Woensdag 23/06/2021

Dwarsliggers

"In de politiek loont het electoraal niet om intelligent te zijn"

Ilja Leonard Pfeiffer. Beeld
Ilja Leonard Pfeiffer.

Ilja Leonard Pfeijffer (48), die met Brieven uit Genua een nieuw boek uit heeft, vindt dat het belang van emoties schromelijk wordt overschat. En niet alleen in de liefde. "Politici staren zich blind op de gevoelens van hun kiezers." Een warm pleidooi voor de opwaardering van de ratio.

Ik ben in Genua, ik zit met Ilja Leonard Pfeijffer aan een tafeltje in Caffè degli Specchi - voor wie La superba heeft gelezen: jawel, de Bar met de Spiegels - en ik maak me grote journalistieke zorgen. De bar beschikt nauwelijks over geluidsabsorberend meubilair en ik ben bang dat mijn bandopnemer alleen het aanhoudende gekletter van borden, kopjes en schotels gaat opnemen en de stem van Pfeijffer botweg gaat negeren.

Het is de nachtmerrie van elke interviewer: bij thuiskomst moeten constateren dat de gevleugelde woorden in een akoestisch zwart gat zijn verdwenen. "Ach, dan verzin je het interview toch gewoon", zegt Pfeijffer nadat ik hem over mijn bekommernis heb ingelicht. "Ik ben ooit geïnterviewd door een journalist met wie ik goed bevriend ben. Een paar weken later las ik het stuk dat hij over ons gesprek had geschreven. Niks van wat er stond, had ik gezegd. Werkelijk niks. Maar ik had het wel allemaal gezegd kúnnen hebben. Ik ben dus niet per se tegen verzonnen interviews."

Zeven jaar woont hij inmiddels in Genua. Lang genoeg om bezoekers uit de Lage Landen te kunnen verbluffen met weetjes die in geen enkele toeristische gids staan. Terwijl we in het Genuese steegjeslabyrint op weg zijn naar een rustiger café, maakt hij me attent op een huis waarin een man ooit zijn vriendin vermoordde met een boor. En niet veel later wijst hij me op een architecturaal eigenaardigheidje van de Cattedrale di San Lorenzo: twee zuilen in de linkerflank van de kathedraal lijken op het eerste gezicht precies even ver van elkaar te staan, maar zijn bij nadere inspectie zo asymmetrisch als de ogen van een Picasso-gezicht.

Tijdens de korte wandeling doet La Superba haar bijnaam alle eer aan. Wanneer de timide avondzon de pastelkleurige huizen van de stad doet opgloeien, moet ik geen moeite doen om te begrijpen waarom een schrijver uit Leiden met hart en huisraad naar Genua uitwijkt.

"Aanvankelijk vreesde ik dat mijn verhuis naar Italië pr-gewijs een slechte zet was", zegt Pfeijffer. "Dat de vaderlandse pers me niet langer zou weten te vinden. Maar journalisten komen zo graag naar Genua dat ik vaker met mijn kop in de krant sta dan vroeger." Ik verzeker hem dat ik hem in Minsk of Katowice ook was komen opzoeken. Een leugen die hij me met een milde glimlach vergeeft.

Manifeste onwaarheden

De aanleiding voor onze ontmoeting is niet Brieven uit Genua, het nieuwe boek van Pfeijffer, maar wel een opiniestuk dat hij in 2013 voor deze krant schreef: 'De dictatuur van het gevoel'. In dat stuk stelt hij dat we emoties tegenwoordig overdreven veel belang toekennen: 'We nemen gevoelens serieus, zelfs wanneer ze aantoonbaar onjuist, ongegrond of onzinnig zijn. Tegen gevoelens valt niet op te redeneren. Ze zijn autonoom en woekeren in een andere dimensie, waar argumenten illegaal zijn.'

