Zondag 19/01/2020

In de naam van de Vader In naam der wet (schrappen wat niet past)

Een aartsbisschop op de beklaagdenbank in het Brusselse justitiepaleis: het is niet zo uitzonderlijk als het lijkt. Het overkwam Godfried Danneels in 1998. Hij werd veroordeeld wegens medeverantwoordelijkheid voor de daden van een pedofiele priester. Hij werd even later in hoger beroep vrijgesproken. Door dezelfde magistraat die nu gaat oordelen of Operatie Kelk wel volgens de regels van de juridische kunst is verlopen. door Douglas De Coninck

De magistraat die Danneels in beroep vrijsprak in een pedofiliezaak gaat nu oordelen over Operatie Kelk

In de elfde week na het ontslag van bisschop Roger Vangheluwe vaardigde het Vaticaan nieuwe regels uit voor pedofiele geestelijken. Heerste binnen het kerkelijke recht tot voor kort een verjaringstermijn van tien jaar voor delicta graviora, te rekenen vanaf de achttiende verjaardag van het slachtoffer, dan heeft de Congregatie van de Geloofsleer die nu opgetrokken naar twintig jaar. Onder delicta graviora vallen: kinderen verkrachten, pornografische beeldjes op je pc hebben bestaan met slachtoffers die jonger zijn dan veertien jaar en ook “pogingen om vrouwen tot priester te wijden”.

Voor een buitenstaander is het soms moeilijk om te begrijpen waarom het Vaticaan nood denkt te hebben aan aparte procedures en verjaringstermijnen. De nieuwe regels kwamen tot stand onder impuls van monseigneur Charles J. Scicluna, de openbaar aanklager bij de Congregatie van de Geloofsleer. In een interview van niet eens anderhalve maand geleden legde Scicluna uit hoe hij over pedofiele geestelijken denkt: “Het zou voor pedofiele priesters beter zijn dat hun misdaad ook hun doodsoorzaak werd, want anders zullen ze voor eeuwig branden in de hel.” In datzelfde interview verduidelijkte hij verder dat de wereldse doodstraf eigenlijk te verkiezen valt boven wat pedofiele geestelijken na hun dood te wachten staat.

Zou dat de verklaring kunnen zijn voor de houding van Belgische hoge geestelijken en bevriende magistraten telkens als ze worden geconfronteerd met dossiers over seksueel misbruik binnen de kerk? Want wat maakt het uit, een strafblad, publieke hoon en eventueel een paar maanden in de nor, als aan het eind van het verhaal de Schepper zelve zich met de zaak komt bemoeien?

Het is nog altijd wachten op de vorderingen van de Brusselse procureur-generaal Marc de le Court. Hij is gestart met een ‘onderzoek van het onderzoek’ van onderzoeksrechter Wim De Troy. Die had op 24 juni de leiding toen speurders tijdens een huiszoeking bij het aartsbisdom in Mechelen twee bestelwagens vulden met documenten. Het onderzoek richt zich vooral op de vraag hoe de kerk in de afgelopen 25 jaar omging met meldingen over pedofiele geestelijken, en zou kunnen uitmonden in een strafrechtelijke vervolging van enkele kerkleiders wegens medeplichtigheid aan seksueel misbruik door het organiseren van de straffeloosheid ervan.

Marc de le Court zal het dossier onderzoeken op drie punten. Eén: had De Troy voldoende elementen in handen om pakweg het openbreken van de graftombe van kardinaal Mercier, met drilboren, te wettigen? Twee: hadden de speurders wel het recht om de laptop van kardinaal Danneels te openen? Hij is als kardinaal medebestuurder - een soort parlementslid of minister - van de Heilige Stoel, een buitenlandse mogendheid, en hoorde als dusdanig mogelijk een vorm van diplomatieke onschendbaarheid te genieten. En dan nog drie: hoorde er bij de huiszoeking bij Peter Adriaenssens, de voorzitter van de Interdiocesane Commissie Seksueel Misbruik in de Parochiale Sfeer (ICSM), geen verantwoordelijke van de Orde van Geneesheren aanwezig te zijn? Dat was niet het geval, en ook al richtte het door De Troy geleverde huiszoekingsbevel zich op Adriaenssens als commissievoorzitter, hij is en blijft arts. “Als Adriaenssens werd aangesteld als voorzitter, dan niet vanwege zijn eventuele capaciteiten als timmerman, wel als kinderpsychiater”, zo is te horen.

