Dinsdag 04/08/2020

In de schaduw van de commercie

Yucatan is een paradijs dat bulkt van de ruïnes. Ooit was het Mexicaanse schiereiland het kloppende hart van de beschaving der Maya's, tegenwoordig is de toeristische industrie er heer en meester. Dat gaat zo ver dat Chichen Itza bijna niet meer te genieten is.

Het leven is een aaneenschakeling van verkeerde keuzes. Soms draaien die goed uit, vaak hebben ze een minder aangenaam vervolg. Zodra de taxi Cancun nadert, weet ik dat de keuze om in deze stad een hotelkamer te boeken op geen enkele manier goed kan uitdraaien. Langs de boulevard die de kustlijn volgt, staat het ene hotel na het andere volstrekt smakeloos te zijn. Mijn netvlies begint te jeuken door alle protserige bouwkunstjes.

Als ik eenmaal bij mijn hotel ben aangekomen, zijn mijn ogen uit hun kassen gebrand. Op de tast strompel ik een hotel binnen dat een all-inresort blijkt te zijn waar Amerikaanse Johnny's en Marina's van de zon en het strand komen genieten. De lobby is zo groot dat de Rupa Wasi Lodge, mijn hotel in Peru, er vier keer in kan. Aan de balie krijg ik een polsbandje om. "Moet ik dit dragen?" De receptionist kijkt verbaasd: "Ja, natuurlijk."

Het resort bestaat uit drie torens die zo onlogisch met elkaar verbonden zijn dat ik verdwaal in de gangen. Waar ben ik in godsnaam terechtgekomen, vraag ik mij af. Ik was nochtans gewaarschuwd door een vriend. "Absoluut te vermijden: Cancun zelve, niets te zien, echt plat gedoe voor Amerikanen", mailde Bram me enkele dagen nadat mijn kamer was gereserveerd. "Ik ben in mijn leven nog nooit uit een hotel weggelopen, maar in Cancun wel."

Sorry, geen bier

Cancun verplicht me het toerisme tot het uiterste te bedrijven. Ik was graag met de taxi naar Chichen Itza geweest, maar 300 dollar vond ik er toch wat over, zelfs al moet ik dat geld niet uit eigen zak betalen. Een auto huren vertrouw ik niet: er doen te veel verhalen de ronde over toeristen die door de flikken aan de kant gezet worden en pas weer mogen vertrekken als één of andere billijke vergoeding is betaald. Om al dat gedoe te voorkomen, regel ik in het hotel dan maar een uitstap met een tourbus.

's Ochtends word ik aan de ingang van het hotel opgepikt. De andere passagiers zijn mensen die een getuigschrift toerisme behaald hebben, waardoor het hen is toegestaan om rond te lopen met hoog opgetrokken witte kousen in sandalen, teensletsen, te strakke T-shirts en hotpants.

"Good morning English speaking friends, now we are ready for the real adventure", bast reisleider Xavier García door de microfoon. Hij stelt zich voor als een Mexicaan met Maya-bloed en zal het eerstkomende anderhalf uur niet meer zwijgen, terwijl ik me al na vijf minuten moet bedwingen om niet langs de nooduitgang weg te vluchten. "Jammer genoeg zullen we niet genoeg tijd hebben om heel Chichen Itza te zien", waarschuwt Xavier. Wat?! Gisteren zeiden ze in het hotel nog dat er meer dan tijd genoeg zou zijn. Blijkbaar ziet het reisschema er opeens heel anders uit. Xavier kondigt tussenstops aan langs een souvenirwinkel, een restaurant en een kerk, allemaal tijdverlies waarvan ik nu pas op de hoogte word gebracht.

Xavier vertelt een warrig verhaal dat moet bewijzen dat hij zijn leven te danken heeft aan de helende eigenschappen van een beeldje uit obsidiaan. "Die kracht is echt", verzekert hij de bus. Als hij uitverteld is over zijn bijgeloof, arriveren we aan een souvenirwinkel, waar toeristen hun voorraad obsidiaan kunnen inslaan. Het is bijna middag, we moesten allang in Chichen Itza zijn, maar de toeristen gaan braaf tussen de schappen snuisteren. De hele tijd arriveren tourbussen die nieuwe ladingen potentiële klanten uitspuwen.