De alomtegenwoordigheid van emoties gaat ten koste van de ratio, vindt Pfeijffer. En dat is vooral in de politiek een probleem. 'Ik heb uit de mond van onze staatslieden al minstens tien jaar geen argument meer vernomen', luidt het in zijn opiniestuk. 'Uit angst om afstandelijk over te komen, mijden ze elke vorm van broodnodige intellectuele distantie.' Met als gevolg, voegt hij er vandaag aan toe, dat politiek in toenemende mate fact free wordt: feiten spelen in het beleid nauwelijks nog een rol.

"Politici willen de gevoelens van hun electoraat bespelen. En feiten staan dat alleen maar in de weg. Donald Trump zei onlangs dat miljoenen moslims overal ter wereld stonden te juichen toen de Twin Towers instortten. Dat is aantoonbaar onjuist, maar dat doet er niet toe. Zijn kiezers vinden het stoer dat hij dat zegt. Zijn uitspraak bevestigt hun gevoel dat moslims niet te vertrouwen zijn en dat volstaat. Trump heeft zijn voorsprong in de peilingen onder meer te danken aan manifeste onwaarheden."

Ilja Leonard Pfeiffer:
Ilja Leonard Pfeiffer: "Ook in relaties is het verstandig om je eigen gevoel niet heilig te verklaren. Je mag er niet van uitgaan dat jij per definitie gelijk hebt."Beeld Jef Boes

"Ook na de aanrandingen in Keulen wonnen emoties het van feiten. Er ontstak een heuse volkswoede, nog voor bekend was wat er precies gebeurd was. In de eerste reacties werd al volop geconcludeerd: alle vluchtelingen waren vrouwenverkrachtende moslims, de aanrandingen waren een gevolg van de politiek van Merkel en de autoriteiten deden er alles aan om de gebeurtenissen onder de mat te vegen. Terwijl het onderzoek nota bene nog moest beginnen. Anderhalve maand later wisten we dat de volkswoede nergens op gebaseerd was: slechts een minderheid van de aanranders bleek het statuut van vluchteling te hebben."

Maar, zeg ik, tegen dan hadden veel Duitsers de vluchtelingen al lang de rug toegekeerd en had de Duitse regering haar asielbeleid al een stuk strenger gemaakt. "Precies", zegt hij. "Primaire emotionele reacties die niet op feiten gebaseerd zijn, worden nieuwsfeiten op zich. De pers zegt dat de onderbuikreacties zo massaal zijn dat ze er wel over moéten berichten. En politici nemen de reacties ernstig omdat ze bang zijn dat ze anders electoraal afgestraft zullen worden.

"Een Duits politicus die na de incidenten had gezegd: 'Ik onthoud mij voorlopig van commentaar, want we kennen de feiten nog niet' - een verstandig politicus, dus - zou van kop tot teen met pek en veren zijn ingesmeerd. Ofwel zou men hem toebijten dat hij het contact met zijn kiezers verloren is, ofwel zou men hem verwijten dat hij de gebeurtenissen goedpraat. Want dat laatste zie je ook vaak: als je eerst probeert te begrijpen wat er gebeurd is in plaats van al bij voorbaat woedend te reageren, word je medeplichtig genoemd. Dan ben je net zo fout als die islamitische gekken die het op onze vrouwen hebben gemunt. Het volksgericht van de emoties is onverbiddelijk."

Biertje met Bush

"In de politiek loont het electoraal niet om intelligent te zijn. Of in ieder geval: om je intelligentie te tonen. Wat de spindoctors willen, zijn politici die dicht bij het volk staan. En die ook reageren zoals het volk. Politici waarvan de mensen kunnen zeggen: 'Dat is er tenminste een van ons.' Voor veel Amerikanen is George W. Bush iemand met wie ze een biertje kunnen drinken. Terwijl ze Obama beschouwen als een afstandelijke hoogleraar die zich boven hen verheven voelt."

