Dinsdag 14/07/2020

In de greep van de redeDirk Pauwels

Een van de zwartgalligste boeken van de twintigste-eeuwse filosofie

Max Horkheimer en Theodor W. Adorno

Dialektik der Aufkläring: Philosophische Fragmente, 1947.

(Dialectiek van de Verlichting: filosofische fragmenten, Nijmegen, SUN, 1987, 279 p., 890 frank)

We schrijven de winter van 1944, de aard en de omvang van de Endlösing zijn nog niet wereldwijd doorgedrongen. Onder de palmen van Californië leggen twee joodse asielzoekers, Max Horkheimer (1895-1973) en Theodor W. Adorno (1903-1969), de laatste hand aan een boek over de wederwaardigheden van de redelijkheid. Het boek opent zo: "Vanouds heeft de Verlichting, in de meest omvattende zin van voortschrijdend denken, het doel nagestreefd bij de mensen de vrees weg te nemen en hen als heer en meester te laten optreden. Maar de volledig verlichte aarde straalt in het teken van triomferend onheil." Het onheil heet 'Wereldoorlog II' zou je denken maar Horkheimer en Adorno stellen het scherp: het nazisme is geen geïsoleerd geval van collectieve waanzin maar de consequentie van een niets ontziende rationaliteit. Van die rationaliteit biedt hun boek Dialectiek van de Verlichting een sombere geschiedenis én een klassieke diagnose.

De geschiedenis gaat als volgt. In den beginne heerste er vrees, de mens werd overweldigd door een almachtige natuur vol grillige goden en wrede demonen. Maar sinds Odysseus zouden mensen zich beetje bij beetje op de rede gaan beroepen. Zo verdween de vrees; kennis is immers macht. Maar vanouds is macht een gulzig goedje en mettertijd zou niets nog ontsnappen aan de greep van de rede. De natuur om ons heen, onze innerlijke natuur en de natuur van onze sociale relaties: gaandeweg werd alles berekend en beheerst. De achttiende-eeuwse Verlichting geloofde nog dat redelijkheid de mens bevrijdt maar Horkheimer en Adorno zien vooral de schaduwzijde van de Verlichting. Redelijkheid verwerd tot de perfide rationaliteit van de fascistische vernietigingsmachine, de stalinistische goelag, de kapitalistische cultuurindustrie. De vrijheidsdroom van de Verlichting creëert slechts knechtschap en dwingelandij: dat is haar tragische dialectiek. Rationaliteit is geen onschuldig instrument waarmee je de werkelijkheid naar je hand zet, het is een totalitair apparaat dat elk doen en laten stuurt.

Alvorens een van de zwartgalligste boeken van de twintigste-eeuwse filosofie te schrijven waren Horkheimer en Adorno verbonden aan het Institut für Sozialforschung, beter bekend als de Frankfurter Schule. In 1923, toen je miljoenen marken moest betalen voor een brood, was dat instituut met joodse dollars in het leven geroepen om onderzoek te doen naar het marxisme. Joods en marxistisch, er is minder voor nodig om Hitler en de zijnen te mishagen. Onmiddellijk na Hitlers machtsovername in 1933 werd het instituut gesloten. Het marxistische gedachtegoed van de Frankfurter Schule was aangewezen op de diaspora. Of exacter: het kritisch-marxistische gedachtegoed. Op twee punten namelijk wijken Horkheimer en Adorno af van de communistische canon. Ten eerste wilden ze wars zijn van elke vorm van partijdiscipline; het staatssocialisme van de Sovjet-Unie was hen al te autoritair. Een tweede reden is meer theoretisch en fundamenteel. Volgens Marx was alles wat mensen denken, dromen en creëren slechts een uitvloeisel van de beschikbare productiemiddelen en productieverhoudingen. Horkheimer en Adorno hechten minder belang aan die economische onderbouw: niet alleen de levensvoorwaarden bepalen het denken, meer nog wordt het leven door het denken vormgegeven. Daarom is niet zozeer het proletariaat (dat zich massaal door de nazi-propaganda liet inpakken) maar wel de intellectuele kaste de motor van maatschappelijke hervormingen.

