Donderdag 18/08/2022

In de wurggreep van dure grondstoffen

Behalve de dure olie zetten ook andere grondstoffen producenten dezer dagen het mes op de keel. En de autobouwers, elektrofabrikanten of luchtvaartmaatschappijen die er niet in slagen de prijsverhogingen van staal, plastic en koper door te rekenen, worden genadeloos afgerekend op de beurs.

Met dure olie zijn we al een tijdje vertrouwd. Nu een vat Brent-olie zich rond de vijftig dollar genesteld heeft, zijn economen druk in de weer om hun prognoses over de verwachte economische groei te verlagen. Zo gaat de Europese Commissie ervan uit dat de waarde van de totale productie in de Europese Unie in 2005 twee procent hoger zal liggen dan in 2004. Enkele maanden geleden voorspelde de Commissie nog een groei van 2,3 procent voor volgend jaar.

De verlaagde groeiverwachtingen zijn vooral gebaseerd op signalen dat gezinnen en bedrijven minder gaan investeren en consumeren. Zelfs in de Verenigde Staten, het land waar druk spenderende consumenten ook in september de economie nog aandreven, brokkelt het vertrouwen af. De voorbije week bleek dat de indicator van het consumentenvertrouwen van de Amerikaanse Conference Board in oktober gedaald was van 96,7 tot 92,8 punten.

Maar niet alleen olie heeft dit jaar een rush ingezet. Ook andere grondstoffen, zoals plastic, staal en non-ferrometalen zijn fors duurder geworden. Zo is de koperprijs op de beurs van Londen tussen april 2003 en oktober 2004 bijna verdubbeld, tot 3.100 dollar per ton. Op diezelfde London Metal Exchange bereikte de aluminiumprijs begin oktober zijn hoogste peil in negen jaar. Ook staal is de afgelopen maanden spectaculair duurder geworden. De gemiddelde prijs bedraagt nu 410 dollar per ton, iets minder dan het dubbele van het prijspeil in 2002. Marktleiders als Arcelor en Corus kondigden in september aan dat ze binnenkort hun prijzen opnieuw verhogen, de vierde keer dit jaar.

Dat verklaring voor de prijsstijging van de meeste grondstoffen is niet zo ver te zoeken. De wereldeconomie heeft het voorbije anderhalf jaar een sterke expansie gekend. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) groeit de som van alle producten en diensten op aarde dit jaar met een robuuste vijf procent. Die stevige groei leidt automatisch tot een hogere vraag naar grondstoffen. Vooral China toont zich daarbij een slokop. China koopt dertig procent van alle koper dat op de wereldmarkt aangeboden wordt. Het land is ook de grootste staalverbruiker op aarde. De voorbije zes jaar is het aandeel van China in de wereldconsumptie van staal volgens het Britse onderzoeksbureau Meps gestegen van 17 tot 28 procent. Die enorme vraag wordt slechts ten dele voldaan door de lokale industrie: China is ook de grootste staalimporteur ter wereld.

Terwijl de vraag naar grondstoffen snel gestegen is, is het aanbod niet in dezelfde mate gevolgd. Dat heeft deels met een strategie van de producenten te maken - de Opec kan wel meer olie oppompen maar doet dat voorlopig niet - en deels met de eigenaardigheden van die sectoren. Om nieuwe metaalertsen en oliebronnen aan te boren is veel tijd en geld nodig. Die inspanningen leveren vaak pas resultaat op nadat de vraagcyclus over haar hoogtepunt is.

Heel wat grote gebruikers van grondstoffen zitten door die prijsdruk in een wurggreep. Zij zien zich verplicht meer kosten te maken, maar kunnen ze meestal maar ten dele doorrekenen aan de klanten. Agoria, de Belgische federatie van de metaalverwerkende sector, schreef dat gebrek aan pricing power de voorbije week toe aan de langetermijnleveringscontracten die in de metaalindustrie gelden. "Bovendien gaat het niet zelden om kmo's en toeleveranciers die zich sowieso al in een ondergeschikte positie bevinden tegenover hun klanten", voegde de federatie er aan toe.

