Zondag 17/01/2021

In de voetsporen van de olifant, letterlijk

Voor de bulk van de bezoekers is het noorden van Zuid-Afrika synoniem met het Kruger-wildpark. Maar wie de moed heeft om Kruger links te laten liggen, stuit in de Noordprovincie op een brok ongerepter natuur, tjokvol kleurrijke dieren en wilde karakters: 'De ellies dwalen op vijf Ké van Zim. Let's go!'

Marc Peirs

'Sssst! Wacht hier." Als een springveer die losschiet, duikt Duncan de struiken in. Vijf seconden lang is er in de muur van groen niets anders te horen dan geritsel van bladeren. Dan komt Duncan triomfantelijk tevoorschijn met in zijn sterke armen een leguaan: "Baaie gevaarlijk", wijst hij, terwijl hij de kaken van het dier stevig vastklemt en een dubbele rij kleine maar messcherpe tandjes zichtbaar maakt, "want die kunnen makkelijk een vinger afbijten of een heel stuk vlees uit je arm scheuren." De leguaan kiest het hazenpad, terwijl onze jeep verder hotst over de bumpy roads op het drielandenpunt van Zuid-Afrika, Zimbabwe en Botswana: welkom in het Limpopo Valley National Park.

Vijf jaar geleden zei Duncan Mac Whirter dag met het handje aan Johannesburg. Hij had de buik vol van de gekmakende criminaliteit. Hier, ver van Jo'burg en midden in het natuurpark aan de Limpopo-rivier, bouwt hij een nieuw leven uit als dierenarts, uitbater van het Kaoxa Bush Camp en gelegenheidsgids voor de schaarse toeristen en wetenschapslui die de vrij onontgonnen regio willen bezoeken. Want het Limpopo Valley National Park is vooralsnog onbekend - en dus onbemind. Méér zelfs: het park is nog volop in opbouw.

Rondom de Limpopo-rivier, die de grens markeert tussen Zuid-Afrika, Zimbabwe en Botswana, moet een transnationaal natuurgebied van een half miljoen hectare worden gecreëerd. In Botswana is in theorie alles klaar voor take off: het grensgebied is er nu al natuurpark, met name het Mashatu-wildpark en het olifantenreservaat Tuli Block, goed voor 175.000 hectare. Ook Zimbabwe heeft 300.000 hectare in het grensgebied tot reservaat uitgeroepen, maar door de labiele politieke toestand is het koffiedik kijken naar de verdere haalbaarheid van het ambitieuze plan. En in Zuid-Afrika ten slotte hebben eigenaars zoals Duncan en heel wat van zijn buren alvast de ijzeren afsluitingen rond hun respectieve domeinen gesloopt. De lokale overheid heeft een embryonale 'parkwacht' in het leven geroepen van, zegge en schrijve, twee man sterk. Maar enkele koppige citrusboeren, zoals die van de farm Little Muck, weigeren vooralsnog hun plantageactiviteiten op te geven. En zolang dat niet gebeurt, is een natuurpark uiteraard enkel toekomstmuziek.

Ook de grenspost met Botswana bestaat nog - nu ja, wat heet grenspost. Wanneer we aankomen in Pontdrif wordt het krakkemikkige hek bewaakt door een aap die, hooggezeten, ons peinzend aankijkt en dan sloom het lommer opzoekt. Twee mannen komen aanslenteren om te vertellen dat kapitein Kobus, de hoogste en enige verantwoordelijke voor de grenspost, slaapt. Als een fact of life: hij sláápt. Maar als we een van de komende dagen de grens over willen, hoeven we maar even langs te lopen.

Nieuwe wereld

"Hoorde je vannacht het luipaard rond het kamp?", vraagt Duncan 's ochtends, terwijl hij wijst op de afdruk van een gigantische kattenpoot in het rulle zand. Voetsporen, afgerukte takken, een geknakt boompje, verse uitwerpselen... Evenzoveel getuigen van een drukke nacht. Maar voor hetzelfde geld spoelt één korte regenbui alle sporen weg die je gisteren nog zag. Dit is een van de prachtige karakteristieken van dit deel van Afrika: in de nachtelijke uren heeft de natuur de werkelijkheid herschapen, om je 's ochtends een nieuwe wereld aan te bieden, jong en vol belofte.