Voor zulke hervormingen biedt de Dialectiek van de Verlichting allerminst een blauwdruk. Het boek beperkt zich tot de fragmentarische registratie van een blind woekerende rationaliteit die vanuit haar eigen aard uitloopt op barbarij. Of het nu gaat om fascisme, stalinisme of kapitalisme, overal wordt het unieke van dingen en mensen opgeofferd aan een meet- en maakbare samenleving waarin alles en iedereen vervangbaar is. Sterk is het hoofdstuk over de toen nog jonge 'cultuurindustrie' (het neologisme is van Adorno, de knapste penhouder van de twee auteurs). De stelling van Adorno is even scherp als eenvoudig: alles wat nog voor cultuur doorgaat is niets dan volksverlakkerij. Middels reclame en propaganda worden voor groepen van statistisch geclassificeerde consumenten behoeften gecreëerd die vervolgens worden ingelost, waarna de winst kan worden opgestreken. Voor Adorno was echte cultuur de ontmaskering van het bestaande als het valse, maar het entertainment dat de cultuurindustrie aanbiedt is slechts de bevestiging van een gladgeolied systeem. "Geamuseerd gaat men met de maatschappij akkoord."

De Dialectiek van de Verlichting vond geen onmiddellijke weerklank, laat staan begrip. In 1947 werd het onopgemerkt uitgegeven bij Querido (waar in de jaren dertig vele boeken werden gepubliceerd van gevluchte Duitsers); in Duitsland verscheen het in 1969, een Franse vertaling volgde pas in 1974. Ondertussen waren Horkheimer en Adorno in 1948 naar Frankfurt teruggekeerd om een marginale academische bijdrage te leveren aan de democratische heropbouw van Duitsland. Horkheimers denken zou wegglijden in een vaag heimwee naar "het gans andere" en Adorno zou zich toeleggen op een essayistische benadering van zijn jeugdliefde, de muziek. Hun "gesofisticeerde wanhoop" verwekte veel ongenoegen bij woelige studenten die aan het eind van de jaren zestig droomden van daadwerkelijke maatschappijhervormingen. Op de Frankfurtse campus werden pamfletten verspreid met de boodschap 'Het instituut Adorno is dood!'. En in maart 1969 berichtte Der Spiegel hoe drie revolutionaire studentes professor Adorno hadden belaagd: "Ze zwaaiden met bloemen, toonden hun borsten en voerden daarna een erotische pantomime op. Eerst probeerde de verbouwereerde professor zich nog te verdedigen met zijn boekentasje maar even later vluchtte hij de collegezaal uit. Het seminarie 'dialectiek van de vooruitgang' is tot nader order uitgesteld." Vernederd en onbegrepen nam Adorno de wijk naar Zwitserland, waar hij enkele maanden later stierf aan een hartaanval.

Het succes van de Dialectiek van de Verlichting kwam in de jaren zeventig. Vooral de boeken van Erich Fromm en Herbert Marcuse, die ook verbonden waren aan de Frankfurter Schule, zouden Horkheimers en Adorno's kritische gedachtegoed verder uitdragen. Ook in Frankrijk ontstond, mede dankzij de vertaling van 1974, een traditie waarin kritiek van de rationaliteit en maatschappijkritiek hand in hand gingen, Foucault op kop. En vandaag zijn Horkheimers en Adorno's analyses van de totalitaire rede niet meer weg te denken. In debatten over de milieuproblematiek, de wereldhandel, de wapenwedloop, de culturele verloedering en de ethische grenzen van de wetenschap blijven hun sombere stemmen weerklinken, al wordt hun naam niet altijd genoemd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234