Procureur-generaal De le Court moet één dezer met een vordering de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling (KI) tot een oordeel zien te brengen. Er zijn voor zover bekend geen gokwedstrijden geopend omtrent de vraag welke richting het uit zal gaan, maar er zijn wellicht ook geen kandidaat-gokkers.

Het is ook zomer in het Brusselse justitiepaleis, de hele planning van de magistraten die de KI’s bevolken draait op een zomers noodregime. “Wat we vrezen is dat de procureur-generaal het zo zal timen dat zijn verzoek zal worden behandeld door magistraten van wie hij redenen heeft om te veronderstellen dat ze op zijn golflengte zitten.”

Volgens ingewijden in het Brusselse justitiepaleis is de kans zeer klein dat onderzoeksrechter Wim De Troy zijn opdracht ooit tot een goed einde weet te brengen.

Een aartsbisschop op de beklaagdenbank in het Brusselse justitiepaleis: het is niet zo uitzonderlijk als het lijkt. Het overkwam Godfried Danneels in 1998. Hij werd samen met de Brusselse hulpbisschop Paul Lanneau gedagvaard door de advocaten van drie scoutsjongens - twaalf tot vijftien jaar - die door de Brusselse pastoor Vander Lijn in de sacristie tot orale seks waren gedwongen.

“Wij konden zwart op wit aantonen dat het aartsbisdom er zeker sinds 1987 van op de hoogte was dat Vander Lijn jongens misbruikte”, zegt Georges de Kerckhove, de advocaat van een van de slachtoffers. “Ook toen waren er meldingen, en was er een onderzoek geweest. Het bisdom wist wat er was gebeurd, de feiten werden als bewezen beschouwd. Als resultaat kreeg de pastoor een andere job. In plaats van priester werd hij aalmoezenier bij de scouts!”

Advocaat De Kerckhove ging het niet zo ver zoeken als ‘medeplichtigheid’ of ‘schuldig verzuim’. Hij beriep zich op artikel 1.384 van het Burgerlijk Wetboek, dat zegt dat een werkgever mee aansprakelijk is voor de schade die een werknemer veroorzaakt tijdens de uitoefening van zijn functie. Vander Lijn stond al sinds de vroege jaren zeventig in brede kring bekend als een onverbeterlijke pedofiel. Een van zijn bekendste slachtoffers was de latere advocaat en Brussels PSC-gemeenteraadslid Philippe Deleuze.

De argumentatie van De Kerckhove was gestoeld op een omgekeerd precedent: het ontslag van Père Samuel door Jean Huard, de bisschop van Doornik. Père Samuel hield zich bezig met duiveluitdrijving, liet zich kruisigen, reed op een ezel en zegende huwelijken in buiten de parochieregisters. Père Samuel vocht zijn ontslag aan voor de rechtbank, en daar pleitte de advocaat van de bisschop dat Père Samuel een ondergeschikte is van het bisdom. De kerk kon of wou als werkgever niet langer verantwoordelijkheid opnemen voor de strapatsen van Père Samuel.

Op 9 april veroordeelde de correctionele rechtbank pastoor Vander Lijn tot zes jaar cel. Danneels en Lanneau werden burgerlijk aansprakelijk bevonden en veroordeeld tot het betalen van 1 miljoen frank morele schadevergoeding aan de drie slachtoffers. “Het was de eerste keer dat een kerkleider op basis van dat wetsartikel was gedagvaard, én dus ook veroordeeld”, weet advocaat De Kerckhove nog. “Een juridisch precedent leek geschapen. De deur leek open te staan naar een situatie waarbij kerkleiders hun verantwoordelijkheid niet meer zouden kunnen ontlopen. Door dit vonnis, dachten wij, zouden bisschoppen niet langer de andere kant op kunnen kijken als er meldingen kwamen over seksueel misbruik door priesters, of daders gewoon kunnen verplaatsen naar een andere parochie.”

Maar dat was mis gedacht. Danneels en Lanneau gingen in hoger beroep en werden op 25 september 1998 over de hele lijn vrijgesproken. De voorzitter van de driekoppige rechtbank citeerde in zijn vonnis tot grote verbazing van De Kerckhove enkele wetsartikelen uit het kerkelijk wetboek over de onafhankelijke status die een pastoor heeft.

