Dinsdag 26/01/2021

In de kleedkamer van de verliezer

Van de zelfkastijding van Tony Blair tijdens zijn laatste verkiezingscampagne, over de wildernisjaren van Al Gore en de doodse blik van Vladimir Poetin, tot de martelaren van Hamas. Reporter, De beste stukken uit The New Yorker door David Remnick is een verzameling sprankelende portretten die de tand des tijds hebben doorstaan.

Door Ayfer Erkul

Het moet een benauwende keuze zijn geweest om de artikels voor Reporter te selecteren. Tientallen portretten heeft David Remnick geschreven in zijn veertienjarige carrière bij het weekblad The New Yorker, waarvan hij sinds acht jaar hoofdredacteur is. Een leidraad was, zo verklaarde de auteur onlangs zelf, macht. Mannen en vrouwen die macht hebben, politieke of andere, figuren uit het openbare leven, mensen die midden in een crisis zitten, zich eraan ontworstelen of er aan de horizon een zien opdoemen. Personen die geobsedeerd zijn door het idee de geschiedenis van hun tijd te veranderen.

Zoals de slechterik en zijn motieven voor een journalist vaak interessanter zijn dan het slachtoffer, zo is voor Remnick de verliezer, die zich terugtrekt in zijn eenzame kleedkamer, veel boeiender. Ver van de drukte kun je je pas goed een indruk vormen van iemands ideeën. "Ik wil geen headlines maken, maar probeer een persoon in zijn tijd vast te leggen", aldus Remnick.

Met Al Gore keert Remnick in Reporter terug naar het jaar 2003, toen de vroegere vicepremier van Bill Clinton nog geen nieuwe roeping had gevonden, laat staan dat hem enige Oscarkansen werden toegedicht met een film over het klimaat.

In 2003 was Al Gore iemand die er nog altijd niet uit was hoe hij de presidentsverkiezingen kon winnen en tegelijk verliezen. "Soms win je, soms verlies je, en dan is er ook nog dat wat minder bekende derde scenario", begint Al Gore zijn toespraken steevast. Of: "Hallo, ik ben Al Gore en ik was vroeger de volgende president van de Verenigde Staten."

Nu klinken die zinnen luchtig, maar drie jaar na die dramatische verkiezingen was de bitterheid in de stem van Gore nog duidelijk hoorbaar. Remnick beschrijft Gore als een man die zijn woede over de verkiezingsuitslag, waarbij hij ruim een half miljoen meer stemmen haalde dan George W. Bush maar door het hooggerechtshof toch als verliezer werd aangeduid, verbergt onder lijdzame waardigheid en ironie. "Hij zwelgt niet in zelfmedelijden."

Al Gore is duidelijk nog op zoek. Naar een nieuw project, een nieuwe carrière, een nieuwe roeping. De wilderniscampagne, noemde Remnick zijn artikel over de man.

Remnick zat uren bij Al en Tipper Gore thuis in Nashville, Tennessee. Hij at mee (lamskoteletten op een bedje van aangemaakte groenten), keuvelde met Gore aan diens zwembad, liet zich bedienen door Dwayne, de trouwe bediende des huizes die Gore nog steevast aansprak met 'mister Vice-President'.

Gore geeft in het openbaar niet af op Bush, al kan hij enkele steken onder water niet laten. "Het meest kenmerkende aan deze president is dat hij in essentie zwak is", zegt Gore tegen Remnick. "Hij projecteert het beeld van zichzelf als een sterke man, maar achter gesloten deuren is hij niet eens in staat om zijn financiële sponsors en zijn coalitiepartners in het Oval Office iets te weigeren."

Een goed portret brengt het onderwerp tot leven, of het nu gaat om schijver Amos Oz of om Sari Nusseibeh, de toenmalige vertegenwoordiger van de PLO in Jeruzalem, of bokser Mike Tyson, de enige sportman die is opgenomen in het boek. Remnicks kracht zit niet alleen in de tijd die hij in zijn onderwerpen steekt, maar evengoed in zijn scherpe observatie en zijn analyse, zijn empathie en zijn humor. En, heel belangrijk, in zijn oog voor details. Het chique pak (driedelig, marineblauw, prachtig gesneden) dat Václav Havel bij zijn afscheidsrede draagt, in tegenstelling tot zijn te korte, geleende broek toen hij dertien jaar eerder beëdigd werd, zegt immens veel over de evolutie van 's mans carrière. Het 'negentiende-eeuwse gezicht' van Aleksandr Solzjenitsyn met "tolstojaanse baard, blauwe, bijna Aziatische ogen en dunnend, achterover gekamd haar" geeft de Russische schrijver en Nobelprijswinnaar een aura van onsterfelijkheid. Remnick schetst Solzjenitsyn in 1994 in Cavendish, Vermont, op het moment dat hij zijn koffers pakt om terug te gaan naar Rusland, het land dat hij twintig jaar eerder ontvluchtte.

Vijf jaar later, in 2001, bezoekt Remnick Solzjenitsyn opnieuw, ditmaal in zijn huis, ergens diep in de bossen bij Moskou. Daar treft hij een man aan die nog altijd kritiek levert op Rusland, maar evengoed waarschuwt voor de westerse invloeden waaronder het land bedolven werd na de val van de Muur. "We dachten dat er een periode van algeheel geluk zou aanbreken", zei hij. "Toen we ons bewust werden van de arrogantie, de ware motieven van de westerse mogendheden, waren we uiterst teleurgesteld."

Een belangrijk deel van Reporter gaat over Rusland. David Remnick, zelf een Jood van Russische komaf, is een Ruslandkenner. Hij spreekt de taal vloeiend en was er van 1987 tot 1991 correspondent voor The Washington Post.