Dit is officieel de ergste dag van mijn hele reis rond de wereld, noteer ik met bitterheid. Zelfs toen de Chinezen onbeschaamd met mijn geld gingen lopen, had ik het meer naar mijn zin. Mijn enige troost is dat ik niet echt op reis ben en dat dit een werkdag is en dat ik gewoon alles moet blijven noteren wat van pas kan komen voor mijn reportage.

In het restaurant - enfin, de refter - mogen we aanschuiven voor een voedzaam, maar onappetijtelijk buffet. Er wordt mij gevraagd wat ik wil drinken. Een biertje, graag. "Sorry, we hebben geen bier." Ik wijs naar het menuutje dat op tafel staat. "Hier staat 'cerveza'. Dat wil zeggen 'bier'", leg ik uit. "Maar dat mogen we niet schenken." Dan kies ik een glaasje niets, dank u. De ober wenkt een collega die hoger in rang staat. "Pepsi? 7Up, sir?", vraagt die. Neen, een biertje, graag. "Sorry, we do not serve beer." Waarom staat het dan op de kaart?

Made in China

Het enige lichtpuntje aan dat hele Yucatan is dat het hier vol leguanen zit. Het zijn kloeke beesten. Je kunt geen tien stappen zetten of er heft er één achterdochtig zijn gat op om zich wat verder van je te verwijderen. Op de bus waarschuwt Xavier dat hier in de jungle nog meer wilde beesten zitten: "Slangen, spinnen, grote katachtigen en mijn ex-schoonmoeder." De meeste passagiers doen in hun broek van het lachen, ik van ellende.

Om 14 uur parkeert de bus zich eindelijk op de parking van Chichen Itza, we krijgen twee uur de tijd om de site te bezichtigen. Twee uur voor een wereldwonder waar je volgens sommigen twee dagen voor nodig hebt. Aan de ingang voeren verklede dansers een choreografie uit die bedoeld is als eerbetoon aan de Maya's maar die veeleer het effect heeft van een parodie.

Mijn verwachtingen van Chichen Itza liggen laag bij de grond. Bram had me in zijn mail al gewaarschuwd: "Chichen Itza: schoon, maar ook zeer toeristisch. Toevallig ook zeer goed gelegen tussen de mooiste stranden van Yucatan. Ideaal voor dagtoeristen van op de stranden. Misschien is dat wel de echte reden dat het een wereldwonder werd? Tja, geef je maar eens over aan de toeristische industrie!"

De ruïnes in Chichen Itza zijn inderdaad mooi. De piramide van Kukulcán is met haar hoogte van dertig meter dan wel kleiner dan ik verwacht had, het blijft een fraai gebouw. Aan de voet van de trappen houden slangen hun muil opengesperd. Aan het begin van de lente en de herfst zorgt een uitgekiend schaduwspel ervoor dat de slangenlijven langs de trap naar beneden lijken te kronkelen, maar daarvoor ben ik hier op het verkeerde moment. In een van de opengesperde slangenmuilen spot ik een leguaan en dat is ook al iets.

Met gehaaste spoed marcheer ik langs alle andere tempels en gebouwen waarvan ze tegenwoordig niet meer weten wat hun functie was. Regelmatig kan ik het niet laten bewonderend te fluiten. Niemand had de Maya's lessen te spellen over architectuur.

Toch, ondanks al die schoonheid, slaag ik er niet in dit wereldwonder te appreciëren. Chichen Itza wordt bezoedeld door commercie van de platste soort. Overal staan kraampjes met brol en de verkopers spreken werkelijk iedere voorbijganger aan. Sommigen zitten in een blok hout te kerven alsof er ooit een beeld uit te voorschijn zal springen, maar Xavier heeft ons op de bus gewaarschuwd: al wat je hier kunt kopen, is het resultaat van massaproductie gefinancierd door één stinkend rijke familie.

"20 peso's, señor!", komt een verkoper een stuk brol aanprijzen bij twee toeristen. "Made in China", roepen de mannen van een ander kraampje. "Yes, made in China", mompelt de eerste verkoper, terwijl hij verslagen afdruipt. Triestig.