Koffie klotst in de maag als we om halfzeven in Duncans jeep door het park rijden. Een halfuur later schenkt de zon al grif 25 graden warmte. Hier is Duncan - één derde Tarzan, één derde Brits flegma en één derde de Robert Redford van Out of Africa - volledig in zijn element. Geconcentreerd laveert hij de jeep voorbij enkeldiepe modderpoelen. Met toegeknepen ogen is hij steevast de eerste om een dier aan te wijzen: "Gnoe! Koedoe! Vleermuisoorvos! Impala! Gemsbok!" Verschrikte ogen, rennende lijven. Het lijkt wel alsof we door een openluchtdierentuin rijden. "Alleen al wat vogels betreft, tref je hier minstens 250 soorten aan", vertelt Duncan. Voor de leken die wij zijn, is het herkennen van de buizerd, ijsvogel en zwaluw nog net haalbaar. Maar veel vogelsoorten torsen moeilijke namen die heelder zinnen lang zijn, en we kunnen onze lol niet op als we zelf nieuwe varianten bedenken: "Kijk daar, de Redheaded Doublebreasted Potbellied Tsjeef Vulgaris!". Láchen.

Net wanneer we vertrouwd zijn met het eentonige beeld van Mopane-bomen en stug savannegras, wordt de vegetatie steeds weelderiger. We naderen de Limpopo-rivier. Ook de variëteit aan dieren neemt toe. Een familie apen kruist de weg. Een stel wrattenzwijnen ploetert in een modderige plas. En na een zoveelste scherpe bocht ligt hij daar, de Limpopo, met dáár Zimbabwe en dáár Botswana. De grens is een strook van twintig meter bruinig en vredig stromend water. Vredig? "Als je gaat wandelen, let dan wel op de krokodillen", luidt het advies van de immer alerte Duncan, "want die beesten zijn gewend aan jagen op mensen. Zo vreten ze heel wat Zimbabwanen op die 's nachts illegaal de rivier overzwemmen om in Zuid-Afrika op de plantages te komen werken." Die arme drommels wagen hun hachje voor een maandloon van amper 150 rand (15,17 euro).

Olifantensporen

Op een andere dag neemt Duncan ons mee naar het privé-park van zijn buren, het Venitia Limpopo Nature Reserve. Venitia is eigendom van de diamantgigant De Beers. Vér, vér weg zien we de berg met de diamantmijn. Het gigantische natuurpark van 38.000 hectare is een efficiënte buffer tegen ongewenste pottenkijkers. "Bovendien gebruikt De Beers het park als speeltje voor zijn meest uitverkoren klanten", weet Duncan. "Die mogen dan na hun aankoop enkele dieren komen schieten. Een extraatje."

Bij andere eigenaars in de buurt is het idee van vreedzaam ecotoerisme nog minder doorgedrongen. Heel wat privé-domeinen blijven omheind, zodat het aanwezige wild niet weg kan en feitelijk in een grote kooi gevangenzit. De eigenaars snoeven tegen elkaar op over het aantal en de variëteit aan dieren die ze bezitten. Het is niet geheel toevallig dat 'wild' hier 'game' wordt genoemd, wat ook als 'spel' te vertalen valt. Patsers en snobs uit alle werelddelen komen er het bloedspel beoefenen. Met een portefeuille die even goedgevuld is als het jachtgeweer: zo kost een leeuw neerleggen toch gauw 300.000 frank (7.437 euro). 'Géén geld om je even Ernest Hemingway te wanen', denkt een cynicus dan.

Maar ons is het om het kijken en niet om het schieten te doen. Als maharadja's zitten we op de verstevigde banken in de kooi van Duncans bakkie, en opnieuw laten all creatures great and small zich gewillig bekijken. Behalve dan dat ene indrukwekkende specimen, dé ster van deze regio: de olifant, de ellie. De ene dag leert Duncan uit contacten met farmers in de buurt dat de ellies dichtbij Zimbabwe - Zim voor de locals - ronddwalen. Wij erheen. Geen ellie te zien. Een andere dag vinden we bomen met geknakte takken die wijzen op de lunch van ellies. Op de weg liggen ook nog dampende uitwerpselen van na die lunch, ja, maar alweer zijn de dieren zelf niet te zien: "In het droge seizoen heb je meer kans", zegt Duncan, "want dan dragen de bomen geen bladeren. Toch zijn ze vlakbij, hoor."