Misschien is dat wel een reden om niét voor intellectuele distantie te pleiten, opper ik. Kiezers die het gevoel hebben dat politici hun taal niet spreken, wenden zich weleens grommend tot extremistische populisten. "Ja, maar wat is het ergste? Politici die met een zekere intelligentie het land besturen, maar er niet in slagen de finesses van hun beleid eenvoudig uit te leggen? Of politici die uit electoraal opportunisme de taal van het volk spreken en weigeren om nog langer hun intellectuele vermogens te gebruiken?"

"Het is toch niet omdat 'gewone' mensen in de meerderheid zijn dat we geleid moeten worden door 'gewone' politici? Ik weet wel: als de meerderheid van het volk wil dat het land naar de kloten gaat, dan zal dat ook gebeuren. Maar het is de taak van onze bestuurlijke klasse om dat moment zo lang mogelijk uit te stellen."

In 'De dictatuur van het gevoel' schrijft Pfeijffer dat de komst van het internet veel voordelen heeft gehad, maar niet bevorderlijk is geweest voor het niveau van het publieke debat. "Internet heeft kennis gedemocratiseerd", zegt hij. "Iedere oetlul heeft dankzij Google de illusie dat hij over alle kennis van de wereld beschikt. En omdat mensen alles kunnen googelen, hebben ze geen enkel respect meer voor specialisten. Terwijl dat doorgaans verstandige mensen zijn die een bepaald onderwerp jarenlang hebben bestudeerd en er grondig over hebben nagedacht.

"Mensen denken: 'Ik heb op mijn laptop ook veel gelezen over dat onderwerp. Waarom zou de mening van een specialist meer waard zijn dan de mijne? Waarom zou ik luisteren naar een wetenschapper die een briljant plan voor de opvang van vluchtelingen heeft bedacht? Als ik vind dat zwarten niet te vertrouwen zijn en hier niet binnenmogen, heb ik evenveel recht om dat te zeggen.' Zo ontstaat het misverstand dat alles maar een mening is. Dat feiten niet meer bestaan. Als je van mening bent dat de aarde plat is en je googelt even, vind je duizenden sites die jouw vermoeden bevestigen. Zelfs het feit dat de aarde rond is, is tegenwoordig een mening."

Burgerparticipatie

"We moeten accepteren dat politiek een buitengewoon complex vak is dat we beter overlaten aan professionals. En ja, onze politici moeten ons zo helder mogelijk uitleggen waarmee ze bezig zijn. Maar zij zijn in charge, niet wij."

"Nu zie je vaak dat de kiezers - niet gehinderd door enige kennis - van alles staan te roepen en dat onze politici zich daarnaar schikken. Dan heb je geen democratie meer, maar wat Aristoteles een ochlocratie noemt: 'een regering van het gepeupel.'"

Het heeft er alles van weg, zeg ik, dat Ilja Pfeijffer geen fan is van het concept burgerparticipatie. "Het kan nochtans heel nuttig zijn. Vooral op lokaal niveau. Maar dan alleen als iedereen bereid is om argumenten aan te dragen in plaats van gevoelens te uiten. En dat is vaak het probleem. In de praktijk draait burgerparticipatie meestal uit op een overwinning van de onderbuikgevoelens."

"In Nederland waren er vorig jaar gemeentelijke inspraakavonden over de opvang van vluchtelingen. Wel, die zijn ontaard in regelrechte scheldpartijen. Daar werd geen argument uitgewisseld. De aanwezigen hadden al lang beslist wat ze van de hele zaak vonden en kwamen gewoon eens goed hun mening roepen. Op die manier heeft burgerparticipatie geen zin."