Waar de verkopers de bezoekers nog het meest mee ergeren, is een onding waarmee je de schreeuw van een jaguar nabootst. De godganse tijd zitten ze op zo'n spel te blazen, in de hoop dat er één toerist zal zijn die denkt: hé, tiens, het zou wel leuk zijn om dat te doen als ik in mijn living naar televisie zit te kijken. Bijna begin ik mijn geld te tellen om al die jaguartoeters op te kopen en in de sinkhole te gooien waar de Maya's vroeger hun mensenoffers in kieperden. Het zou hier zo mooi en aangenaam kunnen zijn, maar de toeristische industrie heeft het verknald.

Exact binnen de tijdlimiet van twee uur heb ik alles gezien. Chichen Itza is immers helemaal niet zo groot, in tien minuten wandel je van het verste punt terug naar de uitgang. Alsmaar meer begin ik te denken dat de cultuur en de wetenschappelijke inzichten van de Maya's groter wereldwonderen zijn dan deze plek. Echt wauw is het hier niet, zelfs niet als je alle kraampjes uit je waarneming wist. Zou ik mensen aanraden om speciaal voor Chichen Itza naar Mexico te reizen? Bijlange niet. Passeer gerust eens als u toevallig in de buurt bent, maar spaar uw centen liever voor Machu Picchu of Petra.

Eigenlijk, als ik heel eerlijk mag zijn, ben ik zelfs blij dat de hele site zo middelmatig is. Stel dat Chichen Itza een echt wereldwonder was, dan had ik me boos gemaakt dat ik hier slechts twee uur mocht rondhossen. Nu is het een ideaal wereldwondertje voor toeristen die snel een historische site willen bezoeken zonder ver te moeten stappen.

Xavier staat al op zijn horloge te kijken wanneer ik stipt op tijd weer aan de bus arriveer. Allez, nu terug naar het hatelijke Cancun, denk ik. Maar er volgt nog een verrassing: we rijden eerst naar een ondergronds meer om er te gaan zwemmen. Dat vooruitzicht maakt alle ellende opeens de moeite waard.

In Yucatan zijn er geen meren of rivieren. Dat komt doordat de bodem bestaat uit kalksteen: al het water verdwijnt ondergronds en vormt daar grotten. Voor hun zoet water rekenden de Maya's op cenotes: sinkholes die ontstaan wanneer het dak van een ondergronds meer instort.

Polsbandje

Een steile trap verdwijnt onder de grond. Hij leidt je in een hoge grot met stalactieten aan het plafond. Er is een groot gat waardoor zonlicht komt gevallen. Helemaal beneden bedekt een meer van enkele meters diep de bodem. Hier zwemmen is een machtige ervaring. De temperatuur is ideaal en je deelt het water met nieuwsgierige vissen.

Moe, maar alsnog tevreden arriveer ik 's avonds laat weer aan het hotel. "Where are you going, my friend?", vraagt een portier bij de ingang. "To my room", antwoord ik. De man schrikt. "Where is your bracelet?", vraagt hij streng. "Oh, I cut it off." Hij hapt naar adem. "Where is it?", herhaalt hij. "I cut it off, it annoyed me." Een hele batterij alarmbellen gaat af in zijn hoofd. Hij schrijft mijn naam en kamernummer op en marcheert naar de receptie om een en ander te verifiëren. Een toerist zonder polsbandje, dat zien ze hier niet veel.

De volgende dag neem ik de bus naar Tulum, een kustplaatsje waar ook een Maya-site staat, zeer fotogeniek boven de kliffen. Ik ben net te laat om de ruïnes te bezoeken, maar ik kan wel zien dat er geen kraampjes staan in het park. Alle toeristische gedoe bevindt zich buiten de ingang.

Het spijt me dat ik de volgende dag al terugreis naar het vaderland, want er zijn nog vele andere archeologische sites van de Maya's in Yucatan. Mogelijk zit er daar wel één tussen die nog wereldwonderlijker is dan Chichen Itza. Of die even mooi is, maar nog niet zo bedorven is door de toeristische industrie. Chichen Itza is helaas gedegradeerd tot een excuus om toeristen lastig te vallen met souvenirs, een lot waartoe de zes andere wereldwonderen nog niet veroordeeld zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234