle café verzocht om niet tegen het poolbiljart te leunen. Maar toen Zuid-Afrika in de laatste minuten van de wedstrijd een penalty kreeg, en de bal huizenhoog over vloog, bedacht de fan naast me zich niet. Hij sloeg, uit pure frustratie, zijn literfles bier aan diggelen op het biljartlaken. Niemand die er iets van zei. Er werd een arm om hem heen geslagen. Iedereen kende het gevoel.

Vooral de circa 50 miljoen zwarte Zuid-Afrikanen zijn volslagen voetbalgek. Toch kunnen ze, gek genoeg, bar weinig van het spelletje. In elk township en in elk stadspark voetballen jongeren de hele dag door op straat en op afgetrapte veldjes, maar sterren levert dat al ruim twintig jaar niet meer op. Zuid-Afrikaanse voetballers hebben vooral grote moeite met scoren – misschien omdat het in al die parken en townships vooral om dribbelen draait. Er is zelden een goal om op te mikken.

Het nationale elftal is een regelrechte ramp. Al jaren verliest het de meerderheid van zijn interlands, die toch elke keer weer in stampvolle kroegen in Johannesburg door massa’s hoopvolle voetbalfans worden bekeken. In 2019 verloor Zuid-Afrika zelfs twee keer op rij van het nietige buurland Lesotho, met slechts 2 miljoen inwoners.

De nationale clubcompetitie biedt fans uit Johannesburg al nauwelijks meer mogelijkheden om te juichen. Veruit de twee populairste clubs komen uit Soweto, het township ten zuidwesten van de stad: Orlando Pirates en Kaizer Chiefs. De laatste keer dat een van die twee landskampioen werd, is alweer zes jaar geleden. Pirates staat momenteel vierde, Chiefs in de onderste helft van de ranglijst.

Toch stroomde tot de coronacrisis het reusachtige voetbalstadion in Johannesburg twee keer per jaar met 90.000 fans vol voor de ­‘Soweto derby’. Toen ik die wedstrijd eens bezocht, verbaasde ik me over de gemoedelijke sfeer. Fans van de twee clubs zaten kriskras door elkaar op de tribunes. Nergens hooligans te bekennen.

Ruim twee uur voor de aftrap had de parkeerplaats voor het stadion al volgestaan met uitzinnige fans: ­dansend op muziek uit meegebrachte gettoblasters. Iedereen feestte er samen, ongeacht of hij een geel (Chiefs) of zwart-wit (Pirates) shirtje aan had. Politieagenten zag ik weinig.

Een sportjournalist legde me uit dat dit gebrek aan vijandigheid tussen de fans in en rond het stadion was ontstaan tijdens de laatste jaren van de apartheid. Tussen 1976 en 1994 stonden de townships rond Johannesburg in brand. Er waren voortdurend demonstraties, die de politie met bruut geweld neersloeg. En politieke spanningen leidden er regelmatig tot bloedige veldslagen. Zuid-Afrika balanceerde op de rand van een burgeroorlog. Het voetbalstadion groeide uit tot een veilige haven, een plek waar zwarte voetbalfans heel even aan het geweld in hun dagelijks leven konden ontsnappen.

De vreedzame voetbalcultuur die daaruit voortkwam, maakt dat, ondanks alle teleurstellingen, het enthousiasme toch telkens weer de overhand krijgt. En het zorgt voor een sterke onderlinge solidariteit. Toen een vriend van me, nadat zijn auto was gestolen, bij een automonteur in Johannesburg informeerde wat hij kon doen om herhaling te voorkomen, kreeg hij als antwoord: “Leg een sjaaltje van Kaizer Chiefs of Orlando Pirates op je dashboard. Ook criminelen houden van voetbal, en zij stelen doorgaans minder snel een auto van een medesupporter – ongeacht voor welk team hij is.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234