Maandag 10/05/2021

In de schaduw van de pijnbomen

Een zomerse reeks over stranden met een verhaal, een geschiedenis of een mysterie. Vandaag aflevering 4.

Het mooiste strand van Europa, of tenminste het langste strand van Frankrijk: de baai van La Baule is een onafgebroken sliert van 15 kilometer zand.

La Baule, aan de monding van de Loire, ademt bon chic bon genre, maar dan wel met mate. Het is geen Knokke, geen Deauville. La Baule is discreter, minder tape-à-l'oeil, en dus veel begeerlijker. Het is bovendien een badplaats met allure. Vanop het water gezien lijkt het een gigantische metropolis, een Manhattan zonder torens, zonder flitsende lichtreclames, zonder lawaai. Achter het beton van het Front-de-mer heerst rust. La Baule wordt niet overbrugd door een autoweg zoals Nice. Er worden geen televisieprogramma's opgenomen zoals in Blankenberge. Er komt ruig volk, veelal dronkaards van tegen de Duitse grens, maar er is plaats genoeg. Buiten het hoogseizoen komt er bijna niemand in La Baule. De luiken van de villa's zitten potdicht, mooi weer of niet. Eind juni zie je op het strand alleen groepjes minderjarige boefjes met hun begeleiders, enkele sterren van het Franse variété (een comédienne, een gymcoryfee van de jaren tachtig, een boyband), en zonnekloppers uit Nantes, dat 50 kilometer landinwaarts ligt.

Het Front-de-mer zelf is typisch Frans. Nauwelijks restaurants, cafés of souvenirwinkels op de dijk. De villa's van rond de vorige eeuwwisseling zijn bijna allemaal afgebroken. En wat van toen nog overblijft, wacht op de bulldozers. De moderne flatgebouwen zijn niet lelijk en niet mooi. Ze zijn niet hoog, vijf verdiepingen gemiddeld, en de stijl is beheerst, minder schreeuwerig dan de Belgische equivalenten. Ze passen in hun omgeving. Of beter gezegd: ze storen niet, wat al veel is. Iets achter de zeewal, voorbij het ouderwetse luxehotel L'Hermitage, ligt een intrigerend blok appartementsgebouwen van de jaren vijftig dat geïnspireerd lijkt door de architectuur van Berthold Lubetkin, ontwerper van de gestroomlijnde pinguïnkooi in de Londense Zoo en van de torengebouwen Highpoint 1 en 2, vaak opgevoerd in de Britse interieurbladen. De twee flats in La Baule zijn gelijkaardig, en hebben bovendien het voordeel van de zee. Het stadhuis is een betonnen doos van de jaren zeventig, en in de richting van Pornichet staan enkele hogere torens met klasse. De mooiste is een oud-futuristische cilinder met een inkomhal die geleend lijkt van de familie Barbapapa en ontworpen werd door een laureaat van de ooit toonaangevende Prix de Rome.

Als het Front-de-mer een vergaarbak is van naoorlogse architectuur, dan hebben de achterliggende straten een air bewaard van het vorige fin de siècle, toen La Baule uit de grond werd gestampt (in 1879, meer bepaald). Het concept is dat van een stad in een woud. De straten zijn rustig en leeg. Je hoort alleen vogelgezang en het ruisen van de bomen, en af en toe, in de verte, een auto. De huizen zijn van wisselende kwaliteit. Tegenover het stadspark, vlakbij het kleine stationnetje van La Baule-les-Pins (de hogesnelheidstrein uit Parijs stopt alleen in la Baule-Escoublac), staat een enorme villa van de jaren dertig op afbraak te wachten. De opvallendste woning van La Baule is waarschijnlijk al afgebroken: een waanzinnig huis, een zelfgemaakt huis op stelten, opgetrokken uit golfplaat, hout en gerecupereerde materialen, omringd door verroeste prikkeldraad. Een chalet uit een nachtmerrie van Walt Disney. Toen we voor het eerst in La Baule kwamen, op een zaterdag, in de regen, stond het huis te koop. Op zondag, toen de zon scheen, was het bord met 'A Vendre' op de voordeur verdwenen. Toen we midden juni van dit jaar opnieuw voorbij het huis kwamen, hing er een andere pancarte: een afbraakvergunning.

Wat zo verleidelijk is aan La Baule is de combinatie van stilte en uitgestrektheid. Er is meer dan het strand alleen, zelfs al is dat strand dan het mooiste van Europa en het langste van Frankrijk. Je krijgt nauwelijks de tijd je te vervelen. Je kunt overal naartoe wandelen. Als je met je rug naar de zee staat, begint aan je linkerkant de Côte Sauvage, doorprikt met de vissersdorpen Le Pouliguen, Batz-sur-Mer (waar een sfeer heerst van het einde van de wereld) en Le Croisic, stuk voor stuk authentiek Bretagne, in tegenstelling tot La Baule. Landinwaarts ligt de ommuurde, middeleeuwse stad Guérande, bekend van het zout. Als je op dat lange strand staat, met je rug naar de golven, dan liggen aan de andere kant een naaktstrand in de schaduw van een militair domein, het onooglijke dorp Saint-Marc, waar Jacques Tati Les Vacances de Monsieur Hulot kwam filmen, en Saint-Nazaire. Saint-Nazaire is fantastisch. Boven de monding van de Loire hangt een reusachtige brug, die een schaduw werpt op de scheepswerven waar lang geleden de pakketboot de France is gebouwd, en waar nu nog altijd wordt gewerkt aan oceaanstomers. De brug zelf, 60 meter of meer boven de begane grond, is adembenemend. Aan de overkant ligt de badplaats Saint-Brevin-les-pins, het adres van een hele rist psychiatrische instellingen. En dan is er ook nog een hallucinant industriegebied, waar je met de trein doorrijdt op weg van La Baule naar Parijs. Een hint, misschien, dat strandvakanties niet noodzakelijk zo gezond zijn als vaak wordt beweerd. Hoewel. La Baule grenst ook aan La Grande Brière, het op een na grootste moeras van Frankrijk, een reusachtig beschermd natuurgebied.

Jesse Brouns

Wat zo verleidelijk is aan La Baule is de combinatie van stilte en uitgestrektheidVanop het water gezien lijkt La Baule een gigantische metropolis, een Manhattan zonder torens, zonder flitsende lichtreclames, zonder lawaai. (Foto Sénépart)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234