Woensdag 15/07/2020

AnalyseDonald Trump

In de VS zit de grootste winnaar van de crisis in het Witte Huis

Donald Trump was erg trots op zijn omvangrijke steunpakket: ‘Het is 2,2 miljard, maar kan oplopen tot 6,2 miljard, eh nee, biljoen. Nog nooit vertoond.’Beeld AP

Een ontzagwekkend crisispakket moet het leed in de VS verzachten. Driemaal raden wie daar het meest van profiteert.

Zoals in elke crisis zullen er in de coronacrisis niet alleen verliezers maar ook winnaars zijn, zeker in de Verenigde Staten, een land waar alles een wedstrijd is, en zeker onder president Donald Trump, de man die van winnen zijn centrale verkiezingsbelofte maakte (‘We gaan zo veel winnen, jullie zullen er doodziek van worden’).

De eerste winnaars waren de hosselaars die van de schaarste profiteerden. Van wc-papier tot mondkapjes en beademingsmachines: er zijn mensen die de afgelopen weken goed geld hebben verdiend met spullen die iedereen ineens hard nodig had. Niet alleen profiteurs, maar ook oplichters maakten gebruik van de paniek. In Kentucky zetten een paar handige figuren wat tenten op parkeerplaatsen van kerken en supermarkten, trokken witte pakken aan, hingen een spandoek op met ‘covid-19-tests hier’, rekenden 240 dollar voor een prik en vertrokken weer toen mensen doorkregen dat ze tussen patiënten door niet eens hun handschoenen verwisselden.

De volgende groep winnaars bevond zich al niet meer op straatniveau, maar in de bleke kantoorgebouwen van Washington DC. Dat waren de lobbyisten die, toen het land stilviel, door allerlei bedrijven en bedrijfstakken werden gebeld om een graantje te kunnen meepikken uit het enorme crisispakket dat het Congres en de regering samenstelden om de economie te redden. ‘Ik heb nog nooit zoiets gezien’, zei een van die lobbyisten tegen The Wall Street Journal. De omvang van de noodhulp en de haast waarmee die werd opgetuigd vormden een ideale combinatie voor deze branche van witteboordenritselaars, die zich aanprezen als onmisbare gidsen, ‘uniek gepositioneerd om onze cliënten te helpen navigeren in de eindeloze onzekerheid van deze onbekende wateren’.

Het crisispakket kwam en was van een duizelingwekkende omvang: 2.300 miljard dollar. Het is bedoeld om het lijden van uiteenlopende gedupeerden te verlichten: van individuele Amerikanen (1.200 dollar voor elke volwassen belastingbetaler) tot hele steden en staten, van kleine eenmanszaakjes tot grote luchtvaartmaatschappijen, van de rampenbestrijdingsdienst tot de ziekenhuizen. Er wordt ook al gewerkt aan een volgend pakket.

De gedupeerden zijn nauwelijks winnaars te noemen natuurlijk – voor de meesten zullen de verliezen groter uitpakken dan de compensatie die ze krijgen. Maar de grootste winnaars van de crisis zijn straks degenen die geld krijgen uit dat pakket terwijl ze het eigenlijk niet nodig hebben. En de allergrootste winnaar is misschien wel degene die het geld mag verdelen.

‘Blijven bellen’

Voor de voedselbank van St. John’s Bread and Life zit een man in een rolstoel, met stoffen zakjes om zijn voeten, of wat daarvan over is. Voor het gebouw, aan de nog niet gegentrificeerde oostkant van Brooklyn, staat een rij mannen en vrouwen te wachten tot ze een zak eten krijgen, met als zwaartepunt een enorme pot augurken. Allen Kandelowicz heet de man in de rolstoel, en hij is er deze maandag voor het eerst – niet alleen voor het eten, maar omdat een van de medewerkers hem helpt met het invullen van zijn uitkeringsaanvraag.

Ze komt naar buiten met wat formulieren, waarop hij zijn handtekening zet. ‘Blijven bellen’, raadt ze hem aan.