In zijn portret over president Vladimir Poetin beschrijft hij het Rusland van tien jaar na de val van de Muur. Een land dat gebukt gaat onder een grotesk consumentisme en armoede, gangsters in de straat, maar ook een verstikkende rust en onverschilligheid voor politiek. Remnick heeft een opmerkelijk interview met Mikhail Chodorkovski, toen nog miljardair en rijkste man van Europa, in zijn glazen kantoorcomplex in Moskou (dat eruitziet alsof het zo overgevlogen is uit Houston). Chodorkovski maakt zich net op om, na zijn 'gangsterjaren', zijn rijkdom in een politieke carrière te steken. "In het Westen is het langzamer gegaan", vertelt Chodorkovski over de ontwikkeling van Rusland. "Daar heeft men meer dan honderd jaar de tijd gehad om de moderne maatschappij te ontwikkelen. Wij zijn met niets begonnen. Maar we hebben een voorbeeld waarnaar we ons kunnen richten. Het is gemakkelijker om je huiswerk te maken als je de antwoorden al weet."

Toen al, in 2003, was duidelijk dat er tussen Chodorkovski en Poetin geen sympathie was. Later zou Poetin de miljardair na een showproces voor belastingontduiking en fraude gevangen laten zetten omdat hij de politieke aspiraties van Chodorkovski vreesde.

De politieke leiders in Reporter hebben vaak net hun roem achter de rug, zijn in een periode dat ze geen risico's meer nemen en dus niets essentieels meer veranderen aan hun beleid. Tony Blair is in 2005 allang over zijn hoogtepunt heen als Remnick hem ontmoet tijdens zijn campagne voor de parlementsverkiezingen. Blair hoopt een derde keer premier te worden, maar wordt bespot, bespuwd en beledigd zoals nooit tevoren. De masochismecampagne, noemt Remnick zijn stuk over Blair dan ook. Een ware zelfkastijding om nog enige sympathie te kunnen opwekken bij de Britse bevolking. "Blair riskeerde alles toen hij besliste Bush te steunen", schrijft Remnick. "En toen zijn verantwoording voor de oorlog ongefundeerd bleek te zijn, verloor hij het vertrouwen van een groot deel van de bevolking."

Blair is aangenaam in gesprek en intelligent, maar dat is net wat de Britten hem verwijten: ondanks die intelligentie speelt hem duidelijk een gebrek aan beoordelingsvermogen parten, waardoor hij krampachtig Bush blijft steunen. "Dagelijks ondergaat hij zijn straf, in tal van vormen", schrijft Remnick. Die ene keer bijvoorbeeld, toen Blair zei dat hij de ziekenzorg had verbeterd, stond een mevrouw in het publiek op en liet de gaten achter in haar mond zien. Ze was er niet in geslaagd om steun te krijgen van de National Health Service en had dan maar de combinatietang van haar echtgenoot gebruikt om vier rotte kiezen te trekken.

"Blair grimaste bij wijze van medeleven", schrijft Remnick. "En die grijns is typerend. Het is een haarscheurtje in de zekerheid van de macht. Die Halloweengrijns, een veel beproefde doch nutteloze poging gêne of woede te maskeren door middel van een open uitdrukking die op eerlijkheid, geduld en (doorslaggevend voor de peilingen) beminnelijkheid moet wijzen."

Een portret van iemand is per definitie tijdgebonden. De kunst is een profiel te schetsen dat ook jaren na publicatie boeiend blijft. En dat lukte grotendeels met Reporter. Remnick velt geen oordelen, maar laat de lezer zelf conclusies trekken. Waar nodig vult hij jaren later aan. Over Poetin, die in 2003 volgens hem nog enige hervormingscapaciteiten had, zegt hij in een nawoord: "Poetins 'zachte' autoritaire systeem is in de loop der tijd verhard... In 2005 heeft het Freedom House, dat burgerlijke vrijheden en politieke rechten in landen over de hele wereld bijhoudt, de status van Rusland verlaagd van 'gedeeltelijk vrij' tot 'onvrij'. Het was voor het eerst sinds 1991 dat Rusland het predikaat 'onvrij' kreeg."

En, als onbedoeld nawoord voor zijn portret over Al Gore, schrijft Remnick deze week in zijn commentaar in The New Yorker dat Gore de man is die president had kunnen worden, maar dat nog steeds kan. Gore heeft, meer dan enige andere belangrijke figuur uit de democratische partij, daarbij inbegrepen de vele kandidaten voor de presidentsverkiezingen, bewezen dat hij in zijn oppositie net die kwaliteit van inzicht heeft waaraan het Bush ontbreekt. Gore was degene die de scherpste kritiek uitte op de oorlog in Irak en dankzij hem werd het klimaat een belangrijk politiek thema in de VS.

Voor Remnick zou Gore de ideale democratische kandidaat zijn, mocht hij willen opkomen. "Want", zo schrijft hij, "het zou kunnen dat de standpunten van Hillary Clinton over Irak onhoudbaar blijken en dat het jeugdige charisma van Barack Obama veeleer de indruk zal geven van onervarenheid. Maar Gore zal er altijd staan, geduldig en onbelemmerd."

Remnicks kracht zit niet alleen in de tijd die hij in zijn onderwerpen steekt, maar evengoed in zijn scherpe observatie en analyse, zijn empathie en humor. En, heel belangrijk, in zijn oog voor details

Een leidraad voor 'Reporter' was macht. Mannen en vrouwen die macht hebben, mensen die midden in een crisis zitten, zich eraan ontworstelen of er aan de horizon een zien opdoemen

David Remnick

Reporter. De beste stukken uit The New Yorker

Oorspronkelijke titel: Reporting. Writings from The New Yorker

De Bezige Bij, Amsterdam, 372 p., 24,90 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234