En toch blijven gevoelens belangrijk in de politiek, zeg ik. De beste politici worden gedreven door verontwaardiging. Ze hebben die emotionele brandstof nodig om tegen het systeem ten strijde te trekken en iets te veranderen. "Akkoord, maar hun verontwaardiging zal dan toch gebaseerd zijn op een rationele analyse van de maatschappij. Ze zullen goed rondgekeken en lang gestudeerd hebben, om vervolgens te besluiten dat de maatschappij verlost moet worden van een aantal onrechtvaardigheden. Hun verontwaardiging is geen primaire emotie. Het is een vorm van empathie. Precies het tegenovergestelde van de 'eigen gevoel eerst'-attitude die in de dictatuur van het gevoel heerst."

De schuld van Oprah

Overschatten we het belang van gevoelens ook in vriendschappelijke en amoureuze relaties? "Het is in ieder geval zo dat emoties in relationeel verband nauwelijks met elkaar communiceren. Als je ruzie maakt met je vriendin en zij zegt: 'Maar ik voél dat gewoon zo!', dan is de discussie afgelopen. Want als jij antwoordt: 'Ik voel dat anders!', dan zijn er twee gevoelens geuit die elkaar verder niks te zeggen hebben. En als je antwoordt: 'Nou, dat voel je dan fout!', kom je ook geen stap verder. Ik heb het vaak geprobeerd, het werkt niet." (lacht)

"Ook in relaties is het verstandig om je eigen gevoel niet heilig te verklaren. Je mag er niet van uitgaan dat jij per definitie gelijk hebt. Je moet bereid zijn om iets van de ander te willen leren. Plus: over gevoelens moet je soms even kunnen nadenken. Je moet begrijpen wat je voelt. Emoties zijn vaak complex en tegenstrijdig: we voelen zelden één ding tegelijk. Wanneer je zonder nadenken je dominante gevoel uit, ben je onvermijdelijk aan het simplificeren. Met alle misverstanden van dien."

Ilja Leonard Pfeiffer. Beeld Jef Boes
Ilja Leonard Pfeiffer.Beeld Jef Boes

Nochtans, zeg ik, wordt het instant ventileren van emoties maatschappelijk hoog aangeschreven. Wie zijn ziel blootlegt, is moedig en dwingt respect af. "Ja, dat heeft Oprah Winfrey ons ingelepeld. Je moét je emoties tonen, want als je ze opkropt, krijg je enge ziektes. Ik vind het veel moediger om een zekere afstand te bewaren ten opzichte van je gevoelens. Ik las ooit een interview met een man en een vrouw die hun kind hadden verloren in de ramp met de MH17, het vliegtuig dat boven Oekraïne is neergehaald met een luchtdoelraket. Die mensen probeerden tijdens dat interview hun woede te overwinnen. Ze zochten naar mogelijkheden om begrip te tonen en vergiffenis te schenken. Dat vind ik oneindig veel moediger dan je woede de vrije loop te laten."

Hij vermeldt nog een andere regel die de dictatuur van het gevoel ons oplegt: je moet wel je gevoelens uiten, maar alleen als ze door de samenleving aanvaard worden. "Je moet niet denken dat je ook rare gevoelens mag delen. Jaren geleden ging mijn toenmalige vriendin vreemd. Ze biechtte dat aan me op en ik reageerde precies zoals het hoort: ik was teleurgesteld, er was iets gebroken, ik voelde me verdrietig en boos. Dat waren de reacties die zij verwacht had: de gewenste en algemeen erkende gevoelens."

"Maar later dacht ik over de hele situatie wat beter na. En kwam ik tot de vaststelling dat ik het eigenlijk helemaal niet zo erg vond dat ze was vreemdgegaan. Dat ik veel eerlijker was geweest als ik haar gevraagd had of ze het leuk had gevonden. Ik vertelde haar dat en ze was helemaal in de war. Ze geloofde me niet: mijn gevoel stond niet in het handboek van toegelaten gevoelens en dus werd ik afgekeurd. Enerzijds moet je dus je emoties uiten, maar anderzijds mag je ze niet zelf kiezen. Zo hypocriet is de dictatuur van het gevoel wel."