Dat is wat je van iedereen hoort in New York. Van de ontslagen musicalmanager, van de ontslagen kledingontwerper, van de ontslagen serveerster en van deze ontslagen beveiligingsbeambte, Allen Kandelowicz: ze moeten blijven bellen. Je kunt wel een uitkering aanvragen, op papier of online, maar daarna moet de uitkeringsinstantie controleren of je wel bestaat. En dus moet je iemand aan de telefoon zien te krijgen.

Dat is de afgelopen weken nog bijna niemand gelukt. De kersverse werklozen bellen, spreken keuzemenu’s in, luisteren uren naar wachtmuziekjes, waarna de verbinding wordt verbroken. Ze bellen twintig keer op een dag, dagen achter elkaar, met meerdere telefoons tegelijk. Niets. ‘Om je geld te krijgen moet je door het systeem zien te komen’, zegt Kandelowicz. ‘Je hebt meer kans om John F. Kennedy in bed te zien duiken met Marilyn Monroe.’

In theorie is het best genereus wat er voor de werklozen van Amerika in het vat zit. De normale uitkering die Amerikanen krijgen is gemiddeld 378 dollar per week, en daar gooit het crisispakket vier maanden lang nog eens 600 dollar per week bovenop. In totaal is er voor werkloosheidsuitkeringen 260 miljard beschikbaar (daarvan kunnen dus ongeveer 26 miljoen Amerikanen vier maanden lang zo’n uitkering krijgen; de teller staat na drie weken op 17 miljoen werklozen).

Maar die moeten dat geld dan wel zien te krijgen.

Soms zijn de systemen verwaarloosd, maar op andere plekken is het systeem expres zo ontoegankelijk gemaakt om werklozen te ontmoedigen. In Florida was dat een project waarbij de vorige Republikeinse gouverneur, Rick Scott, persoonlijk betrokken was. ‘Hij heeft het systeem veranderd in een programma voor werkzoekenden’, probeerde zijn woordvoerder deze week uit te leggen aan Politico. Een anonieme adviseur van de huidige gouverneur zei het anders. ‘Het systeem is ontworpen om te falen.’

Ook het midden- en kleinbedrijf, waarvoor 350 miljard dollar is gereserveerd, heeft grote moeite het geld echt te krijgen. De voorschotten worden verstrekt via banken, en die zijn overweldigd door de aanvragen: zo’n 70 procent van de 39 miljoen kleinere bedrijven wil een verzoek indienen om financiële steun. Omdat de banken zelf de aanvragen moeten beoordelen, lopen de procedures en criteria nogal uiteen. Daar komt bij dat de bodem van de pot snel in zicht komt (bedrijven kunnen tot 10 miljoen dollar aanvragen). Dus de snelheid en strengheid waarmee bankfilialen nu de aanvragen afhandelen, kan bepalen of een familiebedrijf wordt gered of niet.

Trumpiaanse regels

Voor grote bedrijven gelden heel andere regels. Trumpiaanse regels.

In het crisispakket is voor hen zo’n 500 miljard dollar gereserveerd. Dit geld wordt via de Fed (de centrale bank) uitgeleend, wat betekent dat die het bedrag kan ‘leveragen’: dan wordt het een onderpand en kan er een veelvoud (acht tot tien keer zoveel) worden uitgeleend.

De man die het geld mag verdelen, is minister van Financiën Steven Mnuchin. In eerste instantie zou hij dat naar believen mogen doen, maar dat vonden de Democraten in het Congres geen fijn idee. ‘We gaan hier geen zwartgeldkas (slush fund) creëren voor Donald Trump en zijn familie, of een corruptiepotje waaruit de minister van Financiën kan putten om uit te delen aan zijn vrienden’, zei senator Elizabeth Warren. ‘We zijn hier om de Amerikaanse werkers te helpen.’

Dus eisten de Democraten controle, en die kwam er. Er werd een speciale vijfkoppige Congrescommissie bedacht, er zou een inspectieraad komen, bestaande uit alle inspecteurs-generaal (onafhankelijke controleurs, in 1978 bij wet in het leven geroepen om gedrag als dat van Richard Nixon in de toekomst te voorkomen) van de diverse ministeries en een speciale inspecteur-generaal voor pandemisch herstel, expliciet bedoeld om Mnuchin met zijn 500 miljard in de gaten te houden.