De voorzitter van het hof was Marc de le Court, de man die vandaag als procureur-generaal gaat oordelen of onderzoeksrechter De Troy ja dan nee procedurefouten heeft begaan. “Ik vind dit euh... merkwaardig”, zegt De Kerckhove. “Na de uitspraak in hoger beroep in de zaak-Vander Lijn is de kwestie van de aansprakelijkheid van de bisschoppen als werkgevers nooit meer gepleit. Het arrest van Marc de le Court is overeind blijven staan als een juridisch precedent. We mogen gerust stellen dat één man opvallend vaak de richting aangeeft als het erom gaat de verantwoordelijkheden van de kerk af te bakenen.”

Procureur-generaal De le Court staat bekend als een uitgesproken ‘katholieke benoeming’. Zoals ook de Luikse procureur-generaal Cédric Visart de Bocarmé en federaal procureur Johan Delmulle. Het was dat duo dat begin mei door justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V) werd voorgesteld als de twee ‘referentiemagistraten’ die de commissie-Adriaenssens zouden bijstaan en het bindpunt moesten worden tussen de commissie en de justitie.

Een van de dossiers die door de speurders tijdens Operatie Kelk in beslag werden genomen, draait rond pastoor Vander Lijn. Nadat die ook in beroep tot zes jaar cel was veroordeeld, mocht hij binnen de kortste keren zijn celstraf gaan uitzitten in een klooster. Snel daarop verliet Vander Lijn zijn nieuwe ‘cel’ en zocht hij opnieuw contact met jongeren. Kardinaal Danneels werd ingelicht, maar reageerde op 9 januari 2003 met een droge brief: “Eerwaarde Vander Lijn valt nog steeds onder de verantwoordelijkheid van Justitie. Eventuele klachten dienen gericht aan de Commissie voor de Voorwaardelijke Invrijheidstelling.”

Joël Devillet is een van de mondigste slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk. Hij publiceerde onlangs de Nederlandstalige versie van zijn boek Ik was 14 en werd misbruikt door een priester. Weinig dossiers zijn zo uitvoerig gedocumenteerd als het zijne. Met een priester-dader die tijdens politieverhoren niet eens moeite deed om de feiten te ontkennen (“het was hij die toenadering zocht”) en met brieven naar en van ‘zijn’ toenmalige bisschop, André Léonard in Namen. Devillet hoopt dat wat in 1998 niet lukte ooit wel zal lukken met Léonard.

De gewijzigde verjaringstermijn van het Vaticaan kwam voor Devillet deze week als een geschenk uit de hemel. “Al meer dan vijftien jaar stuurt men me van het kastje naar de muur. Men behandelde mijn klacht eerst naar kerkelijk recht, waar tot in 2001 geen verjaring mogelijk was, maar daarna opeens weer wel, om ze daar net zo lang te doen aanslepen tot de strafrechtelijke verjaring was ingetreden. Dus moest ik een burgerlijke procedure aanspannen, die nu ook alweer een behoorlijk aantal jaren aan het aanslepen is. Nu zegt het Vaticaan opeens: de verjaringstermijn is twintig jaar. Ik ben nu 37 jaar. Mijn dossier was volgens kerkelijk recht eerst niet, daarna wel en nu uiteindelijk toch weer niet verjaard. Om binnen minder dan een jaar toch weer te verjaren.”

Joël Devillet deed gisteren zijn nieuwe aanklacht op de bus. Nu de feiten dan toch weer niet verjaard zijn, vraagt hij dat een kerkelijke rechtbank zich buigt over zijn klacht tegen eerwaarde Gilbert Hubermont.

Devillet staat er na al die jaren eigenlijk al niet meer bij stil wat ooit een tot tevredenheid strekkend eindpunt zou kunnen zijn. Ook hij is ondervraagd door de speurders, ook uit zijn relaas kwam een deel van de motivatie voor Operatie Kelk. “Op alle fronten zijn machinaties bezig om te beletten dat kerkleiders door de justitie ter verantwoording worden geroepen”, zegt hij. “De druk op de speurders is immens. Maar het echte doel van dit alles wordt wel degelijk bereikt, dag na dag. De kans dat iemand nog overkomt wat mij overkwam, wordt elke dag een beetje kleiner.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234