Flutfilosofietje

Pleit Pfeijffer voor de opwaardering van de ratio, dan zijn er ook mensen die het belang van ons brein relativeren. NRC-columnist Heleen Mees schreef ooit: 'Van meer weten, word je misschien wel ongelukkiger.' Pfeijffer fronst de wenkbrauwen. "Ook al zou het kloppen - wat ik betwijfel - dan nog is de vraag: moeten we geluk, wat dat ook moge zijn, wel als het hoogst bereikbare beschouwen? Is het niet minstens zo belangrijk om harmonieus samen te leven met onze lotgenoten of om andere mensen gelukkig te maken?"

"Je eigen geluksgevoel belangrijker vinden dan al de rest getuigt van een beperkte visie op het leven. Vraag mensen wat ze belangrijk vinden en ze geven heel vaak een zelfbetrokken antwoord: 'Lekker in mijn vel zitten, me goed voelen.' Maar stel dezelfde vraag aan mijn moeder en je krijgt een heel ander antwoord. Zij vindt het bijvoorbeeld veel belangrijker dat het met mij goed gaat dan dat zij 'lekker in haar vel zit'. In dat opzicht zijn mensen met kinderen vaak wat wijzer."

In een interview in Vrij Nederland zei hij ooit dat hij wil leven "in overeenstemming met de omstandigheden": "Dat je de beklimming van een berg vervelend vindt, komt alleen maar omdat je er bang voor bent en al denkt aan het moment dat je weer naar beneden mag. Maar als je in staat bent om te leven in overeenstemming met de omstandigheden, is die berg irrelevant."

Een boeddhistische gedachte, noemt hij het. "In het leven moet je doen wat de omstandigheden van je vragen. Als je erin slaagt om in het hier en nu te leven en je aan te passen aan de realiteit, dan wordt 'hoe je je voelt' minder belangrijk. Het boeddhisme is een flutfilosofietje, maar ik vind het toch aantrekkelijk. Boeddhisten nodigen je tenminste uit om andere mensen in je wereldbeeld toe te laten. Ze hameren niet voortdurend op dat allesbepalende zelfgevoel."

Schrijvers zijn gevoelsmensen, heet het. Maar klopt dat beeld wel, vraag ik ter afronding. Zijn veel schrijvers geen analytische geesten in plaats van impulsieve romantici? "Als ik alleen maar vanuit mijn gevoel zou werken, zonder interventie van de ratio, dan zou ik slechte boeken schrijven", zegt hij. "Teksten waarin gevoelens ongefilterd worden meegedeeld, zijn volslagen oninteressant. De zogenaamde écriture automatique - het literaire equivalent van 'je ziel uitkotsen' - is louter een experiment van het surrealisme geweest. Het is nooit een ernstige vorm van literatuur geworden.

"Ik schrijf natuurlijk vaak over gevoelens. Maar de waarde van literatuur wordt in grote mate bepaald door de manier waarop je je gedachten vormgeeft. En dat is een intellectueel proces. Er komt heel wat techniek - en dus ratio - bij kijken."

Zijn telefoon gaat. Het is zijn Genuese vriendin Stella, vanuit haar kunstgalerie in de Via Garibaldi. Een halfuur geleden had hij haar een foto gemaild waarop te zien is hoe hij op vraag van fotograaf Jef Boes een espresso drinkt met een Jungle Book-aap. (Briljant vertolkt door Kaat, de vrouw van Jef.) Zijn stem klinkt anders wanneer hij met Stella praat. Zijn klinkers rinkelen, zijn diepe baritonintonatie maakt plaats voor levendige stembuigingen. Praten in overeenstemming met de omstandigheden, noemen ze dat.

Volgende week: de Londense arts Iona Heath over de onzin van te veel preventieve geneeskunde.

Ilja Leonard Pfeijffer, Brieven uit Genua, De Arbeiderspers, 752 p., 27,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234