Hoe Duncan dat weet, wil ik horen, terwijl we moeizaam, want dit keer te voet, door savannegras stappen en we van de ene put in de andere strompelen. "Wel, die putten, dat zijn de voetsporen van olifanten. Een kudde trok hier vannacht voorbij. Hun zware poten duwen diepe voetsporen in de zachte, natte aarde. Je loopt nu letterlijk in de voetsporen van olifanten." Even, heel even, hóéft het niet zonodig om oog in oog met zo'n dikhuid te staan.

De voettocht brengt ons naar de historische site Mapungubwe, een van de prilste grote beschavingen in dit deel van Afrika. Op zijn hoogtepunt, op het eind van de 12de eeuw, telde Mapungubwe een tienduizendtal inwoners. De basis voor de beschaving werd gelegd door de ruilhandel van huiden en ivoor voor textiel met Arabische kooplieden. Halverwege de 13de eeuw liep Mapungubwe leeg en trokken de inwoners naar het noorden, waar ze de grondslag legden voor de Zimbabwaanse cultuur. Sindsdien ligt Mapungubwe majestueus en mysterieus bovenop zijn heuvel stil te wezen.

"Tijdens het Apartheidsregime wou de overheid hier niks van weten", vertelt Duncan. "Zwarte cultuur, zwarte geschiedenis? Kom nou. Dat bestáát niet. Nu koestert de universiteit van Pretoria het idee om hier een museum in te richten." Dan, met een grijnsje: "En plannen ze om de site makkelijker toegankelijk te maken." De gedachte achter de grijns wordt ons snel duidelijk: enkel via een smalle rotskloof en een koord kun je naar boven klauteren. Niet meteen een aanrader voor angsthazen of mensen zonder enige conditie, maar op de berg wordt het uitzicht beloond: het plateau biedt een onbelemmerd uitzicht over de weidse Afrikaanse vlakte, die zich in de vier windrichtingen schier eindeloos uitstrekt.

Schatkamer

Mapungubwe is maar één lokkertje voor wie houdt van spoorzoeken naar de zwarte cultuur in het uiterste noorden. In het Venitia-natuurpark zijn grotten te vinden met duizend jaar oude rotstekeningen van de Kwé-stam. Ook vlakbij Kaoxa Bush Camp ligt een grot met merkwaardige tekeningen, waarmee de sjamanen een goede jacht of regen afsmeekten. Duncan, die ook de archeologie van de streek bestudeerde, pikt bijna achteloos een reeks bewerkte stenen op van de grond: "Hier was eeuwenlang een werkplaats voor wapens en andere gebruiksvoorwerpen. Dit is een restant van een gereedschap van de homo habilis van 1,6 miljoen jaar oud. En dit is gemaakt door de homo erectus, 1 miljoen jaar geleden." En de dag erna laat Duncan ons fossielen zien van een of ander saurusreptiel. Deze streek is een kruising van een Jurassic Park en een archeologische schatkamer van de mensheid. Maar nauwelijks iets ervan is beschermd of zelfs maar in kaart gebracht.

Liefhebbers van de meer hedendaagse zwarte cultuur komen aan hun trekken in de Venda-regio, in de richting van het Krugerpark. Een weinig bezochte achterafstreek waar in godvergeten dorpen jaarlijks een dertigtal heksenverbrandingen plaatsvinden, "de ene keer als schaamlapje voor ordinaire jaloezie, een andere keer omdat sommige mensen écht geloven dat hun buur 's nachts huilend een hyena berijdt", legt emeritus professor Dries Bester uit. Bester woont al jaren in de buurt van het stadje Louis Trichardt en is gefascineerd door de zwarte Venda-cultuur. Hij is een van de erg zeldzame blanken die toegelaten worden tot de hedendaagse religieuze rituelen. Daarnaast geniet hij het vertrouwen van zowat alle grote namen uit de moderne zwarte Venda-kunst. Zijn woning is een aangenaam en boeiend privé-museum, en tegelijkertijd een galerie van hedendaagse kunst. Een bezoek méér dan waard - tenminste voor wie bestand is tegen het permanente gelik, geflikfooi en gehijg van de zes honden des huizes.

