Zaterdag 06/03/2021

In de zaak van Bernard Wesphael: hoe vrij is 'voorlopig vrij'?

De onweerstaanbare drang naar nieuws over een gewezen parlementslid

Gewezen Waals politicus Bernard Wesphael, die verdacht wordt van moord op zijn echtgenote, werd na 10 maanden voorlopige hechtenis voorlopig en onder voorwaarden vrijgelaten en dit afwachting van het onafwendbaar assisenproces dat hem te wachten staat.

Er zijn, binnen en buiten de juridische wereld, over deze zaak al geanimeerde debatten gevoerd. Laten we beginnen met waar iedereen het over eens zou moeten zijn. Om te beginnen is er het vermoeden van onschuld, wat betekent dat de 10 maanden voorlopige hechtenis niet betekent dat de politicus zijn vrouw heeft vermoord, net zomin als zijn vrijlating onder voorwaarden betekent dat hij onschuldig zou zijn. Juridisch zijn beide omstandigheden irrelevant voor het beoordelen van de schuldvraag. De omstandigheid dat iemand in afwachting van zijn proces in voorlopige hechtenis wordt genomen, maakt hem niet schuldig. De wet zegt dat iemand tijdelijk en in afwachting van zijn proces van zijn vrijheid kan worden beroofd indien er voldoende bezwaren zijn en wanneer dit volstrekt noodzakelijk is onder meer voor de openbare veiligheid. In deze zaak heeft de raadkamer bij herhaling geoordeeld dat een voorlopige hechtenis noodzakelijk was, maar dat maakt iemand nog niet schuldig. Er wordt daarmee alleen geoordeeld dat die maatregel nodig is voor het onderzoek.

Dat onderzoek is in beginsel geheim, precies om de belangen te beschermen van iemand die vermoed wordt onschuldig te zijn. In dat onderzoek moet zowel gezocht worden naar elementen ten laste als ten gunste van de verdachte (veelal aangeduid met de Franse termen 'à charge' en 'à décharge'). Dat is de taak van onafhankelijke onderzoekers en niet van de publieke opinie of de pers.

Publiek figuur

Dat geheime karakter van het onderzoek is niet altijd vol te houden, want de pers heeft het recht - zelfs de plicht - om als waakhond van de democratie te berichten over maatschappelijk relevante gebeurtenissen. Op het moment van zijn aanhouding was Bernard Wesphael nog parlementslid, wat hem een publiek figuur maakt. Het is evident dat de pers over die aanhouding kan en mag berichten.

Tot daar waar iedereen het over eens zou kunnen zijn. Wat volgt is minder evident. Want als er mag worden bericht, gebeurt dit noodzakelijkerwijze op grond van een onderzoek dat geheim is. Zo ontstaat er een spanningsveld tussen de rechten van de beschuldigde (en zijn vermoeden van onschuld) en het recht op informatie en de daaraan gekoppelde persvrijheid. Dat is een soms moeilijke evenwichtsoefening. Artikel 57 van het wetboek van strafvordering zegt dan ook dat de procureur "indien het openbaar belang het vereist" aan de pers gegevens mag verstrekken, maar daarbij moet hij waken over "het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de inverdenkinggestelde, het slachtoffer en de derden, het privé-leven en de waardigheid van de persoon".

Hetzelfde artikel stelt dat de advocaat van de verdachte "indien het belang van zijn cliënt het vereist" hierop dan in de media reageren (wat in principe een eigen initiatief uitsluit). Let wel: niet uit eigen profileringsdrang, maar indien het nodig is voor zijn cliënt als reactie op wat het parket beweert. De advocaten van Bernard Wesphael hebben de media te woord gestaan zoals de wet het voorschrijft.

Oordelen over schuldvraag

Bernard Wesphael is nu vrij onder voorwaarden. Zo zou hij geen contact mogen hebben met de familie van het slachtoffer. Dat lijkt een normale maatregel. De betrokkene zou ook geen contact mogen hebben met de pers. Ook dat lijkt logisch, nu het proces moet worden gevoerd voor de rechter (en hier dus voor de assisenjury). De pers mag dan wel berichten over belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen, toch blijft het zo dat het de rechters zijn - en zij alleen - die juridisch over de schuldvraag oordelen. De Raad voor de journalistiek heeft in het verleden al journalisten op de vingers getikt die zich in de plaats van de rechter wilden plaatsen.

Bernard Wesphael is nu vrij in afwachting van zijn proces. Volgens bepaalde mediaberichten zou hij ook niet actief mogen zijn op Facebook. Indien dit zo zou zijn, lijkt dit een ernstige beperking op zijn vrije meningsuiting, maar niet onredelijk in de wachttoestand waarin hij zich bevindt. Het zal zijn advocaten niet beletten hun stem te laten horen, indien dit in het kader van het hogergenoemde art. 57 noodzakelijk mocht zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234