Zaterdag 19/10/2019

Reportage

In de straat naar de kerk zijn overal begrafenissen

Nabestaanden begraven drie leden van dezelfde familie die omkwamen bij de aanslag in de kerk van Negombo. Beeld AP

Tien jaar na de burgeroorlog was de focus op veiligheid verslapt. En toen kwam Pasen 2019. De balans: zeker 290 doden, 500 gewonden. ‘Geweld is niet mijn antwoord, wat anderen denken weet ik niet.’ 

Malith Nicola Wimanna (31) herkende zijn moeder aan haar handen, zijn vader aan diens kleding en aan een voet. Hun gezichten waren weggeslagen, de gewrichten verkeerd om, de lichamen opengereten alsof zijn ouders onder een trein waren gekomen. Een man met een rugzak liep de kerk in Negombo binnen, knielde, drukte op een knop – en Wimanna’s ouders waren weg.

Een dag nadat de dodelijkste aanslagen in Sri Lanka’s recente geschiedenis ruim 290 levens hebben geëist, het merendeel christenen, staat Wimanna met rode ogen in de tuin bij zijn bescheiden ouderlijk huis. Een zacht briesje waait door de tropische planten, terwijl bezoekers stil kijken naar de bloemen en de twee kisten in de woonkamer, en zo nu en dan Wimanna een hand geven, in stilte.

Wimanna is niet de enige. Verre van. Op Katuwapitiya Road, het straatje dat naar de kerk leidt, is de helft van de huizen dinsdag bezig met een begrafenis. Letterlijk. De Kerkstraat, laten we haar zo noemen, ziet zwart van de rouwenden. Kerkstraat 1: begrafenis. Kerkstraat 3: geen begrafenis. Kerkstraat 5: drie doden. Kerkstraat 7: geen begrafenis. Kerkstraat 9: twee doden. En zo verder, helemaal tot aan de Sint Sebastiaankerk zelf. Daar blies zondagavond een zelfmoordenaar zich op tijdens de propvolle Paasmis, en vaagde in één klap meer dan 120 levens weg.

Angst voor tegenreactie

De grote vrees in Sri Lanka is dat de aanslagen, het meest dodelijke geweld sinds de slepende burgeroorlog tien jaar geleden eindigde, zullen leiden tot een tegenreactie. Het scenario: moslims hebben christenen aangevallen, die slaan terug, eventueel met de hulp van militante boeddhisten – hier ruimschoots de meerderheid – die de afgelopen jaren toch al steeds vaker slaags raakten met de islamitische bevolking. Van de 22,5 miljoen Sri Lankanen is een kleine driekwart boeddhist. Ongeveer 11 procent is hindoe, 9 procent moslim en 6 procent christen – die laatsten vrijwel altijd katholiek.

Wimanna wil er niets van weten, ook niet als maandagmiddag blijkt dat de mensen die zijn ouders hebben vermoord extremistische moslims uit zijn eigen land zijn. “Je kunt een bevolkingsgroep niet verantwoordelijk houden voor de daden van een individu”, zegt Wimanna zonder aarzelen, een blik op de kisten met de overblijfselen van zijn ouders. “Mijn beste vriend is moslim, ik heb met moslims op school gezeten. Geweld is niet mijn antwoord. Maar wat anderen denken, dat weet ik niet.”

Beeld AP

Nauwelijks honderd meter verderop, in een andere zijstraat van het plein met daarop de gewraakte kerk, staan die anderen. Met bezwete voorhoofden en gebalde vuisten, soms een kruisje om de nek, schreeuwend naar iedereen die voorbijkomt, naar de veiligheidstroepen, buitenlanders, omstanders. De lokale politie probeert zich een weg te banen door de haag van woedende jongeren, maar komt er moeilijk doorheen. “De Pakistanen”, hijgt een twintiger. “Er zijn problemen met de Pakistanen.”

Een agent vertelt dat de lokale christelijke jeugd haar woede dreigt te koelen op Pakistaanse moslimfamilies die al jaren in het overwegend christelijke Negombo wonen. De politie probeert de families in veiligheid te brengen. Onduidelijk is of de jongeren slechts stoom willen afblazen of daadwerkelijk bloed willen zien. Misschien is het voor henzelf ook nog onduidelijk, zo vroeg na de aanslag.

Want wat overheerst op de straten van Negombo, met 140.000 merendeels katholieke inwoners een van de grootste christelijke centra in Sri Lanka, is een gevoel van onbevattelijkheid. Men richt zich op wat nu wél te overzien is, een dag na de bloedige aanslagen. De doden begraven. De kerk opruimen. Oproepen tot kalmte, tot gebed. Maar vragen over de dreiging van nieuw conflict, of over de reactie die men van de regering wenst, resulteren in een glazige blik.

Paniek

Acht zelfmoordaanslagen, meer dan 290 doden, ruim 500 gewonden – dit is nooit voorgekomen. En als iets nog nooit eerder is voorgekomen, dan is er logischerwijze ook nog nooit eerder op gereageerd. Er is geen lijst met eisen voor de autoriteiten, geen blauwdruk voor een dialoog met de tegenstanders. Voor de getroffen christenen ligt geen draaiboek paraat, geformuleerd na een eerder incident.

Dat geldt, zo lijkt het, ook voor de autoriteiten. Na tien jaar rust, volgend op dertig jaar burgeroorlog, is de aandacht voor veiligheid verslapt. In hoofdstad Colombo vegen teams gehelmde bouwvakkers de brokstukken van de ontbijtzaal in het chique The Kingsbury alweer op. Maar in Negombo, drie kwartier rijden naar het noorden, heerst paniek.

Klik-klak, klinkt het op straat wanneer een militair zijn kalasjnikov doorlaadt en richt op een twintiger. Een hard, metalen, onheilspellend geluid. Klik-klak. De twintiger steekt met grote ogen zijn handen de lucht in. Een veiligheidsman, eveneens met ogen als schoteltjes, schreeuwt met schrille stem iets over een rode tas die niemand heeft geclaimd. De menigte stuift uiteen als veiligheidstroepen op hen afstormen, de hand geheven of het geweer met de kolf naar voren. Wegwezen, nog een bom, wegwezen!

Beeld AP

Zuster Manjula was na de communie net de sacristie ingelopen toen de bom afging. De scherven en de kracht van de explosie drongen niet door tot het heiligdom, beschermd door dikke stenen muren, maar het wenen van de gewonde pastoor trof de zuster wel. Zuster Manjula keek om de hoek en zag glasscherven, stukken tegel, vergruisd metselwerk, stof, houtsplinters. En een bebloed hoofd. Op een kerkbank, zonder een lichaam eraan vast. Ze wendde haar blik af en keek pas weer op nadat iemand haar naar buiten had begeleid.

Als ze erover vertelt, breekt haar stem opnieuw. Nooit heeft ze zich onveilig gevoeld, als christen in dit land. Vooruit, er zijn weleens spanningen, maar dit? Nu weet ze het even niet zo goed meer. Terwijl ze spreekt, slepen medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst achter haar de kerkbanken naar buiten, bank na met bloed bevlekte bank. 

“We hebben een gewelddadige ­geschiedenis”, zegt de zuster. “Maar de laatste jaren was het kalm. Of we teruggaan naar de strijd uit het verleden, dat weet ik niet.” Ze vouwt haar handen open, de palmen naar boven. “Maar ik maak me daar wel zorgen over. Het gebeurde in een kerk, nietwaar?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234