Sundowner-tijd

In de buurt van datzelfde Louis Trichardt raakt de natuurliefhebber gegarandeerd in bekoring door de voluptueuze welvingen van de beboste Soutspanberg-regio. In het groen van de bergen houden zich her en der riante woningen schuil van blanke plantagehouders; oases van rust, welstand en gestaald protestants geloof naar Engelstalige snit.

Maar ook het rauwe Nederlands van Zuid-Afrika is in de Noordprovincie nadrukkelijk aanwezig. Toeval is dat niet. De ossewaa van de 'Grote Trek' naar het noorden brachten in het begin van de 19de eeuw het Nederlands van de 'Voortrekkers' naar deze regio, waar ze dachten veilig te zijn voor de vanuit de Kaap oprukkende Engelsen. De plaatsnamen lezen dan ook als een rozenkrans van Boerse vestigingen: Nylstroom, Potgietersrus, Pietersburg, Louis Trichardt... Stuk voor stuk onaantrekkelijke, slaperige, suffe stadjes, gedrapeerd rond een centrale as met handelszaken die lijken op miniatuurparkeergarages.

In dat rijtje kan alleen Warmbad op een fikse portie charme bogen. Zoals de naam al suggereert, is de plek gegroeid rond een warmwaterbron. Die is nog altijd actief en huisvest vandaag een aardig thermencomplex met schoonheidssalon, sauna en openluchtzwembad. Om de gewijde rust te vrijwaren, waarschuwt een bordje aan de ingang: "Vuurwapens niet toegelaten".

Net door de aanwezigheid van de thermen, kan Warmbad prat gaan op een uitgebreid aanbod overnachtingsmogelijkheden. Tip: trek er met de huurwagen op uit tot even buiten de stad. Dan vind je vast onderdak in een kleine boerderij waar enkele privé-bungalows gasten opwachten. Ontkurk bij het zwembadje een fles Vonkelwijn als sundowner, alias aperitief. Kijk naar de ondergaande zon die de omliggende velden oranje schildert. Prijs je gelukkig.

Praktisch

Om de Noordprovincie te bezoeken, kun je best vanuit Zaventem naar Johannesburg vliegen. Met wat geluk vind je een ticket voor ongeveer 22.000 frank (545 euro). In de luchthaven van Johannesburg kun je makkelijk een huurauto oppikken; alle internationale verhuurfirma's houden er kantoor. Een auto kost minstens 10.000 frank (250 euro) per week. Vanuit Johannesburg kun je het drielandenpunt met Zimbabwe en Botswana vlot bereiken via de N1 tot Messina en van daaruit de R572 naar Pontdrif; de wegen zijn allemaal geasfalteerd en het rijden is comfortabel. De rit duurt maximaal zes uur. Je kunt ook traag oprukken naar het noorden en onderweg overnachten in Warmbad, de Waterberge en/of de Soutspanberg zoals hierboven beschreven. Reken voor een tweepersoonskamer op minstens 1.200 frank (30 euro). In de drielandenregio zelf zie je langs de weg talrijke bordjes van bush camps, zoals Kaoxa er één is (PO Box 1100, Messina 0900, Zuid-Afrika). Deze kampen zijn vrij duur: 4.000 frank (100 euro) voor twee personen is geen uitzondering. Wie Dries Bester wil contacteren, heeft hier zijn lokale nummers: 082/964.27.45 (mobiel) en 015/483.02.99 (vast toestel). Veel en degelijke informatie is te vinden op www.tourismboard.org.za en www.gauteng.net. The Rough Guide South Africa: Lesotho and Swaziland bleek een fijne reisgids.

'Tijdens het Apartheidsregime wou de overheid niks weten van de historische site Mapungubwe. Nu koestert de universiteit van Pretoria het idee om hier een museum in te richten'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234