Zondag 20/09/2020
Hilde Van MieghemBeeld DM

Column

In de lach van mijn kleindochter zie ik de open, gelukkige lach van Sanda Dia, zijn flonkerende ogen

Hilde Van Mieghem heeft het druk, maar neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

De straat trilt van het geboor, gestamp, gebrom van machines, vrachtwagens met ladingen zand en kiezelsteentjes, de mini-bulldozer met schepkraan die het oude asfalt van het wegdek aan stukken slaat en opschept, de klank van metaal op metaal.

“Hij lag in foetushouding en zijn temperatuur was gedaald tot 27 graden.” Ik schud mijn hoofd in een poging die woorden te verdrijven. Ik concentreer me halsstarrig op wat buiten gebeurt.

Dranghekken met bordjes ‘wegomleiding’ staan slordig op de straat. De ouders die hun kinderen afzetten bij een van de drie scholen die mijn huis omringen, vergroten het lawaai en de chaos nog meer. Huilende kleuters, joelende kinderen, giechelende tienermeisjes, stoere jongens, het krioelt allemaal door elkaar heen.

“‘Papa, maak je geen zorgen, ik ga wat van het leven maken. Je zult trots op me zijn.’ En dat was ik. Dat ben ik.”

Getoeter van claxons, gestresseerde mensen in SUV’s die ongeduldig worden omdat een bejaard vrouwtje in de taxi voor hen niet snel genoeg uitstapt. Mijn hondje Mr. Wilson blaft en laat me schrikken. Ook hij voelt de onrust en kijkt me met grote ogen aan. Het oude vrouwtje struikelt. De taxichauffeur vangt haar net op tijd op. De auto’s blijven claxonneren. Dat is ons recht, zie je de geërgerde chauffeurs denken.

“Laat de dood van mijn Sanda niet voor niets geweest zijn.”

“Hij had een soort apostelkleed nodig dat hij moest dragen om rozen te gaan verkopen in Leuven. We hebben dat kleed nog samen gesneden uit een laken.”

Ik loop naar de andere kant van het huis. Klamp me met mijn ogen vast aan de prachtige blauweregen die tegen de tuinmuur opklimt en zich in een innige omhelzing verstrengelt met de klimrozen. Ik moet die twee ontwarren voor ze elkaar verstikken. Het gegil en gelach van de kleutertjes op de speelplaats achter de tuinmuur. ‘Nee, Bas is mijn vriendje!’, hoor ik een kinderstem roepen.

“Amper vier maanden na die zomeravond stond J. S., de jongen die door mijn Sanda gered was, als lid van Reuzegom aan de put waarin mijn zoon aan het sterven was. En hij deed niets.”

Ik ijsbeer opnieuw door de woon­kamer, hap af en toe naar adem. Sta weer bij het raam. Ouders halen hun kinderen op van school. Gooien hun kleuters speels de lucht in, vangen ze op in hun armen. Ze knuffelen en kussen elkaar. De schaterlach van de kleintjes raakt niet tot bij mijn hart.

“Maar zij zijn ook ouders. Ouders die het blijkbaar normaal vinden dat hun kinderen hun sporen hebben gewist. Ouders die het niet nodig vonden om deze ouder, die zijn kind door toedoen van hun kinderen heeft verloren, te condoleren.” Ik snik.

Het wordt rustiger in de straat. De werken liggen stil, de kinderen zijn verdwenen. Ik zie mijn dochter komen aanfietsen. Ik haal opgelucht adem. De kleine Gloria zit achterop. In haar lach zie ik de open, gelukkige lach van Sanda Dia, zijn flonkerende ogen. “Dag moemie,” roept ze van ver, “hier ben ik.”

Beeld Jenna Arts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234