Mnuchin ging akkoord. Dat was geregeld.

Toen ging H.R. 748, de Coronavirus Aid, Relief, and Economic Security Act, naar het Witte Huis om door Donald Trump te worden ondertekend.

Dat werd een feest. ‘Ik ga het allergrootste economische hulppakket in de Amerikaanse geschiedenis tekenen’, zei Trump. ‘Twee keer zo groot als enig ander hulppakket dat ooit is getekend. Het is 2,2 miljard, maar kan oplopen tot 6,2 miljard, eh nee, biljoen. Nog nooit vertoond.’

Trump had de grootste, natuurlijk. In de wedstrijd van economische hulppakketten, ook wel de wedstrijd van de grootste crises aller tijden, was hij de winnaar.

‘We gaan snel geld in de zakken van de mensen stoppen’, zei Mnuchin.

En toen tekende Trump de wet, voor het oog van de camera’s.

Later die dag kwam er plotseling een aanvullende schriftelijke verklaring van de president. ‘Ik merk op dat de wet grondwettelijke bezwaren opwerpt’, schreef hij. En toen wees hij op de uitvoerende macht van de president, die inhield, zo schreef hij, dat hij zich niet hoefde te onderwerpen aan de controles waarvoor hij een paar uur eerder nog had getekend.

Een van Trumps bezwaren betrof de nieuwe waakhond die de uitgaven van Mnuchin in de gaten moest houden. In de crisiswet stond dat deze speciale inspecteur zijn bevindingen direct mocht rapporteren aan het Congres. Dat weigerde Trump. ‘Ik zal niet toestaan dat de speciale inspecteur rapporten naar het Congres stuurt zonder presidentiële supervisie’, schreef hij.

Wie het impeachmentproces tegen Trump een beetje heeft gevolgd, hoorde de echo’s. Uitvoerende macht. Geen toestemming zonder supervisie. Trump instrueerde in die maanden alle medewerkers van zijn regering (de uitvoerende macht) weg te blijven van de hoorzittingen en verbood hun zelfs gehoor te geven aan formele dagvaardingen. Daardoor kwamen cruciale getuigen, zoals zijn stafchef Mick Mulvaney, nooit voor het parlementaire onderzoek opdagen.

Nu zei hij al bij voorbaat dat het Congres zijn controle kon vergeten. Tot zover het onafhankelijke toezicht van de net ingestelde onafhankelijke inspecteur.

Machteloos

Dat was 27 maart. Drie dagen later stuurden drie boze Democratische senatoren een brief naar Mnuchin. De machteloosheid droop ervan af: ‘De speciale toezichthouder was een cruciale voorwaarde voor die 500 miljard aan hulpgeld. Jij hebt dat ons persoonlijk beloofd. Het is absoluut noodzakelijk dat je de speciale inspecteur-generaal verdedigt.’

Mnuchin gaf geen antwoord.

Deze week maakte Trump het karwei af: hij nomineerde een van zijn eigen Witte Huis-juristen, Brian Miller, als speciale inspecteur-generaal voor de 500 miljard dollar. Miller was lid van het team dat Trump tijdens het impeachmentproces verdedigde, en moet nu dus onafhankelijk toezicht houden op het geld dat de regering van zijn baas naar eigen inzicht kan uitgeven.

Voor de zekerheid ontsloeg Trump maandag ook nog een andere inspecteur-generaal, Glenn Fine, de voorzitter van het team van inspecteurs dat toezicht moet houden op de rest van het crisisgeld. En als een soort waarschuwing ontsloeg hij ook de inspecteur-generaal die in augustus aan het begin stond van zijn impeachment. Wat had deze Michael Atkinson toen ook alweer gedaan? Hij had een klokkenluidersklacht naar buiten gebracht die liet zien dat de president persoonlijke gunsten verlangde van mensen die hij overheidsgeld gaf.

De impeachment liep uit op vrijspraak, en diezelfde president zit er dus nog. Op een zak met 500 miljard dollar.

Intussen weet Allen Kandelowicz, in zijn rolstoel bij de voedselbank in Brooklyn, nog steeds niet of hij zijn 600 dollar krijgt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234