Ook de hyperconcurrentie die in een geglobaliseerde economie speelt, verklaart volgens economen waarom auto's, luchtvaarttickets, computers en huishoudapparaten niet veel duurder geworden zijn, ondanks de duurdere input. Op de beurs zijn producenten die hun hogere grondstofkosten niet kunnen doorrekenen de voorbije weken afgestraft. Zo werd de Zweedse elektrogroep Electrolux, bekend van koelkasten en stofzuigers, eind september met een koersduik van ruim zeven procent bedacht omdat ze moest bekennen dat de stijgende staalprijzen haar eigen winstmarges deden wegsmelten. Het aandeel heeft sinds begin 2004 al ruim dertien procent van zijn waarde verloren. Ook sectorgenoten als het Franse SEB (de fabrikant achter de merken Moulinex, Krups en Tefal) of het Italiaanse Merloni Elettrodomestici (bekend van het merk Indesit) ondergingen dit jaar al hetzelfde lot.

Luchtvaartmaatschappijen hebben her en der dan wel een brandstoftoeslag bij hun ticketprijs gerekend, maar toch heeft de scherpe concurrentie er vooral toe geleid dat de dure kerosine een deel van hun winst opgegeten heeft. Leo van Wijk, de topman van Air France-KLM, zei donderdag in de Duitse krant Die Welt dat de Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij de "honderden miljoenen euro's" extra brandstofkosten niet heeft kunnen afwentelen op de passagiers. Dat het aandeel Air France vandaag toch licht hoger noteert dan in het begin van 2004, is vooral te danken aan het overnamebod op KLM dat het eerder dit jaar lanceerde. Sectorgenoten als British Airways (-4 procent sinds begin dit jaar) en Ryanair (-38 procent) hebben de koers van hun aandeel wel zien dalen.

Ook de autosector zit gewrongen. Een wagen van anderhalve ton bestaat voor ongeveer de helft uit staal. Ook de grondstoffen voor andere onderdelen, zoals aluminium en plastic, zijn de jongste maanden fors duurder geworden. Maar omdat de autosector te kampen heeft met overcapaciteit, kunnen maar weinig constructeurs zich permitteren die prijsstijgingen door te rekenen. Bovendien zet ook de dure olie consumenten niet aan veel geld te besteden aan nieuwe wagens. In september werden op de Europese markt acht procent minder wagens ingeschreven dan in dezelfde periode van vorig jaar. Op de beurs hebben beleggers weinig medelijden gehad met die moeilijke sandwichpositie van automakers. Tijdens de eerste helft van dit jaar konden mooie resultaten producenten als Porsche, Peugeot en Renault nog redden, maar sinds het tweede semester gaat het voor bijna iedereen in de sector moeilijker. De auto-industrie was het jongste kwartaal de derde slechtste presteerder in de Stoxx 600-index, met een koersverlies van 4,9 procent.

Het aandeel General Motors heeft mede daardoor dit jaar al 30 procent verloren, Ford 26,5 procent. Ook de Duitse autobouwers DaimlerChrysler (-13,5 procent sinds begin 2004) en Volkswagen (-22 procent) lieten pluimen. Bij de grotevolumeproducenten hebben alleen Peugeot, Renault, Toyota en Honda standgehouden.

Het slechte nieuws van de prijsstijgingen voor grondstoffen is dus waarschijnlijk dat 2005 zich als erg moeilijk aankondigt voor verwerkers van staal, koper en andere basismaterialen. Het goede nieuws zou kunnen zijn dat de grondstoffenprijzen hun piek achter de rug hebben. De Bloomberg Europe Metals and Mining Index, die de prijsevolutie van courante metalen meet, is tussen begin en eind oktober met tien procent gedaald. De Amerikaanse tegenhanger van die index is deze maand al acht procent gezakt. De koperprijs, die begin oktober nog piekte tot 3.145 dollar, is sindsdien 300 dollar per ton goedkoper geworden. Die afkoeling van de grondstoffenprijzen zou natuurlijk een tijdelijke pauze kunnen zijn. Maar ze zou best ook langer kunnen aanhouden, nu de wereldeconomie aan het vertragen is en producenten van grondstoffen hun output verhogen. Ook China helpt een handje. De Chinese centrale bank verhoogde donderdag voor het eerst in negen jaar de rente om een oververhitting van de economie af te wenden. Een lagere groeiverwachting bij 's werelds grootste staal- en koperverbruiker drukte meteen ook de pret bij heel wat grondstoffenleveranciers. Op de beurs kregen donderdag onder meer Anglo American, Billiton , Arcelor en aluminiumreus Alcoa rake klappen.

Niet alleen de olie heeft een rush ingezet. Ook plastic, staal en non-ferrometalen zijn fors duurder geworden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234